3SP-vak. Ongeveer 3 à 4 vragen per les. Examen: 40 MC met verhoogde cesuur
Leerstof: reader (leesmateriaal) + powerpoints
HOC 1: Inleiding
1. Wat is forensische psychiatrie?
= het raakvlak tussen de psychiatrie en het recht. Het behoort niet
helemaal tot de psychiatrie en niet helemaal tot het rechtssysteem: het
zweeft er ergens tussen.
(Forensische) Psychiatrie is als vakgebied relatief jong, net als de
criminologie. Dit betekent dat er soms wel onduidelijkheid rond kan
bestaan: wat is het nu eigenlijk? Ook betekent het dat wetenschappelijk
onderzoek redelijk recent is.
Artikel 71 Strafwetboek: “Er is geen misdrijf wanneer de beschuldigde of
de beklaagde op het tijdstip van de feiten leed aan een geestesstoornis
die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft
tenietgedaan, of wanneer hij gedwongen werd door een macht die hij niet
heeft kunnen weerstaan.”
Dit artikel gaat over waarom de psychiatrie nodig is in het rechtssysteem
(en is de basis van de interneringswetgeving). Het principe in dit artikel
gaat dus over toerekeningsvatbaarheid: dit gaat erom of iemand op
het moment van de feiten kon begrijpen dat wat hij deed verboden was én
of hij in staat was om zich daarnaar te gedragen.
Doorheen de geschiedenis bleek het essentieel om een onderscheid
maken tussen mensen die duidelijk niet wilsbekwaam zijn/ die
ontoerekeningsvatbaar zijn (zij missen inzicht in de ernst en strafbaarheid
van hun handelingen) en mensen die wél wilsbekwaam zijn/ die
toerekeningsvatbaar zijn (zij begrijpen wel dat hun daden strafbaar zijn en
handelen met besef van hun verantwoordelijkheid).
Voorbeelden:
* van ontoerekeningsvatbaarheid: iemand die in een psychose een
strafbaar feit pleegt, beseft niet dat zijn daad verboden is en kan die ook
niet controleren.
* van toerekeningsvatbaarheid: iemand die een diefstal pleegt om geld te
hebben, terwijl hij weet dat het verboden is en toch bewust die keuze
maakt.
Bij pedofilie of verslaving kan er discussie zijn: deze personen weten
doorgaans dat hun gedrag fout is, maar ervaren een zeer sterke drang.
De kernvraag is dan of zij op dat moment nog voldoende controle hadden
over hun daden.
👉MAAR: Het beoordelen of iemand controle had over zijn daden is heel
1
,subjectief. Bovendien zijn psychische stoornissen geen zwart-witfenomeen
maar een spectrum, waardoor het in de praktijk moeilijk is om een
duidelijke grens te trekken.
1.1. Geschiedenis van de forensische psychiatrie
Cesare Lombroso: Lombroso was één van de grondleggers van de
criminologie. Ook heeft zijn dochter veel van zijn werk meegeschreven.
Hij was stichter van het biologisch determinisme: de overtuiging
dat bepaalde biologische predisposities ervoor zorgen dat sommige
mensen een grotere kans hebben om misdrijven te plegen, bv.
frenologie: persoonlijkheid en criminele neigingen konden afgelezen
worden uit de vorm en ‘bobbels’ van de schedel. Hier zitten duidelijk veel
seksistische en racistische overtuigingen in verborgen. Dit is vandaag de
dag achterhaald en wordt gezien als een pseudowetenschap.
Emil Kraepelin: Kraepelin was één van de grondleggers van de
psychiatrie en probeerde één van de eerste classificatiesystemen voor
psychiatrische ziektes op te stellen (wat de basis vormde voor ons
huidige classificatiesysteem). Hij maakte al een onderscheid tussen
gewone psychiatrie en forensische psychiatrie en legde de nadruk op
het belang van toerekeningsvatbaarheid. Kraepelin was ook erg tegen
vrouwenrechten en LGBTQI+-rechten, wat hij ook verwerkte in zijn
classificatiesysteem.
Het ziekenhuis op deze afbeelding is Broadmoor. Dit is een bekend
forensisch ziekenhuis in London. Dat gebruikte men vroeger als
oplossing voor mensen die duidelijk ziek waren, maar te gevaarlijk
waren om in de maatschappij te behandelen.
1.2. Therapeutic Jurisprudence
Therapeutic Jurisprudence gaat over de vraag hoe het rechtssysteem
zo weinig mogelijk schade kan toebrengen. Het onderzoekt de
therapeutische en anti-therapeutische effecten van het rechtssysteem
(wetten, procedures en sancties,..). Traditioneel focust het recht op:
bescherming van de maatschappij én straf en vergelding. Maar onderzoek
toont dat louter opsluiten vaak averechts werkt: mensen komen er
slechter uit en recidive blijft hoog. Daarom stelt Therapeutic Jurisprudence
voor om meer aandacht te hebben voor therapeutische
maatregelen (want gewoon een gevangenisstraf zonder een
behandeling e.d. is zeer antitherapeutisch en levert vaak niets op),
zoals forensisch-psychiatrische behandeling. Zo kunnen tegelijk de
levenskwaliteit van de patiënt verbeteren, de maatschappij beter
beschermd worden en rechters en psychiaters nauwer
2
,samenwerken. De kernvraag blijft steeds: wat is de minst schadelijke
aanpak vanuit het rechtssysteem?
Toch blijft dit moeilijk, omdat de werelden van het recht en de
geneeskunde vaak botsen.
Medisch versus juridisch: zorgverleners moeten uiteraard veel
samenwerken met justitie: justitie stuurt vaak door naar
zorgverleners, volgt op,...
* Cultuurverschil: Er bestaat een duidelijk cultuurverschil
tussen de geneeskunde en het forensische werkveld. Artsen zijn
het gewoon dat patiënten vrijwillig komen: een arts kan iemand
met een depressie advies en een behandeling aanbieden, maar als de
patiënt dat niet opvolgt, ligt de verantwoordelijkheid niet langer bij de
arts. In het forensische werkveld is dat anders: daar zijn patiënten vaak
niet vrijwillig in behandeling. Wanneer iemand de adviezen of opgelegde
maatregelen niet naleeft, heeft dat wél directe consequenties, zoals een
terugkeer naar de gevangenis.
* Zwart-wit denken: Het rechtsysteem wil graag een duidelijk antwoord:
is iemand toerekeningsvatbaar of niet? Gaat hij/zij hervallen? Is de
behandeling geslaagd? De geneeskunde ziet dit meer als een spectrum:
er bestaan zelden zwart-wit beelden/oplossingen. We kunnen eigenlijk ook
niet 100% aangeven of een behandeling nu geslaagd is of niet. We
proberen de patiënt natuurlijk in een gezonde richting te sturen (weg van
starfbaar gedrag), maar of dit uiteindelijk gelukt is weet je niet helemaal
zeker. Er kunnen wel aanwijzingen zijn, bv. iemand heeft een fijne job
gevonden, terug geïntegreerd in de samenleving,.. maar het blijft een
twijfelgeval.
* Asymmetrische relatie: Ook is er sprake van een asymmetrische
relatie: jusitie heeft uiteindelijk wel het laatste woord over wat
artsen/psychiaters doen. Psychiaters kunnen met een
deskundigenonderzoek advies geven voor internering, maar zij maken de
beslissing niet. Het is justitie (een rechter) die beslist of er al dan niet een
internering plaatsvindt.
* Beroepsgeheim: Psychiaters, andere zorgverleners en psychologie-
studenten hebben in principe beroepsgeheim. Dat betekent dat zij geen
informatie over patiënten zomaar mogen delen. Bijvoorbeeld: je mag niet
bevestigen dat iemand opgenomen is, noch details geven over de
behandeling of het verloop daarvan. Uitzondering: informatie over het
schenden van juridische voorwaarden of afdelingsregels kan gedeeld
worden. In sommige gevallen heeft justitie bepaalde informatie nodig om
een beslissing te nemen, maar dit leidt vaak tot conflicten: wat mag wel
gedeeld worden en wat niet?
Praktische aanpak: als er problemen of moeilijke situaties zijn, kan je dit
3
, bespreken in overleg met de patiënt. Laat de patiënt zelf aangeven wat hij
of zij wil delen. Op die manier blijft het vertrouwen van de patiënt intact,
terwijl noodzakelijke informatie toch besproken kan worden.
Medisch versus maatschappelijk:
* Stigmatisering: Rond mensen die strafbare feiten hebben gepleegd,
hangt vaak veel stigma. Ze worden door de maatschappij vaak
automatisch anders bekeken, ongeacht de aard van de feiten. Voor
behandelaars is het daarom belangrijk om dit te normaliseren: behandel
de patiënt zoals bij elke andere behandeling en doe geen oordeel.
Daarnaast is het
maatschappij nuttig
of het om duidelijk
ziekenhuis over te
hoecommuniceren naar
de behandeling collega’s,
verloopt de je
en wat
precies doet.opinie:
* Publieke Zo wordt hetdit
door werk transparant
stigma en publieke
bepaalt de wordt hetopinie
stigma deels
mee hoe
doorbroken.
streng men moet optreden.
* Politieke schommelingen: politici bepalen hoeveel geld naar
psychiatrie en criminologie gaat, wat vaak wisselt (en algemeen bekend
niet erg veel is).
* Bescherming van de maatschappij (naast het beperken van
recidive): soms moet men mensen opsluiten, niet omdat dit voor hen zelf
het beste is, maar om de maatschappij te beschermen. Dit vraagt om
risicodenken: psychiaters moeten rekening houden met zowel het
belang van de patiënt als dat van de maatschappij. Mogen ze naar huis?
Mogen ze naar een bepaalde sportclub? Mogen ze op het internet? Is deze
persoon hier klaar voor? Wat zijn de risico’s hiervan? Psychiaters proberen
m.a.w. met de info die ze hebben een zo correct mogelijke inschatting te
maken. Dit kunnen niet altijd gemakkelijke beslissingen zijn, met soms
grote gevolgen (die ze moeten kunnen verantwoorden).
2. Wat doet een forensisch psychiater?
Een forensisch psychiater heeft twee belangrijke rollen die LOS staan van
elkaar:
1) expertises: de forensisch psychiater wordt ingeschakeld tijdens
of na een
veroordeling of internering. Deze maakt
deskundigheidsverslagen en denkt na
over de vraag of iemand toerekeningsvatbaar is.
2) behandeling: als er een veroordeling of internering is
uitgesproken, voert de
psychiater de behandeling uit die door de rechter werd
opgelegd.
Het is belangrijk dat beide functies strikt gescheiden blijven. Wat een
psychiater ontdekt tijdens de behandeling mag niet zonder meer
doorgegeven worden in een expertiseverslag, omdat dit onder het
4