Hoofdstuk 8: Andere virussen
8.1 Rubella virussen (rode hond)
Deel van de togavirussen
Transmissie
• Druppelinfectie
• Congenitale transmissie (van moeder op foetus)
Symptomen
• Licht koorts
• Lymphadenopathie1
• Exantheem2 (3 dagen)
• Gewrichtspijn en arthritis → Vooral bij vrouwen
Congenitaal rubella syndroom
Besmetting voor 13de week
• 40% levend geboren met congenitale afwijking (
Cardiovasculaire afwijking, oogafwijking, binnenoordoofheid, microcephalie, groeiachterstand, thrombocytopenie,
hemolytische anemie
• Mortaliteit van 20% in 1ste levensjaar
Besmetting tussen week 13 en 16 → Doofheid
Besmetting na 17 weken → Weinig of geen letsels
Pathogenese
Als je eenmaal rodehond hebt doorgemaakt, ben je
levenslang tegen de ziekte beschermd
Pathogenese → De rode uitslag begint in het gezicht en
breidt zich snel uit over de rest van het lichaam, de vlekken
kunnen in elkaar overlopen, zodat het kind er helemaal
rood uitziet, lijkt op een lichte verkoudheid soms met
opgezwollen klieren in de nek
Vaccinatie
5-10% van de seksuele rijpe meisjes/ vrouwen zijn seronegatief (geen antilichamen tegen Rubella) zonder vaccinatie.
Levend afgezwakt vaccin
• Meruvax II
• Ervevax
Bof/ mazelen vaccin → MMR vaccin3
! Hervaccinatie van meisjes (jongens) op 11- jarige leeftijd !
! Vaccin niet toe te dienen bij de zwangerschap !
1 Abnormale verandering in grootte, consistentie of aantal lymfeklieren
2 Plotselinge huiduitslag over het hele lichaam
3 Bof, mazelen en rubella
, 8.2 Coronavirussen
SARS- CoV, MERS- CoV4 en human coronavirussen
Humaan coronavirussen
• Soorten → 299E, OC43, NL63, HKU1
• Transmissie → Druppelinfectie
• Verantwoordelijk voor 5% van de verkoudheden
• Geen of nauwelijks koorts, infectie is vaak ook onopgemerkt
• Vooral tijdens de wintermaanden
Sars- CoV (Severe acute respiratory syndrome)
• Transmissie → Druppelinfectie of faeco- oraal
• Ontwikkeling van pneomonie en ook diarree
• Mortaliteit van 10%5
• Na overleven van acute infectie is er blijvende immuniteit
• Geen antivirale therapie
• Geen vaccin6
SARS- CoV- 2
• Druppelinfectie
• Ouderen en mensen met een slecht immuunsysteem meest vatbaar
4 Zeer hoge mortaliteit tegenover weinig besmettingen
5 Dit is een zeer hoge mortaliteitcijfer
6 Enkel preventie bescherming tegen aerosol
8.1 Rubella virussen (rode hond)
Deel van de togavirussen
Transmissie
• Druppelinfectie
• Congenitale transmissie (van moeder op foetus)
Symptomen
• Licht koorts
• Lymphadenopathie1
• Exantheem2 (3 dagen)
• Gewrichtspijn en arthritis → Vooral bij vrouwen
Congenitaal rubella syndroom
Besmetting voor 13de week
• 40% levend geboren met congenitale afwijking (
Cardiovasculaire afwijking, oogafwijking, binnenoordoofheid, microcephalie, groeiachterstand, thrombocytopenie,
hemolytische anemie
• Mortaliteit van 20% in 1ste levensjaar
Besmetting tussen week 13 en 16 → Doofheid
Besmetting na 17 weken → Weinig of geen letsels
Pathogenese
Als je eenmaal rodehond hebt doorgemaakt, ben je
levenslang tegen de ziekte beschermd
Pathogenese → De rode uitslag begint in het gezicht en
breidt zich snel uit over de rest van het lichaam, de vlekken
kunnen in elkaar overlopen, zodat het kind er helemaal
rood uitziet, lijkt op een lichte verkoudheid soms met
opgezwollen klieren in de nek
Vaccinatie
5-10% van de seksuele rijpe meisjes/ vrouwen zijn seronegatief (geen antilichamen tegen Rubella) zonder vaccinatie.
Levend afgezwakt vaccin
• Meruvax II
• Ervevax
Bof/ mazelen vaccin → MMR vaccin3
! Hervaccinatie van meisjes (jongens) op 11- jarige leeftijd !
! Vaccin niet toe te dienen bij de zwangerschap !
1 Abnormale verandering in grootte, consistentie of aantal lymfeklieren
2 Plotselinge huiduitslag over het hele lichaam
3 Bof, mazelen en rubella
, 8.2 Coronavirussen
SARS- CoV, MERS- CoV4 en human coronavirussen
Humaan coronavirussen
• Soorten → 299E, OC43, NL63, HKU1
• Transmissie → Druppelinfectie
• Verantwoordelijk voor 5% van de verkoudheden
• Geen of nauwelijks koorts, infectie is vaak ook onopgemerkt
• Vooral tijdens de wintermaanden
Sars- CoV (Severe acute respiratory syndrome)
• Transmissie → Druppelinfectie of faeco- oraal
• Ontwikkeling van pneomonie en ook diarree
• Mortaliteit van 10%5
• Na overleven van acute infectie is er blijvende immuniteit
• Geen antivirale therapie
• Geen vaccin6
SARS- CoV- 2
• Druppelinfectie
• Ouderen en mensen met een slecht immuunsysteem meest vatbaar
4 Zeer hoge mortaliteit tegenover weinig besmettingen
5 Dit is een zeer hoge mortaliteitcijfer
6 Enkel preventie bescherming tegen aerosol