Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting farmaceutische data-analyse

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
82
Geüpload op
11-02-2026
Geschreven in
2024/2025

Dit is een samenvatting met alle informatie uit de lessen, powerpoints en af en toe extra uitleg bij moeilijkere concepten/begrippen. Ook staan er foto’s bij van types grafieken, … Je mag dit meenemen naar het eindexamen, wat ikzelf gedaan heb.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Farmaceutische data-analyse
Deel 1: Introductie, motivatie en voorbeeld

Hoofdstuk 2: Homeopathie: De test

2.1 Blinding

Bias = dit is een systematische fout in het onderzoeksproces die kan ontstaan wanneer de
onderzoeker of de deelnemer beïnvloed wordt door kennis over de toewijzing aan een
bepaalde conditie of verwachting over het resultaat. Dit kan leiden tot een vertekend beeld
van de werkelijkheid, waardoor de resultaten niet meer objectief of representatief zijn.
In het onderzoek kunnen er 2 soorten bias optreden:
 Observer bias = de onderzoeker weet onder welke condities elke participant zich
bevindt, waardoor hij/zij door verwachtingen onbewust fout positieve resultaten zal
rapporteren en/of interpreteren.
 Performance bias = de participant weet onder welke conditie hij/zij zich bevindt,
waardoor hij/zij zich anders kan gedragen op basis van de veronderstelde
verwachtingen. Hieronder valt ook het placebo-effect, waarbij participanten zich
beter gaan voelen omdat ze denken dat hun behandeling werkt.

Bias kan dan voorkomen worden door blinding = het willekeurig toedienden van codes aan
samples of behandelingen. Vaak wordt double-blinding toegepast, waarbij zowel de
onderzoeker als de participanten niet weten tot welke groep ze behoren.
Deze codes worden verbroken nadat alle data verzameld wordt, zodat correcte resultaten
gerapporteerd kunnen worden.

Hoe minder objectief de metingen zijn, des te groter de kans op basis en dus des te
belangrijker blindering.
o Voorbeelden van objectieve metingen: overleving, oogkleur, lengte, hartslag, leeftijd,
bloeddruk (tenzij handmatig gemeten)
o Voorbeelden van semi-objectieve metingen: tumorreductie, MRI-interpretatie,
bloedwaarden met interpretatie, beoordeling van wondgenezing
Deze waarden worden bekomen door objectieve metingen, maar de resulaten
vereisen menselijke interpretatie en dat is semi-subjectief.
o Voorbeelden van subjectieve metingen: pijnscore (bv VAS-schaal), vermoeidheid,
angst/depressie (bv via vragenlijst), levenskwaliteit, slaapkwaliteit (zonder objectieve
meting)
Bij subjectieve metingen is het vaak belangrijk dat participanten zelf niet weten tot
welke groep ze behoren, om performance bias te vermijden.

1

,Blindering is niet even gemakkelijk onder eender welke conditie. Zo is blindering bij zichtbare
interventies praktisch onhaalbaar.
o Voorbeelden: toediening van een specifieke injectie per groep, andere
wondverzorging per groep, …
In deze situaties wordt er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen groepen. Het kan zijn
dat er interventies gedaan worden waarbij dit onderscheid niet duidelijk is.
o Voorbeelden: andere pil in dezelfde verpakking, onbekend of injectie geneesmiddel
of placebo bevat, …




2.2 Placebo

Placebo = product dat de actieve stof niet bevat, enkel hulpstoffen, zodat alle eigenschappen
overeenkomen met het echte geneesmiddel in afwezigheid van de werkzame stof. Het is
ontworpen om identiek te lijken, smaken en aanvoelen als het echte middel, zodat
participanten en onderzoekers niet kunnen onderscheiden of ze het actieve middel krijgen.
Dit maakt het mogelijk om het effect van de werkzame stof afzonderlijk te meten, los van
psychologische of contextuele invloeden.

Het feit dat patiënten beter worden is géén evidentie voor de effectiviteit van de
behandeling: natuurlijke verbetering kan optreden, of verbetering kan het resultaat zijn van
de aandacht dat er gegeven wordt aan de participant.
Daarom is placebo een vereiste voor het aantonen van de effectiviteit van een behandeling,
omdat er dan vergelijkingen gemaakt kunnen worden tussen de placebo-resultaten en de
geneesmiddel-resultaten en er op basis van die vergelijkingen correcte interpretaties over de
effectiviteit van de behandeling gedaan kunnen worden.

Gevallen waarbij placebo niet ethisch zou zijn, maken gebruik van vergelijking tussen de
nieuwe behandeling en de standaardbehandeling die al toegepast wordt in de praktijk.
Het doel daarvan is om te bewijzen dat de nieuwe behandeling minstens even goed is als de
standaardbehandeling.



2.3 Het ultieme experiment en de statistieken

Hoe een 2 x 2 tabel interpreteren?
Kolommen = beslissing: deze kolommen moet men
verticaal lezen.


2

,Rijen = werkelijkheid: deze rijen moet men horizontaal lezen.
Maar men moet deze resultaten gecombineerd interpreteren. Dat doet men als volgt: bij de
kolom van homeopathie heeft men de getallen 11 en 9, die representeren allebei de keuze
van homeopathie. Maar het cijfer 11 hoort bij de rij homeopathie, en het cijfer 9 hoort bij de
rij placebo. Dit wil zeggen dat er 11 flesjes gekozen werden als homeopathie die werkelijk
homeopathie zijn, maar dat er 9 flesjes gekozen werden als homeopathie die werkelijk
placebo zijn. Dit kan men ook toepassen bij de kolom van placebo, waarbij 9 flesjes als
placebo gegroepeerd werden maar in werkelijkheid homeopathie zijn, en 11 flesjes als
placebo gegroepeerd werden die in werkelijkheid placebo zijn.

Besluit: 11/20 werd juist gekozen, wat wil zeggen dat er een lichte evidentie is voor de
effectiviteit van homeopathie.

Bij x = 11 correcte positieve testresultaten is de kans dat dit resultaat optreedt door puur
toeval gelijk aan 37,62% (onder de aanname dat homeopathie geen effect heeft). Dit
betekent dat zo’n resultaat relatief vaak voorkomt. Daarom is er geen reden om aan te
nemen dat homeopathie effectiever is dan toeval.
—> H en P worden als equivalent beschouwd.

Bij x = 15 correcte positieve testresultaten is de kans dat dit resultaat optreedt door puur
toeval gelijk aan slechts 0,19%. Zo’n klein percentage betekent dat het bijna nooit voorkomt
als homeopathie niet effectief is. Daarom is dit sterk bewijs tegen de nulhypothese (stelt dat
H = P), en dus bewijs vóór een effect van homeopathie.
—> H en P worden niet als equivalent beschouwd.

Echter, de kans op het vinden van 15 correcte positieve testresultaten komt nog voor in
0,19% van de gevallen. Het is niet omdat die kans klein is, dat het niet meer zal voorkomen.
Dat wil dus ook zeggen dat er in 0,19% van de tijd foute conclusies getrokken zullen worden,
waarbij geconcludeerd zal worden dat homeopathie effectief is terwijl dat niet zo is.
Dus: statistiek helpt bij het samenvatten en weergeven van de sterktes van de evidentie voor
of tegen een veronderstelling, maar men moet in het achterhoofd houden dat er altijd
fouten gemaakt kunnen worden in conclusies.
Conclusie: Statistiek helpt bij het kwantificeren en controleren van fouten.

Deel 2: Basisprincipes van statistische methodologie

Hoofdstuk 3: Wat is statistiek?

3.1 Voorbeeld 1: Afwezigheide wegens ziekte



3

, Interpretatie 2 x 2 tabel:
 Nog geen afwezigheid wegens ziekte: 245 vrouwen, 98 mannen -> totaal: 343
 Ooit afwezig geweest wegens ziekte: 184 vrouwen, 58 mannen -> totaal: 242
 Aantal vrouwen in de studie: 429
 Aantal mannen in de studie: 156
 Totaal aantal participanten in de studie: 585
 Vergelijking tussen percentage vrouwen en mannen ooit afwezig wegens ziekte:
42,89% vrouwen (184/429) versus 37,18% mannen (58/156).

Waarom die vergelijking?
Het onderzoek peilt naar factoren die afwezigheid wegens ziekte beïnvloeden. Hier kijken ze
specifiek naar gender. Daarom moet men het aantal vrouwen die zich ooit ziekgemeld
hebben bepalen op het totaal aantal vrouwen en moet men hetzelfde doen voor het aantal
mannen, om te kunnen bepalen of gender een invloed heeft op afwezigheid wegens ziekte.

Uit deze resultaten kan men afleiden dat er meer vrouwen afwezig zijn wegens ziekte dan
mannen, waardoor men zou kunnen besluiten dat vrouwen zich sneller ziekmelden dan
mannen en gender dus een rol speelt.
Echter, het kan zijn dat deze resultaten bekomen zijn door puur toeval. Daarom is het
verstandig om te bepalen wat de kans is dat deze verschillen bekomen worden door puur
toeval. Als dit heel onwaarschijnlijk is, kan men concluderen dat er een relatie is tussen
gender en ziekte.



3.2 Voorbeeld 2: Baarmoederhalskanker




4

Documentinformatie

Geüpload op
11 februari 2026
Aantal pagina's
82
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€32,46
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
aureliesaussus

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Taak en theorie data-analyse
-
2 2026
€ 63,99 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
aureliesaussus Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
8
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
3 dagen geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen