Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 61 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Cross-culturele psychologie (P9X06A)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 61 pagina's

Deze samenvatting heb ik vorig jaar (2025) zelf gemaakt aan de hand van de slides. Af en toe heb ik ook belangrijke dingen van het boek toegevoegd + veel extra verduidelijking die mondeling werd toegelicht door de prof. Ik was er van de eerste keer door met een 15/20 :)!

Voorbeeld van de inhoud

CROSS -CULTURELE PSYCHOLOGIE

Hoofdstuk 1: inleiding in de cross-culturele psychologie
1. wat is cultuur?
Voorbeeld: op vakantie in Nederland  kleine verschillen wat betreft taal (betekenis van woorden), gewoontes, omgang met
elkaar, …
Wereldwijde migratiestromen: cultuurcontact is zo oud als de mens
Vanaf het ontstaan van de mensheid zijn er wereldwijde migratiestromen van de mens  in veel verschillende regio’s/klimaten
leren overleven = culturele diversiteit/plasticiteit (=aanpassen aan heel veel contexten) is eigen aan de mens

De mens als culturele soort: culturele diversiteit is eigen aan de mens
Observatie:
- Heel uitzonderlijk aanpassingsvermogen aan zeer heterogene omstandigheden tov andere diersoorten
o Natuurlijke & mensgemaakte omgeving
o Sociale organisatie & levensonderhoud
o Menselijke kennis en kunde
- Gevolg: grote diversiteit aan menselijke levenswijzen = diversiteit binnen de mensheid
Verklaring: neuroplasticiteit vh menselijk brein (“hardware”) + cultuuroverdracht als uniek evolutionair voordeel (“software”)
 Hardware: het brein vormt zich & past zich voortdurend aan
 Software: mens = levenslang lerende soort  cultuuroverdracht via socialisatie/leren = generatie op generatie cultuur
doorgeven  meer complexe technologieën/ taal/ culturen ontstaan

Definitie van cultuur: cultuur is een door een gemeenschap gedeeld systeem (dus niet individueel) van waarden, normen, ideeën,
attitudes, gedragingen, communicatiemiddelen en de producten (bv. kunst) ervan worden van generatie op generatie overgeleverd
- Het ajuin model van cultuur = bestaat uit verschillende schillen:
o Buitenste schil = zichtbare cultuur (bv. kleding, eten, gebouwen, …) = eerste wat opvalt (maar verschilt niet heel erg)
o Diepere schil = sociale omgangsvormen en regels (bv. communicatie, …)
o Nog diepere schil = subjectieve domein (bv. gevoelens, authenticiteit, …)
- Andere metafoor voor cultuur = ijsberg
o topje vd berg = zichtbaar
o rots onder het water = meer nabijheid = meer verschillen die je aanvankelijk niet voelt/ziet
- Andere metafoor voor cultuur = piramide
o Cultuur wordt gedeeld binnen de gemeenschap
o Cultuur kan ook intern divers zijn
 zaken = specifiek voor personen (aangeboren-geleerde aspecten)
o Tussen culturen zijn er ook overeenkomsten (universele aspecten)

 Lastige om te ontdekken wat cultuur is bij jezelf = cultuur waarin je bent opgegroeid is vanzelfsprekend  deze is
verborgen/onzichtbaar = je bent je er niet bewust van (tenzij je merkt dat andere niet dezelfde
gedragingen/veronderstellingen hebben)
o “it would hardly be fish who discovered existence of water” – antropoloog Kluckohn
o Bv. heb ik een accent?  je merkt dit van jezelf niet = asymmetrie

3 belangrijke kenmerken van cultuur
- Cultuur is gedeeld (geen individueel verschijnsel)
o Je hebt altijd een groep nodig (klein- heel groot)
o Cultuur is niet alles bepalend = mate waarin het gedeeld is varieert
 individuele verschillen binnen eenzelfde cultuur
 Ook persoonlijkheid, levenservaring & andere sub-cultuurtjes waar je deel van bent spelen een rol in wie
we zijn (= uniek)
 Verschillen tussen culturen: tight vs loose cultures  meer/minder gedrag dat “vast” ligt + hoeveel
ruimte voor diversiteit
o Je kan deel uitmaken van veel verschillende culturen
1

, - Cultuur wordt overgeleverd (van generatie op generatie)
o Aangeleerd via socialisatie1
 Primair: door directe familie (ouders, andere centrale zorgfiguren)
 Secundair: door school, vrienden, werk
 Tertiaire: door samenleving, media  kan zowel pos/neg zijn (bv. ME2, andrew tate)
 = gebeurd zowel bewust als onbewust
 Cultuurpatronen worden overgedragen en geïnternaliseerd
o Enculturatie: cultuuroverdracht doorheen de tijd  geboren in een cultuur en speelt daarin mee (bv. maaltijden
als kind)
o Acculturatie: cultuuroverdracht in geografische/ sociale ruimte (bv. 2e taal aanleren)
o Nuancering: cultuuroverdracht is geen kopieermachine = ruimte voor culturele verandering/vernieuwing als
aanpassing op veranderende omgeving  de cultuur beïnvloed leden maar ook andersom
- Cultuur is dynamisch
o Cultuur = kader dat richting geeft aan ons handelen, maar in sommige situaties past et kader niet goed
o Veranderingen zijn adaptief
o Cultuur = aanpassing vd menselijke soort op ecologische, socio-politieke en biologische factoren
 Bv. siesta = adaptief aan het klimaat, maar wordt deel vd cultuur (bv. later avond eten, winkels dicht, …)
o Cultuur veranderd wanneer de omgeving veranderd (=bij maatschappelijke ontwikkelingen)  bv. mensen gaan
anders om met persoonlijke afstand tijdens corona
o Cultuur veranderd via mensen  constante wederkerigheid


2. wat is cross-culturele psychologie?
Definitie cross-culturele psychologie = wetenschappelijke studie gelijkenissen en verschillen in het menselijk psychologisch
functioneren in verschillende culturele groepen, daarbij onderzoekend hoe ons denken, voelen en doen beïnvloed wordt door een
culturele context
 cross-culturele psychologie = nadruk op vergelijken tussen culturen
o in hoeverre beïnvloed cultuur ons denken, voelen & handelen?

Geschiedenis
A long past, but only a short history …
- Völkerpsychologie (rond 1850): mens bestuderen in relatie tot gewoonten en gebruiken van de samenleving
- Wundt (1916): "Where deliberate experimentation ends is where history has experimented on the behalf of psychologists”
o Mensen bestuderen in relatie met gewoonte/gebruiken vd samenleving
- Rivers (1898): onderzoek naar waarnemingen bij bewoners van Papua Nieuw-Guinea (= onderzoek in andere culturele
contexten)
- 1940-1950: basispersoonlijkheid en nationale karakters
- Vanaf 1960-1970 bloeide crosscultureel psychologisch onderzoek met specifiek wetenschappelijke tijdschrijften 
systematisch onderzoek dat op elkaar voortbouwt

2 benaderingen binnen de culturele psychologie
- Absolutisme/ universalisme
o = Mainstream psychologie  emoties, cognitie, persoonlijkheid is min of meer algemeen menselijk, ongeacht
cultuur
o Zoeken naar DE menselijke psychologie in het algemeen
o Cultuurverschillen in menselijk gedrag = ruis  niet in geïnteresseerd
 Wel interesse in de basisprocessen, basispersoonlijkheid, …
o Machinekamer, hardware van de menselijke psychologie
o Voorbeelden van universele fenomenen:
 Sensorische, motorische functies: ishihara test voor kleurenblind zijn
 Functies ontwikkelen vanaf jonge leeftijd: objectpermanetie (rond 8 maand)
 Zeer abstracte functies: taalontwikkeling  in alle culturen leren mensen taal2

1
En dus geen biologische/fysieke eigenschappen die we van de geboorte hebben dankzij genen
2
MAAR als je kijkt naar hoe die taal in elkaar zit, hoe die gebruikt wordt, dan merk je wel veel culturele variatie op!
2

, o Universalisme = kwestie van abstraheren (= heel abstract kijken naar iets)
 Kritiek = wat met veel betekenisvolle culturele variatie in menselijk psychologisch functioneren? = dit
gaat verloren!
- Relativisme
o = Cultural psychology  er is niets absoluut geldig, alles binnen de context bekijken, alles is relatief
o Er bestaat geen contextvrije psychologie: menselijke psychologie kan slechts begrepen worden binnen de context
vd cultuur waarin het verschijnt
 Bijna geen voorbeelden van menselijk functioneren dat niet cultureel gekleurd is
o Voorbeelden:
 numerisch redeneren door te tellen op je vingers
 boer laten = betekenis kan gaan van onbeleefd – compliment geven
o Kritiek:
 Te verschillend om te kunnen interageren  culturele groepen kunnen perfect interageren = bepaalde
zaken gwn “menselijk”
 Algemene morele standaarden en wetgevingen over culturen heen (bv. mensenrechten)
 Over culturen heen ook veel gemeen als mensen!

Besluit: hoe veralgemeenbaar/ cultuurspecifiek een menselijk gedrag (=specifieke psychologische functies/ gedragingen) is = een
empirische vraag (& geen alles of niets vraag)

3. waarom is de culturele psychologie belangrijk
Probleem: “the WEIRDest people in the world” ( western – educated – industrialized – rich – democratic societies) is de
empirische basis van onze algemeen psychologische kennis
 Onderzoeken/papers/ … van gedragswetenschappers zijn gebaseerd op een zeer selectieve steekproef vd wereldbevolking =
slechts fractie van de wereld bevolking die aan die voorwaarde voldoet = niet representatief voor de mens in zijn
algemeenheid
 MAAR uit studies worden vaak wel heel algemene geldigheidsclaims/theorieën afgeleid

2 problemen/vragen:
- In hoever zijn bevindingen veralgemeenbaar aar andere culturele groepen/contexten
o = empirische vraag  weten we vaak niet
- In hoeverre wijkt de doorsnee participant in psychologisch onderzoek af van meeste mensen in de wereld
o Meeste participanten in onze studies = westers, wit, vrouwelijk, studenten psychologie  “de psychologie vd BA
student”
o Voorbeelden:
 Geïndustrialiseerd vs niet-geïndustrialiseerd
 In welk opzicht zijn mensen in geïndustrialiseerde landen (= meeste onderzoek) psychologisch
afwijkend?
 Voorbeeld: visuele illusies  muller-lyer illusie = niet in niet-geïndustrialiseerde landen =
culturele variatie
 Westerse vs niet westerse landen
 Voorbeeld: analytisch denken in westerse landen = de norm (bv. Oost-Aziatisch = meer holistisch
denken) = contextuele variatie in oordeelsvorming
 Amerikanen vs andere westerse mensen
 Amerikanen zijn vaak over gerepresenteerd!
 Voorbeeld: defensieve reactie bij gedachte aan (eigen) dood significant groter bij Amerikanen (bv.
meer geloof in bovennatuurlijke krachten, patriottische gevoelens, gekant tegen verandering,
vijandig tov out-groups)
 Hoog opgeleiden vs andere Amerikanen
 Meeste participanten = hoog opgeleid + veel instrumenten in onderzoek ontwikkeld voor
hoogopgeleiden
 Voorbeeld: erfelijkheid van intelligentie  gedrag genetische studies schatten
erfelijkheidscoëfficiënt van IQ > 50% + gedeelde/unieke omgevingsfactoren verklaren een klein
deeltje vd variantie

3

, o MAAR studies beperkt tot tweelingen met hoogopgeleide ouders (geen data van
laagopgeleide)
 overschatting erfelijkheid!

Waarom cultuurpsychologie nodig?
- Het probleem: afwijkende steekproef van participanten in psychologisch onderzoek + smalle databasis van psychologische
kennis
- Het belang:
o Groot wetenschappelijk belang! = nood aan replicatie & onderzoek in verschillende culturele contexten
 Besef eigen culturele bril  cultuur beïnvloed anderen & eigen cultuur is onzichtbaar
 Dingen die wij doen zijn ook cultureel gekleurd & niet vanzelfsprekend
o Etnocentrisme tegen gaan  “wij zijn normaal en zij zijn afwijkend”
 Definitie: houding waarbij de eigen omgeving, het eigen volk of de eigen cultuur bewust of juist
onbewust als maatstaf gebruikt wordt om de rest vd wereld te beoordelen
 “The danger of a single story”
 Iedereen heeft een culturele bril aan  leren over andere culturen = meer te weten komen over je eigen
cultuur (& je eigen bril)

Let op! “Amerikanen zijn zus, Japanners zo” = gemiddeldes en veralgemeningen:
- Veel individuele variatie binnen culturen
- Veel subgroepen en subculturen die ook belangrijk zijn (SES, gender, )
- Studies met specifieke steekproeven
- Cultuur is dynamisch, niet homogeen! + we dragen zelf bij aan de cultuur waar we deel van uitmaken
- Opletten voor generalisatie en essentialisme!!




4

Documentinformatie

Geüpload op
10 februari 2026
Aantal pagina's
61
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€13,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
laarrr
4,0
(1)
Verkocht
7
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
4 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen