Hoofdstuk 1: inleiding in de cross-culturele psychologie
1. wat is cultuur?
Voorbeeld: op vakantie in Nederland kleine verschillen wat betreft taal (betekenis van woorden), gewoontes, omgang met
elkaar, …
Wereldwijde migratiestromen: cultuurcontact is zo oud als de mens
Vanaf het ontstaan van de mensheid zijn er wereldwijde migratiestromen van de mens in veel verschillende regio’s/klimaten
leren overleven = culturele diversiteit/plasticiteit (=aanpassen aan heel veel contexten) is eigen aan de mens
De mens als culturele soort: culturele diversiteit is eigen aan de mens
Observatie:
- Heel uitzonderlijk aanpassingsvermogen aan zeer heterogene omstandigheden tov andere diersoorten
o Natuurlijke & mensgemaakte omgeving
o Sociale organisatie & levensonderhoud
o Menselijke kennis en kunde
- Gevolg: grote diversiteit aan menselijke levenswijzen = diversiteit binnen de mensheid
Verklaring: neuroplasticiteit vh menselijk brein (“hardware”) + cultuuroverdracht als uniek evolutionair voordeel (“software”)
Hardware: het brein vormt zich & past zich voortdurend aan
Software: mens = levenslang lerende soort cultuuroverdracht via socialisatie/leren = generatie op generatie cultuur
doorgeven meer complexe technologieën/ taal/ culturen ontstaan
Definitie van cultuur: cultuur is een door een gemeenschap gedeeld systeem (dus niet individueel) van waarden, normen, ideeën,
attitudes, gedragingen, communicatiemiddelen en de producten (bv. kunst) ervan worden van generatie op generatie overgeleverd
- Het ajuin model van cultuur = bestaat uit verschillende schillen:
o Buitenste schil = zichtbare cultuur (bv. kleding, eten, gebouwen, …) = eerste wat opvalt (maar verschilt niet heel erg)
o Diepere schil = sociale omgangsvormen en regels (bv. communicatie, …)
o Nog diepere schil = subjectieve domein (bv. gevoelens, authenticiteit, …)
- Andere metafoor voor cultuur = ijsberg
o topje vd berg = zichtbaar
o rots onder het water = meer nabijheid = meer verschillen die je aanvankelijk niet voelt/ziet
- Andere metafoor voor cultuur = piramide
o Cultuur wordt gedeeld binnen de gemeenschap
o Cultuur kan ook intern divers zijn
zaken = specifiek voor personen (aangeboren-geleerde aspecten)
o Tussen culturen zijn er ook overeenkomsten (universele aspecten)
Lastige om te ontdekken wat cultuur is bij jezelf = cultuur waarin je bent opgegroeid is vanzelfsprekend deze is
verborgen/onzichtbaar = je bent je er niet bewust van (tenzij je merkt dat andere niet dezelfde
gedragingen/veronderstellingen hebben)
o “it would hardly be fish who discovered existence of water” – antropoloog Kluckohn
o Bv. heb ik een accent? je merkt dit van jezelf niet = asymmetrie
3 belangrijke kenmerken van cultuur
- Cultuur is gedeeld (geen individueel verschijnsel)
o Je hebt altijd een groep nodig (klein- heel groot)
o Cultuur is niet alles bepalend = mate waarin het gedeeld is varieert
individuele verschillen binnen eenzelfde cultuur
Ook persoonlijkheid, levenservaring & andere sub-cultuurtjes waar je deel van bent spelen een rol in wie
we zijn (= uniek)
Verschillen tussen culturen: tight vs loose cultures meer/minder gedrag dat “vast” ligt + hoeveel
ruimte voor diversiteit
o Je kan deel uitmaken van veel verschillende culturen
1
, - Cultuur wordt overgeleverd (van generatie op generatie)
o Aangeleerd via socialisatie1
Primair: door directe familie (ouders, andere centrale zorgfiguren)
Secundair: door school, vrienden, werk
Tertiaire: door samenleving, media kan zowel pos/neg zijn (bv. ME2, andrew tate)
= gebeurd zowel bewust als onbewust
Cultuurpatronen worden overgedragen en geïnternaliseerd
o Enculturatie: cultuuroverdracht doorheen de tijd geboren in een cultuur en speelt daarin mee (bv. maaltijden
als kind)
o Acculturatie: cultuuroverdracht in geografische/ sociale ruimte (bv. 2e taal aanleren)
o Nuancering: cultuuroverdracht is geen kopieermachine = ruimte voor culturele verandering/vernieuwing als
aanpassing op veranderende omgeving de cultuur beïnvloed leden maar ook andersom
- Cultuur is dynamisch
o Cultuur = kader dat richting geeft aan ons handelen, maar in sommige situaties past et kader niet goed
o Veranderingen zijn adaptief
o Cultuur = aanpassing vd menselijke soort op ecologische, socio-politieke en biologische factoren
Bv. siesta = adaptief aan het klimaat, maar wordt deel vd cultuur (bv. later avond eten, winkels dicht, …)
o Cultuur veranderd wanneer de omgeving veranderd (=bij maatschappelijke ontwikkelingen) bv. mensen gaan
anders om met persoonlijke afstand tijdens corona
o Cultuur veranderd via mensen constante wederkerigheid
2. wat is cross-culturele psychologie?
Definitie cross-culturele psychologie = wetenschappelijke studie gelijkenissen en verschillen in het menselijk psychologisch
functioneren in verschillende culturele groepen, daarbij onderzoekend hoe ons denken, voelen en doen beïnvloed wordt door een
culturele context
cross-culturele psychologie = nadruk op vergelijken tussen culturen
o in hoeverre beïnvloed cultuur ons denken, voelen & handelen?
Geschiedenis
A long past, but only a short history …
- Völkerpsychologie (rond 1850): mens bestuderen in relatie tot gewoonten en gebruiken van de samenleving
- Wundt (1916): "Where deliberate experimentation ends is where history has experimented on the behalf of psychologists”
o Mensen bestuderen in relatie met gewoonte/gebruiken vd samenleving
- Rivers (1898): onderzoek naar waarnemingen bij bewoners van Papua Nieuw-Guinea (= onderzoek in andere culturele
contexten)
- 1940-1950: basispersoonlijkheid en nationale karakters
- Vanaf 1960-1970 bloeide crosscultureel psychologisch onderzoek met specifiek wetenschappelijke tijdschrijften
systematisch onderzoek dat op elkaar voortbouwt
2 benaderingen binnen de culturele psychologie
- Absolutisme/ universalisme
o = Mainstream psychologie emoties, cognitie, persoonlijkheid is min of meer algemeen menselijk, ongeacht
cultuur
o Zoeken naar DE menselijke psychologie in het algemeen
o Cultuurverschillen in menselijk gedrag = ruis niet in geïnteresseerd
Wel interesse in de basisprocessen, basispersoonlijkheid, …
o Machinekamer, hardware van de menselijke psychologie
o Voorbeelden van universele fenomenen:
Sensorische, motorische functies: ishihara test voor kleurenblind zijn
Functies ontwikkelen vanaf jonge leeftijd: objectpermanetie (rond 8 maand)
Zeer abstracte functies: taalontwikkeling in alle culturen leren mensen taal2
1
En dus geen biologische/fysieke eigenschappen die we van de geboorte hebben dankzij genen
2
MAAR als je kijkt naar hoe die taal in elkaar zit, hoe die gebruikt wordt, dan merk je wel veel culturele variatie op!
2
, o Universalisme = kwestie van abstraheren (= heel abstract kijken naar iets)
Kritiek = wat met veel betekenisvolle culturele variatie in menselijk psychologisch functioneren? = dit
gaat verloren!
- Relativisme
o = Cultural psychology er is niets absoluut geldig, alles binnen de context bekijken, alles is relatief
o Er bestaat geen contextvrije psychologie: menselijke psychologie kan slechts begrepen worden binnen de context
vd cultuur waarin het verschijnt
Bijna geen voorbeelden van menselijk functioneren dat niet cultureel gekleurd is
o Voorbeelden:
numerisch redeneren door te tellen op je vingers
boer laten = betekenis kan gaan van onbeleefd – compliment geven
o Kritiek:
Te verschillend om te kunnen interageren culturele groepen kunnen perfect interageren = bepaalde
zaken gwn “menselijk”
Algemene morele standaarden en wetgevingen over culturen heen (bv. mensenrechten)
Over culturen heen ook veel gemeen als mensen!
Besluit: hoe veralgemeenbaar/ cultuurspecifiek een menselijk gedrag (=specifieke psychologische functies/ gedragingen) is = een
empirische vraag (& geen alles of niets vraag)
3. waarom is de culturele psychologie belangrijk
Probleem: “the WEIRDest people in the world” ( western – educated – industrialized – rich – democratic societies) is de
empirische basis van onze algemeen psychologische kennis
Onderzoeken/papers/ … van gedragswetenschappers zijn gebaseerd op een zeer selectieve steekproef vd wereldbevolking =
slechts fractie van de wereld bevolking die aan die voorwaarde voldoet = niet representatief voor de mens in zijn
algemeenheid
MAAR uit studies worden vaak wel heel algemene geldigheidsclaims/theorieën afgeleid
2 problemen/vragen:
- In hoever zijn bevindingen veralgemeenbaar aar andere culturele groepen/contexten
o = empirische vraag weten we vaak niet
- In hoeverre wijkt de doorsnee participant in psychologisch onderzoek af van meeste mensen in de wereld
o Meeste participanten in onze studies = westers, wit, vrouwelijk, studenten psychologie “de psychologie vd BA
student”
o Voorbeelden:
Geïndustrialiseerd vs niet-geïndustrialiseerd
In welk opzicht zijn mensen in geïndustrialiseerde landen (= meeste onderzoek) psychologisch
afwijkend?
Voorbeeld: visuele illusies muller-lyer illusie = niet in niet-geïndustrialiseerde landen =
culturele variatie
Westerse vs niet westerse landen
Voorbeeld: analytisch denken in westerse landen = de norm (bv. Oost-Aziatisch = meer holistisch
denken) = contextuele variatie in oordeelsvorming
Amerikanen vs andere westerse mensen
Amerikanen zijn vaak over gerepresenteerd!
Voorbeeld: defensieve reactie bij gedachte aan (eigen) dood significant groter bij Amerikanen (bv.
meer geloof in bovennatuurlijke krachten, patriottische gevoelens, gekant tegen verandering,
vijandig tov out-groups)
Hoog opgeleiden vs andere Amerikanen
Meeste participanten = hoog opgeleid + veel instrumenten in onderzoek ontwikkeld voor
hoogopgeleiden
Voorbeeld: erfelijkheid van intelligentie gedrag genetische studies schatten
erfelijkheidscoëfficiënt van IQ > 50% + gedeelde/unieke omgevingsfactoren verklaren een klein
deeltje vd variantie
3
, o MAAR studies beperkt tot tweelingen met hoogopgeleide ouders (geen data van
laagopgeleide)
overschatting erfelijkheid!
Waarom cultuurpsychologie nodig?
- Het probleem: afwijkende steekproef van participanten in psychologisch onderzoek + smalle databasis van psychologische
kennis
- Het belang:
o Groot wetenschappelijk belang! = nood aan replicatie & onderzoek in verschillende culturele contexten
Besef eigen culturele bril cultuur beïnvloed anderen & eigen cultuur is onzichtbaar
Dingen die wij doen zijn ook cultureel gekleurd & niet vanzelfsprekend
o Etnocentrisme tegen gaan “wij zijn normaal en zij zijn afwijkend”
Definitie: houding waarbij de eigen omgeving, het eigen volk of de eigen cultuur bewust of juist
onbewust als maatstaf gebruikt wordt om de rest vd wereld te beoordelen
“The danger of a single story”
Iedereen heeft een culturele bril aan leren over andere culturen = meer te weten komen over je eigen
cultuur (& je eigen bril)
Let op! “Amerikanen zijn zus, Japanners zo” = gemiddeldes en veralgemeningen:
- Veel individuele variatie binnen culturen
- Veel subgroepen en subculturen die ook belangrijk zijn (SES, gender, )
- Studies met specifieke steekproeven
- Cultuur is dynamisch, niet homogeen! + we dragen zelf bij aan de cultuur waar we deel van uitmaken
- Opletten voor generalisatie en essentialisme!!
4