DEEL 4: DENKEN OVER ONDERWIJS IN CONTEXTEN
Hoofdstuk 10: De maatschappelijke rol en betekenis van onderwijs: benaderingen
en toetsstenen
Kernwoorden: bewustmaken, cultiveren, economisch, pedagogische gelijkheid, pedagogische
vrijheid, produceren, (school) pedagogisch, sociologisch, socialiseren, vormen
1. Inleiding
Onderwijs en samenleving beïnvloeden elkaar.
o Samenleving heeft vb verwachtingen over de doelen van onderwijs, over hoe leren concreet
gestalte moet krijgen.
o Onderwijs kan ook tot doel stellen huidige samenleving te veranderen of mee te bouwen aan
betere, rechtvaardige samenleving of huidige smaneleving in stand te houden en beschermen
Verschillende theoretische benaderingen die relatie tss onderwijs en samenleving bestuderen, elk op
andere manier: (zie tabel 1)
o Externe benaderingen = normatieve inzet (wat onderwijs hoort te zijn) wordt bepaald van iets
dat buiten het onderwijs ligt; vanuit de samenleving (vb noden van de arbeidsmarkt)
a. Functioneel-sociologische
b. Sociaal-economische
c. Cultureel-sociologische
d. Conflict-sociologische
SOCIOLOGISCH = het begrijpen van menselijk gedrag, sociale interacties, patronen, en
maatschappelijke vraagstukken door te kijken naar de invloed van de omgeving, cultuur, instituties
(zoals gezin, school, overheid) en grotere sociale structuren, in plaats van alleen naar individuele
keuzes)
o Interne, schoolpedagogische benadering = interne, eigen finaliteit en inzet van de school, staat
los van externe verwachtingen over de school
• Minder prominent aan bod in maatschappelijke discussies over onderwijs
• De pedagogische normativiteit als belangrijke rol mag opeisen
- Kennis en inzicht hierin laten toe zelf invloeden en verwachtingen te herkennen, bestuderen en
beoordelen. = dergerlijke standpunten innemen impliceert een normativiteit = een uitspraak over wat
hoort of wat wenselijk is (belang in debat/gesprek)
2. De functioneel-sociologische benadering
= maatschappelijke rol van onderwijs wordt bekeken vanuit de functies die onderwijs heeft voor het
maatschappelijke leven (analogie van het lichaam)
Émile Durkheim grondlegger:
Opvatting over samenleving: samenleving als geheel van deelsystemen die functies hebben
Opvatting over onderwijs: als georganiseerde en geprofesionnaliseerde socialisatie (= ‘leren’ evolueert
naargelang de veranderingen in samenleving)
- Parsons 1959: positietoewijzing in een hiërarchische samenleving obv eigen verdiensten; in
klas processen:
o Emancipatie = lln moeten loskomen van de gehechtheid aan het gezin
o Verinnerlijk = heersende maatschappelijke waarden en normen in zich opnemen
o Differentiatie = onderscheidingen in groep lln obv prestatie en waardering
,- Selectie- en allocatie-functie van onderwijs = jonge mensen worden geselecteerd en er wordt hun
een plaats in de maatschappij toegewezen
Opvatting over de relatie onderwijs-samenleving: functioneel/reproducerend (maatschappelijke orde
‘reproduceert’)
o Vb. Onderscheid tss klassieke onderwijsvormen bso, tso, aso, kso
o Vb. Onderscheid in finaliteiten drukt in zekere zin maatschappelijk functies uit
o Educatie: ontwikkeling ‘vermogens’ en ‘eigenschappen’ die nodig zijn om samenleving en
specifieke beroepsgroepen in stand te houden
Curriculum/inhouden:
o Waarden en normen (algemene waarden en normen die iedereen in staat stellen om in
gevestigde maatschappij te leven)
o Disciplinaire kennis en kunde (overdracht van specifieke inhouden/overdracht van
cultuuraspecten door beroepskrachten)
Figuur van de leerkracht: methodische professional (specifieke kennisbasis beschikt)
3. De cultureel-sociologische benadering
= een samenleving enkel kan bestaan wnr ze gedragen wordt door de (dominante) cultuur die haar en
haar leden een identiteit geeft.
Opvatting over samenleving: samenleving als geheel van betekenisverbanden (analogie van de taal)
o Samenleving = cultuurgemeenschap; gemeenschap met bepaalde geschiedenis, taal, waarden,
overtuigingen, gewoonten, manieren van leven…) => cultuur identiteit van samenleving vormen
(nationale identiteit)
o Cultuur = een (nationale) erfenis die de ‘bezittingen’ en verworvenheden van het verleden omvat,
het is de erfenis die wordt doorgegeven aan de volgende generatie door (onder meer) ondrewijs.
Opvatting over onderwijs: als cultiveren
CULTIVEREN = beschaven/vormen van nieuwe generatie in de cultuur van de samenleving/
eigenmaken van cultuur
, Vb migratiedebat; integratie van nieuwkomers weinig verschilt met kinderen van diegenen die al burger zijn
=> volwaardige plek in samenleving door cultuur eigen maken (officiële taal = schooltaal)
Opvatting over de relatie onderwijs-samenleving: initiëren/integrerend (school als een instelling die
jonge mensen ‘integreert’ of ‘initieert’ in de cultuur van de samenleving)
o Extern doel dat wordt vastgelegd: jonge mensen binnenleiden in een al bestaande, historisch
onstane en gewortelde cultuurgemeenschap die zich steeds verder vormt en ontwikkeld.
Curriculum/inhouden:
o Cultureel canon (culturele geletterdheid -> kennnisrijk curriculum; Vlaanderen ‘Canon’ =
curriculum van het onderwijs; bijdrage aan collectief geheugen; Canon van Vlaanderen =
zestigtal ‘vensters’, soort referentiekader in het onderwijs; ‘vlaamse identiteit’)
o Zeden, gewoonten, basiskennis (Eric Donald Hirsch 1987; Cultural Literacy = Alle toekomstige
Amerikanen eenzelfde kennisbasis delen; 1996; The Schools We Need and Why We Don’t Have
Them = onderwijsopvattingen die belang van kennis minimaliseren => oorzaak van toenemende
ongelijkheid)
Figuur van de leerkracht: voorbeeld (van gecultiveerde mensen en vertegenwoordigers van de
cultuurgemeenschap)
4. De conflict-sociologische benadering
Opvatting over samenleving: samenleving als machtsstrijd tss verschillende groepen/belangen (analogie
van het strijdtoneel)
Opvatting over onderwijs: als bewustmaken
BEWUSTMAKEN = gevoelig maken, warm maken, ontvankelijk maken, belangstelling
wekken of aandacht vragen
o Onderwijs als mogelijke ‘productieve’ functie; bewustworden van het feit dat vaak een
particuliere belangengroep de macht en status van die groep reproduceert
o School als politiek instrument om nieuwe, rechtvaardigere samenleving te produceren
o Onderwijs als reproducerende functie; “onafhankelijkheid en objectviteit?”, maar reproduceert
sociale ongelijkheid
o vb. Cultureel kapitaal (vb taal, voorkeur, appreciaties) in het gezin strookt niet met
cultureel kapitaal van de school => sociale ongelijkheid wordt omgezet in
onderwijs(interne)ongelijkheid (lagere score) en dit resulteert weer in sociale ongelijkheid
o ‘Neutraliteit’? van het examen; het zal lln met bepaald sociaal en cultureel kapitaal
bevoordelen; + effect ‘geanticipeerde zelfuitsluiting: groep lln die zichzelf zal uitsluiten +
‘uitzonderingen’ (zie je wel dat je met inspanning of juiste gave kan slagen; onderwijs
objectief is)
Opvatting over de relatie onderwijs-samenleving: conflict/emanciperend
Conflictbenadering => school als wapen in de klassenstrijd (in kapitalistische samenleving); en dus een
middel van dominante klasse om haar macht en privileges te behouden
o School in grondig hervormd onderwijs als sociaal-politiek middel om ongelijkheid te doorbreken
Curriculum/inhouden:
o Via democratisch overleg
Figuur van de leerkracht: kritisch intellectueel (transformatieve intelectuelen)
o Intellectueel-politieke opdracht gericht op ‘bewustwording’ (stilzwijgende vooroordelen
expliciteren en jongeren politiek bewust maken)
Hoofdstuk 10: De maatschappelijke rol en betekenis van onderwijs: benaderingen
en toetsstenen
Kernwoorden: bewustmaken, cultiveren, economisch, pedagogische gelijkheid, pedagogische
vrijheid, produceren, (school) pedagogisch, sociologisch, socialiseren, vormen
1. Inleiding
Onderwijs en samenleving beïnvloeden elkaar.
o Samenleving heeft vb verwachtingen over de doelen van onderwijs, over hoe leren concreet
gestalte moet krijgen.
o Onderwijs kan ook tot doel stellen huidige samenleving te veranderen of mee te bouwen aan
betere, rechtvaardige samenleving of huidige smaneleving in stand te houden en beschermen
Verschillende theoretische benaderingen die relatie tss onderwijs en samenleving bestuderen, elk op
andere manier: (zie tabel 1)
o Externe benaderingen = normatieve inzet (wat onderwijs hoort te zijn) wordt bepaald van iets
dat buiten het onderwijs ligt; vanuit de samenleving (vb noden van de arbeidsmarkt)
a. Functioneel-sociologische
b. Sociaal-economische
c. Cultureel-sociologische
d. Conflict-sociologische
SOCIOLOGISCH = het begrijpen van menselijk gedrag, sociale interacties, patronen, en
maatschappelijke vraagstukken door te kijken naar de invloed van de omgeving, cultuur, instituties
(zoals gezin, school, overheid) en grotere sociale structuren, in plaats van alleen naar individuele
keuzes)
o Interne, schoolpedagogische benadering = interne, eigen finaliteit en inzet van de school, staat
los van externe verwachtingen over de school
• Minder prominent aan bod in maatschappelijke discussies over onderwijs
• De pedagogische normativiteit als belangrijke rol mag opeisen
- Kennis en inzicht hierin laten toe zelf invloeden en verwachtingen te herkennen, bestuderen en
beoordelen. = dergerlijke standpunten innemen impliceert een normativiteit = een uitspraak over wat
hoort of wat wenselijk is (belang in debat/gesprek)
2. De functioneel-sociologische benadering
= maatschappelijke rol van onderwijs wordt bekeken vanuit de functies die onderwijs heeft voor het
maatschappelijke leven (analogie van het lichaam)
Émile Durkheim grondlegger:
Opvatting over samenleving: samenleving als geheel van deelsystemen die functies hebben
Opvatting over onderwijs: als georganiseerde en geprofesionnaliseerde socialisatie (= ‘leren’ evolueert
naargelang de veranderingen in samenleving)
- Parsons 1959: positietoewijzing in een hiërarchische samenleving obv eigen verdiensten; in
klas processen:
o Emancipatie = lln moeten loskomen van de gehechtheid aan het gezin
o Verinnerlijk = heersende maatschappelijke waarden en normen in zich opnemen
o Differentiatie = onderscheidingen in groep lln obv prestatie en waardering
,- Selectie- en allocatie-functie van onderwijs = jonge mensen worden geselecteerd en er wordt hun
een plaats in de maatschappij toegewezen
Opvatting over de relatie onderwijs-samenleving: functioneel/reproducerend (maatschappelijke orde
‘reproduceert’)
o Vb. Onderscheid tss klassieke onderwijsvormen bso, tso, aso, kso
o Vb. Onderscheid in finaliteiten drukt in zekere zin maatschappelijk functies uit
o Educatie: ontwikkeling ‘vermogens’ en ‘eigenschappen’ die nodig zijn om samenleving en
specifieke beroepsgroepen in stand te houden
Curriculum/inhouden:
o Waarden en normen (algemene waarden en normen die iedereen in staat stellen om in
gevestigde maatschappij te leven)
o Disciplinaire kennis en kunde (overdracht van specifieke inhouden/overdracht van
cultuuraspecten door beroepskrachten)
Figuur van de leerkracht: methodische professional (specifieke kennisbasis beschikt)
3. De cultureel-sociologische benadering
= een samenleving enkel kan bestaan wnr ze gedragen wordt door de (dominante) cultuur die haar en
haar leden een identiteit geeft.
Opvatting over samenleving: samenleving als geheel van betekenisverbanden (analogie van de taal)
o Samenleving = cultuurgemeenschap; gemeenschap met bepaalde geschiedenis, taal, waarden,
overtuigingen, gewoonten, manieren van leven…) => cultuur identiteit van samenleving vormen
(nationale identiteit)
o Cultuur = een (nationale) erfenis die de ‘bezittingen’ en verworvenheden van het verleden omvat,
het is de erfenis die wordt doorgegeven aan de volgende generatie door (onder meer) ondrewijs.
Opvatting over onderwijs: als cultiveren
CULTIVEREN = beschaven/vormen van nieuwe generatie in de cultuur van de samenleving/
eigenmaken van cultuur
, Vb migratiedebat; integratie van nieuwkomers weinig verschilt met kinderen van diegenen die al burger zijn
=> volwaardige plek in samenleving door cultuur eigen maken (officiële taal = schooltaal)
Opvatting over de relatie onderwijs-samenleving: initiëren/integrerend (school als een instelling die
jonge mensen ‘integreert’ of ‘initieert’ in de cultuur van de samenleving)
o Extern doel dat wordt vastgelegd: jonge mensen binnenleiden in een al bestaande, historisch
onstane en gewortelde cultuurgemeenschap die zich steeds verder vormt en ontwikkeld.
Curriculum/inhouden:
o Cultureel canon (culturele geletterdheid -> kennnisrijk curriculum; Vlaanderen ‘Canon’ =
curriculum van het onderwijs; bijdrage aan collectief geheugen; Canon van Vlaanderen =
zestigtal ‘vensters’, soort referentiekader in het onderwijs; ‘vlaamse identiteit’)
o Zeden, gewoonten, basiskennis (Eric Donald Hirsch 1987; Cultural Literacy = Alle toekomstige
Amerikanen eenzelfde kennisbasis delen; 1996; The Schools We Need and Why We Don’t Have
Them = onderwijsopvattingen die belang van kennis minimaliseren => oorzaak van toenemende
ongelijkheid)
Figuur van de leerkracht: voorbeeld (van gecultiveerde mensen en vertegenwoordigers van de
cultuurgemeenschap)
4. De conflict-sociologische benadering
Opvatting over samenleving: samenleving als machtsstrijd tss verschillende groepen/belangen (analogie
van het strijdtoneel)
Opvatting over onderwijs: als bewustmaken
BEWUSTMAKEN = gevoelig maken, warm maken, ontvankelijk maken, belangstelling
wekken of aandacht vragen
o Onderwijs als mogelijke ‘productieve’ functie; bewustworden van het feit dat vaak een
particuliere belangengroep de macht en status van die groep reproduceert
o School als politiek instrument om nieuwe, rechtvaardigere samenleving te produceren
o Onderwijs als reproducerende functie; “onafhankelijkheid en objectviteit?”, maar reproduceert
sociale ongelijkheid
o vb. Cultureel kapitaal (vb taal, voorkeur, appreciaties) in het gezin strookt niet met
cultureel kapitaal van de school => sociale ongelijkheid wordt omgezet in
onderwijs(interne)ongelijkheid (lagere score) en dit resulteert weer in sociale ongelijkheid
o ‘Neutraliteit’? van het examen; het zal lln met bepaald sociaal en cultureel kapitaal
bevoordelen; + effect ‘geanticipeerde zelfuitsluiting: groep lln die zichzelf zal uitsluiten +
‘uitzonderingen’ (zie je wel dat je met inspanning of juiste gave kan slagen; onderwijs
objectief is)
Opvatting over de relatie onderwijs-samenleving: conflict/emanciperend
Conflictbenadering => school als wapen in de klassenstrijd (in kapitalistische samenleving); en dus een
middel van dominante klasse om haar macht en privileges te behouden
o School in grondig hervormd onderwijs als sociaal-politiek middel om ongelijkheid te doorbreken
Curriculum/inhouden:
o Via democratisch overleg
Figuur van de leerkracht: kritisch intellectueel (transformatieve intelectuelen)
o Intellectueel-politieke opdracht gericht op ‘bewustwording’ (stilzwijgende vooroordelen
expliciteren en jongeren politiek bewust maken)