SV: inleiding tot de
orthopedagogiek
HF 1 (deel1): Het ‘object’ van de
orthopedagogiek
1. Benamingen vakgebied
1.1.1 de term ‘Heilpedagogiek’
Eerste aanzetten…
o Georgens & Deinhart (1861 en 1863) legden met “Die heilpadagogik mit
besonderer berucksichtigung der idiotie und der idiotenanstalten” de basis
van de wetenschappelijke orthopedagogiek
o NAMEN NIET KENNEN + DUITSTE TEKST OOK NIET
Heilpedagogiek was volgens hen
o Enerzijds ‘echte pedagogiek’
o Anderzijds een tussengebied tussen geneeskunde en pedagogiek
o Object = helen (genezen maar ook morele betekenis) van beperkingen,
gedragsproblemen, leerproblemen, …
Internationaal termen die verwijzen naar genezen: remedial teaching, ...
Zo ook ‘Heilpedagogiek’ (Georgens & Deinhardt (1861): term komt uit
Duitsland: 'de bakermat van de orthopedagogiek’, maar ook in Nederland
werd term ‘heilpedagogiek’ gebruikt
o verwijst naar genezen: beperkingen genezen met opvoedkundige
maatregelen.
o In pastorale kringen verwees het naar de heilsboodschap voor de
minstbedeelden
o pedagogiek voor abnormale (beperkte) kinderen (cfr. genezing) naast
therapeutische pedagogiek voor misdadige kdn (cfr. behandeling)
(Gunning, 1909)
o Is zeker het gevolg van de rol die medici hebben gespeeld in de opvoeding
van kdn met een beperking
Kritieken!
o Heilpedagogiek lijkt zo slechts een toegepaste wetenschap, gebaseerd op
psychopathologie, en geen autonome wetenschap
o Vele beperkingen zijn niet te genezen
o Orthopedagogiek is een opvoedkundige wetenschap, geen paramedische
o Opvoeden beoogt niet te genezen of gezond maken maar is gericht op
groeien en ontwikkelen als mens
Maar ondanks deze kritieken wordt term Heilpedagogiek in Duitsland nog
steeds gebruikt
o Heil-erziehung blijft voor de te helen/genezen kdn (bv.
gedragsmoeilijkheden)
o Sonder-erziehung voor kdn met een blijvende beperking
1
, o Förder-erziehung voor bijgestuurde gewone ontwikkeling
(aanpassingsproblemen, crisissen, ….)
1.1.2 ‘Speciale pedagogiek’ en ‘Orthopedagogiek’ in Nederland
Naast de term ‘Heilpedagogiek’ werd in Nederland gebruik gemaakt van de
termen ‘Orthopedagogiek’ (1949) en ‘Speciale pedagogiek’ (Waterink, 1955) :
pedagogiek voor kdn die anders zijn, opvallende kdn of kdn met een
beperking
o Voordeel dat er geen verwijzing is naar 'genezen’
o Kritieken!
Zijn kdn met een beperking anders (bv. kdn met een leerstoornis)?
Zijn ‘kdn met beperking’ het object van Orthopedagogiek?
Veel nadruk op het speciale i.p.v. op analogie met gewone (opvoeding
van kind met beperking is misschien niet zo anders)
Andere kdn (zonder beperking) behoeven misschien ook speciale
opvoeding (woonwagenkdn, depressieve kdn, …)
Het voorvoegsel ‘Ortho’:
o verwijst niét naar rechtzetten wat krom is (zoals in de geneeskunde
meestal het geval is) want kan niet (cfr niet alles is
herstelbaar/geneesbaar)
o verwijst wèl naar ‘aangepast aan’ (maw. een aangepaste vorm van
opvoeding, iets van bijzondere aandacht)
Sinds 1949 in alle talen geïntroduceerd, maar is internationaal niet
ingeburgerd geraakt
1.1.3 Benamingen vakgebied
Is de term ‘orthopedagogiek’ of ‘orthopedagogy’ een internationaal gebruikte
en aanvaarde term?
Verschillende namen zijn in omloop:
o Heilpedagogiek
o Speciale pedagogiek
o Special education/remedial teaching
o Education spéciale
o Ortho-agogiek
o Orthopedagogiek
Meerdere benamingen hebben nadelen en/of doelen op iets anders
In Vlaanderen werd gekozen voor Orthopedagogiek
1.1.4 Ortho-agogiek?
De term ‘Orthopedagogiek' voor context kdn en de term ‘Ortho-agogiek' voor
context volwassenen?
o Enerzijds … te verrechtvaardigen daar agogiek = begeleiding/vorming van
kdn en volwassenen
o Anderzijds … begeleiding van kdn is kwalitatief verschillend van die van
volw.
opvoeden noodzakelijk voor kdn, niet gewenst voor volwassenen
andere disciplines maken ook het onderscheid
echter:
o In Nederland zelfs ‘Orthopedagogiek' ook als het begeleiding van
volwassenen betreft
2
, o Ook in Vlaanderen werken orthopedagogen in begeleiding van bvb
‘volwassen personen met een handicap'
2. Het object van de orthopedagogiek
Oorsprong ligt niet één vakgebied, maar in een drievoudige oorsprong:
o 1. Vakgebied Onderwijs, aan kdn met een beperking
o 2. Vakgebied Residentiële zorg, voor verwaarloosde kdn en jeugdige
delinquenten
o 3. Vakgebied Ambulante hulpverlening, aan ouders en kdn om een
uithuisplaatsing te voorkomen
2.1.1 Vakgebied Onderwijs, aan kdn met een beperking
Onderwijs aan kdn met een beperking vooral uit sociale bewogenheid (…) en
niet op basis van pedagogische deskundigheid.
Geneesheren interesseerden zich voor beperkingen vanuit wetenschappelijke
hoek
2.1.2 Vakgebied Residentiele zorg, voor verwaarloosde kdn en jeugdige
delinquenten
Opnieuw georganiseerd door sociaal bewogen mensen (J.B. De la Salle, ...)
Ook psychiaters interesseerden zich wetenschappelijk voor deze kinderen met
afwijkend gedrag en psychiatrische problemen
De oorzaak van het gedrag wordt vooral in het kind gesitueerd (zie: “Die
pädagogische Pathologie oder die lehre von den Fehlern der Kinder”
(Strümpel 1890)). Dit werk bevat ook een pedagogische therapie
(heilerziehung) om delinquente kdn te genezen
2.1.3 Ambulante hulpverlening, aan ouders en kdn om een uithuisplaatsing te
voorkomen
USA - child guidance clinics (omstreeks 1909)
1928 in Nederland reeds een Medisch Opvoedkundig Bureau (MOB)
Hier waren voornamelijk psychiaters en kinderpsychologen werkzaam
2.1.4 Waar is die oorsprong nu terecht gekomen?
Onderwijs, aan kdn met een beperking
o => Buitengewoon Onderwijs
Residentiële zorg, voor verwaarloosde kdn en jeugdige delinquenten
o => Residentiële hulpverlening
Ambulante hulpverlening, aan ouders en kdn om een uithuisplaatsing te
voorkomen
o => Ambulante en mobiele orthopedagogische hulpverlening
dus:
o niet alleen opvoeding buiten het gewone milieu van de kdn
o niet alleen over opvoeding van kdn met een beperking
3. De ontwikkeling van de orthopedagogische theorie
Orthopedagogiek als wetenschap evolueerde historisch in drie fasen
3
, 1. opvoeding van het afwijkende kind
o => accent ligt op het kind met tekorten, afwijkende kind,
ontwikkelingsbelemmeringen, …
2. hulp aan het kind in opvoedingsnood
o => accent ligt op moeilijkheden bij het opvoeden van het kind met een
tekort, en de oorzaak ligt nog grotendeels bij het kind met zijn tekort
3. hulp in de problematische opvoedingssituatie
o => opvoeden is dialogisch, dus opvoedingsproblemen hebben niet alleen
te maken met het kind
3.1 Opvoeding van het afwijkende kind
Pedagogiek speelde oorspr. passieve rol, terwijl andere disciplines een
belangrijke rol speelden
o activiteiten van artsen (neurologen en psychiaters), en nieuwe inzichten
psychologie
o pedagogiek nog zeer nauw verbonden met de theologie en filosofie, en
eerder charitatieve bemoeienissen
Orthopedagogiek niet dadelijk ‘pedagogiek’ en tot 1960 gedomineerd door
medisch model
o Artsen vertoonden een wetenschappelijke interesse in afwijkingen,
waardoor algauw een medische oriëntatie op (dus geen pedagogische)
o ‘Pedagogiek’: te geesteswetenschappelijk/filosofisch
bood weinig houvast
Idealistisch (afwijkingen kregen er geen plaats)
Harmoniedenken
Belangrijkste referenties: Hanselmann (1885-1960) en Paul Moor (1899-
1977)
3.1.1 Hanselmann
Grondlegger wetenschappelijke orthopedagogiek
o 1930: Einfuhrung in die Heilpadagogiek (zijn hoofdwerk)
o 1931: eerste hoogleraar Heilpadagogiek in Zurich
Hij benadrukt dat de orthopedagogiek gegevens betrekt uit uiteenlopende
gebieden: geneeskunde, psychologie, filosofie, ...
Accent op kind met tekorten:
o "Heilpedagogiek is de leer over de opvoeding, het onderwijs en de
maatschappelijke zorg mbt alle kinderen van wie de lichamelijk-
psychische ontwikkeling blijvend wordt belemmerd en dit door
zowel individuele als sociale factoren” (Hanselmann, 1930)
=> ‘ontwikkelingsbelemmering’ = centrale categorie
=> ontwikkeling is veeleer 'biologisch' en minder pedagogisch, dus
geen inbedding in pedagogiek
3.1.2 Paul Moor
Volgt Hanselmann op in 1951, maar heeft kritiek op Hanselmann: ontwikkeling
is meer dan ontplooiing volgens genetisch programma
Doel van opvoeding is : “bieden van innerlijk houvast”: een evenwicht tussen
"wat kan ik", "wat wil ik" en "wat drijft me" - ontstaat niet vanzelf maar moet
worden ontwikkeld
4
orthopedagogiek
HF 1 (deel1): Het ‘object’ van de
orthopedagogiek
1. Benamingen vakgebied
1.1.1 de term ‘Heilpedagogiek’
Eerste aanzetten…
o Georgens & Deinhart (1861 en 1863) legden met “Die heilpadagogik mit
besonderer berucksichtigung der idiotie und der idiotenanstalten” de basis
van de wetenschappelijke orthopedagogiek
o NAMEN NIET KENNEN + DUITSTE TEKST OOK NIET
Heilpedagogiek was volgens hen
o Enerzijds ‘echte pedagogiek’
o Anderzijds een tussengebied tussen geneeskunde en pedagogiek
o Object = helen (genezen maar ook morele betekenis) van beperkingen,
gedragsproblemen, leerproblemen, …
Internationaal termen die verwijzen naar genezen: remedial teaching, ...
Zo ook ‘Heilpedagogiek’ (Georgens & Deinhardt (1861): term komt uit
Duitsland: 'de bakermat van de orthopedagogiek’, maar ook in Nederland
werd term ‘heilpedagogiek’ gebruikt
o verwijst naar genezen: beperkingen genezen met opvoedkundige
maatregelen.
o In pastorale kringen verwees het naar de heilsboodschap voor de
minstbedeelden
o pedagogiek voor abnormale (beperkte) kinderen (cfr. genezing) naast
therapeutische pedagogiek voor misdadige kdn (cfr. behandeling)
(Gunning, 1909)
o Is zeker het gevolg van de rol die medici hebben gespeeld in de opvoeding
van kdn met een beperking
Kritieken!
o Heilpedagogiek lijkt zo slechts een toegepaste wetenschap, gebaseerd op
psychopathologie, en geen autonome wetenschap
o Vele beperkingen zijn niet te genezen
o Orthopedagogiek is een opvoedkundige wetenschap, geen paramedische
o Opvoeden beoogt niet te genezen of gezond maken maar is gericht op
groeien en ontwikkelen als mens
Maar ondanks deze kritieken wordt term Heilpedagogiek in Duitsland nog
steeds gebruikt
o Heil-erziehung blijft voor de te helen/genezen kdn (bv.
gedragsmoeilijkheden)
o Sonder-erziehung voor kdn met een blijvende beperking
1
, o Förder-erziehung voor bijgestuurde gewone ontwikkeling
(aanpassingsproblemen, crisissen, ….)
1.1.2 ‘Speciale pedagogiek’ en ‘Orthopedagogiek’ in Nederland
Naast de term ‘Heilpedagogiek’ werd in Nederland gebruik gemaakt van de
termen ‘Orthopedagogiek’ (1949) en ‘Speciale pedagogiek’ (Waterink, 1955) :
pedagogiek voor kdn die anders zijn, opvallende kdn of kdn met een
beperking
o Voordeel dat er geen verwijzing is naar 'genezen’
o Kritieken!
Zijn kdn met een beperking anders (bv. kdn met een leerstoornis)?
Zijn ‘kdn met beperking’ het object van Orthopedagogiek?
Veel nadruk op het speciale i.p.v. op analogie met gewone (opvoeding
van kind met beperking is misschien niet zo anders)
Andere kdn (zonder beperking) behoeven misschien ook speciale
opvoeding (woonwagenkdn, depressieve kdn, …)
Het voorvoegsel ‘Ortho’:
o verwijst niét naar rechtzetten wat krom is (zoals in de geneeskunde
meestal het geval is) want kan niet (cfr niet alles is
herstelbaar/geneesbaar)
o verwijst wèl naar ‘aangepast aan’ (maw. een aangepaste vorm van
opvoeding, iets van bijzondere aandacht)
Sinds 1949 in alle talen geïntroduceerd, maar is internationaal niet
ingeburgerd geraakt
1.1.3 Benamingen vakgebied
Is de term ‘orthopedagogiek’ of ‘orthopedagogy’ een internationaal gebruikte
en aanvaarde term?
Verschillende namen zijn in omloop:
o Heilpedagogiek
o Speciale pedagogiek
o Special education/remedial teaching
o Education spéciale
o Ortho-agogiek
o Orthopedagogiek
Meerdere benamingen hebben nadelen en/of doelen op iets anders
In Vlaanderen werd gekozen voor Orthopedagogiek
1.1.4 Ortho-agogiek?
De term ‘Orthopedagogiek' voor context kdn en de term ‘Ortho-agogiek' voor
context volwassenen?
o Enerzijds … te verrechtvaardigen daar agogiek = begeleiding/vorming van
kdn en volwassenen
o Anderzijds … begeleiding van kdn is kwalitatief verschillend van die van
volw.
opvoeden noodzakelijk voor kdn, niet gewenst voor volwassenen
andere disciplines maken ook het onderscheid
echter:
o In Nederland zelfs ‘Orthopedagogiek' ook als het begeleiding van
volwassenen betreft
2
, o Ook in Vlaanderen werken orthopedagogen in begeleiding van bvb
‘volwassen personen met een handicap'
2. Het object van de orthopedagogiek
Oorsprong ligt niet één vakgebied, maar in een drievoudige oorsprong:
o 1. Vakgebied Onderwijs, aan kdn met een beperking
o 2. Vakgebied Residentiële zorg, voor verwaarloosde kdn en jeugdige
delinquenten
o 3. Vakgebied Ambulante hulpverlening, aan ouders en kdn om een
uithuisplaatsing te voorkomen
2.1.1 Vakgebied Onderwijs, aan kdn met een beperking
Onderwijs aan kdn met een beperking vooral uit sociale bewogenheid (…) en
niet op basis van pedagogische deskundigheid.
Geneesheren interesseerden zich voor beperkingen vanuit wetenschappelijke
hoek
2.1.2 Vakgebied Residentiele zorg, voor verwaarloosde kdn en jeugdige
delinquenten
Opnieuw georganiseerd door sociaal bewogen mensen (J.B. De la Salle, ...)
Ook psychiaters interesseerden zich wetenschappelijk voor deze kinderen met
afwijkend gedrag en psychiatrische problemen
De oorzaak van het gedrag wordt vooral in het kind gesitueerd (zie: “Die
pädagogische Pathologie oder die lehre von den Fehlern der Kinder”
(Strümpel 1890)). Dit werk bevat ook een pedagogische therapie
(heilerziehung) om delinquente kdn te genezen
2.1.3 Ambulante hulpverlening, aan ouders en kdn om een uithuisplaatsing te
voorkomen
USA - child guidance clinics (omstreeks 1909)
1928 in Nederland reeds een Medisch Opvoedkundig Bureau (MOB)
Hier waren voornamelijk psychiaters en kinderpsychologen werkzaam
2.1.4 Waar is die oorsprong nu terecht gekomen?
Onderwijs, aan kdn met een beperking
o => Buitengewoon Onderwijs
Residentiële zorg, voor verwaarloosde kdn en jeugdige delinquenten
o => Residentiële hulpverlening
Ambulante hulpverlening, aan ouders en kdn om een uithuisplaatsing te
voorkomen
o => Ambulante en mobiele orthopedagogische hulpverlening
dus:
o niet alleen opvoeding buiten het gewone milieu van de kdn
o niet alleen over opvoeding van kdn met een beperking
3. De ontwikkeling van de orthopedagogische theorie
Orthopedagogiek als wetenschap evolueerde historisch in drie fasen
3
, 1. opvoeding van het afwijkende kind
o => accent ligt op het kind met tekorten, afwijkende kind,
ontwikkelingsbelemmeringen, …
2. hulp aan het kind in opvoedingsnood
o => accent ligt op moeilijkheden bij het opvoeden van het kind met een
tekort, en de oorzaak ligt nog grotendeels bij het kind met zijn tekort
3. hulp in de problematische opvoedingssituatie
o => opvoeden is dialogisch, dus opvoedingsproblemen hebben niet alleen
te maken met het kind
3.1 Opvoeding van het afwijkende kind
Pedagogiek speelde oorspr. passieve rol, terwijl andere disciplines een
belangrijke rol speelden
o activiteiten van artsen (neurologen en psychiaters), en nieuwe inzichten
psychologie
o pedagogiek nog zeer nauw verbonden met de theologie en filosofie, en
eerder charitatieve bemoeienissen
Orthopedagogiek niet dadelijk ‘pedagogiek’ en tot 1960 gedomineerd door
medisch model
o Artsen vertoonden een wetenschappelijke interesse in afwijkingen,
waardoor algauw een medische oriëntatie op (dus geen pedagogische)
o ‘Pedagogiek’: te geesteswetenschappelijk/filosofisch
bood weinig houvast
Idealistisch (afwijkingen kregen er geen plaats)
Harmoniedenken
Belangrijkste referenties: Hanselmann (1885-1960) en Paul Moor (1899-
1977)
3.1.1 Hanselmann
Grondlegger wetenschappelijke orthopedagogiek
o 1930: Einfuhrung in die Heilpadagogiek (zijn hoofdwerk)
o 1931: eerste hoogleraar Heilpadagogiek in Zurich
Hij benadrukt dat de orthopedagogiek gegevens betrekt uit uiteenlopende
gebieden: geneeskunde, psychologie, filosofie, ...
Accent op kind met tekorten:
o "Heilpedagogiek is de leer over de opvoeding, het onderwijs en de
maatschappelijke zorg mbt alle kinderen van wie de lichamelijk-
psychische ontwikkeling blijvend wordt belemmerd en dit door
zowel individuele als sociale factoren” (Hanselmann, 1930)
=> ‘ontwikkelingsbelemmering’ = centrale categorie
=> ontwikkeling is veeleer 'biologisch' en minder pedagogisch, dus
geen inbedding in pedagogiek
3.1.2 Paul Moor
Volgt Hanselmann op in 1951, maar heeft kritiek op Hanselmann: ontwikkeling
is meer dan ontplooiing volgens genetisch programma
Doel van opvoeding is : “bieden van innerlijk houvast”: een evenwicht tussen
"wat kan ik", "wat wil ik" en "wat drijft me" - ontstaat niet vanzelf maar moet
worden ontwikkeld
4