Uitgangspunt biologische psychologen: Mensen zijn een lichaam
VERBONDENHEID: LICHAAM EN PSYCHE
Er is een tweerichtingsverband
- Verandering in psyche manifesteren zich op lichaam
- Verandering in lichaam manifesteren zich op psyche
Vb: Spreekbeurt geven à zweterige handen
Zenuwachtig zijn à naar toilet willen gaan
• TMS (Transcraniële Magnetische Stimulatie) op de motorische cortex veroorzaakt beweging.
Neuronen gaan vuren en dit leidt tot contractie van de spieren
• TMS van de rDLPFC verhoogt de kans op utilitaire responsen in morele dilemma’s
• Bv: in Trolley dilemma 4 mensen redden (utilitair beslissing)
VERBONDENHEID: BINNEN HET ORGANISME
Specifiek voor het zenuwstelsel: Hubel & Wiesel (Experiment; 1959):
• Individueel neuron in de visuele cortex is selectief sensitief voor een bepaalde oriëntatie van
een lijnstuk (verticaal, horizontaal, schuin)
• In dit vb: Enkel bij een (min of meer) vertical lijnstuk gaat dit neuron vuren
• ! Dit neuron: “ziet” geen oriëntatie & kan dit patroon enkel vertonen als onderdeel van een
netwerk
• Maw: Visuele prikkel opsplitsen in basiscomponenten (lijnoriëntatie). 1 neuron kan op zichzelf nooit een
compleet beeld vormen. Daarvoor moet het onderdeel zijn van een netwerk van neuronen die samen patronen
(totaal visueel beeld) herkennen
Grote verwevenheid in ons lichaam: alle biologische subsystemen werken nauw samen met elkaar
• Hormonaal, spijsvertering, cardiovasculair, neuraal systeem…
Gedrag à Geheel van deze processen
• Taal weerspiegelt deze verwevenheid
• Bv: ‘moe zijn’ is niet enkel een gevoel, maar een weerspiegeling van verschillende systemen
die samen verminderde energie aangeven
VERBONDENHEID: TUSSEN ORGANISME EN OMGEVING
Organisme = open systeem
- Uitwisseling van materie (voedsel, zuurstof, water) en energie met omgeving
- Vb: zintuigen (zien, horen, ruiken), voeding, excretie, parasiet toxoplasmose …
Omgeving = veranderlijk (over plaats en tijd)
- Vb: natuurlijke slaapcyclus gekoppeld aan rotatiesnelheid van de aarde rond haar as;
slaapproblemen aan polaire regio’s (continu licht/donker)
Verstrekkende, verklarende kracht van Evolutietheorie (evolutionaire verklaring van gedrag)
“gedragsneurowetenschappen” versus “biologische psychologie”
1
,WAAROM BIOLOGISCHE PSYCHOLOGIE?
• Fundamentele kaders en perspectief, ook cruciaal voor andere domeinen
(ontwikkelingspsychologie, cognitieve psychologie, klinische psychologie, maar ook AI, ethiek,
recht, ...)
• Nog belangrijker voor bepaalde specialismes, vb. klinische neuropsychologie
• Belang in diagnostiek en interventies
• Multidisciplinair werk (zie o.a. psychofarmacotherapie)
• Kritische zin!
H1: EVOLUTIE EN GEDRAGSGENETICA
OVERZICHT
Alle belangrijke tittels van deze ppt (vanbuiten leren om structuur verhaal te leren)
4 slides met alle tittels vanbuiten leren
EVOLUTIE
J
J
F
F
F
2
, DEFINIËRING PERSPECTIEF
GRONDVOORWAARDEN NATUURLIJKE SELECTIE
Geldt voor mensen, dieren, bacteriën…
1. Overerving: Er zijn overerfbare eigenschappen
2. Variatie: Er bestaat variabiliteit in deze eigenschappen (o.a. via mutatie)
- Bv: oogkleur, huidskleur, lengte. Een mutatie is een verandering (fout) ih DNA
3. Selectie: Sommige van deze eigenschappen hangen in een bepaalde context samen met groter
reproductief succes (= aantal geslachtsrijpe nakomelingen)
- Een individu met vnl gunstige eigenschappen, heeft een grotere kans om veel nakomelingen
te produceren
à Genen die samenhangen met deze (gunstige) eigenschappen zullen in frequentie toenemen
in de volgende generatie
à Ontstaan van genetische verschillen tussen vorige en volgende generaties: evolutie
(bv: lang geleden waren we allemaal lactose-intolerant. Genetische mutatie over
verschillende generaties maakt ons vandaag lactose-tolerant)
à Natuurlijke selectie is een proces dat leidt tot evolutie
Kan leiden tot splitsing van soorten
Concreet voorbeeld:
• Kevertjes: groene of oranje schild (overerfbaar)
1ste afbeelding: groene kevers meer frequent (worden minder opgegeten
door predatoren en kunnen zich beter camoufleren in gras)
2de afbeelding: Een beest begint selectief te jagen op groene beestjes want
ze vinden die lekkerder. Groot voordeel aan het hebben van een oranje
schild. Alle vrouwtjes en mannen zijn meer oranje.
3de afbeelding: groene worden allemaal afgehangen tot op het punt waar
die groene variant verdwijnt en er enkel oranje kevertjes zijn. Dit is evolutie
Het kan zijn dat oranje kevers na generaties niet meer kunnen voortplanten
met groene kevers zo sterk ze veranderen. (wordt ander soort)
SELECTIE
“Survival of the fittest”
• Niet per se de sterkste/ slimste/ ...
• Wel: Fit van een individu met veranderlijke omgeving cruciaal
o Maw: degene die het beste past in de omgeving
o Vb: oranje schild hebben is niet sterker of slimmer, maar wel het best aangepast ad omgeving
o Vb: peper-en-zout vlinder: Er zijn meer witte vlinders dan zwarte (vallen meer op). Met de
industriële revolutie worden de bomen zwart waardoor witte vlinders meer opvallen. (vroeger:
99% witte à veranderende omstandigheden 99% zwarte vlinders). Lucht wordt daarna weer
properder en bomen iets witter (dus nu: 99% witte vlinders)
• Vermogen om te overleven in een bepaalde omgeving à impact op reproductief
succes/fitness – het aantal geslachtsrijpe nakomelingen dat je voortbrengt
Vormen van selectie: dragen bij tot fitness/reproductief succes van een individu
3