Samenvatting Anesthesie
H1: introductie tot de anesthesiologie
1.1 algemene anesthesie
1.1.1 Definitie
Algemene anesthesie= geen waarneming van pijn in het lichaam door
gecontroleerde en omkeerbare onderdrukking CZS(= centraal zenuwstelsel) door
toediening van één of meerdere gm (=geneesmiddelen).
(doel) chirurgie en pijnlijke procedures
hypnosis: het
dier kan nog
gewekt worden
narcosis: het
dier kan niet
meer gewekt
worden
Sedatie=
toestand van
weinig tot niet bewust zijn van omgeving door lichte onderdrukking van CZS
(=door een pijnprikkel)
medische beeldvorming, grooming, wondverzorging en andere kleine
procedures (licht – matig – diep)
Algemene anesthesie= Sedatie= min. Tot niet bewust van
pathologische slaap omgeving + slaperig
niet wakker, zelfs niet met zeer wel wakker met pijnlijke prikkel
pijnlijke prikkel
Gecontroleerde en omkeerbare onderdrukking
componenten
uitleiding
word
minder
gebruikt,
vaker
recovery
Recovery=
Het dier herstelt van de anesthesie en van de chirurgie
Voorwaarden voor CHIRURGIE (4 doelstellingen voor
algemene anesthesie)
A. Mentale block
, a. Bewusteloosheid
b. Verlies van bewustzijn
c. Amnesie = geheugenverlies
B. Motorische block
a. Immobiliteit
b. Spierontspanning
C. Sensibele block
a. pijnstilling
b. Analgesie (=zonder gevoel)
D. Autonome block
a. Autonome stabiliteit (PS= parasympatisch + S = sympathisch
moet in evenwicht zijn)
b. Reflexen (:de reflexen verdwijnen (kan gevaarlijk zijn), dieren
moeten sober zijn zodat het eten dan niet terug naar boven komt)
=gecontroleerde, omkeerbare toestand van
bewusteloosheid, spierontspanning en een algeheel
gevoelsverlies (definitie 2)
triade van anesthesie
Ideale algemene anestheticum
door 1 of meerdere geneesmiddelen
1 soort medicatie
toedienen
Nadeel: je moet grote
dosis medicatie
toedienen, veel dieren
sterven hieraan
Voordeel: kan aan een
lage dosis gegeven
worden
Uitgebalanceerde
anesthesie
Toestand van bewusteloosheid, spierverslapping, immobiliteit en pijnstilling
bekomen door vluchtige of geïnjecteerde anesthetica, of een combinatie van
beide, en aanvullende pijnstilling
maximaliseert + van elk middel
minimaliseert – van elk middel
Beste => injectie anesthesie + inhalatie anesthesie
Veiligheid
,HERSENEN vitale centra
Cardiovasculair centrum
o Hartfrequentie word onderdrukt = het hart gaat minder slagen slaan
dan dat het dier wakker is = bradycardie
o Minder hard slaan = hart kan minder bloed door de kamers pompen
o Verminderde bloeddruk
o Lage bloeddruk = hypotensie
Respiratoir centrum
o Verminderde ademhaling = een dier onder anesthesie ademt
mindere keren per minuut dan dat het wakker is
o De longen ventileren minder =hypoventilatie (= de uitwisseling
tussen zuurstof en CO2 in het bloed) tekort aan zuurstof =
hypoxie
Thermoregulatiecentrum
o Lichaam gaat afkoelen tijdens anesthesie
o Tijdens anesthesie heeft het dier geen reflex dus kan niet bibberen
dus kan zichzelf niet opwarmen, na de anesthesie kan dat wel
Dit lijdt tot hypoglycemie = te kort aan suikers
Sterke onderdrukking dood
Matige onderdrukking complicaties
Hypotensie (=lage bloeddruk)
Hypoventilatie (= te weinig ademen)
o Hypoxie (=tekort aan zuurstof)
Hypothermie (=temperatuur te laag)
o Hypoxie
1.2 lokale en regionale anesthesie
=gevoelverlies in klein (lokaal) tot groter deel (regionaal) van het lichaam
geen bewustzijnsverlies
1.3rol van de dierverpleegkundige
voorbereiding van patiënt in pre-anesthetische periode
klaarzetten, bedienen en onderhouden van de anesthesieapparatuur
de eigenlijk anesthesie van de patiënt
het bewaken van de patiënt gedurende de gehele procedure
communicatie met de klant
H2: De pre-anesthetische periode
2.1 evaluatie van de patiënt
elke anesthesie brengt risico’s mee, dit moet kan je vermijden door een pre-
anesthetische onderzoek te doen
2.1.1 het pre-anesthetisch onderzoek
Hoe? = via preanesthetisch onderzoek
, signalement
bevindingen algemeen OZ
resultaten evt. diagnostische tests
Wanneer?
Electieve chirurgie
theorie: afspraak enkele dagen voor operatie
praktijk: dag van de operatie
1. signalement
Diersoort
o elke diersoort reageert anders op een specifiek geneesmiddel
o de metabolisatie van geneesmiddelen verschilt
Ras
o Brachycephalen
Intubatie moet met een kleine tube
o Greyhound
Heeft sneller koud
Leeftijd
o Pasgeboren dieren + jonge dieren: minder instaat tot
metaboliseren van geneesmiddelen
o Sommige oudere dieren kunnen bepaalde geneesmiddelen
niet verdragen door nier- of leveraandoening
Geslacht en reproductieve status
o Opletten met Hoogdrachtige dieren
Lichaamsgewicht
o Bij obese katten ga je niet rekenen met het actuele gewicht,
want dit is te veel
o Bij te magere patiënten gaan we het berekenen op het
actuele gewicht
2. Algemeen onderzoek
Anamnese
o Medische voorgeschiedenis
Informeren naar ziekten of aandoeningen
o Recent gebruik van medicatie
Veel geneesmiddelen kunnen invloed hebben op de
anesthesie
o Allergische reacties op geneesmiddelen
o Eerdere anesthetische ervaringen
o Status preventie zorg
Recente vaccinaties, zodat andere dieren in de
hospitalisatie niet besmet geraken
Algemene indruk
o Bewustzijnsniveau
o Gedrag
o Voedingstoestand
o hydratatietoestand
Lichamelijk onderzoek
o Ademhaling
o Pols
H1: introductie tot de anesthesiologie
1.1 algemene anesthesie
1.1.1 Definitie
Algemene anesthesie= geen waarneming van pijn in het lichaam door
gecontroleerde en omkeerbare onderdrukking CZS(= centraal zenuwstelsel) door
toediening van één of meerdere gm (=geneesmiddelen).
(doel) chirurgie en pijnlijke procedures
hypnosis: het
dier kan nog
gewekt worden
narcosis: het
dier kan niet
meer gewekt
worden
Sedatie=
toestand van
weinig tot niet bewust zijn van omgeving door lichte onderdrukking van CZS
(=door een pijnprikkel)
medische beeldvorming, grooming, wondverzorging en andere kleine
procedures (licht – matig – diep)
Algemene anesthesie= Sedatie= min. Tot niet bewust van
pathologische slaap omgeving + slaperig
niet wakker, zelfs niet met zeer wel wakker met pijnlijke prikkel
pijnlijke prikkel
Gecontroleerde en omkeerbare onderdrukking
componenten
uitleiding
word
minder
gebruikt,
vaker
recovery
Recovery=
Het dier herstelt van de anesthesie en van de chirurgie
Voorwaarden voor CHIRURGIE (4 doelstellingen voor
algemene anesthesie)
A. Mentale block
, a. Bewusteloosheid
b. Verlies van bewustzijn
c. Amnesie = geheugenverlies
B. Motorische block
a. Immobiliteit
b. Spierontspanning
C. Sensibele block
a. pijnstilling
b. Analgesie (=zonder gevoel)
D. Autonome block
a. Autonome stabiliteit (PS= parasympatisch + S = sympathisch
moet in evenwicht zijn)
b. Reflexen (:de reflexen verdwijnen (kan gevaarlijk zijn), dieren
moeten sober zijn zodat het eten dan niet terug naar boven komt)
=gecontroleerde, omkeerbare toestand van
bewusteloosheid, spierontspanning en een algeheel
gevoelsverlies (definitie 2)
triade van anesthesie
Ideale algemene anestheticum
door 1 of meerdere geneesmiddelen
1 soort medicatie
toedienen
Nadeel: je moet grote
dosis medicatie
toedienen, veel dieren
sterven hieraan
Voordeel: kan aan een
lage dosis gegeven
worden
Uitgebalanceerde
anesthesie
Toestand van bewusteloosheid, spierverslapping, immobiliteit en pijnstilling
bekomen door vluchtige of geïnjecteerde anesthetica, of een combinatie van
beide, en aanvullende pijnstilling
maximaliseert + van elk middel
minimaliseert – van elk middel
Beste => injectie anesthesie + inhalatie anesthesie
Veiligheid
,HERSENEN vitale centra
Cardiovasculair centrum
o Hartfrequentie word onderdrukt = het hart gaat minder slagen slaan
dan dat het dier wakker is = bradycardie
o Minder hard slaan = hart kan minder bloed door de kamers pompen
o Verminderde bloeddruk
o Lage bloeddruk = hypotensie
Respiratoir centrum
o Verminderde ademhaling = een dier onder anesthesie ademt
mindere keren per minuut dan dat het wakker is
o De longen ventileren minder =hypoventilatie (= de uitwisseling
tussen zuurstof en CO2 in het bloed) tekort aan zuurstof =
hypoxie
Thermoregulatiecentrum
o Lichaam gaat afkoelen tijdens anesthesie
o Tijdens anesthesie heeft het dier geen reflex dus kan niet bibberen
dus kan zichzelf niet opwarmen, na de anesthesie kan dat wel
Dit lijdt tot hypoglycemie = te kort aan suikers
Sterke onderdrukking dood
Matige onderdrukking complicaties
Hypotensie (=lage bloeddruk)
Hypoventilatie (= te weinig ademen)
o Hypoxie (=tekort aan zuurstof)
Hypothermie (=temperatuur te laag)
o Hypoxie
1.2 lokale en regionale anesthesie
=gevoelverlies in klein (lokaal) tot groter deel (regionaal) van het lichaam
geen bewustzijnsverlies
1.3rol van de dierverpleegkundige
voorbereiding van patiënt in pre-anesthetische periode
klaarzetten, bedienen en onderhouden van de anesthesieapparatuur
de eigenlijk anesthesie van de patiënt
het bewaken van de patiënt gedurende de gehele procedure
communicatie met de klant
H2: De pre-anesthetische periode
2.1 evaluatie van de patiënt
elke anesthesie brengt risico’s mee, dit moet kan je vermijden door een pre-
anesthetische onderzoek te doen
2.1.1 het pre-anesthetisch onderzoek
Hoe? = via preanesthetisch onderzoek
, signalement
bevindingen algemeen OZ
resultaten evt. diagnostische tests
Wanneer?
Electieve chirurgie
theorie: afspraak enkele dagen voor operatie
praktijk: dag van de operatie
1. signalement
Diersoort
o elke diersoort reageert anders op een specifiek geneesmiddel
o de metabolisatie van geneesmiddelen verschilt
Ras
o Brachycephalen
Intubatie moet met een kleine tube
o Greyhound
Heeft sneller koud
Leeftijd
o Pasgeboren dieren + jonge dieren: minder instaat tot
metaboliseren van geneesmiddelen
o Sommige oudere dieren kunnen bepaalde geneesmiddelen
niet verdragen door nier- of leveraandoening
Geslacht en reproductieve status
o Opletten met Hoogdrachtige dieren
Lichaamsgewicht
o Bij obese katten ga je niet rekenen met het actuele gewicht,
want dit is te veel
o Bij te magere patiënten gaan we het berekenen op het
actuele gewicht
2. Algemeen onderzoek
Anamnese
o Medische voorgeschiedenis
Informeren naar ziekten of aandoeningen
o Recent gebruik van medicatie
Veel geneesmiddelen kunnen invloed hebben op de
anesthesie
o Allergische reacties op geneesmiddelen
o Eerdere anesthetische ervaringen
o Status preventie zorg
Recente vaccinaties, zodat andere dieren in de
hospitalisatie niet besmet geraken
Algemene indruk
o Bewustzijnsniveau
o Gedrag
o Voedingstoestand
o hydratatietoestand
Lichamelijk onderzoek
o Ademhaling
o Pols