Hoofdstuk 1: "Wat is communicatie?
1. Wat is communicatie?
Definitie: Communicatie is de manier waarop je omgaat met de
wereld, anderen en jezelf.
Onvermijdelijkheid: Het is onmogelijk om niet te communiceren;
zelfs stilte kan een boodschap overbrengen.
Vormen:
o Verbaal: Communicatie met woorden.
o Non-verbaal: Communicatie via lichaamstaal en
gezichtsuitdrukkingen. Dit is cruciaal, maar vaak lastig bewust
te sturen.
2. Professionele communicatie
Dit is communicatie binnen een professionele context, gericht op het
realiseren van professionele doelstellingen.
Het hoeft niet altijd formeel te zijn; het kan ook een informeel
karakter hebben.
3. Het Zender-Ontvangermodel
De Zender: Draagt de grootste verantwoordelijkheid. De zender
bepaalt en codeert de boodschap zodat de ontvanger deze optimaal
begrijpt. Belangrijk hierbij is "walk your talk": daden moeten
overeenstemmen met woorden. (wat je zegt moet ook echt gebeurt
worden)
De Ontvanger: Wordt beschouwd als de belangrijkste persoon
omdat deze de boodschap moet kunnen decoderen. De zender moet
zich aanpassen aan de ontvanger en regelmatig interpretaties
checken.
Ruis: Dit is elke verstoring van de communicatie. Goede
communicatie probeert ruis tot een minimum te beperken.
Coderen: Je boodschap versturen (bijv. een sms of reclame
maken).
Decoderen: De boodschap begrijpen (bijv. iemand leest de sms
en snapt wat je bedoelt).
, 4. Het Referentiekader
Definitie: Het referentiekader is de samenhang van factoren die
voor iemand de werkelijkheid vormen.
Vorming: Het wordt opgebouwd door opvoeding, opleiding, cultuur,
sociaal milieu en de tijdsgeest.
Impact: Slechts 20% van wat we geloven komt overeen met de
werkelijke waarneming; de overige 80% wordt gevormd in onze
hersenen door dit referentiekader. Daarom is het belangrijk om
regelmatig van perspectief te wisselen.
Hoofdstuk 2
1. Communicatiestijlen van Chalvin
Een communicatiestijl is de manier waarop je een boodschap overbrengt,
wat verschilt van je persoonlijkheid. Iedereen heeft een dominante stijl,
maar je kunt je aanpassen aan de situatie. Chalvin onderscheidt vier
stijlen:
Assertief (Ik win / Jij wint): "Bedankt dat je het vraagt, maar ik ga mijn
pauze gebruiken om zelf even snel wat dingen te regelen, dus ik kan
vandaag niet voor jou gaan. Ik hoop dat je iemand anders vindt!"
Waarom: Je bent eerlijk en duidelijk, maar blijft wel aardig tegen je
collega.
Subassertief I lose / you win: "Oh, ehm... ik wilde eigenlijk zelf even
gaan, maar als het echt moet, kan ik het wel doen hoor. Geef dat lijstje
maar..."
Waarom: Je durft geen 'nee' te zeggen en cijfert je eigen pauze weg
om de ander te plezieren.
Agressief I win / you lose: "Echt niet! Denk je dat ik je persoonlijke
assistent ben? Doe je eigen boodschappen maar in je eigen tijd!"
Waarom: Je reageert boos en aanvallend, waardoor de relatie met je
collega verslechtert.
Manipulatief I lose / you lose: "Ik zou het wel wíllen doen, maar ik heb
de laatste tijd al zoveel stress en gisteren heb ik ook al voor iemand
anders iets meegenomen. Ik voel me echt niet goed, je wilt toch niet dat ik
dadelijk instort door die extra moeite?"
Waarom: Je probeert de ander een schuldgevoel aan te praten in
plaats van gewoon 'nee' te zeggen, je liegt eigenlijk.
2. De vier basiselementen van goede communicatie