(Hoofdstuk 3 rechten en vrijheden is geen leerstof, hoofdstuk 5 is in vorm van
gastcolleges)
Brussel is een wet BWBI
Rvs heeft ook eigen wet
Federale ministers en bevoegdheden kennen
Inleiding:
o
Staatsrecht = publiekrecht
a) Aanvullend recht => je mag hiervan afwijken
b) dwingend recht = je mag hier niet van afwijken
Wettelijk stelsel = aanvullend recht (als je trouwt bv dan geld dit,
maar je kan dan ook kiezen voor scheiding van goeden)
Er is een regel gegeven waarop je je kan beroepen
maar je mag hiervan afwijken
,H1: Basisbeginselen van de Belgische
staatstructuur
I. Hoofdstuk 1: Scheiding der machten
A. Beginselen van de scheiding der machten (De l ’esprit des lois)
Theorie van de Franse filosoof Montesquieu
= UM, WM, RM Moet verdeeld worden over verschillende instanties, anders
misbruik van machthebbers, voorkomen van een totalitair regime
Opdeling van de staatsmacht in:
o Wetgevende macht (WM) (parlement) wet maken, UM
controleren
o Uitvoerende macht (UM) (Koning en regering) wetten
uitgevoerd
o Rechterlijke macht (RM) (hoven (beroep aantekenen
ARREST) en rechtbank (eerste aanleg VONNIS) uitvoering
van wetten
o (Eigenlijk 4de macht: MEDIA)
“Wet” ALTIJD FEDERAAL
“Koning” REGERING
Doel: willekeur voorkomen
Niet uitdrukkelijk vermeld in de Grondwet (Gw.), maar zie voor het
federale niveau: art. Maar kan worden afgeleid uit: Art. 36, 37 en 40 Gw.
a) Op federaal niveau: opdeling WM, UM en RM
b) Op het niveau van de gemeenschappen en gewesten: enkel WM en
UM
1
, Vonnis VS Arrest
Vonnis uitspraak van eerste aanleg, RECHTBANKEN
Arrest uitspraak van 2de aanleg, HOVEN
B. Een samenwerking der machten
Geen absolute scheiding (volledig afgescheiden),
- Scheiding der machten = algemeen rechtsbeginsel
Op bepaalde vlakken een “samenwerking van de machten”:
WM maakt wetten, die door de UM moeten worden uitgevoerd.
De WM controleert de UM (o.a. interpellatierecht)
Een rechter moet desgevallend een besluit van de UM buiten
toepassing laten (art. 159 Gw.)
Koning als hoofd van de UM kondigt de wetten van de WM af
II. Hoofdstuk 2: België is een democratische
rechtstaat
A. Het begrip ‘democratie’
Art. 33 Gw.: “Alle machten gaan uit van de Natie”
§1 Een representatieve democratie
Het volk kiest – door middel van verkiezingen –
vertegenwoordigers in het parlement – volk kiest de WM,
Het parlement
Het parlement vertegenwoordigt de hele natie
Vertegenwoordigers nemen beslissingen in de naam van het
volk de Natie
Regering = UM
2
, 1. Gaat naar stembus en wij kiezen VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
2. Hebben we en regering, wie zit erin
3. Wie krijgt welke tak (partijvoorzitters kiezen wie wat)
4. Bv: cd en V krijgt Justitie partij voorzitter: wie is bekwaam voor minister
van justitie te worden
§2 Een parlementaire democratie
ALLEEN LEDEN VAN HET PARLEMENT WORDEN
RECHTSREEKS VERKOZEN
Regering komt voor uit het parlement
Regering legt verantwoording af aan het parlement
(En heeft dus democratische legitimiteit) = het recht om
macht uit te oefenen gebaseerd op democratische principes
Niet: de regering, het staatshoofd
Beslissingen in het parlement worden bij meerderheid genomen
B. Het Begrip ‘rechtsstaat’
Kenmerken:
1. De overheidsinstanties (parlement, regering,…) moeten de
rechtsregels respecteren zoals het volk
2. De overheid moet de fundamentele rechten en vrijheden van de
mens respecteren. (Alle staatsmachten zijn hier dus aan
onderworpen)
3. Indien inbreuk op rechtsregels, rechten, vrijheden (door een
burger/overheid)
Rechtsbescherming door een onafhankelijke rechtbank
III. Hoofdstuk 3: België is een monarchie
A. Een koning als een staatshoofd
1ste grondwetgevende vergadering Nationaal Congres kiest in 1831 voor
de monarchie als staatsvorm
Belgisch staatshoofd niet via verkiezingen maar via
Erfopvolging: eerste geboorterecht (Art 85 GW)
Sinds 1991: ook vrouwelijke nakomelingen
§1 De koning/UM heeft enkel door de grondwet en bijzondere wetten
uitdrukkelijke toegewezen bevoegdheden ART 105 GW
Voorbeelden van toegewezen bevoegdheden:
o Bekrachtiging van wetten (art. 109 Gw.) => UM, keurt goed
3