HOOFDSTUK 5
HET ZELF:
ONSZELF BEGRIJPEN IN EEN
SOCIAAL CONTEXT
1
, DEMO: EX 5-1 EN 5-1B
Ik ben…
• Fysieke zelf: vrouw, 18…
• Sociale zelf: dochter, vriendin, lid
• Psychologische zelf: lief, verlegen
• Holistische zelf: ik ben mezelf…
Mensen gaan hebben de neiging om meer hun psychologische zelf te beschrijven
Jezelf beschrijven:
• Nu
• Hoe je later zou willen zijn
Wanneer mensen denken over hun toekomstig zelf, zijn die vaak ontevreden met hun huidige zelf
DEEL 1: DE OORSRONG EN AARDE VAN HET ZELFCONCEPT
1. DE OORSPRONG EN AARD VAN HET ZELFCONCEPT
• William James definieerde een fundamentele dualiteit van het zelf: het is zowel
→ "Mij" of zelfconcept (onze kennis van wie we zijn),
Zelfconcept: geheel van overtuigingen dat we hebben over onze persoonlijk
eigenschappen, oftewel onze kennis over wie we zijn
→ "Ik" of zelfbewustzijn (de handeling van het nadenken over onszelf).
Zelfbewustzijn: wanneer ben je bewust van jezelf
• Zelfherkenning is het vermogen om jezelf te herkennen in een spiegel, een belangrijk kenmerk van
bewustzijn. Dit is onderzocht door Gallup in 1977 met de "spiegeltest."
▪ Spiegeltest:
→ Procedure: Dieren worden kort bedwelmd en krijgen een rode vlek op hun lichaam, zoals op
het voorhoofd, de vin, of het oor. Als het dier daarna zichzelf in een spiegel ziet en de vlek
aanraakt, toont het zelfherkenning.
→ Resultaten:
Primaten (chimpansee, bonobo, gorilla, orang-oetan): Ze raken direct de plek aan
waar de rode vlek is aangebracht als ze zichzelf in de spiegel zien. Dit toont aan dat ze
zichzelf herkennen.
Kinderen: Vanaf ongeveer 2 jaar beginnen kinderen zichzelf te herkennen in een
spiegel.
Dolfijnen en olifanten: Zij vertonen vergelijkbaar gedrag met kinderen. Ze kijken ofwel
naar de spiegel, of ze checken de plek waar de vlek is aangebracht, zoals hun vin.
Kortom, de spiegeltest laat zien dat bepaalde dieren en kinderen zelfbewustzijn ontwikkelen door
zelfherkenning in een spiegel.
2
, • Het zelfconcept ontwikkelt zich van concreet naar abstract:
→ Vroege kindertijd (waarneembare kenmerken): Kinderen beschrijven zichzelf met zichtbare
kenmerken, zoals uiterlijk en vaardigheden. Bijvoorbeeld: "Ik heb bruin haar" of "Ik kan snel
rennen."
→ Middelste kindertijd: Ze vergelijken zichzelf met anderen. Bijvoorbeeld: "Ik ben beter in
wiskunde dan mijn vriend."
→ Adolescentie (psychologische kenmerken): Het zelfconcept wordt abstracter. Jongeren
beschrijven zichzelf met innerlijke eigenschappen, zoals "Ik ben creatief" of "Ik ben soms
onzeker," en beseffen dat ze in verschillende situaties anders kunnen zijn.
Zo groeit het zelfbeeld van simpel en concreet naar complex en psychologisch.
VOORBEELD
Antwoorden op vraag: "Wie ben ik?"
• 9 j: ik heb bruine ogen, bruin haar, ik ben een jongen
• 12 j: ik ben een mens, ik ben humeurig en onbeslist, ik ben ambitieus en heel nieuwsgierig, ik ben een
Belg (God help me)…ik ben een niet-classificeerbaar persoon…
1.1 CULTURELE INVLOED VAN HET ZELFCONCEPT
• Een onafhankelijk zelfbeeld (vaak in westerse culturen) benadrukt individualiteit, autonomie, en
persoonlijke doelen. Mensen zien zichzelf als unieke individuen, los van anderen.
• Een inter-afhankelijk zelfbeeld (vaak in niet-westerse culturen) legt de nadruk op sociale verbindingen,
groepsharmonie, en collectieve doelen. Mensen zien zichzelf in relatie tot anderen en de groep.
1.2 FUNCTIES VAN HET ZELF
• Het zelf heeft 4 functies:
→ Zelfkennis: de manier waarop we begrijpen wie we zijn en info daarop ordenen
→ Zelfcontrole: de manier we plannen maken en beslissingen uitvoeren
→ Impressiemanagement: is de manier waarop we onszelf presenteren aan anderen om ervoor
te zorgen dat ze de indruk van ons krijgen die we willen geven
→ Zelfwaardering: manier waarop we een positief beeld van onszelf proberen in stand houden
3
HET ZELF:
ONSZELF BEGRIJPEN IN EEN
SOCIAAL CONTEXT
1
, DEMO: EX 5-1 EN 5-1B
Ik ben…
• Fysieke zelf: vrouw, 18…
• Sociale zelf: dochter, vriendin, lid
• Psychologische zelf: lief, verlegen
• Holistische zelf: ik ben mezelf…
Mensen gaan hebben de neiging om meer hun psychologische zelf te beschrijven
Jezelf beschrijven:
• Nu
• Hoe je later zou willen zijn
Wanneer mensen denken over hun toekomstig zelf, zijn die vaak ontevreden met hun huidige zelf
DEEL 1: DE OORSRONG EN AARDE VAN HET ZELFCONCEPT
1. DE OORSPRONG EN AARD VAN HET ZELFCONCEPT
• William James definieerde een fundamentele dualiteit van het zelf: het is zowel
→ "Mij" of zelfconcept (onze kennis van wie we zijn),
Zelfconcept: geheel van overtuigingen dat we hebben over onze persoonlijk
eigenschappen, oftewel onze kennis over wie we zijn
→ "Ik" of zelfbewustzijn (de handeling van het nadenken over onszelf).
Zelfbewustzijn: wanneer ben je bewust van jezelf
• Zelfherkenning is het vermogen om jezelf te herkennen in een spiegel, een belangrijk kenmerk van
bewustzijn. Dit is onderzocht door Gallup in 1977 met de "spiegeltest."
▪ Spiegeltest:
→ Procedure: Dieren worden kort bedwelmd en krijgen een rode vlek op hun lichaam, zoals op
het voorhoofd, de vin, of het oor. Als het dier daarna zichzelf in een spiegel ziet en de vlek
aanraakt, toont het zelfherkenning.
→ Resultaten:
Primaten (chimpansee, bonobo, gorilla, orang-oetan): Ze raken direct de plek aan
waar de rode vlek is aangebracht als ze zichzelf in de spiegel zien. Dit toont aan dat ze
zichzelf herkennen.
Kinderen: Vanaf ongeveer 2 jaar beginnen kinderen zichzelf te herkennen in een
spiegel.
Dolfijnen en olifanten: Zij vertonen vergelijkbaar gedrag met kinderen. Ze kijken ofwel
naar de spiegel, of ze checken de plek waar de vlek is aangebracht, zoals hun vin.
Kortom, de spiegeltest laat zien dat bepaalde dieren en kinderen zelfbewustzijn ontwikkelen door
zelfherkenning in een spiegel.
2
, • Het zelfconcept ontwikkelt zich van concreet naar abstract:
→ Vroege kindertijd (waarneembare kenmerken): Kinderen beschrijven zichzelf met zichtbare
kenmerken, zoals uiterlijk en vaardigheden. Bijvoorbeeld: "Ik heb bruin haar" of "Ik kan snel
rennen."
→ Middelste kindertijd: Ze vergelijken zichzelf met anderen. Bijvoorbeeld: "Ik ben beter in
wiskunde dan mijn vriend."
→ Adolescentie (psychologische kenmerken): Het zelfconcept wordt abstracter. Jongeren
beschrijven zichzelf met innerlijke eigenschappen, zoals "Ik ben creatief" of "Ik ben soms
onzeker," en beseffen dat ze in verschillende situaties anders kunnen zijn.
Zo groeit het zelfbeeld van simpel en concreet naar complex en psychologisch.
VOORBEELD
Antwoorden op vraag: "Wie ben ik?"
• 9 j: ik heb bruine ogen, bruin haar, ik ben een jongen
• 12 j: ik ben een mens, ik ben humeurig en onbeslist, ik ben ambitieus en heel nieuwsgierig, ik ben een
Belg (God help me)…ik ben een niet-classificeerbaar persoon…
1.1 CULTURELE INVLOED VAN HET ZELFCONCEPT
• Een onafhankelijk zelfbeeld (vaak in westerse culturen) benadrukt individualiteit, autonomie, en
persoonlijke doelen. Mensen zien zichzelf als unieke individuen, los van anderen.
• Een inter-afhankelijk zelfbeeld (vaak in niet-westerse culturen) legt de nadruk op sociale verbindingen,
groepsharmonie, en collectieve doelen. Mensen zien zichzelf in relatie tot anderen en de groep.
1.2 FUNCTIES VAN HET ZELF
• Het zelf heeft 4 functies:
→ Zelfkennis: de manier waarop we begrijpen wie we zijn en info daarop ordenen
→ Zelfcontrole: de manier we plannen maken en beslissingen uitvoeren
→ Impressiemanagement: is de manier waarop we onszelf presenteren aan anderen om ervoor
te zorgen dat ze de indruk van ons krijgen die we willen geven
→ Zelfwaardering: manier waarop we een positief beeld van onszelf proberen in stand houden
3