HOOFDSTUK 3
SOCIAAL COGNITIE:
HOE WE DENKEN OVER HET
SOCIAAL WERELD
1
, DEEL 1: DE SOCIALE DENKER
1. DE SOCIALE DENKER: TWEE SOORTEN SOCIALE DENKEN
• De sociale denker doet aan sociale cognitie: selecteren, interpreteren, herinneren en gebruiken van
info om hiermee oordelen te vormen en beslissingen te nemen
• Zijn 2 soorten sociaal denken:
1. Gecontroleerd denken: bewust denken dat veel inspanningen vraagt
2. Automatische denken: onbewuste, onopzettelijk… denken dat weinig inspanningen vraagt
DEEL 2: AUTOMATISCH DENKEN MET SCHEMA’SE
2. AUTOMATISCH DENKEN MET SCHEMA’S: MENSEN ALS ALLEDAAGSE THEORETICI
• Mensen gebruiken mentale snelkoppelingen om de hoeveelheid informatie die ze uit de omgeving
ontvangen te vereenvoudigen
• De manier waarop we voorgaande info gebruiken vatten we samen in schema’s of interne modellen
→ Schema’s: mentale structuren die mensen gebruiken om hun sociale kennis te organiseren in
categorieën en om nieuwe info te begrijpen
▪ we kunnen de trappen gemakkelijk opgaan terwijl we aan het praten zijn, we hebben
het in een bepaalde categorie geplaats dat automatisch te voor schijn komt
mensen met autisme hebben het hiermee moeilijk mee
• schema’s kunnen gaan over:
1. onszelf
▪ onszelf beschrijven met persoonlijkheidstrekken (ik ben verlegen, ik speel tennis…)
2. de mensen rondom ons
3. sociale rollen
▪ je bent een student, een vriendin, een dochten, een zus…
4. gebeurtenissen
→ = scripts: schema’s over specifieke gebeurtenissen
5. groepen (stereotypen)
▪ bepaald beeld van groepen (etniciteit) of zelfs van sociale rollen (agenten,
militairen…)
2
SOCIAAL COGNITIE:
HOE WE DENKEN OVER HET
SOCIAAL WERELD
1
, DEEL 1: DE SOCIALE DENKER
1. DE SOCIALE DENKER: TWEE SOORTEN SOCIALE DENKEN
• De sociale denker doet aan sociale cognitie: selecteren, interpreteren, herinneren en gebruiken van
info om hiermee oordelen te vormen en beslissingen te nemen
• Zijn 2 soorten sociaal denken:
1. Gecontroleerd denken: bewust denken dat veel inspanningen vraagt
2. Automatische denken: onbewuste, onopzettelijk… denken dat weinig inspanningen vraagt
DEEL 2: AUTOMATISCH DENKEN MET SCHEMA’SE
2. AUTOMATISCH DENKEN MET SCHEMA’S: MENSEN ALS ALLEDAAGSE THEORETICI
• Mensen gebruiken mentale snelkoppelingen om de hoeveelheid informatie die ze uit de omgeving
ontvangen te vereenvoudigen
• De manier waarop we voorgaande info gebruiken vatten we samen in schema’s of interne modellen
→ Schema’s: mentale structuren die mensen gebruiken om hun sociale kennis te organiseren in
categorieën en om nieuwe info te begrijpen
▪ we kunnen de trappen gemakkelijk opgaan terwijl we aan het praten zijn, we hebben
het in een bepaalde categorie geplaats dat automatisch te voor schijn komt
mensen met autisme hebben het hiermee moeilijk mee
• schema’s kunnen gaan over:
1. onszelf
▪ onszelf beschrijven met persoonlijkheidstrekken (ik ben verlegen, ik speel tennis…)
2. de mensen rondom ons
3. sociale rollen
▪ je bent een student, een vriendin, een dochten, een zus…
4. gebeurtenissen
→ = scripts: schema’s over specifieke gebeurtenissen
5. groepen (stereotypen)
▪ bepaald beeld van groepen (etniciteit) of zelfs van sociale rollen (agenten,
militairen…)
2