INTELLIGENTIE
1
, DEEL 1. ANALYTISCH INTELLIGENTIE
1. ANALYTISCHE INTELLIGENTIE
• Vermogen om logisch, abstract en consistent te redeneren.
• Belangrijk voor het oplossen van problemen en het trekken van weloverwogen conclusies.
• Essentieel voor schoolse prestaties en professionele taken zoals analyse en besluitvorming.
DEEL 1.1. INTELLIGENTIETEST
1. DE EERSTE INTELLIGENTIETEST
• Binet en Simon (1905, Frankrijk): Zij ontwikkelden de eerste intelligentietest, bedoeld om
leerachterstanden op te sporen bij kinderen.
→ Empirisch onderbouwd: Het was de eerste test die wetenschappelijk was getest en gebaseerd
op bewijs.
→ Doel: Identificeren van kinderen met een leerachterstand, zodat ze extra ondersteuning
konden krijgen.
VOORBEELD
• Een 5-jarige moet in staat zijn een vierkant na te tekenen.
• Als een 4-jarige dit kan, wordt deze als begaafd beschouwd.
• Mentale leeftijd: Een 4-jarige die het niveau van een 5-jarige haalt, heeft een mentale leeftijd van 5
jaar.
2. INTELLIGENTIEQOUTIENT (STERN,1912)
• Formule: IQ = (Mentale leeftijd / Chronologische leeftijd) x 100.
→ Voorbeeld 1: Een 5-jarige presteert zoals een 5-jarige:
IQ = x 100 = 100.
→ Voorbeeld 2: Een 4-jarige presteert zoals een 5-jarige:
IQ = x 100 = 125.
PROBLEEM MET DE IQ-FORMULE
• De formule werkt goed bij kinderen, maar niet bij volwassenen.
• Vanaf een bepaalde leeftijd is men cognitief volwassen, wat betekent dat de mentale leeftijd minder
snel stijgt.
→ Voorbeeld probleem:
o Zoon (20 jaar) en vader (40 jaar) behalen dezelfde score op een taak:
• IQ zoon = x 100 = 100.
• IQ vader = x 100 = 50 (dit is niet realistisch).
2