H2: Psychotherapie
Dodo Bird Verdict: Common Factors Theory Placebo
Dodo Bird verdict: meerdere psychologen van oordeel zijn dat
verschillende therapieën toch gelijke resultaten geven.
Saul Rozensweig: was de eerste die een meta-analyse maakte van
therapieresultaten. Hij lanceerde het begrip ‘Dodo Bird Verdict’.
Therapieën boeken allemaal resultaat, ongeacht hun methoden of de
theorie waarop ze gebaseerd zijn. Het maakt niet uit wat je doet, als
het maar effect heeft.
De taart van Lambert 1992: effecten van psychotherapieën
Vele factoren hebben ook buiten de therapie effect = 40%
Technieken: welke techniek je gebruikt maakt niet zo veel uit = 15%
Algemene therapiefactoren: het beroepsgeheim = 30%
Placebo-effect: de verwachting dat het beter zal gaan = 15%
1.1 Common Factors Theory
Er zijn gemeenschappelijke factoren voor het succes v/d therapie -> taart
van Lambert
Maar: zowel wat je doet als wie het doet en met wie zijn van belang voor
een succesvolle behandeling!
Slide 14: de 10 woorden in de kolom gemmenschappelijke factoren in de
therapie vanbuiten kennen! Deze woorden bepalen mee het effect op de
therapie
1. Menselijk contact: De sfeer en band met de therapeut, hoe de
relatie is tussen de cliënt en de therapeut is zeer belangrijk. Je kan
over jezelf praten, thema’s naar voren brengen, huilen, lachen en
zelfs zwijgen. Je hoeft niets te camoufleren.
2. Veiligheid: Gaat het over het beroepsgeheim: je praat over
persoonlijke, emotionele en weggestopte thema’s. Therapie biedt
veiligheid, wat er wordt gezegd tussen de vier muren v/d therapie
blijft daar ook.
3. Transparant: Een open en eerlijke communicatie.
, 4. Proces: Therapie beidt een meerwaarde omdat het je een totaal nieuwe en
onverwachte dingen meemaakt wat kan volstaan om een aanzet te geven tot
verandering.
5. Voorbeeldfunctie/ rolmodel: een therapeut moet een voorbeeld zijn voor de cliënt
maar ook voor de ouders. Als therapeut moet je een neutrale houding aannemen en
neutraal blijven. Dit heeft een effect op hoe goed de therapie heeft gewerkt.
6. Competenties/vaardigheden: als therapeut moet je over verschillende vaardigheden
beschikken om iets goed te kunnen doen (kennis). Je hebt ook concrete handelingen
nodig die je uitvoert zoals gesprekstechnieken.
7. Positieve ervaring (welzijn): In de therapie en erna moet je het gevoel hebben dat je
opgelucht bent. Therapie moet vooral leuk zin. Het gaat door in een aangename
ruimte met een positieve sfeer.
8. Positieve verwachtingen: wie in therapie gaat hoopt op een positief resultaat. Je
hoopt na bepaalde sessies geholpen te zijn en je beter te voelen.
9. Gehonoreerde prestatie: Het feit dat je moet betalen voor de therapie kan je het
gevoel geven dat het niet je vriend is, je betaald voor de professionaliteit. Het betalen
zorgt er ook voor dat je naar je therapie gaat, niemand betaalt graag zomaar.
10. Deskundigheid: Het is zeer belangrijk dat de therapeut weet wat hij/zij doet. Ze
weten hoe ze het moeten aanpakken en helpen hun cliënt.
1.2. Placebo
Placebo-effect voorbeeld; de tiktak een middel zonder werkzame stof, er
zit niets in dat je kan helpen maar toch heeft het effect op ons en denken
we dat dit ons kan helpen.
Dit middel werkt niet altijd maar wanner en waarom? Als je er niet in
gelooft dat het niet gaat werken dan werkt het ook niet. Als het probleem
te groot is of de pijn is te hoog helpt het ook niet. Vb. bij het breken van
een been of je hebt een ernstige ziekte zoals kanker dan helpt het niet.
Maar bij psychosomatische klachten werkt het wel zoals bij hoofdpijn of
buikpijn.
Dodo Bird Verdict: Common Factors Theory Placebo
Dodo Bird verdict: meerdere psychologen van oordeel zijn dat
verschillende therapieën toch gelijke resultaten geven.
Saul Rozensweig: was de eerste die een meta-analyse maakte van
therapieresultaten. Hij lanceerde het begrip ‘Dodo Bird Verdict’.
Therapieën boeken allemaal resultaat, ongeacht hun methoden of de
theorie waarop ze gebaseerd zijn. Het maakt niet uit wat je doet, als
het maar effect heeft.
De taart van Lambert 1992: effecten van psychotherapieën
Vele factoren hebben ook buiten de therapie effect = 40%
Technieken: welke techniek je gebruikt maakt niet zo veel uit = 15%
Algemene therapiefactoren: het beroepsgeheim = 30%
Placebo-effect: de verwachting dat het beter zal gaan = 15%
1.1 Common Factors Theory
Er zijn gemeenschappelijke factoren voor het succes v/d therapie -> taart
van Lambert
Maar: zowel wat je doet als wie het doet en met wie zijn van belang voor
een succesvolle behandeling!
Slide 14: de 10 woorden in de kolom gemmenschappelijke factoren in de
therapie vanbuiten kennen! Deze woorden bepalen mee het effect op de
therapie
1. Menselijk contact: De sfeer en band met de therapeut, hoe de
relatie is tussen de cliënt en de therapeut is zeer belangrijk. Je kan
over jezelf praten, thema’s naar voren brengen, huilen, lachen en
zelfs zwijgen. Je hoeft niets te camoufleren.
2. Veiligheid: Gaat het over het beroepsgeheim: je praat over
persoonlijke, emotionele en weggestopte thema’s. Therapie biedt
veiligheid, wat er wordt gezegd tussen de vier muren v/d therapie
blijft daar ook.
3. Transparant: Een open en eerlijke communicatie.
, 4. Proces: Therapie beidt een meerwaarde omdat het je een totaal nieuwe en
onverwachte dingen meemaakt wat kan volstaan om een aanzet te geven tot
verandering.
5. Voorbeeldfunctie/ rolmodel: een therapeut moet een voorbeeld zijn voor de cliënt
maar ook voor de ouders. Als therapeut moet je een neutrale houding aannemen en
neutraal blijven. Dit heeft een effect op hoe goed de therapie heeft gewerkt.
6. Competenties/vaardigheden: als therapeut moet je over verschillende vaardigheden
beschikken om iets goed te kunnen doen (kennis). Je hebt ook concrete handelingen
nodig die je uitvoert zoals gesprekstechnieken.
7. Positieve ervaring (welzijn): In de therapie en erna moet je het gevoel hebben dat je
opgelucht bent. Therapie moet vooral leuk zin. Het gaat door in een aangename
ruimte met een positieve sfeer.
8. Positieve verwachtingen: wie in therapie gaat hoopt op een positief resultaat. Je
hoopt na bepaalde sessies geholpen te zijn en je beter te voelen.
9. Gehonoreerde prestatie: Het feit dat je moet betalen voor de therapie kan je het
gevoel geven dat het niet je vriend is, je betaald voor de professionaliteit. Het betalen
zorgt er ook voor dat je naar je therapie gaat, niemand betaalt graag zomaar.
10. Deskundigheid: Het is zeer belangrijk dat de therapeut weet wat hij/zij doet. Ze
weten hoe ze het moeten aanpakken en helpen hun cliënt.
1.2. Placebo
Placebo-effect voorbeeld; de tiktak een middel zonder werkzame stof, er
zit niets in dat je kan helpen maar toch heeft het effect op ons en denken
we dat dit ons kan helpen.
Dit middel werkt niet altijd maar wanner en waarom? Als je er niet in
gelooft dat het niet gaat werken dan werkt het ook niet. Als het probleem
te groot is of de pijn is te hoog helpt het ook niet. Vb. bij het breken van
een been of je hebt een ernstige ziekte zoals kanker dan helpt het niet.
Maar bij psychosomatische klachten werkt het wel zoals bij hoofdpijn of
buikpijn.