H2: personen met gedragsstoornissen
In de DSM-5 vallen de gedragsstoornissen onder het domein: de
disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
Eigen aan dit domein is dat mensen problemen hebben met
zelfbeheersing met betrekking tot emoties en gedrag waarbij
gedrag ontstaan dat:
- De rechten van andere schendt
- De persoon in conflict brengt met maatschappelijke normen en
waarden of gezag figuren
Bij deze externaliserende stoornissen komt de problematiek v/h
individu in de eerste plaat tot uiting in de verstoorde relatie met zijn
omgeving, we spreken dan over grensoverschrijdend gedrag
Alle stoornissen die opgenomen zijn onder dit domein:
1. Normoverschrijdendgedragsstoornis (CD) -> onbeheerst
gedrag
2. Oppositionele-opstandigestoornis (ODD) -> onbeheerst
gedrag/emotie
3. Periodiek explosieve stoornis -> onbeheerste emotie
4. Antisociale-persoonlijkheid
5. Pyromanie
6. Kleptomanie
7. Andere
Eerste drie zijn belangrijkste!
CD -> onbeheerste gedrag (agressie)
ODD -> onbeheerst gedrag/emotie (bewust mensen irriteren,
ongehoorzaam)
Periodiek explosieve stoornis -> onbeheerste emotie (woede)
Centraal: gedrag en emotie en toch is er een verschil tussen de
stoornissen
CD: nadruk op onbeheerst gedrag waarmee de rechten van anderen of
belangrijke maatschappelijke waarden en normen worden geschonden.
ODD: meer evenwicht tussen emotie (boosheid) en ruziezoekend, openlijk
ongehoorzaam gedag.
Periodieke explosieve stoornis: nadruk op slecht gecontroleerde,
disproportionele emoties, nl. woede-uitbarstingen.
, De stoornissen ontstaan meestal in:
De kindertijd/adolescentie (zeker CD en ODD)
Gedrag dat voorkomt in de normale ontwikkeling
We spreken pas over een stoornis volgens DSM-5 wanneer:
Gedrag meer voorkomt in vergelijking met gedrag dat normaal
is voor leeftijd, gender en cultuur
Het gedrag langdurig aanhoudt
Het gedrag in veel verschillende situaties aanwezig
Prevalentie en comorbiditeit bij gedragsproblemen/stoornissen
1. Prevalentie
Prevalentiecijfers afhankelijk van:
- Wat men verstaat onder gedragsstoornis of gedragsprobleem
- Wie men bevraagt
- Hoe men meet/beoordeelt
De cijfers schommelen naargelang de studie
Prevalentie:
- Er zijn meer gedragsproblemen dan gedragsstoornissen
- Ernstige gedragsproblemen +/- 10% > dan +/- 2% hulpzoekende
ouders -> hulp zoeken blijft voor vele ouders moeilijk
- Probleemgedrag doorgaan groter bij kinderen uit minder sterke
sociale kringen (maar niet altijd!)
Gedragsproblemen nemen af naarmate men ouder wordt.
Algemeen zie je dat er bij jongens/mannen meer gedragsproblemen
voorkomen dan bij meisje/vrouwen.
Kan komen omdat er een verschil is in de aard v/h probleemgedag
Meisjes/vrouwen meer internaliserend probleemgedrag (angst,
depressie)
Jongens/mannen meer externaliserend probleemgedrag (agressie)
Oppositionele-opstandige stoornis
In de DSM-5 vallen de gedragsstoornissen onder het domein: de
disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
Eigen aan dit domein is dat mensen problemen hebben met
zelfbeheersing met betrekking tot emoties en gedrag waarbij
gedrag ontstaan dat:
- De rechten van andere schendt
- De persoon in conflict brengt met maatschappelijke normen en
waarden of gezag figuren
Bij deze externaliserende stoornissen komt de problematiek v/h
individu in de eerste plaat tot uiting in de verstoorde relatie met zijn
omgeving, we spreken dan over grensoverschrijdend gedrag
Alle stoornissen die opgenomen zijn onder dit domein:
1. Normoverschrijdendgedragsstoornis (CD) -> onbeheerst
gedrag
2. Oppositionele-opstandigestoornis (ODD) -> onbeheerst
gedrag/emotie
3. Periodiek explosieve stoornis -> onbeheerste emotie
4. Antisociale-persoonlijkheid
5. Pyromanie
6. Kleptomanie
7. Andere
Eerste drie zijn belangrijkste!
CD -> onbeheerste gedrag (agressie)
ODD -> onbeheerst gedrag/emotie (bewust mensen irriteren,
ongehoorzaam)
Periodiek explosieve stoornis -> onbeheerste emotie (woede)
Centraal: gedrag en emotie en toch is er een verschil tussen de
stoornissen
CD: nadruk op onbeheerst gedrag waarmee de rechten van anderen of
belangrijke maatschappelijke waarden en normen worden geschonden.
ODD: meer evenwicht tussen emotie (boosheid) en ruziezoekend, openlijk
ongehoorzaam gedag.
Periodieke explosieve stoornis: nadruk op slecht gecontroleerde,
disproportionele emoties, nl. woede-uitbarstingen.
, De stoornissen ontstaan meestal in:
De kindertijd/adolescentie (zeker CD en ODD)
Gedrag dat voorkomt in de normale ontwikkeling
We spreken pas over een stoornis volgens DSM-5 wanneer:
Gedrag meer voorkomt in vergelijking met gedrag dat normaal
is voor leeftijd, gender en cultuur
Het gedrag langdurig aanhoudt
Het gedrag in veel verschillende situaties aanwezig
Prevalentie en comorbiditeit bij gedragsproblemen/stoornissen
1. Prevalentie
Prevalentiecijfers afhankelijk van:
- Wat men verstaat onder gedragsstoornis of gedragsprobleem
- Wie men bevraagt
- Hoe men meet/beoordeelt
De cijfers schommelen naargelang de studie
Prevalentie:
- Er zijn meer gedragsproblemen dan gedragsstoornissen
- Ernstige gedragsproblemen +/- 10% > dan +/- 2% hulpzoekende
ouders -> hulp zoeken blijft voor vele ouders moeilijk
- Probleemgedrag doorgaan groter bij kinderen uit minder sterke
sociale kringen (maar niet altijd!)
Gedragsproblemen nemen af naarmate men ouder wordt.
Algemeen zie je dat er bij jongens/mannen meer gedragsproblemen
voorkomen dan bij meisje/vrouwen.
Kan komen omdat er een verschil is in de aard v/h probleemgedag
Meisjes/vrouwen meer internaliserend probleemgedrag (angst,
depressie)
Jongens/mannen meer externaliserend probleemgedrag (agressie)
Oppositionele-opstandige stoornis