Kan je plaatsen binnen het Sociaal positivisme
Voortbouwend op het sociaal positivisme
Individueel positivisme: wie is de persoon, welke kenmerken van deze persoon hebben geleid tot
criminaliteit
Sociaal positivisme: crimineel gedrag is niet aangeboren, maar aangeleerd
Hier Bouwt het verder op het positivisme en hier is het gedrag niet aangeboren, maar
aangeleerd:
1. Sociale interactie theorieën
• Je gaat criminaliteit aanleren tussen de individu en de directe sociale omgeving
• Het is de omgeving die het gedrag van de mensen gaat bepalen
• Micro niveau: elementen dichtbij het individu, directe sociale omgeving, bepalen
gedrag mensen
• Zoals: Sutherland, Matza & Sykes, Burgess & Akers, Hirschi
2. Sociaal structurele theorieën
• De maatschappij structuur
• De structuur van de maatschappij bepaalt de mensen hun gedrag
• Kijken nr de structuur van de maatschappij
• Bepaalt of je al dan niet criminaliteit gaat plegen en we kijken niet naar sociale
interacietes die je hebt
• Macro-niveau: algemene sociale condities (zoals werkloosheidscijfers, armoedecijfers)
bepalen gedrag van mensen = “de maatschappij maakt de mensen”,
maatschappijstructuur heeft invloed op gedrag
• Zoals: Durkheim, Merton, Cohen, Parks & Burgess, Shaw & McKay
Sociale interactie theorieën
1
, Symbolisch interactionisme: we leren wie we zijn door de bril van iemand anders/ door iemand
anders zijn reacties. Hoe je jezelf ziet bestaat uit 3 processen:
- We beelden ons in hoe wij overkomen
- We beelden ons is wat het oordeel van iemand is over ons
- Daaruit gaan we ons eigen gevoel gaan ontwikkelen: ik ben trots op mezelf of ik schaam
me
De leertheorieën
Centraal staat leren
3 vormen van leren
• 1. Klassieke conditionering (Pavlov): aanbieden eten (stimulus) -> kwijlen hond
(reactie). Aanbieden eten (stimulus) + rinkelen bel (neutrale prikkel) -> kwijlen hond.
Rinkelen bel -> kwijlen hond
• Je gaat associatief leren door een neutrale prikkel te gaan koppelen aan een
betekenisvolle stimulus. Zodanig wnr je die prikkel opnieuw hoort dat je het
gedrag opnieuw gaat stellen
• 2. Operante conditionering/Instrumenteel leren: gedrag wordt versterkt of verzwakt
door de gevolgen vanuit de omgeving (bekrachtigers die positief of negatief zijn). Gedrag
houdt rekening met het gevolg.
• Je gaat leren door de consequenties van jouw gedrag of de gevolgen vanuit jouw
omgeving. Door de bekrachtiger ga je dan gaan bepalen of je het gedrag gaat
stellen of niet gaat stellen. Een bekrachtiger kan een straf of beloning zijn
• 3. Sociaal leren: nadruk op cognitieve en sociale processen van leren. Mensen worden
beïnvloed door hun omgeving via observatie en imitatie en zij leren uit dat gedrag
(conditioneren dit). Zij beïnvloeden ook zelf de omgeving (en zijn in staat verwachtingen
in te schatten en situaties te beoordelen: ziet in zijn omgeving welke vormen van gedrag
worden beloond en welke worden gestraft)
• Je gaat leren door te observeren en imiteren. Je bent geen passieve ontvanger van
een prikkel, maar je gaat jouw omgeving beïnvloeden en dat gedrag gaat
overnemen door observatie en door de persoon te je observeert te gaan imiteren
2