HOOFDSTUK 1: introductie sociale psychologie
= bestuderen hoe individuen elkaar beïnvloeden & hoe sociale situaties het denken/doen
vormen (gedachten, aanleiding, gevolgen) → vb: waarom helpen mensen wel of niet?
l HOE BEGRIJPEN WE SOCIALE INVLOED & PSYCHOLOGIE?
sociale invloed = effect dat woorden, handelingen & aanwezigheden van andere mensen
hebben op gedachten, gevoelens, houdingen & gedrag
niet: beroep doen op algemene wereldkennis: journalisten, getuigen…
niet: filosofie → niet empirisch (niet gebaseerd op wetenschappelijke gegevens)
wel: wetenschappelijke gegevens, opvattingen van mensen, persoonlijke interpretaties
↪ informatie komt binnen in brein (stimuli) → brein verwerkt → brein beslist iets te doen
↪ sociale brein is belangrijk want mens is sociaal dier (leren samenwerken/leven)
↪ mensen maken vaak foute interpretaties want niet bewust van oorsprong van gedrag
=> ‘meer vertellen dan we kunnen weten’ of ‘telling more than we can know’
HOE KUNNEN ANDERE MENSEN ONS BEÏNVLOEDEN?
-directe poging tot overtuiging
↪ vb: verkoper overtuigt je met argumenten over product
-indirecte poging door aanwezigheid & overdracht culturele waarden
↪ vb: je praat zachter in een bibliotheek omdat iedereen stil is
HOE WETEN WELKE FILOSOFISCHE VISIE WAAR IS OF NIET?
1. Descartes: informatie komt neutraal binnen → beslissen waar of niet waar
2. Spinoza: informatie komt binnen als waar → achteraf beslissen waar of niet waar
↪ aanvaarding maakt deel uit van begrijpen, afleiding voorkomt proces van ‘unaccepting’
↪ vaak nemen we dingen te vaak aan als ‘waar’ door evolutie (“waarnemen”)
SOCIALE PSYCHOLOGIE VERGELEKEN MET ANDERE SOCIALE WETENSCHAPPEN
-sociale wetenschappen: overkoepelend, economische/politieke/historische factoren
-sociologie: bezighouden met maatschappelijke instellingen/instituten/processen
-persoonlijkheidspsychologie: verschillen bestuderen van elke individu
-sociale psychologie: bestuderen van individu in sociale context
l DE KRACHT VAN DE SITUATIE
fundamentele attributiefout = neiging om rol van
persoonlijke eigenschappen te overschatten en rol van
situatie te onderschatten bij bepalen van iemands gedrag
onderzoek: competitief gedrag & coöperatief gedrag
→ competitief iemand kan ook coöperatief zijn
=> persoonlijkheid verandert onder invloed situatie (vb:
community & wall street game)
, psychologie VUB (eerste bachelor) - Roos Van Hoof
l DE KRACHT VAN SOCIALE INVLOED (vragen op examen over video facerear)
DE SUBJECTIVITEIT VAN DE SOCIALE SITUATIE (constructies/interpretaties belangrijk)
-behaviorisme: stroming die stelt dat om menselijk gedrag te begrijpen, men alleen de
versterkende eigenschappen van de omgeving hoeft te bekijken (brein verwaarlozen)
↪ kritiek: essentie is subjectieve interpretatie, niet enkel omgeving (niet beloning & straf)
-gestaltpsychologie (Kurt Lewin): stroming die het belang benadrukt van het bestuderen van
subjectieve manier waarop objecten in geest van mensen verschijnen, ipv objectieve/fysieke
eigenschappen van het object → “het geheel is meer dan de som van de delen”
↪ ipv enkel werkelijkheid waar te nemen zoals die is → maken we er een verhaal van
l BASIC HUMAN MOTIVES
BELANGRIJKSTE FACTOREN/MOTIEVEN DIE INTERPRETATIE BEÏNVLOEDEN?
1: behoefte om je goed te voelen over jezelf (= positive self-esteem = zelfverheffing)
↪ liever succes dan mislukking (ook reputatie in groep & samenwerking belangrijk)
↪ werkelijkheid vertekenen/onderbreken (optimistisch) om positief zelfbeeld te behouden
2: zo accuraat mogelijk zijn (afgaan op kennis) → belangrijk voor (sociale) overleving
↪ kan problemen veroorzaken als we niet alle informatie hebben (vb: alleen de positieve
dingen, niet de negatieve dingen) → verwachtingen zorgen voor verandering/vervorming van
realiteit (= self-fulfilling prophecy)
l SOCIALE PSYCHOLOGIE & SOCIALE PROBLEMEN
WAT SCHAFFEN SOCIALE PSYCHOLOGEN AAN OM TE BESTUDEREN?
-sociale problemen oplossen (= maatschappelijk of klinisch onderzoek)
-nieuwsgierigheid naar sociale processen/gedrag (= basis of fundamenteel onderzoek)
ONDERZOEK SOCIAAL BREIN AAN VUB
-taken laten uitvoeren door scanner (persoonlijkheid vinden op basis van gedrag)
-grote hersenkwabben: gekend, kleine hersenen (onderaan): minder gekend (verwaarlozing)
↪ meta-analyse op kleine hersenen => meest actief (motoriek & sociaal handelen)
-in jonge toestand: ontwikkeling van kleine hersenen is essentieel voor autisme (prematuren)
↪ vb: mensen met autisme: dingen in chronologische volgorde plaatsen is moeilijker
↪ oorzaak autisme: ⅓ door fout in kleine hersenen, ⅔ door genetisch
=> sociale complicaties (vb: met autisme zijn interpretatieverschillen moeilijk)
1. role of social situation: BYSTANDER EFFECT (= omstaanderseffect)
-Kitty Genovese (Bibb Latané & John Darley) 30min aangevallen voor dood
↪ 38 getuigen helpen niet of bellen geen ambulance (gedeelde verantwheid)
↪ ideaal voor sociale psychologen voor onderzoek ‘waarom helpt niemand?’
=> hypothese: persoon is minder geneigd om te helpen als er omstanders zijn
, psychologie VUB (eerste bachelor) - Roos Van Hoof
2. role of social situation: OBEDIENCE (= gehoorzaamheid)
-Stanley Milgram ‘de man die begonnen is met elektroshocks'
↪ WOII: mensen volgen hitler → achteraf verantwoordelijkheid ontkennen
↪ hypothese: wanneer mensen een bevel krijgen van legitieme overheid,
gaan ze dit meestal volgen => blinde gehoorzaamheid aan boosaardige
autoriteit
-naïef realisme= overtuiging dat we de wereld objectief zien (mensen die het oneens zijn
zien we als fout), terwijl sociale cognitie leert dat we alles interpreteren via schema's
HOOFDSTUK 2: methodologie: hoe sociale psychologen onderzoek doen
-zorgt blootstelling aan pornografie of geweld op TV voor meer geweld later?
-tekortkoming aan tussenkomst bij zaak van Kitty Genovese?
l SOCIALE PSYCHOLOGIE: EEN EMPIRISCHE WETENSCHAP
-empirisch onderzoek stelt ons in staat om de geldigheid van persoonlijke observaties &
volkswijsdom te ontkrachten/bewijzen
-hindsight bias = de neiging van mensen om achteraf te denken/overdrijven dat ze een
gebeurtenis hadden kunnen voorspellen, terwijl dat niet zo is (= achteraf gelijk)
↪ eerst wetenschappelijke gegevens nodig om onderzoek te kunnen doen
l EMPIRISCHE WETENSCHAP: START MET HYPOTHESES & THEORIEËN
hypothese & theorieën zijn gebaseerd op…
-... op eerdere theorieën & onderzoeken
↪ wetenschap stapelt zich op (cumulatief), nieuwe ideeën door wat al eerder is onderzocht
-... op persoonlijke observaties/ervaringen, gebeurtenissen, volkswijsdom & literatuur
↪ vb: Kitty Genovese
3 VORMEN VAN ONDERZOEKSMETHODEN
observatie beschrijven wat is de aard van dit fenomeen?
correlatie voorspellen als we x kennen, kunnen we dan y voorspellen?
experimentatie oorzaak-gevolg is variabele x de oorzaak van variabele y?
-operationele definitie= legt vast wat je meet & hoe (objectief, meetbaar, herhaalbaar)
↪ meting die wordt gebruikt om een abstract concept concreet & observeerbaar te maken
↪ vertaalslag van een begrip naar een meetbare handeling
, psychologie VUB (eerste bachelor) - Roos Van Hoof
l 1. DE OBSERVATIONELE METHODE: SOCIAAL GEDRAG BESCHRIJVEN
= systematische observatie & metingen van gedrag
ETNOGRAFIE
= observationele methode die door cultureel antropologen en sociaal psychologen wordt
gebruikt om een groep of cultuur te bestuderen en te begrijpen
-participerende observatie= vorm van systematische observatie waarbij de waarnemer
interactie heeft met de mensen die worden geobserveerd, zonder situatie te veranderen
-vooraleer onderzoekers beginnen met observeren, leggen ze codes & criteria vast
-interbeoordelaarsbetrouwbaarheid= de mate in hoe goed verschillende onderzoekers het
met elkaar eens zijn als ze dezelfde situatie bekijken en metingen doen
ARCHIEFANALYSE
= observationele methode waarbij de onderzoeker de geschreven verzamelde documenten
van een cultuur onderzoekt (schriften/dagboeken)
👎
NADELEN/LIMIETEN VAN OBSERVATIONELE METHODE
👎
bepaalde soorten gedrag moeilijk te observeren omdat ze zelden of in privé voorkomen
👎
onderzoek is beperkt tot 1 specifieke groep mensen, 1 omgeving & 1 soort activiteit
beschrijft gedragspatronen, maar helpt niet om te begrijpen hoe verschillende factoren
samenhangen, of waarom dat gedrag precies voorkomt
l 2. DE CORRELATIONELE METHODE: SOCIAAL GEDRAG VOORSPELLEN
= systematisch meten van relaties tussen twee of meer variabelen
-correlatiecoëfficiënt= statistiek die beoordeelt hoe goed je de ene variabele kunt voorspellen
op basis van een andere → kan positief of negatief zijn
↪ positief= toename van variabele hangt samen met
toename van andere variabele
↪ negatief= toename van variabele hangt samen met
afname van andere variabele
↪ nulcorrelatie= geen verband tussen variabelen
SURVEYS
-correlationele methode maakt vaak gebruik van surveys/vragenlijsten en observationele
gegevens → enquêtes worden gebruikt wanneer variabele niet gemakkelijk te observeren is
↪ toevallige selectie => representatieve steekproef
nadelen van surveys:
-steekproeffouten (literary digest)
-enquêtevragen die aan mensen vragen om hun eigen gedrag te verklaren = onnauwkeurig
-antwoorden op enquêtevragen kunnen worden beïnvloed door formulatie van vraag