Van 2022-2023 t.e.m. 2024-2025
Inleiding ................................................................................................................................ 1
Depressieve stemmingsstoornissen ...................................................................................... 3
Bipolaire stoornis .................................................................................................................. 8
Verslaving ........................................................................................................................... 10
Angststoornissen & OCS .................................................................................................... 13
Persoonlijkheidsstoornissen ................................................................................................ 17
Psychotische stoornissen .................................................................................................... 20
Neurocognitieve stoornissen ............................................................................................... 25
Eetstoornissen .................................................................................................................... 33
Psychotherapie ................................................................................................................... 35
Trauma ............................................................................................................................... 36
Capita selecta ..................................................................................................................... 38
Ouderenpsychiatrie in de praktijk ........................................................................................ 42
Inleiding
Hoofdvragen
Beschrijf Trias psychica, welk 4e element kan hier nog bij. Bespreek kort.
• Cognitieve S/
Vb. bewustzijn, aandacht, waarnemen, denken, intellectuele functies,…
• Conatieve S/
Vb. Psychomotoriek, motivatie, wil
• Affectieve S/
Vb. Stemming, affect
• Somatische S/
Veel psychiatrische aandoeningen hebben ook invloed op het lichaam (vb. slaapstoornissen,
eetstoornissen, verhoogde hartslag,…)
Wat zijn de 6 domeinen binnen de psycho-anamnese?
• Speciële anamnese
o Pt laten vertellen over de hoofdklacht. Open vragen stellen. Pt stimuleren om over moeilijke
onderwerpen te praten, maar niet te hard pushen aangezien de vertrouwensband nog maar
pril is.
• Algemene anamnese en observatie
o De 3 domeinen bevragen (conatief, cognitief, affectief) en observeren
• Persoonlijke en familiale VG
1
, o Ooit al psychologische hulp gekregen? Welke S/ had je toen? Zijn er D/ gesteld? Heeft de R/
geholpen?
o Zijn er in je familie mensen met psychiatrisch aandoeningen?
• Somatische anamnese
o Lichamelijke klachten
o Onderzoeken van bijv. hartslag, bloeddruk,…
• Sociale anamnese
o Niveau P+1: Werk, gezin, vrienden,…
o Niveau P+2: maatschappij
o Niveau P+3: zingeving
• Ontwikkelingsanamnese
o Zwangerschapscomplicaties, trauma in jeugd, verlating door ouders, opvoedingsstijl ouders,…
Leg de voordelen en nadelen van de DSM-V uit. Waarom ben je met een diagnose soms niets? Pas dit toe op
Depressie.
Voordelen:
- Categorisatie nodig voor wetenschappelijk onderzoek
- laat flexibiliteit toe: anders evenveel diagnoses als pt
- communicatie met patiënt, en tussen zorgverleners
Nadelen:
- niet obv objectiveerbare onderzoeken (bloed, BV,...)
- psychiatrische stoornissen zijn niet homogeen → veel variatie in o.a. behandeling, oorzaak,
invloed op het leven,…
DSMV houdt geen rekening met:
- oorzaak van de aandoening + hersenfuncties die gestoord zijn
- levensverhaal van de pt
- betekenis voor pt en omgeving
- Behandeling, prognose,…
Toegepast op depressie:
- Er zijn veel verschillende uitingen van depressie. De ene depressieve pt is de andere niet. Dankzij
DSM kunnen we die patiënten wel clusteren onder dezelfde noemer (hier dus depressie). Op deze
manier kunnen we al die verschillende uitingen toch een beetje groeperen.
- Het nadeel hierbij is, dat je moeilijk eenzelfde noemer kan terugvinden obv bijvoorbeeld de
oorzaak, behandeling,… Je zal dit altijd per patiënt moeten bekijken. Het zal dus moeilijk zijn om in
wetenschappelijk onderzoek eenzelfde noemer te vinden tussen deze verschillende uitingsvormen.
Bijvragen
Wat is het verschil tussen stemming en affect?
Stemming omschrijft meer een langdurig gevoel. Hoe je je over een langere periode voelt.
Vb. depressieve stemming (somber), eufore stemming (vrolijk), dysfore stemming (prikkelbaar, boos).
Affect bespreekt meer hoe je reageert op een bepaalde stimulus. Je emotionele reactie op dat
moment.
Vb. vlak affect (weinig emotionele reactie), labiel affect (snel wisselen tussen verschillende emoties),
inadequaat affect (een emotie tonen die niet past bij de situatie).
Wat zijn de 3 lagen in het sociaal domein
2
, Relaties: gezin, familie, vrienden
Maatschappij: job, werk, vereniging, vrijwilligerswerk,…
Zingeving: doel in je leven, spiritualiteit, religie
Bespreek verder de ontwikkelingsanamnese: wat bevraag je? En waarom?
- Zwangerschapscomplicaties & geboorte
- Trauma in jeugd (mishandeling, verwaarlozing,…)
- Verlating door ouders (overlijden, echtscheiding,…)
- Opvoedingsstijl ouders,…
De dingen die iemand meemaakt in zijn kindertijd, spelen mee een rol in het al dan niet ontwikkelen van
psychiatrische stoornissen. Het kunnen predisponerende factoren zijn.
Bespreek het conatieve aspect meer. Bij wat is dit gestoord?
Het conatieve bevat de psychomotoriek, motivatie en wil.
De psychomotoriek kan versneld (agitatie), vertraagd (retardatie) en katatoon zijn. Dit komt
bijvoorbeeld voor bij depressie.
Op vlak van motivatie en wil kan gestoord zijn en leiden tot suïcidaliteit, eetstoornissen,
middelengebruik, dwanggedachten,…
Er is veel overlap tussen verschillende ziektes, hoe zou je dit op een andere manier kunnen voorstellen (tip
het komt uit mijn lessen, VDB).
Miss zo symptoom gebaseerd of met van die ‘web-diagrammen’
Is de DSM goed voor wetenschappelijk onderzoek?
Ja en nee.
DSM laat toe om patiënten te categoriseren. Dit is noodzakelijk om aan wetenschappelijk onderzoek
te doen. Aan de andere kant kunnen binnen eenzelfde categorie, er verschillende uitingen zijn (de ene
depressieve pt is de andere niet). Dit maakt het moeilijk om onderzoek te doen naar eenzelfde
oorzaak, behandeling, prognose,… Omdat er zovel variatie zit in eenzelfde categorie.
Wat is de tegenhanger van DSM V?
ICD 11
Wat zou het voordeel zijn van het minder categorisch te maken en meer op symptoom dimensie?
Dit zou beter zijn voor de therapie aangezien je symptomen behandelt en geen diagnoses.
Casussen
/
Depressieve stemmingsstoornissen
Hoofdvragen
DD van depressie
- Rouw
Rouw Depressie
3
, Gevoel van leegheid Sombere gedachten
Beterschap na enkele weken. Beseft ook dat Geen beterschap. Pt heeft niet het gevoel dat
het zal beteren. het zal beteren.
Ook momenten van humor. Geen momenten van humor.
Zelgevoel is intact Gevoel van schuld en waardeloosheid
Doodswens om herenigd te worden met de Doodswens uit waardeloosheid en
overleden persoon. uitzichtloosheid
- Dementie
Dementie Depressie
Geen VG depressies Wel VG depressies
Geleidelijkaan opkomend Plots begin
Eerst cognitieve S/, nadien depressieve S/ Eerst depressieve S/, nadien cognitieve S/
’s Avonds meer S/ ’s Avonds minder somber gevoel
Veel moeite doen om te copen Geen moeite doen om te copen
- Persisterende depressieve stoornis
- Mildere S/ dan depressie
- Gedurende 2 jaar vaker wel sombere gevoelens dan niet
- Alcoholmisbruik
- Gelijkaardige S/ als depressie
- Cognitief: geheugenproblemen, concentratieproblemen
- Somatisch: moeheid, weinig eetlust, slaapstoornissen,…
- Pt verwoord zijn middelengebruik vaak niet, waardoor de S/ enorm op die van depressie
lijken. Het is daarom belangrijk om bij depressie altijd het middelengebruik na te vragen.
SSRI’s zijn 1e lijn farmacologische behandeling bij depressie, wanneer wordt er geopteerd om SSRI’s te
geven? Wat zijn de neveneffecten?
We geven SSRI’s indien:
- Ernstige S/ met een grote hinder
- VG van depressie waarbij farmacologie gewerkt heeft
- Onvoldoende respons op psychotherapie
- Famiale belasting
Nevenwerkingen
- Korte termijn: nausea, agitatie, suïcide (bij jongeren)
- Lange termijn: seksuele dysfunctie, gewichtstoename, afvlakking van het effect
Bespreek CGT bij depressie
Cognitieve therapie
Baseert zich op de triade van Beck. Deze stelt dat de persoon negatieve cognities heeft over zichzelf,
de wereld en de toekomst. Deze cognities leiden dan tot depressieve gevoelens.
Daarnaast maakt een depressieve pt ook denkfouten: personalisatie, overgeneralisatie, selectieve
abstractie.
Cognitieve therapie richt zich op die negatieve cognities. Probeert deze in kaart te brengen, te
bespreken en te veranderen. Dit werkt niet zo goed indien de negatieve cognities heel uitgesproken
zijn.
Gedragstherapie
Dit baseert zich op de theorie dat een depressie ontstaat uit een tekort aan positieve bekrachtingen
van de pt. In deze therapie gaan ze dus kijken welke activiteiten we kunnen toevoegen in het leven vd
4