Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 7 van de 134 pagina's
Samenvatting

Samenvatting biologische psychologie II

Document preview thumbnail
Voorbeeld 7 van de 134 pagina's

Samenvatting biologische psychologie 2. Ik behaalde een 19/20.

Voorbeeld van de inhoud

Biologische psychologie II
H1: INLEIDING

1. NETWERKSTRUCTUREN: VOORBEELDEN
Netwerkstructuren: relatief simpele netwerkstructuren kunnen worden ingezet voor uiteenlopende functies.
Zelfde bouwstenen met andere architectuur kan tot heel andere functie leiden!
- Neuron A stuurt info via axon, overheen de
synaps, naar dendrieten van neuron B; basic
netwerk
- + = exciterende invloed => meer activatie
- Basistoestand is extreem negatief; kortstondig
positief dan actiepotentiaal; Alles of niets
- Negatief in rusttoestand kost E, maar onderdrukt
ruis: actiepotentiaal dat niet bedoelt was, wordt
niet verder doorgegeven
- (neuronen zijn over het algemeen heel negatief
=> moet enorm veel info bij B aankomen om + te
worden => AP)

Hormonale VS neurale communicatie:
- Hormonaal: communicatie via een megafoon,
niet specifiek voor 1 bep. Cel
- Neuraal: communicatie veel specifieker, met 1
bepaald doel, inhoud en timing.
Convergentie:
Aantal neuronen daalt!
- kwantitatieve integratie; gemeenschappelijke
evidentie voor zelfde info: vb: fotoreceptoren bij
schemering; info wordt gebundeld van
verschillende kleine lichtbronnen om succesvol
te kunnen waarnemen (hoe meer, hoe meer
evidentie) (allemaal info van hetzelfde)
- kwalitatieve integratie; verschillende soorten
info bundelen: vb fotoreceptor + oogbeweging =
waar is object; info wordt gecombineerd om tot
iets nieuws te komen (gaat verschillende info
combineren om iets nieuws te kunnen
waarnemen)
 Info uit verschillende neuronen wordt allemaal
naar hetzelfde neuron gestuurd => info wordt
gebundeld en dus het # neuronen daalt
 Convergentie = veel info bundelen om het te
integreren => van verschillend info bronnen
informatie combineren tot 1 geheel



Herverdeling van informatie:
Eerste rij van neuronen stuur info naar een 2de rij van
neuronen (naar verschillende plaatsen)

,Biologische psychologie II
Divergentie:
Het aantal neuronen stijgt
- Opsplitsen; vb: info moet naar Cerebellum en
Cortex (neocortex)
- Versterken vb: een neuron die volledige
spiergroep doet bewegen

2. NETWERKSTRUCTUREN: FEEDBACK
Minimaliseren van ruis
Neuron A doet B en C vuren
Negatieve projectie van neuron C naar A,
bemoeilijkt het vuren A, maakt kans op temporele
summatie bij B kleiner.
B zal waarschijnlijk ook info van andere neuronen
moeten krijgen om tot vuren te komen.
Door inhiberende feedback naar A => gaat excitatie
kleiner worden => De info die bij A komt moet echt
sterk genoeg zijn om doorgestuurd te worden naar
neuron B
Minimaliseren van ruis
Neuron A doet B en C vuren
Negatieve projectie van neuron C naar B,
bemoeilijkt het vuren B.
Grote activiteit in A zal, tot meer beperkte activiteit in
B leiden wanner C actief.
A kan bv zeer sensitief zijn zodat geen valse
negatieven worden geregistreerd.
Feedforward = vooral om ruis uit te filteren, om te
zorgen dat enkel de info met voldoende evidentie
wordt doorgestuurd
De activatie van A zal een beetje getemperd worden
door C
Scherpe en doffe pijn
Feedforward netwerk
Komt voor in het pijnnetwerk
A voelt druk, wordt in B gedetecteerd als scherpe pijn
op een nauwkeurige plek.
Functie = Waarschuwing!
C zal acute pijnregistratie dempen.
= Evolutionair adaptief

Neuron A detecteert druk op voet en stuurt die direct
door naar C en B
Eerste pijn is heel belangrijk => direct gehandeld
worden, dus relevant dat die info snel wordt
doorgestuurd en die ontvangt dat dan ook direct van
A (het alarm gaat afgaan); maar die intense pijn die je
aan het begin ervaart moet weg. Dus C gaat de
pijnregistratie dempen
Info van C komt iets later bij B aan

,Biologische psychologie II
Neuron D is trager, minder gemyeliniseerd. Zal
demping van C op B opheffen zodat toch doffe,
diffuse, zeurende pijn wordt ervaren.
Functie = Wees voorzichtig!
Neuron D zegt bv tegen C => het is nog altijd nodig
om pijn te ervaren => dus die dempt C waardoor dat
de pijn van B niet wordt gedempt

Onthoud: Biologische achtergrond van iets simpel
als pijn, kan zeer complex zijn.



Laterale inhibitie
Minimaliseren van ruis
Eerste laag neuronen geeft excitatie informatie aan
tweede laag.
Neuronen in eerste laag inhiberen elkaar.
Vb: spatiale nauwkeurigheid bij tastreceptoren om
twee punten op huid te onderscheiden. Lukt beter op
handen vs rug.
Winner takes it all netwerk.

Uw brein is afgestemd om alle relevante info te
pikken uit je omgeving
C brengt een inhiberende werking naar A en E => zegt
jullie moeten niet zo actief zijn waardoor de info dat
neuron C doorstuurt als de meest belangrijke wordt
beschouwt
Stel er schijnt licht op AC en E => en er schijnt meer
op C dan gaat c zorgen dat de buren wat worden
geïnhibeerd
spatiale nauwkeurigheid bij tastreceptoren => als je
met je vinger op je pols stuurt gaan alle neuronen
signalen geven maar bv plek waar je op duwt is C =>
daar voel je het het hardst en dus kan je lokaliseren
waar er wordt gedrukt
Coïncidentiedetector
Coïncidentie = het samenvallen van informatie

Vb: Spatiale lokalisatie van geluid zonder zicht.
Axonen van rechter en linker oor geven beide
informatie aan neuronen (beige bollen) over het
horen van geluid.
Locatie van de bron van geluid, bepaald wanneer het
geluid toe komt aan elk oor. Specifiek neuron zal
vuren afhankelijk van het verschil in tijd tussen de
twee oren.
(samenvatting p. 14)

, Biologische psychologie II
3. ZINTUIGEN
3.1 Definitie
- Case study: Ian Waterman
o Sensorisch deficit
o Door griep op 19j selectieve uitval van tastzin, voelde wel nog pijn of temperatuur
o >> Persoon kan niet meer wandelen want proprioceptie = tastzin
o IW leert terug lopen op basis van zijn zicht (denk aan schroef indraaien), evenwichtszin,…
o >> Communicatie met handen of rest van lichaam
o IW leert dit terug door bewust de bewegingen te doen
o Conclusie: Wat we beschouwen als 1 functie, is vaak een samenspel tussen verschillende onderdelen.
(Het ervaren van voelen lijkt, voor mensen die niets hebben 1 geheel: maar tastzin is niet 1 geheel => er
kan dissociatie worden gemaakt tn verschillende functies (temp voelen, object voelen))
o We kunnen deze onderdelen leren kennen door dissociaties = verschillende deelfuncties die samen
1 vormen
o Psyche waar we ons van bewust zijn = klein onderdeel van de processen die in ons lichaam gebeuren
- doctrine van het licht en hoe we het nu zien
o vroeger: er zijn kleine buisjes en ergens schijnt daar licht door
o alle neuronen/zintuigen spreken in de vorm van actiepotentialen
→ de taal van de frequentie van het vuren
o de vraag blijft: hoe kunnen we iets “zien” door actiepotentialen?
o zien is het meest onderzocht → uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen zicht niet kwijt willen
o makkelijker te bestuderen, omdat de stimuli onveranderlijk zijn
o zintuigelijk waarnemen is niet passief → het is een actief proces
vb. er is geen lezen mogelijk zonder motoriek; het is het vormgeven van informatie aan de dingen die
binnenkomen
- Hoeveel zintuigen zijn er?
o klassieke 5: horen, zien, ruiken, tast, smaak
o Positie van je ledematen => je weet bv. Waar je hand in de omgeving is gelokaliseert
o Evenwichtzin = beweging van je lichaam tov zwaartekracht
o Evenwicht & versnelling
o Chemoceptie: => allemaal voorbeelden die als zintuig beschouwd kunnen worden
▪ vb. glomus caroticum in halsslagader: zenuwknoopje dat het zuurstofgehalte in de halsslagader
monitort, checkt of er wel voldoende zuurstof naar de hersenen gaat, anders krijgen we een
verstikkingsreflex waardoor je naar adem hapt => O²(, CO², pH).
▪ vb. aanwezigheid vetten bij de ingang van de dunne darm
→ gevoel van voldoende eten
o Magnetoceptie = Aanvoelen van magnetisch veld van de aarde
▪ Vb. Koeien oriënteren zich in dezelfde richting overheen wereld?
▪ Vissoorten kunnen navigeren op ingebouwd kompas
- chemoceptie en evenwicht vallen niet onder de klassieke 5 omdat je er niets bewust mee kan doen
vb. je kan eens goed ruiken aan iets, maar je kan niet bewust eens goed kijken hoeveel zuurstof er naar je brein
gaat
vb. je evenwicht voel je ook pas als je valt, als het faalt
- Klassieke definities:
o Gebaseerd op beperkte kennis van zintuigen (e.g. zicht vs tast)
o Sensatie = objectief proces: je krijgt letterlijk een stimuli en dat wordt doorgestuurd als info
▪ Fysieke omgevingsstimuli worden gedetecteerd door sensorische receptoren en omgezet in
neurale activiteit
• Vb: perceptie van licht, luidheid geluid,… Cellen die stimuli waarnemen en
neurotransmitters beïnvloeden
o Perceptie = subjectieve constructie: afhankelijk vd manier hoe, waarop je ergens naar kijkt zal je
andere dingen waarnemen
▪ interpretatie, ervaring, reactie op deze sensaties door cellen in het centraal zenuwstelsel
• Beinvloed door motivatie, doel,…
o Transductie: de omzetting v stimuli in de cel om dan geïnterpreteerd te kunnen worden door je
zenuwstelsel (omgezet in AP)

, Biologische psychologie II
▪ omzetting van fysieke stimuli in verandering van membraanpotentiaal (rechtstreeks beïnvloed
door omgeving, niet door andere cel) in de sensorische receptorcel
- Problemen met Klassieke definities: zelfs met deze 3 kenmerken, is er nog onduidelijkheid:
o Wat zijn “fysieke omgevingsstimuli”?
▪ Onderscheid extern / intern; vb: vet in darm vs mond?
o Onderscheid sensatie / perceptie; objectief vs subjectief? Ook sensatie wordt bepaald door ervaringen;
Wat we ervaren = constructie
o Intuïtief onderscheid tussen zintuigen die (doorgaans) bewuste ervaring teweegbrengen en deze die dat
niet doen (bewuste ervaring = zintuig of niet
- Oplossing = een vagere definitie: werkdefinitie= Zintuigen zijn die psychische functies die ons al dan niet
bewust informatie verschaffen over gebeurtenissen in de materiële wereld
- Essentieel bij alle modaliteiten:
o Gespecialiseerde cellen (receptorcellen) detecteren specifieke fysische fenomenen (energie vb
geluidsdruk; chemische substanties vb: smaak detecteert moleculen)
o Deze worden in zekere mate gespecialiseerd verwerkt door één of meerdere delen van het
zenuwstelsel (vb: primaire visuele cortex vooral gerelateerd aan zicht)
o Wat we als één zintuig beschrijven omvat vaak meerdere types receptoren en meerdere ketens van
gespecialiseerde verwerking (vb. fotoreceptoren die kleurgevoelig zijn vs niet; wat vs waar bevindt
object zich)
3.2 Receptoren
- Sensorische receptor:
o = gespecialiseerd neuron = volledige cel
o ≠ vb. GABA “receptor” (= proteïne, eiwit dat onderdeel is van een neuron)
o detecteren een specifiek soort fysieke gebeurtenis (vb. een aspect van licht) of substantie
o hebben meestal geen axon; vormen synapsen met hun cellichaam; typisch graduele/analoge codering
>> meer sensatie = meer vrijgeven van boodschappersstoffen  actiepotentiaal
▪ substantie die tot hun komt, sturen ze door zonder axonen → meestal wordt er een stof
vrijgegeven door die neuronen die dan aangeeft hoe fel/sterk iets aanwezig is
▪ receptorcellen: graduele afgifte ve bepaalde stof om een graduele doorgave van informatie te
hebben
o Gespecialiseerd:
▪ afgestemd op een welbepaald type stimulus / modaliteit (“adequate stimulus” fotoreceptor
detecteerd enkel licht)
• verschillend over soorten heen (vb. Elektroceptie = detectie van elektrische
spanning in dolfijn en vogelbekdier, detecteerd spierspanning van hun prooi)
▪ afgestemd op een welbepaalde range
• vb. gehoor bij mensen beperkt tot +/- 20 kHz
3.3 Zintuigelijke verwerking
- Gespecialiseerde verwerking: Hoe van ervaring naar zien? Homunculus?
o Müller (1803-1858): doctrine van de specifieke energieën
▪ verschillende sensoren communiceren via verschillende “energieën” met het brein
▪ let op voor de homunculus!
o Heden:
▪ alle zintuigen communiceren in dezelfde “taal” = actiepotentialen
▪ specifieke patronen van actiepotentialen in specifieke delen van onze hersenen worden
ervaren als de diverse zintuiglijke indrukken = Vertaling van actiepotentialen naar ervaring
vb. visuele hallucinatie door elektrische stimulatie
➔ als we ingrijpen op die AP kunnen we zelf waarnemingen creëren
➔ Parahippocampale place area = is de plaats om scènes te te verwerken => als je hier een juiste
stimulatie aan toevoegt kan je mensen de waarneming, het gevoel geven dat ze ergens zijn terwijl ze
gewoon in het lab zijn ➔ dit doen ze door juiste plek in brein de activeren en stimuleren

, Biologische psychologie II
- Codering = vertaling van actiepotentialen
o Obv Intensiteit:
Gebaseerd op frequentie, aantal en threshold
(vb: minder gevoelig neuron dat vuurt =
belangrijke info zoals dieper gelegen neuron bij
pijn) van vurende neuronen
Vb: Frequentie vuren van neuronen en
subjectieve drukervaring gaan gelijk op
o Obv Locatie:
vb. somatotopische organisatie tastzin = waar
receptor ligt speelt rol
➔ kan ook variëren afh van neuron => sommige neuronen moeten heel veel vuren om info te kunnen
doorsturen andere mss maar 1 keer
➔ Coderen obv locatie = waar je receptor ligt gaat bepalen waar je gaat waarnemen
- Receptief veld = neuronen kunnen maar deel van ruimte waarnemen:
o Locatie waar de stimulus zich moet bevinden om receptorcel te kunnen beïnvloeden
Vb: receptief veld van fotoreceptor is erg beperkt
o Groter / kleiner (vb. Receptief veld van vinger is kleiner versus rug)
→hoe Kleiner hoe specifieker ; hoe groter hoe meer info gecombineerd kan worden
→Receptieve veld zal dus groter worden naarmate er veel meer info geïntegreerd wordt
o Kenmerk van cellen over gehele verwerkingsketen vb: visueel neuron in brein reageert enkel op rechter
visueel veld
o Algemene regel: groter receptief veld naarmate hogerop in de verwerkingsketen
- Codering = vertaling van AP
o Adaptatie:
▪ Perceptuele systemen zijn vooral gevoelig voor verandering/verschillen/contrasten tov van
vorige situatie (evolutionair belang) <-> “absolute”, getrouwe representatie van de werkelijkheid
▪ Ze “wennen” dus aan het algemene niveau van stimulatie
• Veelal uitdoven respons bij continue stimulatie (spaarzaamheid want celprocessen
kosten energie)
• Laat ook afstemming op een bepaalde stimuluscontext toe (vb. Verblinding door
ochtendlicht na aanpassing aan lichtinval tijdens nacht) => fel in het begin, maar dan
gaan die wennen aan het zonlicht (adaptatie) en gaat de info van dat licht minder hard
verwerkt worden
➔Dingen die hetzelfde blijven zijn minder gevaarlijk => evolutionair => de info die wordt
verwerkt neemt af = adaptatie
= Relatieve gevoeligheid = Mechanisme dat gevoelig is voor verandering, dat je feller gaat reageren
wanneer er veranderingen zijn in je omgeving
- Vb illusie: Ervaren door > 80% mensen ervaren perceptie van groter wordende vlek
o Visueel systeem anticipeert op donkerheid op basis van eerdere ervaringen (vb: tunnel binnen rijden),
pupillen vergroten, visueel system zal meer licht binnen laten
o >> objectief verandert er niets (exact dezelfde info valt in op je retina), waarneming is gestuurd door
verwachting!
o Verwevenheid waarneming = handelen; de verwachting is verweven met hoe je gaat handelen
▪ Gepaste actie vergt sensorische informatie (zie vb. Ian Waterman: sensorisch deficiet waardoor
actie, stappen, niet meer lukt)
▪ sensorische informatie vergt (moet vaak leiden tot actie) vaak actie (vb. adaptatie visueel
systeem bij illusive)
- Vb illusie: Ervaring dat kat verdwijnt, mogelijk blijven tanden zichtbaar. Troxler-effect: Tanden blijven laatst te
zien doordat het contrast op dit onderdeel van de foto het grootst is = grootst mogelijke verschil, dooft dus
moeilijk uit.
o Ogen maken microsaccades, kleine bewegingen, waardoor fotoreceptoren kleine verschillen in
lichtinformatie krijgen = Veranderingen in lichtinfo, deze saccades onderdrukken > minder verandering >
adaptatie > andere waarneming
o Verwevenheid waarneming en handelen
- Verwevenheid organisme en omgeving

, Biologische psychologie II
o Vb. doordat mens zich ontwikkelde op aarde
▪ duur dag-nachtcyclus, is automatisch 24u
▪ kleurzicht dat erg goed afgestemd is op een groene omgeving

Documentinformatie

Geüpload op
4 februari 2026
Aantal pagina's
134
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€9,06

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
5
Laatst verkocht
1 maand geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen