1
Deceuninck Doro
Examenopdracht
Politiserend handelen
Deceuninck Doro
R0915173
Bachelor sociaal werk in AO
1. Vertrekken vanuit ‘verontwaardiging’ en ‘engagement’....................................2
1. Opdracht 1......................................................................................................... 2
2. What’s in a name: ‘politiserend handelen’.........................................................4
2. Opdracht 2......................................................................................................... 4
3. De politiserende opdracht van sociaal werk.......................................................6
3. Opdracht 3......................................................................................................... 6
Casus 1:........................................................................................................... 6
Casus 2:........................................................................................................... 6
Casus 3:........................................................................................................... 7
Casus 4:........................................................................................................... 7
Casus 5:........................................................................................................... 7
Casus 6:........................................................................................................... 7
Verduidelijk de titel van het artikel. Politiseren in de praktijk: een krachtlijn
die uitdaagt, schuurt en soms frustreert..........................................................7
4. Politisering onder druk....................................................................................... 9
4. Opdracht 4......................................................................................................... 9
, 2
Deceuninck Doro
Film ‘I, Daniel Blake’......................................................................................... 9
Sociaal werk verlegt structuren......................................................................12
5. Politiserend werken: een handelingskader.......................................................14
5. Opdracht 5....................................................................................................... 14
Afweging 1: De kwestie.................................................................................. 14
Afweging 3: gaan we publiek met deze kwestie?...........................................16
Afweging 4: hoe gaan we deze kwestie politiseren?......................................16
6. Opdracht 6....................................................................................................... 22
6. Reflectie........................................................................................................... 22
7. Bijlagen............................................................................................................ 23
Bijlage opdracht 1.......................................................................................... 24
8. Bronnenlijst...................................................................................................... 29
1. Vertrekken vanuit ‘verontwaardiging’
en ‘engagement’
1. Opdracht 1
Wat mij verontwaardigd vanuit dit artikel is dat heel wat kinderen en jongeren niet de hulp
krijgen die ze nodig hebben of die hulp pas na maanden/jaren krijgen. Ikzelf werk binnen de
GGZ en weet dat het vaak al een grote drempel is om hulp in te schakelen. Heel vaak gaat
er al een lange tijd van twijfels en angst voorafgaand aan een aanmelding voor hulp.
Wanneer er dan toch een vraag komt naar hulp en deze noden niet onmiddellijk kunnen
ingevuld worden, kan dit aanvoelen als een afwijzing. Kinderen/jongeren met een psychische
hulpvraag of een verstandelijke beperking kunnen net gevoeliger zijn voor afwijzing en hier
moeilijker mee omgaan. Dit kan de drempel nog groter maken om verder te zoeken naar
aangepaste hulp.
In het artikel wordt ook gesproken over de aanmeldingen bij crisispunten. Hier liepen 8%
meer aanvragen binnnen en 1 op de 7 keer kon zo’n aanvraag niet beantwoord worden
omdat het ‘volzet’ was.
Dit is een ‘logisch’ gevolg wanneer er niet kan ingegaan worden op aanmeldingen of vragen
naar hulp op maat, wanneer zich nog niet per se een crisis voordoet.
Desondanks ben ik toch verontwaardigd door de cijfers en nog meer door de woordkeuze
‘volzet’. Het kan er bij mij niet in dat je tegen iemand kan zeggen die in een crisissituatie
verkeerd: ‘sorry, wij kunnen jou op dit moment niet helpen, we zijn volzet’. Hoe kan je zo
iemand met een gerust hart terug naar huis sturen of thuislaten?
Artikel 25
, 3
Deceuninck Doro
Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en
welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en
geneeskundige verzorging, wordt hier geschaad. Iemand die professionele hulp nodig heeft
op psychisch vlak of zelf in een crisissituatie verkeerd en deze hulp niet onmiddellijk krijgt,
kan op dat moment geen kwaliteitsvol leven gaan leiden. Vaak gaan deze mensen zich gaan
isoleren omdat ze hun plek niet vinden in de maatschappij en zich niet begrepen voelen.
Vaak komt deze doelgroep op de spoed terecht na een suïcidepoging waarna ze na een
observatieperiode terug naar huis gestuurd worden. Dit vooral wanneer ze niet onmiddellijk
terecht kunnen op een behandelafdeling binnen de GGZ.
Artikel 3
Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon. De overheid
en anderen moeten het leven van de mensen beschermen. Echter is dit iets wat vaak fout
loopt binnen de GGZ. Mensen met suïcidale gedachten blijven maanden op een wachtlijst
staan. Mensen met een psychische kwetsbaarheid vinden moeilijk hun plek in de
samenleving. Doordat ze ook nog eens worden afgewezen door hulpverlening zien ze maar
1 uitweg en dit is hunzelf beroven van het leven. Heel wat suïcidepogingen of mensen die
zich isoleren zouden kunnen verholpen worden door het op tijd aanbieden van professionele
en aangepaste zorg. Natuurlijk kan ook niet alles vermeden worden, maar toch een groot
deel. Mensen zouden sneller een plekje kunnen vinden in de maatschappij met gepaste
zorg.
Artikel 28
Een ieder heeft recht op het bestaan van een zondanige maatschappelijke en internationale
orde, dat de rechten en vrijheden, in deze verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen
worden verwenzijnlijkt. Dit mensenrecht wordt duidelijk geschonden. Door de lange
wachtlijsten kan het recht op zorg, veiligheid en ontwikkeling niet worden gerealiseerd bij
deze jongeren. Het zorgsysteem functioneert niet goed, mensen kunnen hun rechten op
papier, niet in de werkelijkheid krijgen. De maatschappij is hierin onvoldoende
georganiseerd.
Sociale onrechtvaardigheid
Economische onrechtvaardigheid
Er zijn te weinig financiële middelen en personeel om iedereen te helpen. Er is een
structureel tekort aan middelen, personeel en beleid. De overheid investeert nog te weinig in
de GGZ. De vraag is zoveel groter dan het aanbod. Mensen krijgen geen gelijke kansen op
gebied van welzijn en gezondheid. Er is een duidelijk verschil merkbaar in het investeren in
fysieke zorg en psychische zorg.
Culturele onrechtvaardigheid
We merken nog steeds een stigma over mensen met een psychische problematiek. Nog
vaak komt het voor dat deze groep mensen te weinig serieus worden genomen. We merken
dat het nog steeds minder maatschappelijke erkenning krijgt dan het fysieke aspect.
Hierdoor wordt er nog minder geïnvesteerd in de GGZ.
Politieke onrechtvaardigheid
, 4
Deceuninck Doro
Dit gaat erover dat ieders stem niet even ver reikt in onze maatschappij of volwaardig kan
deelnemen aan politieke processen. Hierbij kunnen we zeggen dat ervaringsdeskundigen
binnen de GGZ ook geen stem krijgen binnen het beleid. Enkel mensen zonder ervaring
maken beleidskeuzes, hierdoor is er geen zicht op de werkelijke noden binnen deze sector.
Niet alleen patiënten, maar ook zorgverleners hebben te weinig of geen inspraak in hoe de
GGZ georganiseerd wordt.
2. What’s in a name: ‘politiserend
handelen’
2. Opdracht 2
“Whatever is produced in a fast Way, ends up in a landfill somewhere” Dit is de titel van het
voorbeeld dat mij inspireerd. Het gaat erover hoeveel textielafval er wordt geëxporteerd
vanuit België in 2022. Dit was 83 keer het Atomium. Deze textiel komt veelal terecht in
landen als India, Pakistan, Oeganda en Tunesië. Hierover Kwam de Oegandese
vakbondsleider Irene Lanyero spreken in België op uitnodiging van de Schone Kleren
Campagne.
Het initiatief Schone Kleren Campagne wil ons bewust maken van de grote impact die onze
kledingconsumptie heeft op het klimaat. Elk jaar gooien we enorme hoeveelheden kleding in
kledingcontainers, terwijl we tegelijk dubbel zoveel nieuwe kleren kopen. Kleding die we niet
meer willen of niet meer kunnen verkopen, wordt vaak met een tweedehandslabel
geëxporteerd naar landen zoals Oeganda. In werkelijkheid gaat het vaak om textielafval: de
kwaliteit is laag en de kleding is regelmatig vuil, inclusief ongewassen ondergoed en
babykleding.
In deze sector werken voornamelijk vrouwen, meestal onder slechte omstandigheden. Ze
beschikken over weinig tot geen sociale rechten, verdienen vaak geen minimumloon en
hebben geen vakbond die hun belangen verdedigt. Daarnaast helpen ook veel kinderen en
ouders mee met het sorteren van de enorme textielbergen. Het verwerken en recycleren van
deze stoffen brengt extra gezondheidsrisico’s met zich mee, omdat kleding vaak plastic en
andere chemische stoffen bevat. Zowel mens als natuur ondervinden hier ernstige schade
van.
De mode-industrie is in korte tijd geëvolueerd van fast fashion naar ultra-fast fashion. Als we
vandaag zouden stoppen met het produceren van nieuwe kleding, zouden we nog genoeg
textiel hebben om ons tot het jaar 2100 te kleden. Omdat kleding zo goedkoop en
gemakkelijk verkrijgbaar is, wordt ze ook steeds sneller weggegooid. Een gemiddelde
Europese consument koopt jaarlijks 19 kilogram textiel, inclusief schoenen en huisraad, en
doet daarvan maar liefst 16 kilogram per jaar weg.
De Schone Kleren Campagne zoekt daarom naar alternatieven voor kleding die we niet meer
dragen. Ze zetten in op initiatieven zoals upcycling, naaiateliers, hersteldiensten, kledingruil,
Deceuninck Doro
Examenopdracht
Politiserend handelen
Deceuninck Doro
R0915173
Bachelor sociaal werk in AO
1. Vertrekken vanuit ‘verontwaardiging’ en ‘engagement’....................................2
1. Opdracht 1......................................................................................................... 2
2. What’s in a name: ‘politiserend handelen’.........................................................4
2. Opdracht 2......................................................................................................... 4
3. De politiserende opdracht van sociaal werk.......................................................6
3. Opdracht 3......................................................................................................... 6
Casus 1:........................................................................................................... 6
Casus 2:........................................................................................................... 6
Casus 3:........................................................................................................... 7
Casus 4:........................................................................................................... 7
Casus 5:........................................................................................................... 7
Casus 6:........................................................................................................... 7
Verduidelijk de titel van het artikel. Politiseren in de praktijk: een krachtlijn
die uitdaagt, schuurt en soms frustreert..........................................................7
4. Politisering onder druk....................................................................................... 9
4. Opdracht 4......................................................................................................... 9
, 2
Deceuninck Doro
Film ‘I, Daniel Blake’......................................................................................... 9
Sociaal werk verlegt structuren......................................................................12
5. Politiserend werken: een handelingskader.......................................................14
5. Opdracht 5....................................................................................................... 14
Afweging 1: De kwestie.................................................................................. 14
Afweging 3: gaan we publiek met deze kwestie?...........................................16
Afweging 4: hoe gaan we deze kwestie politiseren?......................................16
6. Opdracht 6....................................................................................................... 22
6. Reflectie........................................................................................................... 22
7. Bijlagen............................................................................................................ 23
Bijlage opdracht 1.......................................................................................... 24
8. Bronnenlijst...................................................................................................... 29
1. Vertrekken vanuit ‘verontwaardiging’
en ‘engagement’
1. Opdracht 1
Wat mij verontwaardigd vanuit dit artikel is dat heel wat kinderen en jongeren niet de hulp
krijgen die ze nodig hebben of die hulp pas na maanden/jaren krijgen. Ikzelf werk binnen de
GGZ en weet dat het vaak al een grote drempel is om hulp in te schakelen. Heel vaak gaat
er al een lange tijd van twijfels en angst voorafgaand aan een aanmelding voor hulp.
Wanneer er dan toch een vraag komt naar hulp en deze noden niet onmiddellijk kunnen
ingevuld worden, kan dit aanvoelen als een afwijzing. Kinderen/jongeren met een psychische
hulpvraag of een verstandelijke beperking kunnen net gevoeliger zijn voor afwijzing en hier
moeilijker mee omgaan. Dit kan de drempel nog groter maken om verder te zoeken naar
aangepaste hulp.
In het artikel wordt ook gesproken over de aanmeldingen bij crisispunten. Hier liepen 8%
meer aanvragen binnnen en 1 op de 7 keer kon zo’n aanvraag niet beantwoord worden
omdat het ‘volzet’ was.
Dit is een ‘logisch’ gevolg wanneer er niet kan ingegaan worden op aanmeldingen of vragen
naar hulp op maat, wanneer zich nog niet per se een crisis voordoet.
Desondanks ben ik toch verontwaardigd door de cijfers en nog meer door de woordkeuze
‘volzet’. Het kan er bij mij niet in dat je tegen iemand kan zeggen die in een crisissituatie
verkeerd: ‘sorry, wij kunnen jou op dit moment niet helpen, we zijn volzet’. Hoe kan je zo
iemand met een gerust hart terug naar huis sturen of thuislaten?
Artikel 25
, 3
Deceuninck Doro
Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en
welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en
geneeskundige verzorging, wordt hier geschaad. Iemand die professionele hulp nodig heeft
op psychisch vlak of zelf in een crisissituatie verkeerd en deze hulp niet onmiddellijk krijgt,
kan op dat moment geen kwaliteitsvol leven gaan leiden. Vaak gaan deze mensen zich gaan
isoleren omdat ze hun plek niet vinden in de maatschappij en zich niet begrepen voelen.
Vaak komt deze doelgroep op de spoed terecht na een suïcidepoging waarna ze na een
observatieperiode terug naar huis gestuurd worden. Dit vooral wanneer ze niet onmiddellijk
terecht kunnen op een behandelafdeling binnen de GGZ.
Artikel 3
Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon. De overheid
en anderen moeten het leven van de mensen beschermen. Echter is dit iets wat vaak fout
loopt binnen de GGZ. Mensen met suïcidale gedachten blijven maanden op een wachtlijst
staan. Mensen met een psychische kwetsbaarheid vinden moeilijk hun plek in de
samenleving. Doordat ze ook nog eens worden afgewezen door hulpverlening zien ze maar
1 uitweg en dit is hunzelf beroven van het leven. Heel wat suïcidepogingen of mensen die
zich isoleren zouden kunnen verholpen worden door het op tijd aanbieden van professionele
en aangepaste zorg. Natuurlijk kan ook niet alles vermeden worden, maar toch een groot
deel. Mensen zouden sneller een plekje kunnen vinden in de maatschappij met gepaste
zorg.
Artikel 28
Een ieder heeft recht op het bestaan van een zondanige maatschappelijke en internationale
orde, dat de rechten en vrijheden, in deze verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen
worden verwenzijnlijkt. Dit mensenrecht wordt duidelijk geschonden. Door de lange
wachtlijsten kan het recht op zorg, veiligheid en ontwikkeling niet worden gerealiseerd bij
deze jongeren. Het zorgsysteem functioneert niet goed, mensen kunnen hun rechten op
papier, niet in de werkelijkheid krijgen. De maatschappij is hierin onvoldoende
georganiseerd.
Sociale onrechtvaardigheid
Economische onrechtvaardigheid
Er zijn te weinig financiële middelen en personeel om iedereen te helpen. Er is een
structureel tekort aan middelen, personeel en beleid. De overheid investeert nog te weinig in
de GGZ. De vraag is zoveel groter dan het aanbod. Mensen krijgen geen gelijke kansen op
gebied van welzijn en gezondheid. Er is een duidelijk verschil merkbaar in het investeren in
fysieke zorg en psychische zorg.
Culturele onrechtvaardigheid
We merken nog steeds een stigma over mensen met een psychische problematiek. Nog
vaak komt het voor dat deze groep mensen te weinig serieus worden genomen. We merken
dat het nog steeds minder maatschappelijke erkenning krijgt dan het fysieke aspect.
Hierdoor wordt er nog minder geïnvesteerd in de GGZ.
Politieke onrechtvaardigheid
, 4
Deceuninck Doro
Dit gaat erover dat ieders stem niet even ver reikt in onze maatschappij of volwaardig kan
deelnemen aan politieke processen. Hierbij kunnen we zeggen dat ervaringsdeskundigen
binnen de GGZ ook geen stem krijgen binnen het beleid. Enkel mensen zonder ervaring
maken beleidskeuzes, hierdoor is er geen zicht op de werkelijke noden binnen deze sector.
Niet alleen patiënten, maar ook zorgverleners hebben te weinig of geen inspraak in hoe de
GGZ georganiseerd wordt.
2. What’s in a name: ‘politiserend
handelen’
2. Opdracht 2
“Whatever is produced in a fast Way, ends up in a landfill somewhere” Dit is de titel van het
voorbeeld dat mij inspireerd. Het gaat erover hoeveel textielafval er wordt geëxporteerd
vanuit België in 2022. Dit was 83 keer het Atomium. Deze textiel komt veelal terecht in
landen als India, Pakistan, Oeganda en Tunesië. Hierover Kwam de Oegandese
vakbondsleider Irene Lanyero spreken in België op uitnodiging van de Schone Kleren
Campagne.
Het initiatief Schone Kleren Campagne wil ons bewust maken van de grote impact die onze
kledingconsumptie heeft op het klimaat. Elk jaar gooien we enorme hoeveelheden kleding in
kledingcontainers, terwijl we tegelijk dubbel zoveel nieuwe kleren kopen. Kleding die we niet
meer willen of niet meer kunnen verkopen, wordt vaak met een tweedehandslabel
geëxporteerd naar landen zoals Oeganda. In werkelijkheid gaat het vaak om textielafval: de
kwaliteit is laag en de kleding is regelmatig vuil, inclusief ongewassen ondergoed en
babykleding.
In deze sector werken voornamelijk vrouwen, meestal onder slechte omstandigheden. Ze
beschikken over weinig tot geen sociale rechten, verdienen vaak geen minimumloon en
hebben geen vakbond die hun belangen verdedigt. Daarnaast helpen ook veel kinderen en
ouders mee met het sorteren van de enorme textielbergen. Het verwerken en recycleren van
deze stoffen brengt extra gezondheidsrisico’s met zich mee, omdat kleding vaak plastic en
andere chemische stoffen bevat. Zowel mens als natuur ondervinden hier ernstige schade
van.
De mode-industrie is in korte tijd geëvolueerd van fast fashion naar ultra-fast fashion. Als we
vandaag zouden stoppen met het produceren van nieuwe kleding, zouden we nog genoeg
textiel hebben om ons tot het jaar 2100 te kleden. Omdat kleding zo goedkoop en
gemakkelijk verkrijgbaar is, wordt ze ook steeds sneller weggegooid. Een gemiddelde
Europese consument koopt jaarlijks 19 kilogram textiel, inclusief schoenen en huisraad, en
doet daarvan maar liefst 16 kilogram per jaar weg.
De Schone Kleren Campagne zoekt daarom naar alternatieven voor kleding die we niet meer
dragen. Ze zetten in op initiatieven zoals upcycling, naaiateliers, hersteldiensten, kledingruil,