Basisbegrippen
A. “Norm”, “regel”, “wet”, “bevel”
A. Terminologie
B. Gesanctioneerd (of niet?)
C. Gebiedend of verbiedend
D. Aanvullend of dwingend (al dan niet van openbare orde)
E. Algemene normen en individuele bevelen
A. Terminologie
- Norm = de manier waarop de mens zich hoort te gedragen (gedragsvoorschrift)
• Breedste betekenis
• Alle wetgevingen, regels zijn normen
• Je bent beleefd tegen iedereen
• Het is wat de maatschappij van jou verwacht
• Bv. Als goed kleinkind ga je elke zondag nr jouw oma → maar als je
1 zondag eens niet kan dan zal jouw oma niet boos zijn en er hangt
dus geen sanctie aan vast
• Onbepaald aantal situaties of personen
• “Categoriek” omschreven en bindend
• Interval
• Als je niet beleefd bent, dan zullen mensen niet op jou reageren → dan kan je
ook geen binding krijgen
- Wet
- Een wet is zeer specifiek beschreven
- Je kan het vinden in contracten → iedere overeenkomst strekt de partijen tot wet → je bent
verplicht om jouw contract na te komen
- 5.69 → te vinden in wetboek
• Heel breed (ook buiten het recht): synoniem norm
• Breed (materiële wet): norm uitgaande van de overheid
• De wet is een tekst, regel die uitgaat van een overheid die bevoegd is om
daarover iets te zeggen
• Bv. De watergroep: als je huis is aangesloten aan de water leidingen dan moet
je de wetten van de watergroep volgen
• Het legt een bepaalde gedragsregel op
• Eng (formele wet): norm uitgaande van wetgever (wetgevende macht)
• Scheiding der machten: wettelijke, uitvoerende(mimisters), gerechtelijke →
ze controleren elkaar → de parlement verkiezen deze persoon → deze
personen bepalen onzer wetten
→ Formele wet = procedureel → door de formele wetgever (Koning + Parlement). Materiële
wet = inhoudelijk → bevat algemene regels die voor burgers gelden, ongeacht wie ze maakt.
Federale wetgever (Kamer + Senaat + Koning) → maakt wetten.
1
, Vlaams Parlement & Waals Parlement & Parlement van de Franse Gemeenschap &
Duitstalige Gemeenschap → maken decreten.
Brussels Hoofdstedelijk Parlement → maakt ordonnanties.
- Regel
• = iets wat algemeen van toepassing is op bijna iedereen
• Niet juridisch, maar eerder een synoniem
• Ook uitzondering (indien ook categoriek)
B. Gesanctioneerd of niet
- Als je niet gesanctioneerd wordt dan ben je geneigd om de wetten niet te volgen
- Sancties worden beschreven in de wet
- Het is de staat die gaat sanctioneren
- Dagelijks leven = waarborg → garanderen dat het word uitgevoerd
- Juridisch = enkelband, boete
- Juridische normen
• Per definitie gesanctioneerd/afdwingbaar via overheid
• Ook ‘hulpregels’ (door combinatie met andere)
• Hangt geen sanctie aan vast, maar wel gedragsvoorschriften op jou
voorleggen zie 388 (oud)wetboek → gaat over minderjarig zijn onder 18
- Maar sancties
• Breed scala
• Werkstraf, boete, enkelband, rijverbod, gevangenisstraf, stadionverbod,
contactverbod
• Direct?
• Het ontduiken, optimaliseren van belastingen → als gevolg brengen ze jou in
een hogere categorie → niet een directe sanctie
• Goed/efficiënt?
• Juridische reflex: wat is de sanctie?
• Na 150j nieuwe en efficiënter straffen → ze lopen achter op de maatschappij
• Streng genoeg om na te leven?
• De sper periode van de solden: 6 weken voor de solden mogen winkels geen
kortingen meer bieden → ze moeten hun prijzen normaal houden, want een
groot firma kan makkelijker korting geven dan een kleine firma → grote
winkelketens zeggen van de solden, dat ze al solden hebben terwijl dit niet
mag en daar staan boeten op (€ 20.000 euro) → hun pakkans is klein en als je
gepakt wordt dan zijn jouw winsten veel groter dan de boete die ze moeten
betalen
2
, C. Gebiedend of verbiedend
- Technisch gezien alleen geboden en verboden sanctioneer baar
- Gebod/ bevel = moeten
• Indien a, dan b → sanctie steeds indien niet-b
• Een voetganger moet op het voetpad wandelen als er een voetpad is, want als je dat
niet doet dan krijg je een boete
- Verbod = niet mogen, je mag iets niet doen, als je dat wel doet dan krijg je een sanctie
• Indien c, dan d → sanctie steeds indien d
• Je zult niet doden → als je iemand vermoord, dan volgt er sanctie
- Operationaliseren door regel te hertalen in gebod of verbod
• Ze moeten in de wettekst het hertalen nr een gebod of verbod
D. Dwingend of aanvullend
- Dwingend = imperatief → afwijken verboden
- Moeten
- je bent gedwongen om de wet te volgen, je kan hiervan niet afwijken ook al zou je dat
willen
- maar soms voorziet de wet dat je aanpassingen mag doen of onderling mag doen maar
dat is dan weer aanvullend
- Bv. huurwetgeving: je verhuurder is verplicht om jou te laten wonen in een gezond
pand
- Suppletief = aanvullend
- Mogen
- Afwijken mag via afspraak (vb. koop)
- Aanvullend recht wordt gebruikt wnr er niks onderling wordt afgesproken
- Aanvullend recht is heel belangrijk want niet iedereen heeft goede afspraken gemaakt
- Economisch nut
- Bv. een koop = ik wil iets aanschaffen en ik geef daarvoor geld, er is een
verschil tussen en huis en brood kopen. Wanneer je een brood koopt moet je
niet 30pg’s aan contract lezen, maar bij een huis ga je dat wel doen omdat dat
net iets crucialer is aangezien de bedragen hoger zijn, als je geen contract hebt
gesloten dan zijn er alsnog enkele garantie, als je een slecht brood krijgt dan
mag je nr de verkoper gaan en hier een opmerking over te maken en je mag
jouw geld terugvragen, als je een auto aanschaft dan wordt deze gebracht aan
jouw huis (dat zegt de regel) maar je kan er zelf voor kiezen om deze auto te
gaan halen bij de garage
- Uitdrukkelijk of stilzwijgende keuze
- Indien niet uitgeschakeld, toch afdwingbaar
3