SOCIOLOGIE (LESGROEP)
LESGROEP 1 (6/10)
H2: Cultuur
- Vrije wil?
Socioloog kijkt naar hoe omgeving + cultuur je beïnvloeden zal
stellen dat er dus slechts een beperkte vrije wil is in bv. naar
jeugdbeweging gaan (eigen aan onze cultuur)
Kroeber:
- Culturele accumulatie elementen uit een cultuur worden niet
vervangen, maar er komen steeds nieuwe kenmerken bij
- Omgeving beïnvloed ons gedrag (aanpassen aan sociale omgeving)
- Menselijke bestaat uit het aanpassen aan de natuurlijke omgeving
- Cultuuroverdracht gebeurt door leerprocessen (aanleren) en niet door
biologische overerving
- Wat onderscheid mensen van dieren?
Mensen gebruiken symbolen, dieren niet
Symbool = arbitrair verband, aangeleerd (afspraken) (bv: letter x dat
verwijst naar onbekende, wat militairen in het leger op hun kledij
dragen, nationale vlag)
Teken = rechtstreeks gelinkt aan het concept, rechtstreeks verband
dus wat betekend wordt en hoe het teken eruitziet (bv: x dat verwijst
naar ‘letter x’)
- Eindig zingevingsdomein:
Niet materieel, aparte realiteit, we geven daar anders betekenis,
andere logica’s
Staat tegenover de dominante realiteit (paramount reality) (realiteit
waarin we ons doorgaans bevinden)
Bv: dromen, fantasie van een kind, sprookjes, AI-gegenereerde
video’s, religie (bv: Bijbelverhalen, religieuze ervaringen, …),
wetenschap (regels om wetenschap te beoefenen vormen een eindig
zingevingsdomein, bv: verschil kwantitatief en kwalitatief onderzoek)
Een onderzoek bij de huisarts zou je kunnen interpreteren als een
eindig zingevingsdomein? gelden er dezelfde omgangsregels als in
het dagdagelijks leven?
Er is een vertrouwen en verwachting van de patiënt t.o.v. de arts
(beroepsgeheim = code die afgesproken wordt)
Tijdens een onderzoek gebeuren bepaalde handelingen die we
niet zouden tolereren in het dagdagelijks leven (intimiteit, want
het hoort bij het onderzoek overschreid niet dezelfde
persoonlijke grenzen)
- Open en gesloten instincten:
Gesloten: aangeboren, wat je automatisch en spontaan doet
Bv: ademhaling
Open: moet je aanleren (bv: door anderen te imiteren, het van
anderen aangeleerd te krijgen)
LESGROEP 1 (6/10)
H2: Cultuur
- Vrije wil?
Socioloog kijkt naar hoe omgeving + cultuur je beïnvloeden zal
stellen dat er dus slechts een beperkte vrije wil is in bv. naar
jeugdbeweging gaan (eigen aan onze cultuur)
Kroeber:
- Culturele accumulatie elementen uit een cultuur worden niet
vervangen, maar er komen steeds nieuwe kenmerken bij
- Omgeving beïnvloed ons gedrag (aanpassen aan sociale omgeving)
- Menselijke bestaat uit het aanpassen aan de natuurlijke omgeving
- Cultuuroverdracht gebeurt door leerprocessen (aanleren) en niet door
biologische overerving
- Wat onderscheid mensen van dieren?
Mensen gebruiken symbolen, dieren niet
Symbool = arbitrair verband, aangeleerd (afspraken) (bv: letter x dat
verwijst naar onbekende, wat militairen in het leger op hun kledij
dragen, nationale vlag)
Teken = rechtstreeks gelinkt aan het concept, rechtstreeks verband
dus wat betekend wordt en hoe het teken eruitziet (bv: x dat verwijst
naar ‘letter x’)
- Eindig zingevingsdomein:
Niet materieel, aparte realiteit, we geven daar anders betekenis,
andere logica’s
Staat tegenover de dominante realiteit (paramount reality) (realiteit
waarin we ons doorgaans bevinden)
Bv: dromen, fantasie van een kind, sprookjes, AI-gegenereerde
video’s, religie (bv: Bijbelverhalen, religieuze ervaringen, …),
wetenschap (regels om wetenschap te beoefenen vormen een eindig
zingevingsdomein, bv: verschil kwantitatief en kwalitatief onderzoek)
Een onderzoek bij de huisarts zou je kunnen interpreteren als een
eindig zingevingsdomein? gelden er dezelfde omgangsregels als in
het dagdagelijks leven?
Er is een vertrouwen en verwachting van de patiënt t.o.v. de arts
(beroepsgeheim = code die afgesproken wordt)
Tijdens een onderzoek gebeuren bepaalde handelingen die we
niet zouden tolereren in het dagdagelijks leven (intimiteit, want
het hoort bij het onderzoek overschreid niet dezelfde
persoonlijke grenzen)
- Open en gesloten instincten:
Gesloten: aangeboren, wat je automatisch en spontaan doet
Bv: ademhaling
Open: moet je aanleren (bv: door anderen te imiteren, het van
anderen aangeleerd te krijgen)