Het examen bestaat steeds uit zo’n 5 vragen. De eerste vraag is steeds een grote tabel
waar je voor 10 structuren een indicatie moet geven en het bijhorende
werkingsmechanisme, zoals blokkade van dopaminereceptoren of binding aan de 5-HT 1D-
receptor. Dit kunnen heel veel verschillende structuren zijn uit elk deel van de cursus! Bij de
meeste structuren staat de naam er niet bij, dus je moet aan de hand van de structuur
kunnen weten wat het werkingsmechanisme is en waarvoor deze verbindingen dus wordt
gebruikt. Hiervoor is de kennis van de verschillende structuren zo belangrijk! De andere
vragen kunnen variëren, maar bevatten vaak het uitleggen van de redenering of functie
achter een structuur en ook het (al dan niet volledig) uitschrijven van een reactie of
werkingsmechanisme. De andere vragen hebben ook vaak te doen met het tekenen van
structuren of het afleiden van zaken. Tijdens het mondelinge deel zit je samen met
professor Van Calenbergh en verbetert hij je examen. Hij stelt hierbij vaak bijvragen.
Voorbeeldvragen
Hieronder staat een reeks voorbeeldvragen die ik zelf heb opgesteld. Examenvragen van de
voorbije jaren vind je in de Google Drive-map van de Genste Farma Kring en mag ik
natuurlijk niet verkopen. Bekijk deze zeker voor en tijdens het studeren! Deze zullen je ook
meer richting kunnen geven tijdens het studeren.
Examenvragen die je zeker kan verwachten:
Verklaren en vergelijken van farmacologie en gedrag van verschillende
verbindingen, typisch geneesmiddelen waarvan we de SAR uitvoerig hebben
besproken (bv. afgeleiden van morfine, glucocorticoïden)
Het uittekenen van een werkingsmechanisme (GABA-Transaminase, C15-lipo-
oxygenase, omzetting van ergosterol, protide, finasteride…). Hierbij moet je
ook uitleg kunnen geven.
Verklaren van een werkingsmechanisme of een type geneesmiddel zoals de
SERMs. Hierbij kan bijvoorbeeld gevraagd worden voor welke indicaties deze
geneesmiddelen worden gebruikt.
De functie verklaren van verschillende aangeduide structuren. Hier kunnen
ook de aanpassingen in de ontwikkeling van cimetidine gevraagd worden!
Bijvoorbeeld waarom er een cyanide werd geplaatst op de guanidinegroep.
Tekenen van prodrugs.
1
, Vergelijk onderstaande verbinding op farmacologisch vlak met morfine. Wat zijn de
voordelen?
Een bijvraag: Hoe verschilt het preparaat met dit geneesmiddel (Suboxone) van
methadon?
Waarom is acetylcholine (of een andere neurotransmitter) op zich niet geschikt als
een geneesmiddel?
Welke veranderingen zijn doorgevoerd om vanuit testosteron oraal actieve
progestagenen te maken?
Enkele bijvragen kunnen zijn:
Hoe werken de progestagenen? Hoe bereiken ze hun contraceptief effect?
Geef de types/klassen contraceptiva met progestagenen en leg de verschillen
uit.
Welke 3 aanpassingen zou je doen aan volgende structuur voor verhogen van de
affiniteit voor de target? Teken de aangepaste structuur.
Enkele mogelijke bijvragen kunnen hier zijn:
Geef de aanpassingen die je zou doen voor het verhogen van de affiniteit voor
de mineralocorticoïdreceptor.
Hoe zou je de verbinding lipofieler kunnen maken?
Hoe wordt dit geneesmiddel door het lichaam weerhouden van activatie van
de mineralocorticoïdreceptor? Waar gebeurt dit zoal?
Waarom geven H1-antihistaminica aanleiding tot sedatie? En hoe komt het dat
bepaalde nieuwere antihistaminica geen aanleiding geven tot sedatie?
Welke metabole neveneffecten komen voor bij het gebruik van glucocorticoïden? Wat
kan hier de oplossing voor zijn?
Op welke manieren komt paracetamol tot het therapeutisch effect?
2