Les 1
Wat is filosofie?
Filosofie = kritisch bevragen van de werkelijkheid.
Waarom zijn dingen zoals ze zijn?
Wat is schoonheid, rechtvaardigheid, geluk?
Zijn ze wel zoals ze lijken?
…
Wat doet filosofie?
Vragen stellen én theorieën ontwerpen → concepten, systemen, modellen om de
wereld te ordenen.
Zelfreflectie: nadenken over de grenzen van ons denken en kennen.
Wat kunnen we weten?
Hoe weten we wat we weten?
Bestaat er waarheid?
Dit is de kern van epistemologie (kennisleer):
o Grenzen van kennis → scepticisme; we kunnen niets zeker weten want denken is
beperkt vs. Rationalisme; we kunnen zekere kennis hebben.
o Waarheid kennen? → correspondentie (waarheid = overeenstemming met
werkelijkheid) vs. coherentie (waarheid = interne samenhang → uitspraak is waar
als ze logisch past binnen groter geheel).
Filosofie en menselijk handelen
Denken over rechtvaardigheid, plicht, deugd, geluk.
Filosofie onderzoekt hoe deze begrippen samenhangen:
o Kan je rechtvaardig zijn zonder gelukkig te zijn?
o Is geluk een individueel of collectief doel?
Impact van ons handelen op onszelf, anderen, en de wereld.
Dit is de kern van ethiek en politieke filosofie:
o Klassieke ethiek (Plato, Aristoteles: deugd en geluk).
o Moderne ethiek (Kant: plicht, autonomie).
o Hedendaagse debatten: rechtvaardigheid (Rawls), geluk (utilitarisme).
,Filosofie als meta-denken
Filosofie bestrijkt alle domeinen: taal, kunst, politiek, wetenschap, natuur, kennis,
handelen.
Kritische houding: bestaande opvattingen en waarheidsclaims worden bevraagd.
Filosofie = meta-spreken over andere wetenschappen.
Bv: Ingenieur → bouwt motor, maar filosofie
vraagt: wat zijn de sociale, ecologische, politieke
gevolgen? Of wetenschap → kan embryo’s
screenen, maar filosofie vraagt: wat zijn de
ethische implicaties?
Is filosofie aanmatigend?
Kritiek: filosofie bemoeit zich met domeinen waar specialisten al bezig zijn.
Verdediging: wetenschappen zelf vragen om filosofische omkadering (ethiek,
protocollen, perspectieven).
Actueel voorbeeld: AI en oorlog → filosofie stelt de vraag naar verantwoordelijkheid
en rechtvaardigheid.
Conclusie
Filosofie = blijven vragen stellen.
Past bij de VUB-leuze (Henri Poincaré):
“Het denken mag zich nooit onderwerpen… maar uitsluitend aan de feiten
zelf.”
,Het begin van de filosofie, de Griekse filosofie
Verwondering als oorsprong
Filosofie ontstaat in de 6e eeuw v.C. in Griekenland.
Verwondering = kern van filosofisch denken.
Socrates (Theaetetus): “Niets past beter bij een filosoof dan verwondering.”
Aristoteles (Metaphysica): verwondering → besef van onwetendheid → filosofie als
poging om te begrijpen.
Verwondering = motor van kritisch denken en zoeken naar kennis.
Cultuurschok en context
Griekse cultuur breidt uit door handel, kolonisatie, contacten met andere volkeren.
o Drang naar vernieuwing en nieuwe wereldbeschouwing tot stand
Geen politieke eenheid: veel stadsstaten (poleis) → versnippering.
Toch één beschaving door:
o Gemeenschappelijke taal
o Geloof in dezelfde goden
o Olympische spelen
o Kunst en cultuur
Belangrijk: vrijheid en autonomie van burgers + economische bloei → ruimte voor
filosofie.
In Athene groeit uit burgerparticipatie de democratie.
Van mythos naar logos
Voor 6e eeuw: denken oraal via mythologie (Homerus, Hesiodus).
o Wereld = sacraal, doordrongen van goddelijke krachten.
o Mythes verklaren oorsprong, goed/kwaad, lot, toeval.
Desacralisering: goden verliezen status, verklaringen worden minder
vanzelfsprekend.
Filosofen zoeken natuurlijke verklaringen → overgang van mythos (verhalen) naar
logos (rede).
Logos = meerdere betekenissen
o Rekenschap, verhouding, bewijsvoering.
o Rede als menselijk denken en spreken.
o Objectieve wetmatigheid in het heelal.
Dit wordt de eerste Verlichting: rationele verklaringen i.p.v.
mythische verhalen.
Presocratische natuurfilosofen
, Doel: kosmos verklaren vanuit één oerstof of principe die overal aanwezig is (arche).
Nadruk op kwalitatieve in de wereld:
Thales: water = oerstof (levenskracht in de Oudheid/nu ook, verschillende vormen).
Anaximenes: lucht (pneuma) = oerstof, verdunning/verdichting v lucht→ ontstaan
wereld.
Anaximander: apeiron (het onbegrensde in tijd en ruimte) = oorsprong. Wereld
ontstaat uit strijd tussen tegengestelden (warm/koud). Dingen “boeten voor hun
bestaan”.
Eerste stap naar natuurwetenschappelijke verklaringen.
De Pythagoreërs
Legden nadruk op kwantitatieve orde i.p.v. kwalitatieve elementen.
Kosmos = meetkundige harmonie.
Getallenmystiek:
o 3 = man, 2 = vrouw, 5 = huwelijk.
o 4 en 9 = rechtvaardigheid (gelijke met gelijke).
o 10 = volmaakt heilig getal door soms van de eerste vier getallen (1+2+3+4).
Ook geometrische verhoudingen → getallen (punt, lijn, vlak).
Filosofie wordt verbonden met wiskunde, muziek, astronomie.
Heraclitus (ca. 535–480 v.C.)
Kernidee: alles stroomt, niets blijft (panta rhei).
Wereld = eeuwig vuur, constante verandering.
o Tegenstellingen (jong-oud, leven-dood, man-vrouw) vloeien in elkaar over.
Achter chaos schuilt een verborgen orde: de logos.
“De oorlog is de vader van alle dingen” → tegenstellingen zijn nodig voor harmonie.
Filosofie = zoeken naar eenheid in verandering.
Parmenides van Elea & De Sofisten
Parmenides van Elea (ca. 515–440 v.C.)
Kernidee:
o “Het zijnde is, het niet-zijnde is niet.”
o Ontkenning van verandering en veelheid → werkelijkheid = één, blijvend,
onveranderlijk.
o Denken en zijn, zijn identiek: wat gedacht kan worden, moet zijn.
Leergedicht Over de natuur
1. Weg van de waarheid → leidt naar het zijn (rede, filosofen).
2. Weg van de mening → leidt naar de schijn (zintuigen, gewone stervelingen).
Belangrijke stellingen
o Zintuigen misleiden: verandering en veelheid zijn illusies.