PRIVAAT BANKRECHT
Algemene informatie
- Cursus
o Documentatie (online via Ufora)/wetgeving (zelf te verzamelen).
Bv. bij verwijzing naar regelgeving. Het is dan de bedoeling dat u die wetgeving, VO of RL zelf actief
gaat opsporen en de relevante passages meeneemt.
o Slides (voorafgaand aan de les beschikbaar via Ufora).
o Lesnota’s – lesopnames.
- Examen: wat behandeld wordt in de les
o Examen: schriftelijk examen
Verschillende casussen (totaal 50% van de punten).
We zullen voorbeeldcasussen zien.
o Een oefening m.b.t. bedragen die op een rekening staan en vatbaar zijn voor beslag.
o De gevolgen van een ontbinding van een kredietovk.
o Een derde casus (verrassingscasus).
Korte theorievragen (totaal 50% van de punten).
o Leesopdrachten
Overzicht
- Geld in recht (soorten geld, internationale betalingen).
- Capita selecta geldrekeningen (bv. beslag).
- Betalingsverkeer (ASvragen).
- Kredieten (gemeen en gereglementeerd kredietrecht).
o Prectt fase: info en responsible lending.
o AS van de kredietgever.
o Ontbinding en opzegging van kredietovk (miv vervroegde terugbetaling).
o Project finance (gastcollege Mr. Wouter Ghyssels).
- Beleggersbescherming: gedragsregelen, banning.
Geld in het recht
Functies van geld
- Circulatiefunctie/ betaalfunctie
o The only good that trades against all goods
o Je kan goederen/diensten gaan verwerven in ruil voor de betaling van een bepaald geldbedrag en dat
is wat men noemt de circulatiefunctie van geld. Dat is NIET altijd zo geweest. Wanneer je historisch
naar de zaken gaat gaan kijken dan ga je zien dat in primitieve maatschappijen er nog GEEN geld was,
maar aan ruilhandel werd gedaan. Geld heeft gezorgd voor een enorme vereenvoudiging van het
ruilverkeer, omdat zoals de bekendste auteur in Europa m.b.t. het concept van geld stelt: money is the
only good that trades against all other goods. Als je de nodige geldmiddelen heb, zal je vandaag
eigenlijk alle goederen of diensten die je wil kunnen gaan aankopen.
- Waardemeter/ rekeneenheid
o Uitdrukking in prijs
o Geld laat toe om de waarde van goederen of diensten op een eenvoudige manier gaan vaststellen –
functioneert als een waardemeter.
Voorbeeld: het feit dat je de prijs van bijvoorbeeld een Iphone kan uitdrukken in EUR, laat u meteen
toe om de waarde van die Iphone te gaan vaststellen. Je kan daar een bepaald geldbedrag aan
verbinden. Doordat men die waarde kan gaan uitdrukken in een bepaalde munteenheid, kan je ook op
een eenvoudige manier de prijs van verschillende aanbieders om met elkaar te gaan vergelijken EN
dat biedt dan de mogelijkheid om met elkaar te concurreren.
1
, - Koopkrachtreserve
->Sparen, beleggen, investeren
o M.a.w. wanneer u geld ontvangt hoeft u dat NIET onmiddellijk uit te geven.
Soorten geld
- Chartaal geld
Het gebruik van chartaal geld is de laatste jaren in het bijzonder in corona sterk afgenomen. We betalen steeds vaker
chiraal en elektronisch. Niettemin blijft het nog altijd een belangrijke vorm van geld, waarbij het chartaal geld in BE het
enige wettige betaalmiddel is. Belangrijk om te benadrukken is dat een SA de mogelijkheid heeft om zijn SE te gaan
dwingen, om betaling met chartaal geld te gaan aanvaarden.
o Munten
o Biljetten
= fiat geld
Dit verwijst naar het vertrouwen dat het publiek heeft in die waarde van een bepaald biljet of de
waarde van een bepaalde munt.
Voorbeeld: een briefje van 50 EUR – waarom is dat 50 EUR waard? Opdat we er op gaan vertrouwen
dat dat papiertje die waarde heeft. Men heeft in de jaren 70 bijvoorbeeld ook de goud standaard
verlaten, waarbij achter het chartaal geld dat werd uitgegeven er in de kluizen van de nationale
banken voldoende goud aanwezig was, ter afdekking van het uitgegeven nominaal bedrag. Vandaag is
dat NIET meer het geval. Tegenover het geld dat wordt uitgegeven staat er NIET noodzakelijk nog een
voorraad goud bij de NBB of de ECB. We gaan uiteindelijk te maken hebben met geld dat intrinsiek
NIET de waarde heeft waarvoor het staat en dat is gewoon omwille van het vertrouwen dat wij
hebben in ons monetair beleid.
- Giraal geld
- Elektronische geld
o Wordt juridisch ook erkend in de EU, omdat er Europese regelgeving is die specifiek de uitgifte van elektronisch
geld gaat gaan regelen.
- (Virtueel geld)
o Staat tussen haakjes omdat dit GEEN geld is in de juridische betekenis van het woord.
Giraal geld
- Tegoed op rekening
o Belangrijk is om een onderscheid te gaan maken tussen het geld als dusdanig en het instrument dat u toelaat
om dat giraal geld te gaan transfereren.
o Voorbeeld: wanneer we spreken over uw bank app, die u de mogelijkheid gaan bieden om de tegoeden die u
bij die bank op uw rekening hebt te transfereren aan iemand anders, dan gaat die app zelf uiteraard GEEN geld
zijn. Die app is gewoon een middel, een instrument dat u toelaat om over die girale goeden te gaan beschikken.
Net zoals uw bancontactkaart u die mogelijkheden gaat gaan geven om gelden te transfereren van uw rekening
naar de rekening van bijvoorbeeld de begunstigde handelaar waar u een betaling gaat gaan verrichten.
- Schuldvordering van de rekeninghouder
o Obligatoire en GEEN zakerechtelijke verhouding
Juridisch gezien moet giraal geld gezien worden als een schuldvordering. Hier is unanimiteit over in de
RL en in de RS. NIET alleen in BE, maar eigenlijk ook in andere LS van de EU. Giraal geld is een
schuldvordering die je hebt t.a.v. een financiële instelling. M.a.w. de verhouding tussen een bank en
zijn rekeninghouder is een pure obligatoire verhouding, die beheerst wordt door het
verbintenissenrecht. Het is GEEN zakenrechtelijke verhouding - de rekeninghouder is GEEN eigenaar
van het geld. Hij heeft alleen een schuldvordering t.a.v. de betrokken financiële instellingen.
Het feit dat dat gezien wordt als een schuldvordering ligt mede aan de basis waarom er een
depositobeschermingsregeling is, die ervoor moet zorgen dat u in geval van faillissement die
schuldvordering nog te gelde kan maken. Misschien NIET t.a.v. de bank, maar wel t.a.v. een
depositogarantiesysteem. Aangezien u maar een schuldvordering hebt is er NIETS dat u kan
revindiceren. U gaat uiteindelijk uw schuldvordering zien terechtkomen in de massa en als er in de
2
, massa onvoldoende geld is om die SE te betalen, dan gaat men via de depositobescherming voorzien
dat uw deposito gewaarborgd is ten belope van 100.000 EUR/rekeninghouder.
- Zelfstandig karakter van de verbintenis van de bank
o “A bank’s unconditional undertaking to pay (…) is regarded as the equivalent of cash.”
o Het is belangrijk om te beseffen dat de verbintenis van de bank m.b.t. dat deposito, m.b.t. rekening tegoed, een
zogenaamd zelfstandig karakter heeft. Een zelfstandig karakter betekent dat excepties uit de onderliggende
verhouding NIET kunnen worden tegengeworpen.
o Het feit dat die verbintenis van de bank een zelfstandig karakter heeft en dat er GEEN mogelijkheid is om
excepties tegen te werpen, is noodzakelijk opdat giraal geld op zelfde manier zou kunnen gaan functioneren als
chartaal geld.
o Voorbeeld: iemand die met giraal geld gaat betalen – stel je voor dat je die transactie achteraf nog in vraag zou
kunnen gaan stellen. M.a.w. de bank moet de rekening van de begunstigde maar opnieuw debiteren en mijn
rekening terug gaan crediteren. Dat zou onwerkbaar zijn. Er zou GEEN enkele begunstigde onderneming zijn die
bereid zal zijn om een betaling met giraal geld te aanvaarden.
Dus men zegt: het feit dat de bank t.a.v. de rekeninhouder een zelfstandige verbintenis aangaat,
waarbij excepties uit de onderliggende verhoudingen NIET tegenwerpelijk zijn, is noodzakelijk opdat
giraal geld zijn functie als ruildmiddel, als betaalmiddel zou kunnen gaan realiseren.
- Niet-tegenwerpelijkheid excepties
In de praktijk zijn de ene excepties absoluter in de ene verhouding dan in de andere.
o Verhouding opdrachtgever – begunstigde
Voorbeeld: waarbij de SA en de SE hun rekeningen voeren bij dezelfde bank. We hebben een SA die
1000 EUR moet betalen o.g.v. het ctt aan de SE en we hebben dan de SE, die natuurlijk op zijn beurt
ook weer de SA is van een andere verbintenis, die goederen moet leveren aan de SA van de
betalingsverbintenis; dus een koop-verkoop van goederen waarbij de kostprijs van die goederen 1000
EUR is. De SA geeft een overschrijvingsopdracht om de rekening van de SE te gaan crediteren.
Wanneer SA en SE bij dezelfde bank hun rekening voeren is dat een transactie die vandaag sowieso
ogenblikkelijk wordt uitgevoerd. Als dat order elektronisch wordt geïnitieerd, dan zal die debitering
van de rekening van die schuldenaar en die creditering van die rekening van de SE, onmiddellijk in real
time gaan geschieden. De SE levert vervolgens de goederen. Wanneer onze opdrachtgever die
betalingstransactie heeft doorgevoerd en die goederen ontvangt, blijkt dat die NIET de vereiste
kwaliteiten hebben – die beantwoorden NIET aan de afspraken die partijen hebben gemaakt.
Als die goederen NIET conform zijn, zal de SA een verhaal hebben t.a.v. de verkoper. De vraag
die hij zich stelt: zou hij zich ook kunnen richten tot zijn bank? En zou hij aan zijn bank kunnen
zeggen; die andere partij die heeft hier NIET conforme goederen geleverd, het zou goed zijn
als u de rekening van die andere partij opnieuw met 1000 EUR kan gaan debiteren en mijn
rekening kan herstellen in zijn oorspronkelijke positie en crediteren met 1000 EUR. Dit kan
NIET, want dat dispuut dat ontstaat in de relatie koper-verkoper situeert zich in de
onderliggende verhouding. Verweermiddelen en excepties die zich in die onderlinge
verhouding gaan bevinden die kunnen NIET worden tegengeworpen aan de bankier, omdat
de bankier voor wat betreft dat rekeningtegoed een zelfstandige verbintenis is aangegaan
t.a.v. de rekeninghouder en die verbintenis kan dus NIET beïnvloed worden door
verweermiddelen uit de onderliggende verhouding.
o Interbancaire verhouding
In de praktijk zien we dat partijen héél vaak hun rekening gaan voeren bij verschillende financiële
instellingen. In dat geval zal een betaalopdracht waarbij men eigenlijk vraagt aan de bank om de eigen
rekening te debiteren en de rekening van de begunstigde bij een andere bank te gaan crediteren, zal
die opdracht met zich meebrengen dat ook interbancair, tussen die banken, die betalingstransactie zal
moeten worden afgewikkeld. Dit kan gebeuren op verschillende manieren.
Het meest eenvoudige is een real-time gross settlement systeem – een real-time bruto
afwikkeling van transacties, waarbij elke individuele transactie tussen in ons geval: SA en SE
ook individueel op het interbancaire niveau wordt afgewikkeld.
Voorbeeld: onze twee banken, bank A en B, hebben een rekening bij de NBB en die
rekeningen worden dan onmiddellijk gedebiteerd en gecrediteerd i.h.k.v. de
uitvoering van die onderliggende betalingstransactie. Dit betekent dan eigenlijk dat
de rekening van bank A gedebiteerd zal worden met het bedrag waarmee ook de
rekening van de SA werd gedebiteerd en dat de rekening van bank B bij de NBB
gecrediteerd zal worden met het bedrag waarmee de rekening van de begunstigde
SE wordt gecredidteerd.
3
, Een tweede mogelijkheid is dat er wordt gewerkt met net settlement systeem, meestal
deferred net settlement, waarbij men eigenlijk de interbancaire afwikkeling gaat uitstellen tot
een later ogenblik en op een nettobasis gaat gaan doorvoeren. Een netto basis betekent dat
men gaat gaan kijken; NIET rekening houdend alleen met deze individuele betalingsopdracht,
maar rekening houdend met ALLE individuele betalingsopdrachten die er een gedurende een
bepaalde periode er zijn geweest en dat men enkel het saldo gaat transfereren via de
rekeningen die bij de NBB worden gevoerd.
In een net settlement systeem ga je eigenlijk gaan vaststellen, dat voor alle
deelnemers aan dat systeem wordt er bijvoorbeeld aan het einde van de dag een
netto positie berekend. Elke deelnemer zal netto, rekening houdend met ALLE
betalingsopdrachten die door haar klanten zijn gegeven een waarvan haar klanten
de begunstigde zijn, één bedrag hetzij verschuldigd zijn, hetzij verkrijgen.
Wat er gebeurt bij een deffered net settlement is een multilaterale schuldvergelijking
tussen alle deelnemers aan het systeem en die wordt uitgesteld tot op een bepaald
ogenblik. In BE is dat ongeveer tot 16u00 in de namiddag en dan berekent men voor
iedere deelnemer aan het systeem de netto positie.
We zien dat de informatie m.b.t. betalingstransacties dat die sneller doorstroomt
dan het geld. Het geld wordt één keer per dag aan het einde van de dag gecrediteerd
of gedebiteerd op de rekening van de bank, maar de informatie m.b.t. die individuele
betalingstransacties die is al doorgestuurd, meer nog – o.b.v. de info die de bank in
ons voorbeeld bank B via het systeem verkrijgt, gaat zij de rekening van de SE al gaan
crediteren.
o Voorbeeld: om 10u ’s ochtends geeft onze SA een betalingsopdracht,
dan is het mogelijk dat de rekening van de SE bij een andere bank al om
12u is gecrditeerd, ondanks het feit dat op het interbancaire niveau van
de afwikkeling gebeurt om 16u.
o Wat is het punt dat we hier moeten bekijken? Stel dat om één of andere reden in het bijzonder een insolventie van
een financiële instelling die deelneemt aan dat systeem – de bank van de begunstigde die gelden NIET krijgt. Men
heeft dan eigenlijk de rekening van de cliënt reeds gecrediteerd, maar men krijgt de gelden niet. Kan die bankier
dan de rekening van die cliënt opnieuw debiteren, met als argument dat men op het interbancaire niveau GEEN
genoegdoening heeft verkregen. We hebben de gelden NIET gehad. Als je dit zuiver bekijkt vanuit die analyse
waarbij men zegt: de bank die gaat een zelfstandige verbintenis aan, dan zou je moeten zeggen: pech voor de bank,
want het gaat hier over een exceptie uit een onderlinge verhouding nl. de verhouding tussen de betrokken
financiële instellingen.
Uitzondering: voorbehoud van goede afloop
Je moet in bancaire zaken altijd goed gaan kijken naar wat er in de algemene vwd’en staat. De
algemene vwd’en die iedereen aanvaardt wanneer er een ctt relatie tot stand komt met de
financiële instelling. Als je naar de algemene bankvwd’en gaat gaan kijken dan ga je daarin
een bepaling terugvinden die zegt: wanneer wij de rekening van de cliënt gaan crediteren,
terwijl wij zelf nog NIET de nodige fondsen hebben ontvangen, dan is dat altijd een creditering
onder voorbehoud van goede afloop. D.w.z. wij wijken met die bepaling in de algemene
vwd’en af van het zelfstandig karakter van de verbintenis van de bankier, want wij geven aan
dat wanneer die exceptie erin bestaat dat de gelden op het interbancaire niveau NIET werden
verkregen, dat wij dan toch de mogelijkheid hebben om ons op die exceptie te gaan beroepen
en dus toch de mogelijkheid hebben om de rekening van die SE hoewel zij gecrediteerd werd,
toch opnieuw te gaan debiteren.
(Cheque)
Met een cheque ging je naar je eigen bank en die ging dan uw rekening crediteren
met het bedrag van de cheque en ging deze dan vervolgens gaan aanbieden bij de
bank van degene die die cheque had gecreëerd/getrokken. Wanneer zou blijken dat
op die rekening van die trekker onvoldoende geld aanwezig was, dan zou men de
betaling van die cheque op het interbancaire niveau gaan weigeren?
o Wat was de techniek? De rekening van de begunstigde van de cheque
werd onmiddellijk gecrediteerd, maar wanneer men toen nog enkele
dagen later ging vaststellen dat er onvoldoende fondsen waren bij de
trekker van de cheque, dan kon die rekening opnieuw gedebiteerd
worden en dat dus omwille van het feit dat die creditering gebeurde
onder voorbehoud van goede afloop.
o Dit systeem van voorbehoud van goede afloop vinden we vandaag nog
altijd terug, maar is de facto alleen nog van belang voor de hypothese
4
Algemene informatie
- Cursus
o Documentatie (online via Ufora)/wetgeving (zelf te verzamelen).
Bv. bij verwijzing naar regelgeving. Het is dan de bedoeling dat u die wetgeving, VO of RL zelf actief
gaat opsporen en de relevante passages meeneemt.
o Slides (voorafgaand aan de les beschikbaar via Ufora).
o Lesnota’s – lesopnames.
- Examen: wat behandeld wordt in de les
o Examen: schriftelijk examen
Verschillende casussen (totaal 50% van de punten).
We zullen voorbeeldcasussen zien.
o Een oefening m.b.t. bedragen die op een rekening staan en vatbaar zijn voor beslag.
o De gevolgen van een ontbinding van een kredietovk.
o Een derde casus (verrassingscasus).
Korte theorievragen (totaal 50% van de punten).
o Leesopdrachten
Overzicht
- Geld in recht (soorten geld, internationale betalingen).
- Capita selecta geldrekeningen (bv. beslag).
- Betalingsverkeer (ASvragen).
- Kredieten (gemeen en gereglementeerd kredietrecht).
o Prectt fase: info en responsible lending.
o AS van de kredietgever.
o Ontbinding en opzegging van kredietovk (miv vervroegde terugbetaling).
o Project finance (gastcollege Mr. Wouter Ghyssels).
- Beleggersbescherming: gedragsregelen, banning.
Geld in het recht
Functies van geld
- Circulatiefunctie/ betaalfunctie
o The only good that trades against all goods
o Je kan goederen/diensten gaan verwerven in ruil voor de betaling van een bepaald geldbedrag en dat
is wat men noemt de circulatiefunctie van geld. Dat is NIET altijd zo geweest. Wanneer je historisch
naar de zaken gaat gaan kijken dan ga je zien dat in primitieve maatschappijen er nog GEEN geld was,
maar aan ruilhandel werd gedaan. Geld heeft gezorgd voor een enorme vereenvoudiging van het
ruilverkeer, omdat zoals de bekendste auteur in Europa m.b.t. het concept van geld stelt: money is the
only good that trades against all other goods. Als je de nodige geldmiddelen heb, zal je vandaag
eigenlijk alle goederen of diensten die je wil kunnen gaan aankopen.
- Waardemeter/ rekeneenheid
o Uitdrukking in prijs
o Geld laat toe om de waarde van goederen of diensten op een eenvoudige manier gaan vaststellen –
functioneert als een waardemeter.
Voorbeeld: het feit dat je de prijs van bijvoorbeeld een Iphone kan uitdrukken in EUR, laat u meteen
toe om de waarde van die Iphone te gaan vaststellen. Je kan daar een bepaald geldbedrag aan
verbinden. Doordat men die waarde kan gaan uitdrukken in een bepaalde munteenheid, kan je ook op
een eenvoudige manier de prijs van verschillende aanbieders om met elkaar te gaan vergelijken EN
dat biedt dan de mogelijkheid om met elkaar te concurreren.
1
, - Koopkrachtreserve
->Sparen, beleggen, investeren
o M.a.w. wanneer u geld ontvangt hoeft u dat NIET onmiddellijk uit te geven.
Soorten geld
- Chartaal geld
Het gebruik van chartaal geld is de laatste jaren in het bijzonder in corona sterk afgenomen. We betalen steeds vaker
chiraal en elektronisch. Niettemin blijft het nog altijd een belangrijke vorm van geld, waarbij het chartaal geld in BE het
enige wettige betaalmiddel is. Belangrijk om te benadrukken is dat een SA de mogelijkheid heeft om zijn SE te gaan
dwingen, om betaling met chartaal geld te gaan aanvaarden.
o Munten
o Biljetten
= fiat geld
Dit verwijst naar het vertrouwen dat het publiek heeft in die waarde van een bepaald biljet of de
waarde van een bepaalde munt.
Voorbeeld: een briefje van 50 EUR – waarom is dat 50 EUR waard? Opdat we er op gaan vertrouwen
dat dat papiertje die waarde heeft. Men heeft in de jaren 70 bijvoorbeeld ook de goud standaard
verlaten, waarbij achter het chartaal geld dat werd uitgegeven er in de kluizen van de nationale
banken voldoende goud aanwezig was, ter afdekking van het uitgegeven nominaal bedrag. Vandaag is
dat NIET meer het geval. Tegenover het geld dat wordt uitgegeven staat er NIET noodzakelijk nog een
voorraad goud bij de NBB of de ECB. We gaan uiteindelijk te maken hebben met geld dat intrinsiek
NIET de waarde heeft waarvoor het staat en dat is gewoon omwille van het vertrouwen dat wij
hebben in ons monetair beleid.
- Giraal geld
- Elektronische geld
o Wordt juridisch ook erkend in de EU, omdat er Europese regelgeving is die specifiek de uitgifte van elektronisch
geld gaat gaan regelen.
- (Virtueel geld)
o Staat tussen haakjes omdat dit GEEN geld is in de juridische betekenis van het woord.
Giraal geld
- Tegoed op rekening
o Belangrijk is om een onderscheid te gaan maken tussen het geld als dusdanig en het instrument dat u toelaat
om dat giraal geld te gaan transfereren.
o Voorbeeld: wanneer we spreken over uw bank app, die u de mogelijkheid gaan bieden om de tegoeden die u
bij die bank op uw rekening hebt te transfereren aan iemand anders, dan gaat die app zelf uiteraard GEEN geld
zijn. Die app is gewoon een middel, een instrument dat u toelaat om over die girale goeden te gaan beschikken.
Net zoals uw bancontactkaart u die mogelijkheden gaat gaan geven om gelden te transfereren van uw rekening
naar de rekening van bijvoorbeeld de begunstigde handelaar waar u een betaling gaat gaan verrichten.
- Schuldvordering van de rekeninghouder
o Obligatoire en GEEN zakerechtelijke verhouding
Juridisch gezien moet giraal geld gezien worden als een schuldvordering. Hier is unanimiteit over in de
RL en in de RS. NIET alleen in BE, maar eigenlijk ook in andere LS van de EU. Giraal geld is een
schuldvordering die je hebt t.a.v. een financiële instelling. M.a.w. de verhouding tussen een bank en
zijn rekeninghouder is een pure obligatoire verhouding, die beheerst wordt door het
verbintenissenrecht. Het is GEEN zakenrechtelijke verhouding - de rekeninghouder is GEEN eigenaar
van het geld. Hij heeft alleen een schuldvordering t.a.v. de betrokken financiële instellingen.
Het feit dat dat gezien wordt als een schuldvordering ligt mede aan de basis waarom er een
depositobeschermingsregeling is, die ervoor moet zorgen dat u in geval van faillissement die
schuldvordering nog te gelde kan maken. Misschien NIET t.a.v. de bank, maar wel t.a.v. een
depositogarantiesysteem. Aangezien u maar een schuldvordering hebt is er NIETS dat u kan
revindiceren. U gaat uiteindelijk uw schuldvordering zien terechtkomen in de massa en als er in de
2
, massa onvoldoende geld is om die SE te betalen, dan gaat men via de depositobescherming voorzien
dat uw deposito gewaarborgd is ten belope van 100.000 EUR/rekeninghouder.
- Zelfstandig karakter van de verbintenis van de bank
o “A bank’s unconditional undertaking to pay (…) is regarded as the equivalent of cash.”
o Het is belangrijk om te beseffen dat de verbintenis van de bank m.b.t. dat deposito, m.b.t. rekening tegoed, een
zogenaamd zelfstandig karakter heeft. Een zelfstandig karakter betekent dat excepties uit de onderliggende
verhouding NIET kunnen worden tegengeworpen.
o Het feit dat die verbintenis van de bank een zelfstandig karakter heeft en dat er GEEN mogelijkheid is om
excepties tegen te werpen, is noodzakelijk opdat giraal geld op zelfde manier zou kunnen gaan functioneren als
chartaal geld.
o Voorbeeld: iemand die met giraal geld gaat betalen – stel je voor dat je die transactie achteraf nog in vraag zou
kunnen gaan stellen. M.a.w. de bank moet de rekening van de begunstigde maar opnieuw debiteren en mijn
rekening terug gaan crediteren. Dat zou onwerkbaar zijn. Er zou GEEN enkele begunstigde onderneming zijn die
bereid zal zijn om een betaling met giraal geld te aanvaarden.
Dus men zegt: het feit dat de bank t.a.v. de rekeninhouder een zelfstandige verbintenis aangaat,
waarbij excepties uit de onderliggende verhoudingen NIET tegenwerpelijk zijn, is noodzakelijk opdat
giraal geld zijn functie als ruildmiddel, als betaalmiddel zou kunnen gaan realiseren.
- Niet-tegenwerpelijkheid excepties
In de praktijk zijn de ene excepties absoluter in de ene verhouding dan in de andere.
o Verhouding opdrachtgever – begunstigde
Voorbeeld: waarbij de SA en de SE hun rekeningen voeren bij dezelfde bank. We hebben een SA die
1000 EUR moet betalen o.g.v. het ctt aan de SE en we hebben dan de SE, die natuurlijk op zijn beurt
ook weer de SA is van een andere verbintenis, die goederen moet leveren aan de SA van de
betalingsverbintenis; dus een koop-verkoop van goederen waarbij de kostprijs van die goederen 1000
EUR is. De SA geeft een overschrijvingsopdracht om de rekening van de SE te gaan crediteren.
Wanneer SA en SE bij dezelfde bank hun rekening voeren is dat een transactie die vandaag sowieso
ogenblikkelijk wordt uitgevoerd. Als dat order elektronisch wordt geïnitieerd, dan zal die debitering
van de rekening van die schuldenaar en die creditering van die rekening van de SE, onmiddellijk in real
time gaan geschieden. De SE levert vervolgens de goederen. Wanneer onze opdrachtgever die
betalingstransactie heeft doorgevoerd en die goederen ontvangt, blijkt dat die NIET de vereiste
kwaliteiten hebben – die beantwoorden NIET aan de afspraken die partijen hebben gemaakt.
Als die goederen NIET conform zijn, zal de SA een verhaal hebben t.a.v. de verkoper. De vraag
die hij zich stelt: zou hij zich ook kunnen richten tot zijn bank? En zou hij aan zijn bank kunnen
zeggen; die andere partij die heeft hier NIET conforme goederen geleverd, het zou goed zijn
als u de rekening van die andere partij opnieuw met 1000 EUR kan gaan debiteren en mijn
rekening kan herstellen in zijn oorspronkelijke positie en crediteren met 1000 EUR. Dit kan
NIET, want dat dispuut dat ontstaat in de relatie koper-verkoper situeert zich in de
onderliggende verhouding. Verweermiddelen en excepties die zich in die onderlinge
verhouding gaan bevinden die kunnen NIET worden tegengeworpen aan de bankier, omdat
de bankier voor wat betreft dat rekeningtegoed een zelfstandige verbintenis is aangegaan
t.a.v. de rekeninghouder en die verbintenis kan dus NIET beïnvloed worden door
verweermiddelen uit de onderliggende verhouding.
o Interbancaire verhouding
In de praktijk zien we dat partijen héél vaak hun rekening gaan voeren bij verschillende financiële
instellingen. In dat geval zal een betaalopdracht waarbij men eigenlijk vraagt aan de bank om de eigen
rekening te debiteren en de rekening van de begunstigde bij een andere bank te gaan crediteren, zal
die opdracht met zich meebrengen dat ook interbancair, tussen die banken, die betalingstransactie zal
moeten worden afgewikkeld. Dit kan gebeuren op verschillende manieren.
Het meest eenvoudige is een real-time gross settlement systeem – een real-time bruto
afwikkeling van transacties, waarbij elke individuele transactie tussen in ons geval: SA en SE
ook individueel op het interbancaire niveau wordt afgewikkeld.
Voorbeeld: onze twee banken, bank A en B, hebben een rekening bij de NBB en die
rekeningen worden dan onmiddellijk gedebiteerd en gecrediteerd i.h.k.v. de
uitvoering van die onderliggende betalingstransactie. Dit betekent dan eigenlijk dat
de rekening van bank A gedebiteerd zal worden met het bedrag waarmee ook de
rekening van de SA werd gedebiteerd en dat de rekening van bank B bij de NBB
gecrediteerd zal worden met het bedrag waarmee de rekening van de begunstigde
SE wordt gecredidteerd.
3
, Een tweede mogelijkheid is dat er wordt gewerkt met net settlement systeem, meestal
deferred net settlement, waarbij men eigenlijk de interbancaire afwikkeling gaat uitstellen tot
een later ogenblik en op een nettobasis gaat gaan doorvoeren. Een netto basis betekent dat
men gaat gaan kijken; NIET rekening houdend alleen met deze individuele betalingsopdracht,
maar rekening houdend met ALLE individuele betalingsopdrachten die er een gedurende een
bepaalde periode er zijn geweest en dat men enkel het saldo gaat transfereren via de
rekeningen die bij de NBB worden gevoerd.
In een net settlement systeem ga je eigenlijk gaan vaststellen, dat voor alle
deelnemers aan dat systeem wordt er bijvoorbeeld aan het einde van de dag een
netto positie berekend. Elke deelnemer zal netto, rekening houdend met ALLE
betalingsopdrachten die door haar klanten zijn gegeven een waarvan haar klanten
de begunstigde zijn, één bedrag hetzij verschuldigd zijn, hetzij verkrijgen.
Wat er gebeurt bij een deffered net settlement is een multilaterale schuldvergelijking
tussen alle deelnemers aan het systeem en die wordt uitgesteld tot op een bepaald
ogenblik. In BE is dat ongeveer tot 16u00 in de namiddag en dan berekent men voor
iedere deelnemer aan het systeem de netto positie.
We zien dat de informatie m.b.t. betalingstransacties dat die sneller doorstroomt
dan het geld. Het geld wordt één keer per dag aan het einde van de dag gecrediteerd
of gedebiteerd op de rekening van de bank, maar de informatie m.b.t. die individuele
betalingstransacties die is al doorgestuurd, meer nog – o.b.v. de info die de bank in
ons voorbeeld bank B via het systeem verkrijgt, gaat zij de rekening van de SE al gaan
crediteren.
o Voorbeeld: om 10u ’s ochtends geeft onze SA een betalingsopdracht,
dan is het mogelijk dat de rekening van de SE bij een andere bank al om
12u is gecrditeerd, ondanks het feit dat op het interbancaire niveau van
de afwikkeling gebeurt om 16u.
o Wat is het punt dat we hier moeten bekijken? Stel dat om één of andere reden in het bijzonder een insolventie van
een financiële instelling die deelneemt aan dat systeem – de bank van de begunstigde die gelden NIET krijgt. Men
heeft dan eigenlijk de rekening van de cliënt reeds gecrediteerd, maar men krijgt de gelden niet. Kan die bankier
dan de rekening van die cliënt opnieuw debiteren, met als argument dat men op het interbancaire niveau GEEN
genoegdoening heeft verkregen. We hebben de gelden NIET gehad. Als je dit zuiver bekijkt vanuit die analyse
waarbij men zegt: de bank die gaat een zelfstandige verbintenis aan, dan zou je moeten zeggen: pech voor de bank,
want het gaat hier over een exceptie uit een onderlinge verhouding nl. de verhouding tussen de betrokken
financiële instellingen.
Uitzondering: voorbehoud van goede afloop
Je moet in bancaire zaken altijd goed gaan kijken naar wat er in de algemene vwd’en staat. De
algemene vwd’en die iedereen aanvaardt wanneer er een ctt relatie tot stand komt met de
financiële instelling. Als je naar de algemene bankvwd’en gaat gaan kijken dan ga je daarin
een bepaling terugvinden die zegt: wanneer wij de rekening van de cliënt gaan crediteren,
terwijl wij zelf nog NIET de nodige fondsen hebben ontvangen, dan is dat altijd een creditering
onder voorbehoud van goede afloop. D.w.z. wij wijken met die bepaling in de algemene
vwd’en af van het zelfstandig karakter van de verbintenis van de bankier, want wij geven aan
dat wanneer die exceptie erin bestaat dat de gelden op het interbancaire niveau NIET werden
verkregen, dat wij dan toch de mogelijkheid hebben om ons op die exceptie te gaan beroepen
en dus toch de mogelijkheid hebben om de rekening van die SE hoewel zij gecrediteerd werd,
toch opnieuw te gaan debiteren.
(Cheque)
Met een cheque ging je naar je eigen bank en die ging dan uw rekening crediteren
met het bedrag van de cheque en ging deze dan vervolgens gaan aanbieden bij de
bank van degene die die cheque had gecreëerd/getrokken. Wanneer zou blijken dat
op die rekening van die trekker onvoldoende geld aanwezig was, dan zou men de
betaling van die cheque op het interbancaire niveau gaan weigeren?
o Wat was de techniek? De rekening van de begunstigde van de cheque
werd onmiddellijk gecrediteerd, maar wanneer men toen nog enkele
dagen later ging vaststellen dat er onvoldoende fondsen waren bij de
trekker van de cheque, dan kon die rekening opnieuw gedebiteerd
worden en dat dus omwille van het feit dat die creditering gebeurde
onder voorbehoud van goede afloop.
o Dit systeem van voorbehoud van goede afloop vinden we vandaag nog
altijd terug, maar is de facto alleen nog van belang voor de hypothese
4