Hoofdstuk 3: begripsvorming
Kleuters kennen veel begrippen nog niet – moet je stapsgewijs aanleren
- Materiaalkeuze: materialen die slechts 1 kenmerk verschillen +
verkennen met eigen lichaam
Begrippen die ze wel al kennen – moet je onderhouden, verder inoefenen
en verdiepen
- Materiaalkeuze: complexere materialen
Begripsvorming = het fundament om later te leren en kunnen rekenen.
Soorten begrippen
Absolute blijven dezelfde in alle Rood, rond
begrippen omstandigheden
Relatieve zijn niet absoluut, in vergelijking groot, kort, veel, duurt
begrippen met iets anders, of obv lang
afspraken
Begrippen die voor
!! Veel = relatief !!
moeilijkheden kunnen zorgen –
je moet deze altijd ten opzichte !! Ruimtebegrippen
van iets anders gaan definiëren ( bv ik sta links) en
– het heeft pas betekenis als het rangtelwoorden (bv ik
ten opzichte staat van iets, en sta tweede) moet je
het dus voor iedereen hetzelfde steeds t.o.v. iets
betekent zetten bv ik sta links
van de kast, ik sta
tweedes in de rij) !!
Subjectieve worden geformuleerd op basis moeilijk, duur, mooi
begrippen van eigen voorkeur of mening
Kwantitatie gaan over kwantiteit of 6 knikkers
ve hoeveelheid Gaat altijd over
begrippen aantal of cijfer !! Veel =
kwantitatief !!
Kwalitatiev gaan over eigenschappen die we groot, lang, scherp,
e begrippen niet kunnen tellen vol
Waarneemb meteen te herkennen door groot, mooie kledij,
are gebruik te maken van één of zoet, ruikt lekker
, begrippen meerdere zintuigen
Niet niet meteen te herkennen door deur is niet brandbaar
(direct)- gebruik van één of enkele
waarneemb zintuigen
are
begrippen
Je moet je goed bewust zijn wat je vraagt of welke opdrachten je geeft aan
kleuters. Sommige begrippen (zeker relatieve) kunnen hen in de war
brengen.
4 fasen van begripsvorming
Visueel Kleuters ervaren de Glas valt – breekt
discrimineren eigenschappen zonder ze
/onderscheiden te benoemen. Glas = breekbaar –
kunnen dit niet
benoemen
Kunnen ze stilaan wel van
elkaar onderscheiden. Kind ziet dat blauw en
geel niet hetzelfde is,
maar kan niet
benoemen waarom.
Passieve kennis Kunnen een opdracht Kruip onder tafel! Waar
uitvoeren, maar het begrip zit je? Hier!
niet verwoorden.
Het kind zegt ‘hier!’ en
niet ‘onder tafel’.
Actieve kennis Correct verwoorden van Waar zit de pop? Op de
begrip en kunnen het stoel.
actief gebruiken
Abstraheren Begrippen kunnen
toepassen
Werkbladen
Werkbladen – horen bij een van de laatste stappen van begripsvorming
Nieuwe begrippen aanleren – niet aan de hand van werkbladen maar 3D
Gekende begrippen oefenen – mag met werkbladen
Kleuters kennen veel begrippen nog niet – moet je stapsgewijs aanleren
- Materiaalkeuze: materialen die slechts 1 kenmerk verschillen +
verkennen met eigen lichaam
Begrippen die ze wel al kennen – moet je onderhouden, verder inoefenen
en verdiepen
- Materiaalkeuze: complexere materialen
Begripsvorming = het fundament om later te leren en kunnen rekenen.
Soorten begrippen
Absolute blijven dezelfde in alle Rood, rond
begrippen omstandigheden
Relatieve zijn niet absoluut, in vergelijking groot, kort, veel, duurt
begrippen met iets anders, of obv lang
afspraken
Begrippen die voor
!! Veel = relatief !!
moeilijkheden kunnen zorgen –
je moet deze altijd ten opzichte !! Ruimtebegrippen
van iets anders gaan definiëren ( bv ik sta links) en
– het heeft pas betekenis als het rangtelwoorden (bv ik
ten opzichte staat van iets, en sta tweede) moet je
het dus voor iedereen hetzelfde steeds t.o.v. iets
betekent zetten bv ik sta links
van de kast, ik sta
tweedes in de rij) !!
Subjectieve worden geformuleerd op basis moeilijk, duur, mooi
begrippen van eigen voorkeur of mening
Kwantitatie gaan over kwantiteit of 6 knikkers
ve hoeveelheid Gaat altijd over
begrippen aantal of cijfer !! Veel =
kwantitatief !!
Kwalitatiev gaan over eigenschappen die we groot, lang, scherp,
e begrippen niet kunnen tellen vol
Waarneemb meteen te herkennen door groot, mooie kledij,
are gebruik te maken van één of zoet, ruikt lekker
, begrippen meerdere zintuigen
Niet niet meteen te herkennen door deur is niet brandbaar
(direct)- gebruik van één of enkele
waarneemb zintuigen
are
begrippen
Je moet je goed bewust zijn wat je vraagt of welke opdrachten je geeft aan
kleuters. Sommige begrippen (zeker relatieve) kunnen hen in de war
brengen.
4 fasen van begripsvorming
Visueel Kleuters ervaren de Glas valt – breekt
discrimineren eigenschappen zonder ze
/onderscheiden te benoemen. Glas = breekbaar –
kunnen dit niet
benoemen
Kunnen ze stilaan wel van
elkaar onderscheiden. Kind ziet dat blauw en
geel niet hetzelfde is,
maar kan niet
benoemen waarom.
Passieve kennis Kunnen een opdracht Kruip onder tafel! Waar
uitvoeren, maar het begrip zit je? Hier!
niet verwoorden.
Het kind zegt ‘hier!’ en
niet ‘onder tafel’.
Actieve kennis Correct verwoorden van Waar zit de pop? Op de
begrip en kunnen het stoel.
actief gebruiken
Abstraheren Begrippen kunnen
toepassen
Werkbladen
Werkbladen – horen bij een van de laatste stappen van begripsvorming
Nieuwe begrippen aanleren – niet aan de hand van werkbladen maar 3D
Gekende begrippen oefenen – mag met werkbladen