Inleiding
Wat is rechtsgeschiedenis?
Rechtsgeschiedenis = de studie van hoe rechtsregels zijn ontstaan, hoe ze zijn
geëvolueerd en waarom ze vandaag zijn zoals ze zijn
Recht = het geheel van regels die gelden in een samenleving
Recht is niet logisch maar normatief (wat vandaag logisch lijkt, was dat vroeger
misschien niet)
Recht is er niet zomaar recht zit vol historische resten: je kan recht enkel begrijpen
via zijn oorsprong, met rechtsgeschiedenis wordt het recht begrijpelijk
! Rechtsgeschiedenis is NIET hetzelfde als recht
Voorbeeld: art. 1674 oud BW zegt dat de verkoop v/e onroerend goed vernietigd kan
worden als de verkoper voor meer dan 7/12 wordt benadeeld
Vanuit pure logica lijkt dit random MAAR voor Romeins recht niet
o In Rome was grond de basis v/h bestaan DUS de verkoop van land is
levensbedreigend en vormt een groot risico (de verkoper was vaak arm en
kwetsbaar)
o Justinianus vond het onrechtvaardig als iemand zijn grond verkocht voor
minder dan de helft v/d waarde, daarom werd die vaste grens bepaald
Deel 1
Romeins recht
= ligt aan de basis van ons recht
Beginfase - hoogtepunt - eindfase/val
Waarom kijken we naar het Romeins recht?
Het hoogtepunt van het Romeins recht is van belang als we willen kijken naar de
rechtsgeschiedenis. Omdat de rechtsleer prominenter werd, kwamen er meer en meer
juristen bij.
Juristen = mensen die omgaan met recht, brengen er structuur in en geven erover
advies
⇒ hoe zij structuur brachten, doen wij vndg nog
Belangrijke formele bronnen in Romeins recht
In de beginfase: typevordering
o Pontifices/priesters gingen over dit aspect
o Ze maakten lijstje van gevallen waarvoor een proces kon beginnen
⇒ deze kennis over het recht was geheim (het was een gesloten systeem)
o Typevordering = men moest bepaalde rituelen uitvoeren en woorden
uitspreken als deel v/h proces (zie legisactio) ⇒ bedoelt om te kijken wie
de goden steunen
1
, Rechtsleer
o Iedereen kon naar een jurist stappen/een proces aanvragen (het was een
open systeem)
o ! Probleem: heel erg veel juristen die het niet altijd eens zijn
SIDE-NOTE: alle onderdelen hadden voor -en nadelen
Wetgeving
De evolutie door een veranderde samenleving
Overgang van landbouw naar handel speelt grote rol in evolutie v/h recht
⇒ meer en meer handelaar komen naar Rome, als er eens iets misgaat met Bv.
schadevergoeding, zal dit niet in de typevorderingen staan
⇒ juristen worden steeds belangrijker en gaan een grotere rol opnemen in de
maatschappij
Overgang van een kleine stad naar een gigantisch, bloeiend rijk
⇒ het land wordt internationaal
Hoe beslecht een samenleving/overheid geschillen en wie beslist wat de
regels zijn?
Rechters worden belangrijker: in Rome maar ook bij de common law (= ietsje
anders want rechters zijn daar veel belangrijker dan juristen omdat rechters in
Engeland wel veel weten)
o Rechters kijken naar juristen voor hulp: rechters spraken het recht uit met
de regels die juristen bepaalden
Wetenschap-juristen worden belangrijker vanaf de Middeleeuwen tot ca 1800
De wetgever deed codificaties
SAMENVATTING
Begin {600 - 250 v.C.}: typevordering = Oud-Romeins/archaïsch recht (enkele wetten,
hier Bv. de twaalftafelenwet)
Take-off {250 v.C. - 0} : begin van rechtsleer = voorklassiek recht (enkele wetten +
open procedure)
Hoogtepunt {0 - 250 n.C.}: rechtsleer = klassiek recht (enkele wetten + open
procedure)
Einde/verval {250 - 527}: wetgeving = naklassiek recht (weinig rechtsleer + gesloten
procedure)
Kort herstel {527 - 565}: wetgeving = Justinianus (weinig rechtsleer + gesloten
procedure)
SIDE-NOTE: Justinianus is belangrijk want door zijn geschriften weten we hoe het
Romeins recht in elkaar zat en dat het dus de basis vormt voor ons recht
Archaïsch recht
= de koningstijd van 600 - 509/451 v.C.
Er waren 3 belangrijke instellingen:
1. Koning = belangrijk figuur (opperbevelhebber v/h leger, machthebber,…)
2. Comitia curiata = vergaderingen waarbij men inspraak had bij beslissingen v/d
koning
2
, 3. Pontifices (enk: pontifex) = priesters (letterlijk vertaald betekent de brug: brug
tussen de goden en de mensen)
OPGELET: deze instellingen bestonden uit 1 sociale
groep = de patriciërs
⇒ patriciërs = de oudste inwoners van Rome,
hebben vaak veel gronden, zijn rijk,…
De sociale verhouding was:
Kleine groep van elites (de patriciërs)
Grote groep plebejers (de immigranten)
Rome is gebouwd op 7 heuvels:
Capitool = zetel van de goden
(grootste tempel voor Jupiter)
Palatijn = waar koning woont +
villawijk voor patriciërs
⇒ het Forum verbindt de heuvels (hier
stonden juristen en pontifices)
Het Septimontium = aaneensluiting van de
dorpjes op die heuvels voordat het 1 stad werd (Rome)
De Twaalftafelenwet
°451 v.C.
= oudst geschreven Romeinse wet die op 12 bronzen platen werd voorgesteld op het
Forum Romanum
SIDE-NOTE: wet der 12 tafelen = belangrijk aspect in het hoogtepunt van de
rechtsleer aangezien iedereen de regels kon zien
Totstandkoming
o Plebejers zijn het beu dat ze niet naar priesters kunnen stappen (mochten
geen processen voeren) ⇒ ze dreigen hun eigen stad te stichten
o Ook waren mensen het beu dat het recht geheim was (enkel pontifices
kenden het)
Inhoud
o Dit was de codificatie van de wetten
o Ze werden op 12 bronzen platen opgeschreven (goedgekeurd door
patriciërs én plebejers) en opgehangen in het Forum Romanum
⇒ iedereen kon ze lezen en er was geen geheim meer rond het recht
Ius versus lex
o Lex = een wet die gestemd is maar die niet openbaar is (zoals
typevorderingen)
o Ius = een wet die openbaar is (zoals de wet der 12 tafelen)
Verschillen met wetgevingen
o Plebiscita: eigen consilium (volksvergadering) v/d plebejers
3
, o Lex Hortensia: wet die stelt dat plebejers op gelijke voet staan met
patriciërs (= erg belangrijk voor plebejers)
Kenmerken v/h archaïsch recht
Recht en religie zijn niet gescheiden
o Pontifex = priester: beheerden de religieuze kalender (alles wat pontifex
zei is fas)
o Auguren = vogelkijkers: maakten voorspellingen op basis van
bewegingen, aantallen,… van vogels
o fas = geheel van regeltjes van de goden (= omgekeerde van 12tafelenwet
want het was heel geheim en niet gekend door velen) → geheim
Recht en flexibiliteit: rituelen, geweld en staat
o Ius fetiale = diplomatiek recht avant la lettre, uitgevoerd door pater
patratus = topambassadeur (had een ceremoniële rol en werd vaak
afgebeeld met speer)
staat van Rome = sterk verbonden met religie en geweld (speer
gooien)
o Perduellio = het uitdagen v/d zittende koning
Als je koning verslaat word je zelf koning, verslaat de koning jou dan
word je geëxecuteerd (van rots geduwd bij Capitool)
Niet-geschreven: geheime kennis want regels komen van de goden
o Die geheimhouding was bedoeld om goden niet te ontstemmen
Hoe zag een proces eruit?
Legisactio proces = aanvankelijk niet openbaar (in beslotenheid van tempel) MAAR
naargelang de tijd werd het openbaarder (meer en meer mensen konden meekijken ⇒
kenmerken van ius + fas)
Proces bestaat uit 2 fasen:
FASE 1: in iure (voor de pontifex)
Er is een probleem dus je gaat naar forum opzoek naar pontifex, die kijkt of er
een typevordering bestaat voor jouw geval
Als er een typevordering bestaat dan zal er een ritueel moeten worden
uitgevoerd
! Rituelen moesten heel precies worden uitgevoerd: loopt er iets fout? ⇒ proces
is meteen gedaan (goden kiezen kant)
Loopt alles goed? ⇒ eerste deel van proces is afgerond (verder naar fase 2)
Ritueel = om te kijken of de goden mee zijn (heeft niet met partijen te maken)
Vernieuwing van typevorderingen is nauwelijks mogelijk ZEKER op moment dat
proces openbaarder wordt (mensen kijken mee dus weten welke rituelen aan
welk geval zit)
FASE 2: apud iudicem (voor koning)
Ritueel bij pontifex is goed afgerond dus wordt het proces doorverwezen naar
koning
4