1. Het terrein van de klinische psychologie
-> Duijker (1959) heeft een overzicht gemaakt van alle principes die behoren binnen
klinische psychologie
-> de basisdisciplines:
- Functieleer (tegenwoordig beter bekend als de cognitieve psychologie)
- Ontwikkelingspsychologie (levenslooppsychologie)
- Sociale psychologie (gedragsleer)
- Persoonlijkheidspsychologie
- Methodenleer (psychodiagnostiek)
-> toepassingsgerichte disciplines:
- Klinische- en gezondheidspsychologie
- Arbeids- en organisatiepsychologie
- Onderwijspsychologie (school- en pedagogische psychologie)
-> klinische psychologie = Het gebied van de psychologie dat zich bezighoudt met afwijkend,
slecht-aangepast en abnormaal menselijk gedrag. Onder de grote paraplu van klinische
praktijken vallen diagnose, classificatie (kaderen wat er aan de hand is), behandeling,
preventie en onderzoek
-> meerdere definities zijn mogelijk zoals: Klinische psychologie is een breed wetenschapsgebied
waarin het gedrag van de mens in relatie tot zijn ervaren gezondheid empirisch wordt onderzocht,
waarin wordt gediagnosticeerd en waarin interventies worden ontwikkeld, onderzocht en toegepast;
interventies die op professionele wijze worden uitgevoerd en die erop zijn gericht emotionele,
motivationele en/of cognitieve blokkades op te heffen en het persoonlijk en maatschappelijk
functioneren van mensen te verbeteren
-> kern van klinische psychologie = psychische stoornissen:
-> Afwijkingen van de norm in ongunstige zin
- Verschillende aspecten van menselijk functioneren:
- Binnen individuele persoon: gedachten, gedrag en belevingen
- Buiten een persoon: in relatie tot andere mensen
-> Tegen de achtergrond van “normale” processen; kennis van de “normale”
psychologische functies (waarnemen, denken, geheugen), van “normale”
ontwikkeling, sociale en persoonlijkheidspsychologie, is nodig om afwijkingen van de
norm te begrijpen
,Werkterreinen: Taken:
- Eerstelijnspsychologie (bv. GGZ, huisartsenpraktijk, …) - Diagnostiek, indicatiestelling
- Psychopathologie (bv. GGZ, PAAZ, psychiatrie, ziekenhuis, …) - Advies, psycho-educatie
- Forensische psychologie (bv. CAW, justitiehuis, gevangenis, …) - Revalidatie
- Neuropsychologie (bv. ziekenhuis, revalidatiecentrum, GGZ, …) - Begeleiding
- Gerontopsychologie (bv. revalidatiecentrum, woonzorgcentrum, …) - Preventie
- Systeempsychologie (bv. CAW (bemiddeling), GGZ, …) - Onderzoek, onderwijs
- Gezondheidspsychologie (bv. ziekenhuis, preventiedienst, mutualiteit,
…)
- Psychosociale rehabilitatie (bv. GGZ, ontmoetingscentrum, …)
-> beroepsgroepen:
-> Hoe is de klinische psychologie of geestelijke gezondheidszorg (GGZ) georganiseerd?
- Het beleid met betrekking tot de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in België
behoort deels tot de bevoegdheid van de gemeenschappen en gewesten en deels tot
de bevoegdheid van de federale overheid
-> Dit maakt het complex
-> Voorzieningen (plaatsen waar je tewerk gesteld kan worden) kan je indelen op basis van:
- Cliënt: werk je met kinderen/jongeren of met volwassenen
- Werkvorm:
- Ambulant: cliënten komen overdag langs
- Semi-residentieel: cliënten blijven een deel van de dag
- Residentieel: cliënten verblijven er (opname)
- Doelgroep: sommige voorzieningen richten zich op specifieke problemen (bv.
verslaving, ASS)
- Echelonmodel: combineert de bovenstaande indelingen
2
,-> Instroom:
- Eigen initiatief of (professionele) verwijzer (meestal huisarts)
- Procedure (verwijsbrief, gezamenlijke intake/contact)
- Tijdsverloop:
- Crisis: onmiddellijke hulp (tegenwoordig echter ook wachtlijsten)
- Niet-crisis: wachtlijsten
-> Uitstroom:
- Van evaluatie naar ontslag:
- Afronding van een begeleiding is ook een proces
- Begeleiding evalueren a.d.h.v. diagnostiek
- Samenwerking met andere voorzieningen (eventueel verwijzen)
- Follow-up:
- Minder frequent om samen te bekijken hoe het loopt
- Herval voorkomen
Echelon model
-> Structuur van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) -> Echelon model:
= model dat uit 4 lijnen (0e, 1e, 2e en 3e lijn) bestaat om de voorzieningen in de GGZ
te organiseren
- Gebaseerd op het medische model van de gezondheidszorg
- 1e lijn = poortwachter
- “stepped care”-principe = meer mensen in de ‘lagere’ lijnen helpen om zo min
mogelijk mensen in de ‘hogere’ lijnen te hebben
-> Echter: omgekeerde piramide (veel vraag naar de 2de en 3de lijn)
=> 0e lijn:
- Cliënt en zijn omgeving (bv. cliënt, familie, vrienden, werk/school)
- Informele maatschappelijke zorg, mantelzorg, geen drempel
- Hulpvraag komt vanuit de cliënt of zijn omgeving en de hulp komt ook vanuit deze
richting
- Levert geen geestelijke gezondheidszorg, maar draagt ertoe bij
- Zet in op preventie, sensibilisering, empowerment, veerkracht, netwerken
Bv. Tele-onthaal, Awel, lotgenotenverenigingen, OCMW, Overkop, Stuvo, …
3
, => 1e lijn:
- Niet-gespecialiseerde, ambulante, professionele hulpverlening
- Laagdrempelig, alle doelgroepen met alle problematieken
- Cliënten kunnen zich melden zonder tussenkomst van een andere hulpverlener
- Hulpverlening is kortdurend en gebeurt onmiddellijk
Bv. CAW, JAC, TEJO, (eerstelijns)psycholoog, huisarts, …
=> 2e lijn:
- Gespecialiseerde, ambulante, professionele hulpverlening
- Op doorverwijzing (in theorie)
Bv. CGG, PAAZ, mobiele teams, psychiater, psycholoog, psychotherapeut, revalidatiecentra, …
=> 3e lijn:
- Gespecialiseerde residentiële hulp (opname aanwezig)
- Als hulpverlening op andere lijnen onvoldoende was
Bv. psychiatrische ziekenhuizen, PAAZ, …
2. Aspecten van ‘abnormaal’ gedrag
-> Zeven factoren die bepalen of gedrag pathologisch wordt beschouwd (Seligman, Walker en
Rosenhand, 2001):
- Persoonlijk lijden
- De (dis)functionaliteit van het gedrag (functioneert hij/zij nog)
- Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
- Onvoorspelbaarheid en controleverlies
- Opvallend en onconventioneel gedrag
- Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt
- Het overtreden van morele normen (eerder crimineel gericht)
-> psychische stoornissen (APA) = Een syndroom gekenmerkt door klinisch significante
symptomen op het gebied van cognitieve functies, de emotieregulatie, of het gedrag van
een persoon, dat een uiting is van een disfunctie in de psychologische-, biologische- of
ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het psychische functioneren
-> 3 uitsluitende omstandigheden:
- Te verwachten en cultureel aanvaardbare reacties (op stressor of verlies)
- Deviant gedrag (of gewelddadig) dat voortvloeit uit het behoren tot een politieke,
religieuze of seksuele minderheid
- Afwijkend gedrag moet niet voortkomen uit een persoonlijk conflict tussen het
individu en de maatschappij
4