De wereld 1: mikado: wereldoriëntatie bronnenboek
1. Wij hebben een verleden
1.1. De prehistorie
Je kan deze periode correct situeren op de tijdsband. Tot ca. 3500 voor Chr. (uitvinding van het schrift)
Je kan uitleggen hoe en wanneer de aarde ontstaan is. Ongeveer 14 miljard jaar geleden spatte één oerster met een grote knal
uit elkaar. Uit die oerknal of de Big Bang ontstonden miljarden sterren.
Eén van die sterren was onze zon. Rond de zon slingerde allerlei gassen
en deeltjes. Dit materiaal vormde zo’n 4,6 miljard jaar geleden een
gloeiende bol: de aardbol. De aarde koelde langzaam af in een wolk van
waterdamp. Zo ontstond het eerste leven.
Je kan aangeven wanneer de dinosauriërs in onze streken leefden 150 miljoen jaar geleden, uitgestorven door een enorme botsing tussen
en hoe ze uitgestorven zijn. een meteoriet en de aarde waardoor eer een zoveel stof ontstond dat deze
jarenlang de zon verduisterde en de temperatuur dus daalde.
Je kan omschrijven hoe de eerste mensen leefden. Eerste mensen leerde rechtop lopen, leerden hun handen gebruiken,
maakten werktuigen van keien, takken en beenderen. Ze aten zowel vlees
als planten en zwierven rond als jagers en voedselverzamelaars.
Je kan de 5 mensensoorten in de juiste volgorde weergeven. Australopithecus -> Homo habilis -> Homo erectus -> Neanderthaler ->
Homo Sapiens
Je kan uitleggen hoe ze in de prehistorie vuur maakten. De macht over het vuur was uiterst belangrijk. Zo gebruikte ze
bijvoorbeeld vuursteen om vuur te kunnen maken.
Je kan aangeven waarom de mens evolueerde van zwerver naar Op vruchtbare gronden naast rivieren leerden de mensen hoe ze graan
boer. konden oogsten, ze kweekten dieren en bouwden hutten op goedgelegen
plaatsen.
Je kan aangeven waar de eerste boeren in ons land leefden. De eerste boeren verschenen rond 5500 voor Chr. en leefden in
Haspengouwen.
Je kan uitleggen wat silex is en waarvoor het gebruikt werd. Silex is een vuursteen en wordt gebruikt om werktuigen en wapens mee te
maken.
, 1.2. De oudheid
Je kan deze periode correct situeren op de tijdsband. Van 3500 voor Chr. tot 500 na Chr.
Je kan aangeven hoe de rivier De Nijl in het oude Egypte het werk Mensen vestigden zich op gunstige plaatsen langs rivieren die jaarlijks
bepaalde. overstroomden. Ze maakten gebruik van vruchtbaar slib dat de rivier
achterliet om er graan in te zaaien. De Egyptenaren bewerkten de bodem
met werktuigen als sikkels en ploegen.
Je kan volgende begrippen verklaren: farao, hiërogliefen, Farao: de naam voor een Oud Egyptische koning.
mummie en sarcofaag. Hiërogliefen: een pictogram dat een woord, morfeem of klank uitbeeldt en
onderdeel is van een pictografisch schrift.
Mummie: gebalsemd lichaam.
Sarcofaag: een doorgaans stenen kist waarin menselijke stoffelijke resten
worden bewaard.
Je kan tonen op een kaart hoe ver het Romeinse Rijk zich Zie boek
uitstrekte in de 2e eeuw.
Je kent de begrippen: Acropolis, heerbaan, Belgica, Colosseum, Acropolis: het hoogste punt van de stad en is de naam die in de poleis
Circus Maximus, gladiatorengevecht, amfitheater. gegeven werd aan de stadsburcht of citadel.
Heerbaan: een weg die de Romeinen gebruikten.
Belgica: de Latijnse naam voor Nederland.
Colosseum: Romeins monument, ronde vorm, waarin grootse gevechten
gehouden werden ter vermaak van de bevolking.
Circus Maximus: was in de oudheid een groot stadion in het centrum van
Rome. Het circus werd voornamelijk gebruikt voor de populaire
wagenrennen.
Gladiatorengevecht: rituele gevechten op leven en dood worden
georganiseerd.
Amfitheater: de oplopende rijen zitplaatsen (rang) boven het balkon.
Je kan de problemen in het Oude Rome vergelijken met die van Afval, verkeersopstoppingen, werkloosheid. Het eten voor de
de grootstad vandaag. stadsbewoners werd aangevoerd van het platteland. Op de vele markten
van Rome werden producten verkocht die uit heel het Romeinse Rijk
, afkomstig waren. De gewone man leefden in appartemensblokken. De
Romeinen bouwden luxueuze villa’s.
Je kan deze figuren schetsen in de Romeinse oudheid: Julius Zie boek
Caesar, Ambiorix.
1.3. De middeleeuwen
Je kan deze periode correct situeren op de tijdsband. Van 500 na Chr. tot 1500 na Chr.
Je kan uitleggen hoe en wanneer er een einde kwam aan het Door de Germaanse invallen viel het Romeinse Rijk rond 500 uiteen. Dit was
Romeinse rijk. het begin van de middeleeuwen.
Je kan de rol van de Noormannen in deze tijd In de volgende eeuwen nam de onveiligheid nog toe, vooral door de
situeren. plunderingen van de Noormannen. De wegen en de steden raakten in
verval. Om zich te beschermen tegen de plunderaars, bouwde de
plaatselijke bevolking burchten.
Je kan de rol van de abdijen en de Kerk in deze periode Ook de abdijen werden versterkt. In het leven van de middeleeuwer
verwoorden. speelden de christelijke godsdienst en de Kerk een belangrijke rol.
Je kan de rol van de steden Gent en Brugge Gent was tijdens de middeleeuwen een grote stad in Europa. De stad lag
uitleggen. aan de samenvloeiing van de Schelde en de Leie en aan een belangrijke
handelsweg naar de kust. De graaf van Vlaanderen had er een burcht en
in de stad lagen grote abdijen.
_________________________________________________________________________
Brugge was een concurrent van Gent. De zeearm van het Zwin verbond
Brugge met de Noordzee. Handelaars uit alle delen van Europa kwamen
naar Brugge, dat het Venetië van het Noorden genoemd werd.
Je kan de rol van boeren, adellijken en geestelijken beschrijven. Het grootste deel van de bevolking woonde op het platteland. Hier
speelde het leven zich af rond de burchten en abdijen. Boeren moesten in
ruil voor bescherming werken voor de adel en de geestelijken. Zware
belastingen maakten het leven van de gewone landbouwers bijzonder
moeilijk.
Je kan de begrippen ambachtslui, handelaars en gilden Ambachtslui: personen die een beroep uitoefenen of handel drijven of zich
, uitleggen. bezighouden met handvaardige of andere artistieke vaardigheden.
Handelaars: verwijst naar de personen die zich bezighielden met het kopen
en (met winst) verkopen van producten.
Gilden: een soort beroepsvereniging.
Je herkent afbeeldingen van deze Zie boek
periode.
1.4. De nieuwe tijd
Je kan deze periode correct situeren op de tijdsband. Van 1500 na Chr. tot 1945 na Chr.
Je kan de rol van de vorsten en het Spaanse wereldrijk in deze Rond 1500 hadden rijke vorsten de macht in Europa overgenomen. Zij
periode omschrijven. beschikten over vuurwapens en machtige legers. Daar konden
stadsmuren en boogschutters niet tegenop. Hun wapens en soldaten
betaalden de vosten met belastinggeld en met de winsten uit de verre
kolonies.
Je weet wie Columbus, Vasco da Gama waren en welke Columbus: ontdekte Amerika
ontdekkingsreizen ze ondernamen. Vasco da Gama: zeilde rond Afrika en bereikte Indië
Je kent de rol van Antwerpen als wereldhaven in de Onze streken behoorden tot het Spaanse wereldrijk. Luxegoederen
16de eeuw. werden uit alle delen van dat rijk in de Antwerpse haven aangevoerd en
verhandeld. Buitenlandse kooplui zorgden voor de import en export van
de producten. Na de snelle groei van de Antwerpse haven, kwam er een
periode van verval. Twisten tussen katholieken uit de Zuidelijke
Nederlanden en protestanten uit het Noorden veroorzaakten oorlog.
Je kent de uitvindingen uit de nieuwe tijden: het kompas, het De nieuwe tijd bracht veel technische uitvindingen. Door de
karveel, de boekdrukkunst, het motorvliegtuig, de auto. boekdrukkunst werd kennis gemakkelijker verspreid. Kaarten zetten de
wereld in beeld.
Het kompas: hielp scheepslui bij het vinden van hun route.
Het karveel: soort schip dat het toeliet om op volle zee te varen.
Je kan de fenomenen slavernij en kolonisatie toelichten. Slavernij: onvrije arbeid, waarvan het resultaat geheel of gedeeltelijk
1. Wij hebben een verleden
1.1. De prehistorie
Je kan deze periode correct situeren op de tijdsband. Tot ca. 3500 voor Chr. (uitvinding van het schrift)
Je kan uitleggen hoe en wanneer de aarde ontstaan is. Ongeveer 14 miljard jaar geleden spatte één oerster met een grote knal
uit elkaar. Uit die oerknal of de Big Bang ontstonden miljarden sterren.
Eén van die sterren was onze zon. Rond de zon slingerde allerlei gassen
en deeltjes. Dit materiaal vormde zo’n 4,6 miljard jaar geleden een
gloeiende bol: de aardbol. De aarde koelde langzaam af in een wolk van
waterdamp. Zo ontstond het eerste leven.
Je kan aangeven wanneer de dinosauriërs in onze streken leefden 150 miljoen jaar geleden, uitgestorven door een enorme botsing tussen
en hoe ze uitgestorven zijn. een meteoriet en de aarde waardoor eer een zoveel stof ontstond dat deze
jarenlang de zon verduisterde en de temperatuur dus daalde.
Je kan omschrijven hoe de eerste mensen leefden. Eerste mensen leerde rechtop lopen, leerden hun handen gebruiken,
maakten werktuigen van keien, takken en beenderen. Ze aten zowel vlees
als planten en zwierven rond als jagers en voedselverzamelaars.
Je kan de 5 mensensoorten in de juiste volgorde weergeven. Australopithecus -> Homo habilis -> Homo erectus -> Neanderthaler ->
Homo Sapiens
Je kan uitleggen hoe ze in de prehistorie vuur maakten. De macht over het vuur was uiterst belangrijk. Zo gebruikte ze
bijvoorbeeld vuursteen om vuur te kunnen maken.
Je kan aangeven waarom de mens evolueerde van zwerver naar Op vruchtbare gronden naast rivieren leerden de mensen hoe ze graan
boer. konden oogsten, ze kweekten dieren en bouwden hutten op goedgelegen
plaatsen.
Je kan aangeven waar de eerste boeren in ons land leefden. De eerste boeren verschenen rond 5500 voor Chr. en leefden in
Haspengouwen.
Je kan uitleggen wat silex is en waarvoor het gebruikt werd. Silex is een vuursteen en wordt gebruikt om werktuigen en wapens mee te
maken.
, 1.2. De oudheid
Je kan deze periode correct situeren op de tijdsband. Van 3500 voor Chr. tot 500 na Chr.
Je kan aangeven hoe de rivier De Nijl in het oude Egypte het werk Mensen vestigden zich op gunstige plaatsen langs rivieren die jaarlijks
bepaalde. overstroomden. Ze maakten gebruik van vruchtbaar slib dat de rivier
achterliet om er graan in te zaaien. De Egyptenaren bewerkten de bodem
met werktuigen als sikkels en ploegen.
Je kan volgende begrippen verklaren: farao, hiërogliefen, Farao: de naam voor een Oud Egyptische koning.
mummie en sarcofaag. Hiërogliefen: een pictogram dat een woord, morfeem of klank uitbeeldt en
onderdeel is van een pictografisch schrift.
Mummie: gebalsemd lichaam.
Sarcofaag: een doorgaans stenen kist waarin menselijke stoffelijke resten
worden bewaard.
Je kan tonen op een kaart hoe ver het Romeinse Rijk zich Zie boek
uitstrekte in de 2e eeuw.
Je kent de begrippen: Acropolis, heerbaan, Belgica, Colosseum, Acropolis: het hoogste punt van de stad en is de naam die in de poleis
Circus Maximus, gladiatorengevecht, amfitheater. gegeven werd aan de stadsburcht of citadel.
Heerbaan: een weg die de Romeinen gebruikten.
Belgica: de Latijnse naam voor Nederland.
Colosseum: Romeins monument, ronde vorm, waarin grootse gevechten
gehouden werden ter vermaak van de bevolking.
Circus Maximus: was in de oudheid een groot stadion in het centrum van
Rome. Het circus werd voornamelijk gebruikt voor de populaire
wagenrennen.
Gladiatorengevecht: rituele gevechten op leven en dood worden
georganiseerd.
Amfitheater: de oplopende rijen zitplaatsen (rang) boven het balkon.
Je kan de problemen in het Oude Rome vergelijken met die van Afval, verkeersopstoppingen, werkloosheid. Het eten voor de
de grootstad vandaag. stadsbewoners werd aangevoerd van het platteland. Op de vele markten
van Rome werden producten verkocht die uit heel het Romeinse Rijk
, afkomstig waren. De gewone man leefden in appartemensblokken. De
Romeinen bouwden luxueuze villa’s.
Je kan deze figuren schetsen in de Romeinse oudheid: Julius Zie boek
Caesar, Ambiorix.
1.3. De middeleeuwen
Je kan deze periode correct situeren op de tijdsband. Van 500 na Chr. tot 1500 na Chr.
Je kan uitleggen hoe en wanneer er een einde kwam aan het Door de Germaanse invallen viel het Romeinse Rijk rond 500 uiteen. Dit was
Romeinse rijk. het begin van de middeleeuwen.
Je kan de rol van de Noormannen in deze tijd In de volgende eeuwen nam de onveiligheid nog toe, vooral door de
situeren. plunderingen van de Noormannen. De wegen en de steden raakten in
verval. Om zich te beschermen tegen de plunderaars, bouwde de
plaatselijke bevolking burchten.
Je kan de rol van de abdijen en de Kerk in deze periode Ook de abdijen werden versterkt. In het leven van de middeleeuwer
verwoorden. speelden de christelijke godsdienst en de Kerk een belangrijke rol.
Je kan de rol van de steden Gent en Brugge Gent was tijdens de middeleeuwen een grote stad in Europa. De stad lag
uitleggen. aan de samenvloeiing van de Schelde en de Leie en aan een belangrijke
handelsweg naar de kust. De graaf van Vlaanderen had er een burcht en
in de stad lagen grote abdijen.
_________________________________________________________________________
Brugge was een concurrent van Gent. De zeearm van het Zwin verbond
Brugge met de Noordzee. Handelaars uit alle delen van Europa kwamen
naar Brugge, dat het Venetië van het Noorden genoemd werd.
Je kan de rol van boeren, adellijken en geestelijken beschrijven. Het grootste deel van de bevolking woonde op het platteland. Hier
speelde het leven zich af rond de burchten en abdijen. Boeren moesten in
ruil voor bescherming werken voor de adel en de geestelijken. Zware
belastingen maakten het leven van de gewone landbouwers bijzonder
moeilijk.
Je kan de begrippen ambachtslui, handelaars en gilden Ambachtslui: personen die een beroep uitoefenen of handel drijven of zich
, uitleggen. bezighouden met handvaardige of andere artistieke vaardigheden.
Handelaars: verwijst naar de personen die zich bezighielden met het kopen
en (met winst) verkopen van producten.
Gilden: een soort beroepsvereniging.
Je herkent afbeeldingen van deze Zie boek
periode.
1.4. De nieuwe tijd
Je kan deze periode correct situeren op de tijdsband. Van 1500 na Chr. tot 1945 na Chr.
Je kan de rol van de vorsten en het Spaanse wereldrijk in deze Rond 1500 hadden rijke vorsten de macht in Europa overgenomen. Zij
periode omschrijven. beschikten over vuurwapens en machtige legers. Daar konden
stadsmuren en boogschutters niet tegenop. Hun wapens en soldaten
betaalden de vosten met belastinggeld en met de winsten uit de verre
kolonies.
Je weet wie Columbus, Vasco da Gama waren en welke Columbus: ontdekte Amerika
ontdekkingsreizen ze ondernamen. Vasco da Gama: zeilde rond Afrika en bereikte Indië
Je kent de rol van Antwerpen als wereldhaven in de Onze streken behoorden tot het Spaanse wereldrijk. Luxegoederen
16de eeuw. werden uit alle delen van dat rijk in de Antwerpse haven aangevoerd en
verhandeld. Buitenlandse kooplui zorgden voor de import en export van
de producten. Na de snelle groei van de Antwerpse haven, kwam er een
periode van verval. Twisten tussen katholieken uit de Zuidelijke
Nederlanden en protestanten uit het Noorden veroorzaakten oorlog.
Je kent de uitvindingen uit de nieuwe tijden: het kompas, het De nieuwe tijd bracht veel technische uitvindingen. Door de
karveel, de boekdrukkunst, het motorvliegtuig, de auto. boekdrukkunst werd kennis gemakkelijker verspreid. Kaarten zetten de
wereld in beeld.
Het kompas: hielp scheepslui bij het vinden van hun route.
Het karveel: soort schip dat het toeliet om op volle zee te varen.
Je kan de fenomenen slavernij en kolonisatie toelichten. Slavernij: onvrije arbeid, waarvan het resultaat geheel of gedeeltelijk