Situering orthopedagogiek
De term orthopedagogiek
ortho
= recht maken, specifiek opvoeding, problematische ervaren situatie die
niet meer als gewoon wordt ervaren. We zien geen perspectief meer, we
hebben hulp van buitenaf nodig
Ped
- Pais = kind
- Kinderen en jeugdigen (bij start van opvoeding)
nu ook andere doelgroepen (vb. volwassen met beperkingen,…)
Agogie
= begeleiden/ leiden naar een doel, gericht naar gewenst doel
Maar doel moet passen binnen normen, waarden, ethische dimensie,
visies,…
K
= de wetenschappelijke studie van
Dus definitie orthopedagogiek
= de wetenschappelijke studie van het begeleiden van kinderen, jongeren
en volwassen in problematisch eervaren of specifieke situatie
VERHOUDING PEDAGOGIEK EN ORTHOPEDAGOGIEK
pedagogiek:
- Algemene principes en kennis over opvoeding
- Kleine dagelijkse problemen en vragen
vb. mijn baby huilt veel, is dit normaal en wat moet ik doen
- Tijdelijke problemen
vb. mijn moeder zegt om mijn baby gewoon te laten uithuilen maar
ik wil graag een betere manier vinden.
dit met geduld, tact, creativiteit, humor,…
indien moeilijk gezinsondersteuning
We komen meer bij orthopedagogiek wanneer:
, - Specifieke noden komen of je vastloopt in de opvoeding
- Problemen zijn erger, duidelijker
- Weerstanden tot verbetering zijn hardnekkiger
- Vaak zeer complexe samenhang van meerdere bedreigende factoren
- Het problematische staat centraal
Besluit: orthopedagogiek toont ons de essentie van pedagogiek. Situaties
waar opvoeding vastloop kunnen ons veel leren over onszelf, de
opvoedingsaanpak en uitdagingen
DOEL EN OBJECT ORTHOPEDAGOGIEK
Klassieke benadering (rond 1920)
Object
- Opvoeding van ‘opvallende’ of ‘afwijkende’ kind
- Indeling soorten kinderen = classificatie
- Methodes om op te voeden = methodieken
Doel
- Ontwikkeling kind optimaliseren
Moderne benadering (rond 1980)
object
- Problematische opvoedingssituatie
- Opvoeders en kind
- ‘handicap’ is interactief concept
Doel
- Opvoeding optimaliseren
problematische opvoedingssituatie
Sociaal-ecologische visie
- Moeizame afstemming vraag en aanbod
- Door verschillende factoren
* specifieke noden
* ouders met tekorten
* maatschappelijke problemen
Evolutie van de term POS
- Geschiedenis hulpverlening
- Verwaarloosde kinderen POS
, - Term POS in decreten Bijzondere jeugdbijstand vanaf 1990
Decreet bijzondere jeugdbijstand 1990
= preventie en hulpverlening voor 2 doelgroepen: minderjarigen in een
problematische opvoedingssituatie (POS) of minderjarigen die een misdrijf
omschreven feit hebben gepleegd
Decreet integrale jeugdhulpverlening 2014
Verandering van terminologie (POS VOS) ook kwam er meer aandacht
voor verontrusting
Maar ook integriteit: psychisch, fysiek of seksueel
Decreet jeugddelinquentierecht 2019
- Verandering van terminologie (MOF jeugddelict)
Evolutie van de term handicap
- Bewust, nauwkeurig en respectvol taalgebruik
- Beperkingen als 1 aspect van vele identiteitsaspecten
1.5.1 Mensbeelden en visies op hulp
- Verstoting (vb. barbaren)
- Liefdadigheid (vb. sukkelaars)
- Bewondering (vb. goddelijken, heiligen)
- Behandelen (vb. patiënten, gestoorden)
- Normalisatie (mensen die zo normaal mogelijk leven
- Respect diversiteit (deskundigen in een specifieke ervaring)
- Rechten opeisen (gelijkwaardige burgers met rechten)
1.5.2 internationale classificatie van functioneren in ICF
= handicap is geen
eigenschap van een persoon,
is een interactie tussen
individu en omgeving
1.5.3 veelzijdige kijk op beperking en handicap in disability studies (zie
cursus en pwp)
, Omgeving is helaas ingericht op gezonde mensen met mogelijkheden,
blindheid voor de drempels (validisme, ableïsme)
1.5.4. definitie van een handicap
= elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon dat te
wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale,
psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren
van activiteiten en persoonlijke en externe factoren.
ICF: participatieprobleem in wisselwerking met stoornissen, beperkingen,
externe en interne factoren
VAPH: handicap als gevolg van stoornissen en beperkingen en externe en
interne factoren.
Hoofdstuk 2: klassieke stromingen
3 stromingen
Geesteswetenschappelijke stroming
= de kern van het grondplan (relatie enzo) is gebaseerd op deze theorie
(Kok en Ter Vorst)
Kernbegrippen:
- Handelingswetenschap
- De mens als verhaal
- Praktische inzet van kennis
- Hermeneutisch onderzoek: betekenis geven aan observaties
Zien elke persoon als een uniek persoon dat je moet trachten te
begrijpen. Maar 1 hoofdstuk lezen laat je de persoon dus niet
kennen. Je moet echt het gedrag goed begrijpen.
Omschrijving:
Termen:
- Personalistisch/ geesteswetenschappelijk/ wijsgerig antropologisch
(wat maakt de mens tot mens)
- Holistisch: ervan uit gaan dat de mens meer is als je ziet, de kern is
meer dan de som van de deeltjes
Kern: elke mens is uniek (met een uniek verhaal) dus geen
veronderstellingen doen
- Vanuit ontmoeting de mens als holon in de situatie begrijpen
- Houding als hulpverlener : verstehen, empathisch inleven
De term orthopedagogiek
ortho
= recht maken, specifiek opvoeding, problematische ervaren situatie die
niet meer als gewoon wordt ervaren. We zien geen perspectief meer, we
hebben hulp van buitenaf nodig
Ped
- Pais = kind
- Kinderen en jeugdigen (bij start van opvoeding)
nu ook andere doelgroepen (vb. volwassen met beperkingen,…)
Agogie
= begeleiden/ leiden naar een doel, gericht naar gewenst doel
Maar doel moet passen binnen normen, waarden, ethische dimensie,
visies,…
K
= de wetenschappelijke studie van
Dus definitie orthopedagogiek
= de wetenschappelijke studie van het begeleiden van kinderen, jongeren
en volwassen in problematisch eervaren of specifieke situatie
VERHOUDING PEDAGOGIEK EN ORTHOPEDAGOGIEK
pedagogiek:
- Algemene principes en kennis over opvoeding
- Kleine dagelijkse problemen en vragen
vb. mijn baby huilt veel, is dit normaal en wat moet ik doen
- Tijdelijke problemen
vb. mijn moeder zegt om mijn baby gewoon te laten uithuilen maar
ik wil graag een betere manier vinden.
dit met geduld, tact, creativiteit, humor,…
indien moeilijk gezinsondersteuning
We komen meer bij orthopedagogiek wanneer:
, - Specifieke noden komen of je vastloopt in de opvoeding
- Problemen zijn erger, duidelijker
- Weerstanden tot verbetering zijn hardnekkiger
- Vaak zeer complexe samenhang van meerdere bedreigende factoren
- Het problematische staat centraal
Besluit: orthopedagogiek toont ons de essentie van pedagogiek. Situaties
waar opvoeding vastloop kunnen ons veel leren over onszelf, de
opvoedingsaanpak en uitdagingen
DOEL EN OBJECT ORTHOPEDAGOGIEK
Klassieke benadering (rond 1920)
Object
- Opvoeding van ‘opvallende’ of ‘afwijkende’ kind
- Indeling soorten kinderen = classificatie
- Methodes om op te voeden = methodieken
Doel
- Ontwikkeling kind optimaliseren
Moderne benadering (rond 1980)
object
- Problematische opvoedingssituatie
- Opvoeders en kind
- ‘handicap’ is interactief concept
Doel
- Opvoeding optimaliseren
problematische opvoedingssituatie
Sociaal-ecologische visie
- Moeizame afstemming vraag en aanbod
- Door verschillende factoren
* specifieke noden
* ouders met tekorten
* maatschappelijke problemen
Evolutie van de term POS
- Geschiedenis hulpverlening
- Verwaarloosde kinderen POS
, - Term POS in decreten Bijzondere jeugdbijstand vanaf 1990
Decreet bijzondere jeugdbijstand 1990
= preventie en hulpverlening voor 2 doelgroepen: minderjarigen in een
problematische opvoedingssituatie (POS) of minderjarigen die een misdrijf
omschreven feit hebben gepleegd
Decreet integrale jeugdhulpverlening 2014
Verandering van terminologie (POS VOS) ook kwam er meer aandacht
voor verontrusting
Maar ook integriteit: psychisch, fysiek of seksueel
Decreet jeugddelinquentierecht 2019
- Verandering van terminologie (MOF jeugddelict)
Evolutie van de term handicap
- Bewust, nauwkeurig en respectvol taalgebruik
- Beperkingen als 1 aspect van vele identiteitsaspecten
1.5.1 Mensbeelden en visies op hulp
- Verstoting (vb. barbaren)
- Liefdadigheid (vb. sukkelaars)
- Bewondering (vb. goddelijken, heiligen)
- Behandelen (vb. patiënten, gestoorden)
- Normalisatie (mensen die zo normaal mogelijk leven
- Respect diversiteit (deskundigen in een specifieke ervaring)
- Rechten opeisen (gelijkwaardige burgers met rechten)
1.5.2 internationale classificatie van functioneren in ICF
= handicap is geen
eigenschap van een persoon,
is een interactie tussen
individu en omgeving
1.5.3 veelzijdige kijk op beperking en handicap in disability studies (zie
cursus en pwp)
, Omgeving is helaas ingericht op gezonde mensen met mogelijkheden,
blindheid voor de drempels (validisme, ableïsme)
1.5.4. definitie van een handicap
= elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon dat te
wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale,
psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren
van activiteiten en persoonlijke en externe factoren.
ICF: participatieprobleem in wisselwerking met stoornissen, beperkingen,
externe en interne factoren
VAPH: handicap als gevolg van stoornissen en beperkingen en externe en
interne factoren.
Hoofdstuk 2: klassieke stromingen
3 stromingen
Geesteswetenschappelijke stroming
= de kern van het grondplan (relatie enzo) is gebaseerd op deze theorie
(Kok en Ter Vorst)
Kernbegrippen:
- Handelingswetenschap
- De mens als verhaal
- Praktische inzet van kennis
- Hermeneutisch onderzoek: betekenis geven aan observaties
Zien elke persoon als een uniek persoon dat je moet trachten te
begrijpen. Maar 1 hoofdstuk lezen laat je de persoon dus niet
kennen. Je moet echt het gedrag goed begrijpen.
Omschrijving:
Termen:
- Personalistisch/ geesteswetenschappelijk/ wijsgerig antropologisch
(wat maakt de mens tot mens)
- Holistisch: ervan uit gaan dat de mens meer is als je ziet, de kern is
meer dan de som van de deeltjes
Kern: elke mens is uniek (met een uniek verhaal) dus geen
veronderstellingen doen
- Vanuit ontmoeting de mens als holon in de situatie begrijpen
- Houding als hulpverlener : verstehen, empathisch inleven