1. Mensen maken de samenleving
Sociologie: ontstaan, voortbestaan en veranderen van maatschappelijke
patronen/ structuren + sociaal handelen van mensen in die patronen en
structuren.
De samenleving maakt de mens en omgekeerd, een wisselwerking van
invloeden.
Vb. zelfmoord was in dalende lijn. IN 2008 stijging. Waarom? eco. Crisis
de gebeurtenissen in de samenleving hebben dus invloed op de mens
1.1 Mensen maken de samenleving
Dit wordt gedaan door
1. Interactie met anderen
2. Interactie in/tussen groepen
3. Interactie in/tussen instituties en organisaties
Sociaal handelen: je ziet anderen en gaat in interactie, je gaat daar naar
handelen. Je reageert op elkaar en stemmen ons gedrag op hen af.
vb. je knikt, je negeert
sociaal handelen bestaat uit 2 dimensies:
1. interacties: betekenisloze en onbewuste waarneembare handelingen
vb. iemand een plek op de trein geven
2. communicatie: onbewuste gedachten, gevoelens,… overbrengen aan
anderen
Een samenleving zijn deze 3 bovenstaande dingen maar kan enkel
als we situaties dezelfde betekenis geven en hetzelfde interpreteren.
vb. wij interpreteren de les allemaal hetzelfde. Zo niet dan zouden
er vele beginnen dansen op de tafels en storend gedrag tonen
vb. civil inattention: beschaafd negeren: niet spreken in een lift,
niemand vindt dit onbeleefd want eigenlijk is dit een gedragspatroon
Waarom is deze interpretatie belangrijk? orde, routine en
voorspelbaarheid
Thomas’ bewering over sociale realiteit: als men een bepaalde
situatie definieert als echt dan heeft het ook echte gevolgen.
vb. Als men nog maar denkt dat er een eco. Crisis komt ga je minder
uitgeven creëert zo effectief een eco. Crisis
,vb. in drugshulp. Als zowel de patiënt als de hulpverlener hoge
verwachtingen zijn dan blijkt de uitslag succesvoller te zijn.
Is eigenlijk hetzelfde als selffulfilling prophecy maar dan op sociologisch
vlak
1.2 Groepen en organisaties maken de samenleving
Een groep: heeft duurzame relaties, een gevoel van samenhorigheid,
spontane groepsregels en elk lid heeft een sociale positie
1. Primaire groep: groep waarin interacties frequent, intensief en
emotioneel zijn
vb. gezin
2. peergroep: groep met een zelfde situatie, ontwikkelingsleeftijd en
langdurige contacten heeft
3. Secundaire groep: de interacties zijn minder intens, zakelijk en
onpersoonlijker
vb. collega’s, deelnemers groepsreis,…
MAAR collega’s kunnen wel tot je peergroep komen en een primaire
groep worden
4. Doelgroep: niet echt een groep want er is geen samenhang. Wel
een term in beleid, hulpverlening, marketing (reclame maken)
Organisatie:
- mensen die samenwerken
- hebben een gemeenschappelijk doel
- duidelijk omschreven posities
- herkenbaar als geheel
- interageert met andere organisaties
vb. KDG, vzw Rozemarijn
1.3 Instituties maken de samenleving
Institutie:
- heel abstract, een vast (gestandaardiseerd) gedragspatroon
zichtbaar bij veel mensen.
- Stabiel maar kan veranderen
- Geeft routine, orde
- Antwoord op belangrijke vragen
vb. school: heel veel mensen kunnen naar het onderwijs het is de
norm, nieuwe vormen onderwijs zoals online, lessenroosters en
pauzes, vragen over de toekomst en kennis doorgeven
, Vb. arbeid: bezit alle 4 de kenmerken. Werk structureert onze tijd
en kunnen bijleren. Het geeft antwoord op de vraag ‘hoe krijgen we
een inkomen’.
Vb. gezin: zie uitgewerkt voorbeeld in pwp
gezinnen zijn steeds kleiner aan het worden
vb. taal: GG: woorden, grammatica,…, S: meer Engels, Nieuwe
jongerentaal, R: we begrijpen elkaar, A: antwoord op de vraag
communicatie
2. De samenleving maakt de mens
2.1 Structuur maakt de mens
Structuur: samenstellende delen + ordening tussen die delen (huis:
bouwstenen = individuen, groepen, organisaties cement = interacties en
instituties MAAR geen architect want ze wordt gemaakt door losse
bouwstenen dus mens maakt samenleving)
De kijk van conservatieve sociologen naar structuur (functionalistische
visie)
Samenleving: lichaam, elk orgaan/categorie mensen heeft zijn functie voor
het geheel. Iedereen vervult functie veel kritiek op hun acceptatie van
sociale problemen en ze willen geen verandering
De kijk van progressieve sociologen naar structuur (conflictsociologie)
ze klagen de sociale ongelijkheid aan (vb. arm en rijk, etniciteit,….) niet
iedereen begint op dezelfde startpositie sommige hebben hun kansen
gemakkelijker gekregen.
Ze hebben oog voor de verschillen tussen mensen en bestuderen de
ongelijkheid
2.2 Culturen maken de mens
Cultuur: een ruim begrip. Alles wat een mens ooit heeft toegevoegd aan
de natuur.
Sociologische (enge) betekenis:
- Kennis doorgeven + waarden & normen doorgeven + doelen (je
geeft dus cultuur door)
- Ooit ontstaan maar blijft evolueren
- Handleiding voor interacties
- Aanleren en doorgeven
Sociologie: ontstaan, voortbestaan en veranderen van maatschappelijke
patronen/ structuren + sociaal handelen van mensen in die patronen en
structuren.
De samenleving maakt de mens en omgekeerd, een wisselwerking van
invloeden.
Vb. zelfmoord was in dalende lijn. IN 2008 stijging. Waarom? eco. Crisis
de gebeurtenissen in de samenleving hebben dus invloed op de mens
1.1 Mensen maken de samenleving
Dit wordt gedaan door
1. Interactie met anderen
2. Interactie in/tussen groepen
3. Interactie in/tussen instituties en organisaties
Sociaal handelen: je ziet anderen en gaat in interactie, je gaat daar naar
handelen. Je reageert op elkaar en stemmen ons gedrag op hen af.
vb. je knikt, je negeert
sociaal handelen bestaat uit 2 dimensies:
1. interacties: betekenisloze en onbewuste waarneembare handelingen
vb. iemand een plek op de trein geven
2. communicatie: onbewuste gedachten, gevoelens,… overbrengen aan
anderen
Een samenleving zijn deze 3 bovenstaande dingen maar kan enkel
als we situaties dezelfde betekenis geven en hetzelfde interpreteren.
vb. wij interpreteren de les allemaal hetzelfde. Zo niet dan zouden
er vele beginnen dansen op de tafels en storend gedrag tonen
vb. civil inattention: beschaafd negeren: niet spreken in een lift,
niemand vindt dit onbeleefd want eigenlijk is dit een gedragspatroon
Waarom is deze interpretatie belangrijk? orde, routine en
voorspelbaarheid
Thomas’ bewering over sociale realiteit: als men een bepaalde
situatie definieert als echt dan heeft het ook echte gevolgen.
vb. Als men nog maar denkt dat er een eco. Crisis komt ga je minder
uitgeven creëert zo effectief een eco. Crisis
,vb. in drugshulp. Als zowel de patiënt als de hulpverlener hoge
verwachtingen zijn dan blijkt de uitslag succesvoller te zijn.
Is eigenlijk hetzelfde als selffulfilling prophecy maar dan op sociologisch
vlak
1.2 Groepen en organisaties maken de samenleving
Een groep: heeft duurzame relaties, een gevoel van samenhorigheid,
spontane groepsregels en elk lid heeft een sociale positie
1. Primaire groep: groep waarin interacties frequent, intensief en
emotioneel zijn
vb. gezin
2. peergroep: groep met een zelfde situatie, ontwikkelingsleeftijd en
langdurige contacten heeft
3. Secundaire groep: de interacties zijn minder intens, zakelijk en
onpersoonlijker
vb. collega’s, deelnemers groepsreis,…
MAAR collega’s kunnen wel tot je peergroep komen en een primaire
groep worden
4. Doelgroep: niet echt een groep want er is geen samenhang. Wel
een term in beleid, hulpverlening, marketing (reclame maken)
Organisatie:
- mensen die samenwerken
- hebben een gemeenschappelijk doel
- duidelijk omschreven posities
- herkenbaar als geheel
- interageert met andere organisaties
vb. KDG, vzw Rozemarijn
1.3 Instituties maken de samenleving
Institutie:
- heel abstract, een vast (gestandaardiseerd) gedragspatroon
zichtbaar bij veel mensen.
- Stabiel maar kan veranderen
- Geeft routine, orde
- Antwoord op belangrijke vragen
vb. school: heel veel mensen kunnen naar het onderwijs het is de
norm, nieuwe vormen onderwijs zoals online, lessenroosters en
pauzes, vragen over de toekomst en kennis doorgeven
, Vb. arbeid: bezit alle 4 de kenmerken. Werk structureert onze tijd
en kunnen bijleren. Het geeft antwoord op de vraag ‘hoe krijgen we
een inkomen’.
Vb. gezin: zie uitgewerkt voorbeeld in pwp
gezinnen zijn steeds kleiner aan het worden
vb. taal: GG: woorden, grammatica,…, S: meer Engels, Nieuwe
jongerentaal, R: we begrijpen elkaar, A: antwoord op de vraag
communicatie
2. De samenleving maakt de mens
2.1 Structuur maakt de mens
Structuur: samenstellende delen + ordening tussen die delen (huis:
bouwstenen = individuen, groepen, organisaties cement = interacties en
instituties MAAR geen architect want ze wordt gemaakt door losse
bouwstenen dus mens maakt samenleving)
De kijk van conservatieve sociologen naar structuur (functionalistische
visie)
Samenleving: lichaam, elk orgaan/categorie mensen heeft zijn functie voor
het geheel. Iedereen vervult functie veel kritiek op hun acceptatie van
sociale problemen en ze willen geen verandering
De kijk van progressieve sociologen naar structuur (conflictsociologie)
ze klagen de sociale ongelijkheid aan (vb. arm en rijk, etniciteit,….) niet
iedereen begint op dezelfde startpositie sommige hebben hun kansen
gemakkelijker gekregen.
Ze hebben oog voor de verschillen tussen mensen en bestuderen de
ongelijkheid
2.2 Culturen maken de mens
Cultuur: een ruim begrip. Alles wat een mens ooit heeft toegevoegd aan
de natuur.
Sociologische (enge) betekenis:
- Kennis doorgeven + waarden & normen doorgeven + doelen (je
geeft dus cultuur door)
- Ooit ontstaan maar blijft evolueren
- Handleiding voor interacties
- Aanleren en doorgeven