KVL PSYCHISCHE KWETSBAARHEID
INFO EXAMENS:
SCHRIFTELIJK 16 PTN
PORTFOLIO 4 PTN
!! WORD DOCUMENTEN IN CHAMILO (RICHTVRAGEN EXAMEN)
PER THEMA ZELF PRO/CONTRA’S KUNNEN GEVEN ADHV LEERSTOF
BEGRIPPEN NIET VANBUITEN (WEL KENNEN), AANTALLEN NIET KENNEN
HOOFDSTUK 3 : de patiënt met een psychiatrische aandoening vs. de SL
↬ medische kijk: ‘patiënten’
Enkel 7 thema’s kennen!
1. Vermaatschappelijking van de zorg
2. Stigma
3. Maatschappelijke kost van de GGZ
4. Commercialisering van de zorg
5. Werken en wonen
6. Euthanasie
7. Omgaan met een psychiatrische aandoening
1. VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE ZORG
= Minder residentiele zorg (een verblijfplaats/instellingszorg) en meer zorg in
de eigen leefomgeving. Meer inclusie in “dé maatschappij, dé samenleving”
HISTORISCH
• Het is een internationaal fenomeen dat ontstaan is in de V.S. na de 2de WO
(jaren ’50 – ‘60): de desinstitutionalisering, pedagogisch optimisme
& uitvinding van medicatie
• Desinstitutionalisering in de geestelijke gezondheidszorg= afbouw van
grote instellingen voor mensen met (verstandelijke) beperkingen en
psychiatrische patiënten (= psychiatrische ziekenhuizen).
• Institutionalisering: mensen passen zich aan in het leven van een instelling.
HOE KOMT HET DAT NET IN DIE PERIODE DE INTELLINGEN WERDEN AFGEBOUWD IN DE VS?
• Mistoestanden grote instellingen (staats)
• Opkomst burgerbewegingen
• Opkomst psychofarmaca
• Ziekenhuizen waren te duur om mensen lang te laten verblijven
VOORBEELDEN VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG
1
, • Van aanbodsgerichte institutionele zorg nr vraaggestuurde zorg, aangepast
aan de eigen leefwereld
↬ bv. persoonsgebonden budgetten in de gehandicaptenzorg komen
allicht ook nog voor GGZ
• Outreachende zorg (bv. straathoekwerk, drughulp…)
• “bemoeizorg” m.a.w. actief contacten leggen bij mensen die anders uit de
boot vallen bv. https://www.samvzw.be/ (=dwingender)
• Inclusie: volwaardig burgerschap, integratie in de maatschappij, participatie
aan het maatschappelijk leven, zelfrealisatie (jezelf ontplooien),
autonomie , empowerment etc.
SPANNINGSVELDEN
• Zwak maatschappelijk draagvlak versus inclusie *
Stelling: Heb je zelf veel contact met mensen met een beperking of psychiatrische problematiek?
Waarom wel of waarom niet?
• Wil en kan iedere patiënt/persoon met een beperking in de maatschappij
functioneren? versus “krachtgericht werken” en “zelfrealisatie”
Stelling: Moet iemand met een depressie of burn-out zo snel mogelijk aangespoord worden om terug te
werken en hobby’s te doen?
• Er is veel eenzaamheid (dun sociaal weefsel) versus de “vele
mogelijkheden tot contact” (internet, social media, datingsites …)*
Vraag: Met de huidige online mogelijkheden is het eigenlijk niet meer mogelijk om eenzaam te kunnen
zijn. Hoe komt het dat er dan toch nog zoveel eenzaamheid is? Ook bij jonge mensen
CONCLUSIE
• Vermaatschappelijking, empowerment, inclusie, participatie…. mogen nooit
een doel op zichzelf worden.
↬ Anders: gevaar op “pseudovermaatschappelijking” (doet alsof
mensen betrokken zijn – inclusie – op papier allemaal mooi, maar in
de werkelijkheid zitten mensen te vereenzamen
• Residentiële zorg en zorg in de maatschappij moeten hand in hand gaan
• Er is ook nood aan “omgekeerde vermaatschappelijking” (binnenbrengen v
wat er in de maatschappij aanwezig is in de instelling, mensen die in de
maatschappij wonen meer betrekken in de instelling bv: iets gaan drinken
in Guislain).
2
, 2. STIGMA
= Een stigma is een brandmerk dat aan een individu of groep ten onrechte
bepaalde ongewenste eigenschappen toeschrijft met isolatie van de rest van de
samenleving tot gevolg. Meestal gaat het over vrij zichtbare kenmerken zoals
ras, geslacht, fysieke beperking,…”
- Stigma in GGZ: minder zichtbaar of net niet --> je ziet het niet, dus meer
vooroordelen.
- Psychiatrische aandoening kan je merken aan gedragsveranderingen (door
medicatie).
STIGMA EXTERN VS INTERN
(Extern) stigma
• Stigmatiserende uitingen vanuit “de maatschappij”
Bv. De harde toon in de spreektaal zoals “het zothuis”, “de zotjes” het “gesticht”
Bv. Nog steeds wordt psychiatrie vaak geassocieerd met geweld
• Nuance: initiatieven om de GGZ te “destigmatiseren” (goede dingen) bv. “Te
Gek”, opendeurdagen, rode neuzen, bekende Vlamingen die over hun psychische
problemen praten in de media…
Intern stigma
• het stigma op psychiatrie/psychische problemen kan geïnternaliseerd worden:
de persoon voelt zich SCHULDIG en VERANTWOORDELIJK voor het probleem en
schaamt zich erover
• Mensen met psychische problemen durven hierdoor vaak geen hulp zoeken.
Vb: je hebt een depressie en komt niet meer buiten, je schaamt je dat je niet meer gaat
werken,…
INTERN STIGMA + EXTERN STIGMA = GEVAARLIJKE COCKTAIL
Bv: Alcoholprobleem= eigen schuld
“hij heeft het zelf gezocht”
“Hij moet maar niet zoveel drinken”
“Hij moet maar weggaan bij die tang van een wijf, hij zal vanzelf minder drinken”
“het is toch niet moeilijk om te stoppen”
De persoon wordt zwakheid verweten. De oorzaak van de problemen wordt extern
(door de maatschappij) bij het individu zelf gelegd.
De persoon voelt zich alleen, schaamt zich… en legt de schuld bij zichzelf
(=internaliseren). Durft er nauwelijks over spreken
3
, GEVOLGEN STIGMA VOOR HET ZORGPROCES
• “Treatment gap” (=een behandelingskloof) men wacht gemiddeld 10 jaar om
hulp te zoeken, 2/3 zoekt zelfs nooit hulp. Iemand met verslavingsproblematiek
wacht gemiddeld 18 jr
• Naar “de psychiatrie” moeten is nog steeds een erg grote drempel. Het imago
van de psychiatrische instellingen is nog steeds slecht (isolatie, fixatie,
platspuiten etc).
• Schrik om nr gesprekstherapeut te stappen, door confrontatie
• Schrik om medicatie te moeten nemen, door de nevenwerkingen of schrik dat
hun karakter zal veranderen. Anderzijds is er een ENORME overconsumptie van
kalmeermiddelen, antidepressiva en slaapmedicatie in Vlaanderen). Vaak
voorgeschreven door de huisarts.
• Economisch aspect: schrik om werk kwijt te geraken als men met probleem naar
buiten komen
• Men stopt ook sneller met de zorg
• Geen hulp zoeken is belangrijke oorzaak van suïcide
GEVOLGEN STIGMA OP HET IMAGO VAN GGZ
Qua beeldvorming: “ psychiatrie is geen exacte wetenschap”, wordt niet als volwaardig
beschouwd in opleiding arts… (bv: bij been breken duidelijk hoelang herstel zal sturen,
psychiatrie niet).
Qua inzet middelen: Bv. schrijnende tekorten in de kinderpsychiatrie, eetstoornissen,
lange wachtlijsten…. Is ook relatief slecht betaald. Weinig artsen kiezen daarom voor
specialisatie psychiatrie.
Qua terugbetaling: Er is minder uitgesproken terugbetaling voor psychotherapie
(psychologen). Voor kinesisten is dit bv wel het geval.
Qua fysieke inbedding voor instellingen/organisaties: “Not in my backyard”: we hebben
liever geen dagcentrum voor drugsverslaafden of seksueel delinquenten naast onze
eigen deur bv. FPC Gent heeft ook lang geduurd om buurt te overtuigen.
4
INFO EXAMENS:
SCHRIFTELIJK 16 PTN
PORTFOLIO 4 PTN
!! WORD DOCUMENTEN IN CHAMILO (RICHTVRAGEN EXAMEN)
PER THEMA ZELF PRO/CONTRA’S KUNNEN GEVEN ADHV LEERSTOF
BEGRIPPEN NIET VANBUITEN (WEL KENNEN), AANTALLEN NIET KENNEN
HOOFDSTUK 3 : de patiënt met een psychiatrische aandoening vs. de SL
↬ medische kijk: ‘patiënten’
Enkel 7 thema’s kennen!
1. Vermaatschappelijking van de zorg
2. Stigma
3. Maatschappelijke kost van de GGZ
4. Commercialisering van de zorg
5. Werken en wonen
6. Euthanasie
7. Omgaan met een psychiatrische aandoening
1. VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE ZORG
= Minder residentiele zorg (een verblijfplaats/instellingszorg) en meer zorg in
de eigen leefomgeving. Meer inclusie in “dé maatschappij, dé samenleving”
HISTORISCH
• Het is een internationaal fenomeen dat ontstaan is in de V.S. na de 2de WO
(jaren ’50 – ‘60): de desinstitutionalisering, pedagogisch optimisme
& uitvinding van medicatie
• Desinstitutionalisering in de geestelijke gezondheidszorg= afbouw van
grote instellingen voor mensen met (verstandelijke) beperkingen en
psychiatrische patiënten (= psychiatrische ziekenhuizen).
• Institutionalisering: mensen passen zich aan in het leven van een instelling.
HOE KOMT HET DAT NET IN DIE PERIODE DE INTELLINGEN WERDEN AFGEBOUWD IN DE VS?
• Mistoestanden grote instellingen (staats)
• Opkomst burgerbewegingen
• Opkomst psychofarmaca
• Ziekenhuizen waren te duur om mensen lang te laten verblijven
VOORBEELDEN VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG
1
, • Van aanbodsgerichte institutionele zorg nr vraaggestuurde zorg, aangepast
aan de eigen leefwereld
↬ bv. persoonsgebonden budgetten in de gehandicaptenzorg komen
allicht ook nog voor GGZ
• Outreachende zorg (bv. straathoekwerk, drughulp…)
• “bemoeizorg” m.a.w. actief contacten leggen bij mensen die anders uit de
boot vallen bv. https://www.samvzw.be/ (=dwingender)
• Inclusie: volwaardig burgerschap, integratie in de maatschappij, participatie
aan het maatschappelijk leven, zelfrealisatie (jezelf ontplooien),
autonomie , empowerment etc.
SPANNINGSVELDEN
• Zwak maatschappelijk draagvlak versus inclusie *
Stelling: Heb je zelf veel contact met mensen met een beperking of psychiatrische problematiek?
Waarom wel of waarom niet?
• Wil en kan iedere patiënt/persoon met een beperking in de maatschappij
functioneren? versus “krachtgericht werken” en “zelfrealisatie”
Stelling: Moet iemand met een depressie of burn-out zo snel mogelijk aangespoord worden om terug te
werken en hobby’s te doen?
• Er is veel eenzaamheid (dun sociaal weefsel) versus de “vele
mogelijkheden tot contact” (internet, social media, datingsites …)*
Vraag: Met de huidige online mogelijkheden is het eigenlijk niet meer mogelijk om eenzaam te kunnen
zijn. Hoe komt het dat er dan toch nog zoveel eenzaamheid is? Ook bij jonge mensen
CONCLUSIE
• Vermaatschappelijking, empowerment, inclusie, participatie…. mogen nooit
een doel op zichzelf worden.
↬ Anders: gevaar op “pseudovermaatschappelijking” (doet alsof
mensen betrokken zijn – inclusie – op papier allemaal mooi, maar in
de werkelijkheid zitten mensen te vereenzamen
• Residentiële zorg en zorg in de maatschappij moeten hand in hand gaan
• Er is ook nood aan “omgekeerde vermaatschappelijking” (binnenbrengen v
wat er in de maatschappij aanwezig is in de instelling, mensen die in de
maatschappij wonen meer betrekken in de instelling bv: iets gaan drinken
in Guislain).
2
, 2. STIGMA
= Een stigma is een brandmerk dat aan een individu of groep ten onrechte
bepaalde ongewenste eigenschappen toeschrijft met isolatie van de rest van de
samenleving tot gevolg. Meestal gaat het over vrij zichtbare kenmerken zoals
ras, geslacht, fysieke beperking,…”
- Stigma in GGZ: minder zichtbaar of net niet --> je ziet het niet, dus meer
vooroordelen.
- Psychiatrische aandoening kan je merken aan gedragsveranderingen (door
medicatie).
STIGMA EXTERN VS INTERN
(Extern) stigma
• Stigmatiserende uitingen vanuit “de maatschappij”
Bv. De harde toon in de spreektaal zoals “het zothuis”, “de zotjes” het “gesticht”
Bv. Nog steeds wordt psychiatrie vaak geassocieerd met geweld
• Nuance: initiatieven om de GGZ te “destigmatiseren” (goede dingen) bv. “Te
Gek”, opendeurdagen, rode neuzen, bekende Vlamingen die over hun psychische
problemen praten in de media…
Intern stigma
• het stigma op psychiatrie/psychische problemen kan geïnternaliseerd worden:
de persoon voelt zich SCHULDIG en VERANTWOORDELIJK voor het probleem en
schaamt zich erover
• Mensen met psychische problemen durven hierdoor vaak geen hulp zoeken.
Vb: je hebt een depressie en komt niet meer buiten, je schaamt je dat je niet meer gaat
werken,…
INTERN STIGMA + EXTERN STIGMA = GEVAARLIJKE COCKTAIL
Bv: Alcoholprobleem= eigen schuld
“hij heeft het zelf gezocht”
“Hij moet maar niet zoveel drinken”
“Hij moet maar weggaan bij die tang van een wijf, hij zal vanzelf minder drinken”
“het is toch niet moeilijk om te stoppen”
De persoon wordt zwakheid verweten. De oorzaak van de problemen wordt extern
(door de maatschappij) bij het individu zelf gelegd.
De persoon voelt zich alleen, schaamt zich… en legt de schuld bij zichzelf
(=internaliseren). Durft er nauwelijks over spreken
3
, GEVOLGEN STIGMA VOOR HET ZORGPROCES
• “Treatment gap” (=een behandelingskloof) men wacht gemiddeld 10 jaar om
hulp te zoeken, 2/3 zoekt zelfs nooit hulp. Iemand met verslavingsproblematiek
wacht gemiddeld 18 jr
• Naar “de psychiatrie” moeten is nog steeds een erg grote drempel. Het imago
van de psychiatrische instellingen is nog steeds slecht (isolatie, fixatie,
platspuiten etc).
• Schrik om nr gesprekstherapeut te stappen, door confrontatie
• Schrik om medicatie te moeten nemen, door de nevenwerkingen of schrik dat
hun karakter zal veranderen. Anderzijds is er een ENORME overconsumptie van
kalmeermiddelen, antidepressiva en slaapmedicatie in Vlaanderen). Vaak
voorgeschreven door de huisarts.
• Economisch aspect: schrik om werk kwijt te geraken als men met probleem naar
buiten komen
• Men stopt ook sneller met de zorg
• Geen hulp zoeken is belangrijke oorzaak van suïcide
GEVOLGEN STIGMA OP HET IMAGO VAN GGZ
Qua beeldvorming: “ psychiatrie is geen exacte wetenschap”, wordt niet als volwaardig
beschouwd in opleiding arts… (bv: bij been breken duidelijk hoelang herstel zal sturen,
psychiatrie niet).
Qua inzet middelen: Bv. schrijnende tekorten in de kinderpsychiatrie, eetstoornissen,
lange wachtlijsten…. Is ook relatief slecht betaald. Weinig artsen kiezen daarom voor
specialisatie psychiatrie.
Qua terugbetaling: Er is minder uitgesproken terugbetaling voor psychotherapie
(psychologen). Voor kinesisten is dit bv wel het geval.
Qua fysieke inbedding voor instellingen/organisaties: “Not in my backyard”: we hebben
liever geen dagcentrum voor drugsverslaafden of seksueel delinquenten naast onze
eigen deur bv. FPC Gent heeft ook lang geduurd om buurt te overtuigen.
4