ontwikkeling
INLEIDING:
1. Definitie
Psychomotorie Het persoonlijk intentioneel bewegen. Alles wat we doen
k heeft een doen. Overlap tussen verschillende elementen,
het kan wel belemmerd worden om het doel te bereiken
(cognitie, motoriek en sociaal – emotioneel = denken, doen
en voelen)
VOORBEELD: kindje wil schaar gaan halen om te knutselen,
maar juf roept hem terug. Op sociaal vlak word je even
tegengehouden en dan kan je verder.
Drietal uitgangspunten
- Holistische visie van de mens, een visie die de motorische, cognitieve en
affectieve competenties integreert
o ‘Body and mind’
- De leer van het menselijke zich bewegen
- De onderlinge relatie tussen het lichaam, de psyche en de omgeving
IK BEWEEG (neuromotorisch)
DOELGERICHT (cognitief)
IN INTERACTIE MET MIJN OMGEVING (sociaal)
EN MIJN INNERLIJKE BELEVINGSWERELD (affectief)
= Definitie Psychomotoriek
Als ik onzeker ben gooi ik de bal zacht en als ik zelfzeker ben gooi ik de bal
harder naar mijn vriend
2.1 neuromotorische ontwikkeling
De hardware van ons psychomotorisch systeem
o De neurologie van ons lichaam (zenuwen)
o De anatomie van ons lichaam
De motoriek = de interne organisatie van de bewegingen.
De neuromotoriek = de interne neurologische organisatie van de
bewegingen (niveau dieper)
De motoriek en neuromotoriek zijn niet voltooid bij de geboorte.
VOORBEELD: als je een bal gooit, dat mag niet te hard of zacht zijn, oog-
hand coördinatie (neuro)motoriek is niet aangeboren
Van reflex naar intentioneel bewegen
De basismotorische mijlpalen
Prenataal Voor de geboorte, baby beweegt al in de baarmoeder
gebeuren
Baby Reflexen testen
Vroege Rollen, kruipen … Sommige kinderen slaan soms fases
kinderjaren over
1
, VOORBEELD: kruipen
Het gaat van prenataal tot adolescentie in een stijgende lijn van de
ontwikkeling
2.2 motorische ontwikkeling
De grof motorische ontwikkeling
Algemeen motorische mijlpalen
Grote spiergroepen actief
Rollen, kruipen, stappen…
De fijn motorische ontwikkeling
De arm-handfunctie
Preciezere bewegingen, specifieke delen van het lichaam
Reiken, grijpen, loslaten, manipuleren
MAAR! Psychomotoriek is veel meer dan dat!
Grof motorische mijlpalen
1) Baby kan alleen nog maar op rug liggen
2) Kan op buik liggen, al een beetje rollen
3) Kan al een beetje rijken naar voorwerp
4) Al langer op buik
5) Rolt al goed
6) Brabbelen
7) Kruippositie en leren kruipen
8) Al recht kunnen zitten
9) Rechter staan
10) Staan met vesthouden
11) Staan met 1 hand vast en papa en mama vragen
12) Bijna kunnen stappen
2
, Bewegingsrichtingen van ons lichaam
De vier bewegingsrichtingen van ons lichaam:
1. De voor-achterwaartse organisatie
= Belangrijk in interactie met anderen, richten van de aandacht,
overlevingsreactie/stress
Casus:
Impulsief = Als je wil antwoorden in de klas, gaat meer naar voor leunen op de
stoel. Is zelf zekerder
Angstig = Als je niet wil antwoorden bent en je bent verlegen, ga je naar achter
hellen. Is onzekerder
2. De boven-onder organisatie
= Belangrijk voor de oprichting en de stabiliteit in het staan en het zitten
Samenwerking tussen je gevoel en je verstand
Casus:
Zelfzeker/onzeker = Als je wil antwoorden in de klas, gaat meer naar voor leunen
op de stoel. Is zelf zekerder. Als je niet wil antwoorden bent en je bent verlegen,
ga je naar achter hellen. Is onzekerder
3. De links-rechts organisatie
= Bewegingen van links naar rechts en het voelen van het onderscheid
tussen beide
Zijden. Dus weten wat links of rechts is
= Belangrijk in evenwicht en in de evenwichtssturing
= Leren aanvoelen van de twee lichaamshelften, ontdekken van richtingen
in de ruimte
= Onderdeel van het lichaamsschema & lateralisatie
Hoe kan je zien wanneer het kind “rechts” of “links” heeft ontwikkeld?
Laat het kind eens een potlood vasthouden en iets kleuren op een blaadje
zo zal je zien wat haar voorkeurs hand is
4. De rotatie
= Draaibewegingen vanuit de ruggengraat
= Zorgt voor groter bewegingsbereik rondom ons
VOORBEELD: Het vangen van een bal. Kind gaat heel statisch blijven tot hij de bal
kan vangen. Als de bal iets meer links of rechts naast hem wordt gegooid, heeft
hij de reflex nog niet om te draaien naar de bal om hem te vangen. Dan is dat
nog niet ontwikkeld.
2.2.1 motorisch – cognitieve ontwikkeling
De software van ons psychomotorisch systeem:
- De sensomotorische ontwikkeling
- De perceptuomotorische ontwikkeling
Bewegen en waarnemen zijn onlosmakelijk met elkaar en met het leerproces
(weten wat je waarneemt) verbonden
= het senso-perceptuo-cognitief-motorisch integratiesysteem
Van prikkel tot waarneming
3
, Cognitief motorisch leren
Van prikkel tot waarneming tot betekenisverlening
Van sensatie tot perceptie
Sensomotorische systemen
- Visuele systeem: van kijken naar ‘zien’
- Auditieve systeem: van geluid opvangen naar ‘horen’ => Kinderen
moeten leren dat de geluiden een betekenis hebben.
VOORBEELD: sirene van een ambulance, een serene van een ambulance
is.
- Tactiele systeem: tast
- Olfactorisch systeem: reuk
- Gustatorische systeem: smaak => ze moeten dit zelf ontwikkelen. Als
een ander kindje zegt dat witloof niet lekker is, ga je sneller zeggen bij het
eten van witloof dat is niet lekker. Ze gaan bij de eerste keer iets nieuw
eten, snel zeggen dat het niet lekker is. Ze moeten, het leren eten, want
het is iets nieuw.
- Proprioceptieve systeem: houdingsgevoel, bewegingsgevoel
VOORBEELD: wanneer iemand vraagt om je linkerbeen op te heffen dat
hoeven wij als volwassenen niet te kijken naar ons been wij weten dit uit
ons hoofd, kinderen worden dit aangeleerd en kunnen dit nog niet direct
- Het vestibulaire systeem: evenwicht
=> Sensorische integratie
Cognitief-motorisch leren:
Leren is ervaren en ontdekken, al de rest is slechts informatie
Al doende leert men, van proberen kan je leren
- Ontdekkende ervaringsgerichte bewegingsactiviteiten
= Buiten spelen, ravotten, springen, knutselen, duwen, knoeien met water,
…
- Aanbieden van ontwikkelingskansen
= Soms: ontwikkelingsstimulatie
- Valkuil: aanleren zonder het te doen
Kennen (puur cognitief) versus kunnen (ervaren hebben)
Kennen ≠ kunnen
Zeer veel verschillende combinaties van waarnemen, bewegen en leren in elke
ontwikkelingsfase
4