Isabel de Beule
Ontwikkelingspsychologie en psychomotorische
ontwikkeling
Hoofdstuk 1: ideeën levenslooppsychologie
1.1 Wat is levenslooppsychologie?
De levenslooppsychologie omvat de wetenschappelijke studie van de evolutie
van het normale functioneren en gedrag van het individu in de loop van het
leven.
Meer bepaald het beschrijven en verklaren van:
- Lichamelijke ontwikkeling
- Motorische ontwikkeling
- Neurologische ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Morele ontwikkeling
- Affectieve ontwikkeling
- Sociale ontwikkeling
- …
1.2 Kernconcepten uit de levenslooppsychologie
1.2.4 Nature vs. nurture
Aangeboren of aangeleerd?
Beide, met allicht heel wat interactie-effecten (erfelijkheid beïnvloedt
milieufactoren en milieufactoren beïnvloeden erfelijkheid).
Aandeel erfelijkheid en milieu is wellicht min of meer gelijk, met een marge
tussen 40 en 60% voor een van beide.
Ontwikkelingsdeterminanten: factoren die invloed hebben op de
ontwikkeling
o Normatieve ontwikkelingsdeterminanten: bij iedereen binnen
een groep
Leeftijdsgebonden ontwikkelingsdeterminanten: bv.
Hormoonveranderingen of verouderingsprocessen
Socioculturele ontwikkelingsdeterminanten: bv. Invloed van
social media of de introductie van artificiële intelligentie in de
maatschappij
Historische ontwikkelingsdeterminanten: bv. De invloed van
de coronacrisis (nurture) op de ontwikkeling en schoolse
vaardigheden van kinderen en jongeren
o Niet-normatieve ontwikkelingsdeterminanten: individueel
verschillend
Bv. Roken of alcoholgebruik (heeft effect op bv motorische
ontwikkeling) tijdens de zwangerschap of de secundaire
veroudering (= je leefstijl: eten, drinken, sporten, …) (zie
hoofdstuk 9)
Maar ook zelfbepaling is hierin belangrijk! (we zijn geen
machine, wij hebben nog altijd een eigen wil en willen dingen
zelf bepalen)
1
, Isabel de Beule
Deprivatiestudie = een jongen die bij de geboorte in een bos werd gedropt, werd
ontdekt door een wolf, die na 6j bij een wolf te zijn, zelf ook dingen deed wat de
wolf deed, vroegtijdig overleden
1.2.5 De kritische periode
Tijdvenster waarin bepaalde vaardigheden verworven (is een gevoelige periode
waar de vaardigheden worden gestimuleerd) moeten worden.
Bv. Leren spreken: zie wolfskinderen als Genie Wiley
Bv. Hechting (attachment): zie Roemeense weeshuizen (Kinderen in een
adoptiegezin vinden het soms moeilijk om zich te hechten in het gezin, bij
de ene makkelijker dan bij de andere)
Bv. Leren lezen en schrijven: op volwassen leeftijd veel moeilijker
Maar ook niet te vroeg (bv. Kleuter te vroeg leren lezen en
schrijven): kan contraproductief werken, bijvoorbeeld wanneer
neurologische structuren nog niet voldoende zijn ontwikkeld (veel
frustraties en daardoor weerstand tegen lezen en schrijven)
Bv. Een nieuwe taal leren
Maar: kritische periode is mogelijk niet altijd zo absoluut. Daarom
beter spreken van gevoelige periode.
1.2.6 Plasticiteit van de hersenen
Of een ander woord: neuroplasticiteit (nog kneedbaar) (plasticiteit: hoe jonger
hoe meer plasticiteit, hoe kneedbaarder)
Vermogen van de hersenen om zich aan te passen
Herstel van zenuwen en zenuwverbindingen
Hierdoor kan uitval op een bepaald gebied gecompenseerd worden door een
sterkere ontwikkeling op een ander gebied
bv. blinden die geur- en tastzin verfijnen of die echolocatie toepassen om
hun weg te vinden (blinden hun omgeving visueel kunnen gaan
vorstellen, zien met je oren)
Soms ook hersengebieden die de taak van andere, beschadigde, hersengebieden
overnemen
bv. spraakcentra die in de rechterhemisfeer ontwikkeld worden na
beschadiging van het centrum van Broca of centrum van Wernicke in de linker
hemisfeer
Maar:
- Grenzen zijn arbitrair en individueel verschillend
- Grenzen verschuiven:
o Puberteit steeds vroeger
o Volwassenheid (langste) steeds later
o (→ adolescentie duurt langer)
o Ouderdom (65j) steeds later
o Overlijden steeds later
- Niet overal onderscheid tussen peuter en kleuter
- Erg westerse indeling
(schoolse en professionele fasen)
2
, Isabel de Beule
1.3 Onderzoeksmethoden in de levenslooppsychologie
Longitudinaal onderzoek
= Eenzelfde groep subjecten gedurende verschillende levensfasen onderzoeken
VOORDELEN NADELEN
Zeer specifieke levenservaringen Langdurig, tijdsintensief
Je blijft binnen dezelfde Leereffecten
persoonlijkheid
Uitdunnen van de groep
Selectief uitdunnen van de groep
Misschien zijn de
interessegebieden van de
wetenschap gewijzigd
Transversaal onderzoek (crosssectioneel onderzoek)
= Dwarsdoorsnede van de bevolking op één moment
VOORDELEN NADELEN
Geen leereffecten Weinig zicht op langetermijngevolgen
van bepaalde specifieke ervaringen
Minder tijdsintensief Geen zicht op individuele kenmerken
en persoonlijkheden
Niet (selectief) uitdunnen
Niet (selectief) uitdunnen
Zeer gericht beantwoorden van
actuele onderzoeksvragen
Gedeeltelijke oplossing voor de nadelen van beide methoden
Cohort – sequentieel onderzoek
= combinatie van longitudinale en crossectionele methode
VOORDELEN NADELEN
De meeste voordelen zijn dezelfde als Zeer complex
het longitudinaal onderzoek en van
het transversaal onderzoek
Zeer tijdrovend
Zeer duur
3
, Isabel de Beule
1.4 Enkele invloedrijke ontwikkelingspsychologische modellen
Psychodynamische psychologie
Behaviorisme
Systeemtheorie en interactionisme
Cognitieve psychologie
Biologische psychologie
Gedragsgenetica
…
(Zie Algemene Psychologie)
1.4.1 De psychoseksuele ontwikkelingstheorie van Sigmund Freud
Verdringing
Topografisch model
BEWUST Dromen
Versprekingen
ONDERBEWUST Faalhandelingen
Stoornissen
ONBEWUST Kunst
Psychoanalyse
Psychisch apparaat
Bij geboorte: enkel Es (1e levensjaar)
Door ervaringen (o.m. uitstel van bevredigingen): ontstaan van het Ich (2e
t.e.m. 4e levensjaar)
Na Oedipuscomplex: ontstaan Über-Ich (5e levensjaar)
4
Ontwikkelingspsychologie en psychomotorische
ontwikkeling
Hoofdstuk 1: ideeën levenslooppsychologie
1.1 Wat is levenslooppsychologie?
De levenslooppsychologie omvat de wetenschappelijke studie van de evolutie
van het normale functioneren en gedrag van het individu in de loop van het
leven.
Meer bepaald het beschrijven en verklaren van:
- Lichamelijke ontwikkeling
- Motorische ontwikkeling
- Neurologische ontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Morele ontwikkeling
- Affectieve ontwikkeling
- Sociale ontwikkeling
- …
1.2 Kernconcepten uit de levenslooppsychologie
1.2.4 Nature vs. nurture
Aangeboren of aangeleerd?
Beide, met allicht heel wat interactie-effecten (erfelijkheid beïnvloedt
milieufactoren en milieufactoren beïnvloeden erfelijkheid).
Aandeel erfelijkheid en milieu is wellicht min of meer gelijk, met een marge
tussen 40 en 60% voor een van beide.
Ontwikkelingsdeterminanten: factoren die invloed hebben op de
ontwikkeling
o Normatieve ontwikkelingsdeterminanten: bij iedereen binnen
een groep
Leeftijdsgebonden ontwikkelingsdeterminanten: bv.
Hormoonveranderingen of verouderingsprocessen
Socioculturele ontwikkelingsdeterminanten: bv. Invloed van
social media of de introductie van artificiële intelligentie in de
maatschappij
Historische ontwikkelingsdeterminanten: bv. De invloed van
de coronacrisis (nurture) op de ontwikkeling en schoolse
vaardigheden van kinderen en jongeren
o Niet-normatieve ontwikkelingsdeterminanten: individueel
verschillend
Bv. Roken of alcoholgebruik (heeft effect op bv motorische
ontwikkeling) tijdens de zwangerschap of de secundaire
veroudering (= je leefstijl: eten, drinken, sporten, …) (zie
hoofdstuk 9)
Maar ook zelfbepaling is hierin belangrijk! (we zijn geen
machine, wij hebben nog altijd een eigen wil en willen dingen
zelf bepalen)
1
, Isabel de Beule
Deprivatiestudie = een jongen die bij de geboorte in een bos werd gedropt, werd
ontdekt door een wolf, die na 6j bij een wolf te zijn, zelf ook dingen deed wat de
wolf deed, vroegtijdig overleden
1.2.5 De kritische periode
Tijdvenster waarin bepaalde vaardigheden verworven (is een gevoelige periode
waar de vaardigheden worden gestimuleerd) moeten worden.
Bv. Leren spreken: zie wolfskinderen als Genie Wiley
Bv. Hechting (attachment): zie Roemeense weeshuizen (Kinderen in een
adoptiegezin vinden het soms moeilijk om zich te hechten in het gezin, bij
de ene makkelijker dan bij de andere)
Bv. Leren lezen en schrijven: op volwassen leeftijd veel moeilijker
Maar ook niet te vroeg (bv. Kleuter te vroeg leren lezen en
schrijven): kan contraproductief werken, bijvoorbeeld wanneer
neurologische structuren nog niet voldoende zijn ontwikkeld (veel
frustraties en daardoor weerstand tegen lezen en schrijven)
Bv. Een nieuwe taal leren
Maar: kritische periode is mogelijk niet altijd zo absoluut. Daarom
beter spreken van gevoelige periode.
1.2.6 Plasticiteit van de hersenen
Of een ander woord: neuroplasticiteit (nog kneedbaar) (plasticiteit: hoe jonger
hoe meer plasticiteit, hoe kneedbaarder)
Vermogen van de hersenen om zich aan te passen
Herstel van zenuwen en zenuwverbindingen
Hierdoor kan uitval op een bepaald gebied gecompenseerd worden door een
sterkere ontwikkeling op een ander gebied
bv. blinden die geur- en tastzin verfijnen of die echolocatie toepassen om
hun weg te vinden (blinden hun omgeving visueel kunnen gaan
vorstellen, zien met je oren)
Soms ook hersengebieden die de taak van andere, beschadigde, hersengebieden
overnemen
bv. spraakcentra die in de rechterhemisfeer ontwikkeld worden na
beschadiging van het centrum van Broca of centrum van Wernicke in de linker
hemisfeer
Maar:
- Grenzen zijn arbitrair en individueel verschillend
- Grenzen verschuiven:
o Puberteit steeds vroeger
o Volwassenheid (langste) steeds later
o (→ adolescentie duurt langer)
o Ouderdom (65j) steeds later
o Overlijden steeds later
- Niet overal onderscheid tussen peuter en kleuter
- Erg westerse indeling
(schoolse en professionele fasen)
2
, Isabel de Beule
1.3 Onderzoeksmethoden in de levenslooppsychologie
Longitudinaal onderzoek
= Eenzelfde groep subjecten gedurende verschillende levensfasen onderzoeken
VOORDELEN NADELEN
Zeer specifieke levenservaringen Langdurig, tijdsintensief
Je blijft binnen dezelfde Leereffecten
persoonlijkheid
Uitdunnen van de groep
Selectief uitdunnen van de groep
Misschien zijn de
interessegebieden van de
wetenschap gewijzigd
Transversaal onderzoek (crosssectioneel onderzoek)
= Dwarsdoorsnede van de bevolking op één moment
VOORDELEN NADELEN
Geen leereffecten Weinig zicht op langetermijngevolgen
van bepaalde specifieke ervaringen
Minder tijdsintensief Geen zicht op individuele kenmerken
en persoonlijkheden
Niet (selectief) uitdunnen
Niet (selectief) uitdunnen
Zeer gericht beantwoorden van
actuele onderzoeksvragen
Gedeeltelijke oplossing voor de nadelen van beide methoden
Cohort – sequentieel onderzoek
= combinatie van longitudinale en crossectionele methode
VOORDELEN NADELEN
De meeste voordelen zijn dezelfde als Zeer complex
het longitudinaal onderzoek en van
het transversaal onderzoek
Zeer tijdrovend
Zeer duur
3
, Isabel de Beule
1.4 Enkele invloedrijke ontwikkelingspsychologische modellen
Psychodynamische psychologie
Behaviorisme
Systeemtheorie en interactionisme
Cognitieve psychologie
Biologische psychologie
Gedragsgenetica
…
(Zie Algemene Psychologie)
1.4.1 De psychoseksuele ontwikkelingstheorie van Sigmund Freud
Verdringing
Topografisch model
BEWUST Dromen
Versprekingen
ONDERBEWUST Faalhandelingen
Stoornissen
ONBEWUST Kunst
Psychoanalyse
Psychisch apparaat
Bij geboorte: enkel Es (1e levensjaar)
Door ervaringen (o.m. uitstel van bevredigingen): ontstaan van het Ich (2e
t.e.m. 4e levensjaar)
Na Oedipuscomplex: ontstaan Über-Ich (5e levensjaar)
4