Hoofdstuk 1: Inleidende les
1. Inleiding
1.1 Belgisch federalisme
• België officieel een federale staat sedert 1993 (voordien een unitaire staat)
• Gevolg van een evolutie ingezet in 1970, met eerste staatshervorming (of eventueel zelfs
eerder, met wetten uit 1962-1963 die taalgrens hebben vastgelegd)
• Grondwetsherziening van 1993 proclameerde dat België een federale staat is.
• Veranderde op substantiële wijze structuur Belgische staat, nu gebaseerd op gewesten
en gemeenschappen
• Belangrijkste innovatie 1993: principe dat er geen hiërarchie tussen federale regering,
gewesten en gemeenschappen bestaat
• Sedert dien nog aanpassingen die competenties gewesten en gemeenschappen hebben
uitgebreid (daarom spreekt men van “centrifugaal federalisme”)
1.2 Belgisch federalisme: begrijpen
• Basisidee vd cursus: Belgisch federalisme analyseren door een vergelijking met andere
federale staten
• Belgisch federaal systeem is inderdaad uniek (met zijn combinatie van gewesten en
gemeenschappen), maar federale regelingen zijn heel vaak sterk specifiek
• Vergelijkende analyse laat toe patronen te herkennen, typologieën te ontwikkelen
• Welke vergelijkingen?
In de eerste plaats met Europese landen
Ook kijken naar de EU zelf
Maar de Verenigde Staten zijn belangrijk als oorspronkelijk federaal model
Geen Eurocentrisme: het is ook nodig buiten Europa en de Verenigde Staten te
kijken, naar voorbeelden van federalisme en territoriale autonomie.
• Binnen europa
Het klassieke Europese model van een federale staat: Duitsland
Een federale staat of een confederatie? Zwitserland
Spanje: een gedecentraliseerde staat of een federale staat?
Meeste voorbeelden eerder uit West-Europa, in postcommunistische landen heeft
regionaal niveau meestal veel beperktere bevoegdheden
• Buiten europa
India
Veel Latijns-Amerikaanse landen hebben een federaal model, geïnspireerd door VS
Vormen van regionaal zelfbestuur ook aanwezig in een aantal Afrikaanse landen,
bijvoorbeeld Nigeria en Zuid-Afrika
2. Federalisme
2.1 Federalisme: te definiëren
• Probleem bindende criteria te vinden die federale staten v andere staten onderscheiden
• Moeilijk een consensus te vinden over wat een federale staat is (oude definities vaak
gebaseerd op Verenigde Staten, maar zijn moeilijk elders toepasbaar)
• Wel om bv. de Verenigde Staten en Duitsland als federale staten te aanzien, Frankrijk en
Nederland niet
• Eerder een continuüm, waarbij de mate van zelfbestuur van sub-nationale entiteiten een
bepalend criterium is
, 2.2 Federalisme: hoe bestuderen
• Naast politicologische dimensie:
- Juridische dimensie, met name vergelijking van grondwetten en rol grondwettelijke hoven
- Historisch: federale systemen zijn dynamische systemen in evolutie, hebben ook
een ontstaansgeschiedenis
- Verder: federalisme dient ook geïnterpreteerd te worden binnen een sociale context,
die ook rekening houdt met gewortelde identiteiten, daardoor gerelateerd aan de
studie van nationalisme
• Federale versus unitaire staat : Archetypisch onderscheid
Verenigde Staten als federale staat
Frankrijk als unitaire staat
(maar zelfs hier kan enige nuance worden aangebracht)
2.3 Waarom federale systemen?
• Kijken naar redenen voor hun ontstaan:
- Verenigde Staten: samen brengen van de staten, coherenter beleid ontwikkelen,
conflicten tussen staten vermijden
- België: decentralisatie om verschillende cultuurgemeenschappen zelfstandigheid te geven
- Grosso modo zijn dit de 2 belangrijkste motieven voor het vormen van federale regeringen
• Samenwerking
Het meest vanzelfsprekend: samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus
en de problemen daarrond.
Bepaald beleid en de implementatie ervan
Afhankelijk van respectieve grondwetten
Afhankelijk van politieke cultuur
Minst spectaculaire dimensie
Vb: Covid in belgië
▪ Noodzaak om beleid van gewesten en gemeenschappen te coördineren
▪ Over het algemeen zonder al te veel problemen verlopen
▪ Politieke tegenstellingen (ook tussen gewesten) speelden relatief beperkte rol
▪ Heeft zeker ook voordelen vergeleken met unitaire staat: meer sensibiliteit voor
diversiteit van situaties
3. Wat te bestuderen => conflicten
3.1 Conflicten
• Meer spectaculaire dimensie
• Conflicten tussen centrale overheid en deelstaten, om verschillende redenen
- Deelstaten geregeerd door andere partij/coalitie dan centrale regering
- Conflicten rond identiteit
- Conflicten kunnen leiden tot uiteenvallen federaties ("failed federalism")
• Mislukte federaties
Voorbeeld: het voormalige Joegoslavië
Etnische conflicten (maar ook financiële aangelegenheden, en institutionele
zwakheden) bepalen uiteenvallen ervan begin jaren 1990
Andere voorbeelden van mislukte federaties: bv. West-Indische Federatie (1958-1962)
In veel voormalie kolonies werd federalisme aanzien als een doctrine van de
kolonisatoren (Ethiopië, Indonesië)
, 3.2 SPANJE - CATALONIË
• Conflicten rond identiteit
Spanje: geen echte federale staat?
Crisis van relatie tussen regio (Catalonië) en centrale overheid
Uitzonderlijk door intensiteit maar niet noodzakelijk atypisch
Federale systemen gebaseerd op compromis en samenwerking tussen entiteiten,
maar dit impliceert ook conflicten en spanningen
Nadrukkelijk systemen in evolutie, met noodzaak zich aan te passen aan nieuwe context
3.3 Conflictdimensies
• Tegelijk dimensies relevant voor functioneren federale systemen (in catalonie spanje)
- « recht op zelfbeschikking »: internationaal recht (hebben ze dus niet)
- de Spaanse grondwet (het is één ongedeelde natie)
- De geschiedenis van betrekkingen tussen Catalonië en de Spaanse overheid
3.4 Recht op zelfbeschikking
Recht op zelfbeschikking opgeëist door Catalanen: « dret a decidir »
Bestaat er een recht op zelfbeschikking? In internationaal recht enkel expliciet
gewaarborgd voor kolonies (VN Resolutie 1514, 1960)
Praktijk soms ambivalenter.
Precedenten wijzen dat in bepaalde omstandigheden flexibeler wordt omgegaan met
het principe (ontbinding van Joegoslavië, recenter Zuid-Soedan)
Maar er bestaat zeker geen veralgemeend recht op zelfbeschikking, wel verplichting
regeringen culturele eigenheid volkeren te waarborgen (Artikel 27 van de International
Covenant on Civil and Political Rights, VN, 1966)
Catalaanse autoriteiten wensen hun recht zelf te beslissen te funderen op liberale en
democratische politieke ideeën, eerder dan op een algemeen principe van
zelfbeschikking, maar gebruiken in de praktijk beide registers
3.5 De Spaanse grondwet, referenda, en internationale precedenten
Art 2. Spaanse grondwet ondubbelzinnig: Spanje één en onverdeelbaar
Art. 155 laat toe regionaal bestuur op te schorten
Algemeen: er zijn nauwelijks grondwetten die standpunt innemen dat afscheiding mogelijk is
Canada, Verenigd Koninkrijk: twee landen waar de mogelijkheid van een referendum
wél gebruikt is (ondanks afwezigheid van legale criteria om ze te organiseren)
Canada: beslissing hooggerechtshof legde criteria vast die een eventuele afscheiding
van Québec legitiem konden makens
Verenigd Koninkrijk: politieke beslissing (principe soevereiniteit Westminster)
Spaanse grondwet Dateert van 1978, de democratisering na de dood van Franco
Compromis tssn democratische politieke partijen (inclusief regionalisten) en establishment
Natuur ervan cruciaal om conflict te begrijpen (en in het algemeen om federale
systemen te analyseren)
Wetgevende competentie: grondwet legt reeks terreinen op waarin centrale regering
exclusieve competentie heeft, en ook waar regio’s recht hebben op wetgevende
competentie (meestal gedeeld met centrale regering)
Ambivalentie toekennen competenties ook voordelig voor regio’s, omdat het
onderhandelingsmarges toelaat
Administratieve decentralisatie: enkel partieel, met als gevolg overlappingen tussen
centrale en regionale autoriteiten
, Asymmetrisch federalisme: niet alle regio’s hebben even veel competenties (hoewel
groeiende gelijkheid), en de « historische » regio’s hebben een specifiek taalregime,
Baskenland heeft een specifiek fiscaal regime
Revisie grondwet: relatief gemakkelijk, enkel instemming van nationaal parlement
(speciale meerderheid) nodig, slechts tweemaal gewijzigd (1992 en 2011), beide keren
onder impuls Europa
Rol grondwettelijk hof: cruciale rol in huidige crisis. Nochtans zijn beslissingen
grondwettelijk hof niet altijd in het nadeel van regio’s geweest.
Fiscale autonomie regio’s: eerder beperkt, voor een behoorlijk deel afhankelijk van
transferten centrale overheid, die vaak geconditioneerd zijn
3.6 Historische achtergrond Catalaanse nationalisme
• Natuurlijk een verleden dat door beide partijen druk wordt gemobiliseerd: Catalaans
versus Spaans historisch narratief
• Opkomst beweging bescherming Catalaanse taal en politiek regionalisme in tweede
helft 19de eeuw
• Steeds problematische relatie met Spaans nationalisme, vooral in die vormen ervan
die andere identiteiten wensten te ontkennen (en eventueel te onderdrukken)
• Eerste beperkte autonomie (Mancomunitat – 1914-1925) afgeschaft door dictator Primo de Rivera
• Tweede Spaanse republiek (1931-1939): geeft opnieuw autonomie aan Catalonië
• 1934: Catalonië roept eenzijdig onafhankelijkheid uit (« Catalaanse soevreine staat binnen
Spaanse republiek », tegen rechts-conservatieve regering), onderdrukt door centrale regering
• 1936-1939: Spaanse burgeroorlog, overwinning Franco, afschaffing autonomie en
verbod Catalaanse taal
• Catalonië: belangrijke rol in verzet tegen Franco (culturele en politieke motieven)
• Democratisering na dood Franco, democratische grondwet (1978) erkent
aanwezigheid ‘nationaliteiten’ en principe autonomie (‘autonome gemeenschappen’)
• Spaans als nationale taal, met rechten voor minderheidstalen
3.7 Autonome regio Catalonië
• PARLEMENT
Gedomineerd door Catalaanse nationalisten
Lange tijd dominante rol CiU (Convergéncia i Unió): centrum-rechtse nationalistische partij
Probeert door onderhandelingen met centrale regering concessies voor de regio te bekomen
Linkse verkiezingsoverwinning in 2003. Coalitie socialisten, linkse nationalisten en
ecologisten
Herschrijven statuut regio, goedgekeurd door regionaal en nationaal parlement
(2006), afgewezen door Grondwettelijk Hof (2010)
2014: eerste consultatief referendum
2014: in regionale verkiezingen halen pro-onafhankelijkheidspartijen (Junts per il Si
en CUP) een meerderheid aan zetels
• Spaanse identiteit/Spaans nationalisme
Cruciaal om conflict te begrijpen
Spaanse elites: betrachten in 19de eeuw (zoals elders in Europa) nationalisering van
het land, in context van politieke instabiliteit
Crisis van 1898 (verloren oorlog tegen de Verenigde Staten): versterkt Spaans
nationalisme, en in het bijzonder de exclusivistische versie ervan die problemen
heeft met plaats minderheden in Spanje en nog meer met vormen van autonomie
Franquisme erfgenaam van die traditie: verbod op gebruik minderheidstalen