Functieleer, deel 1: experimentenlijst
Hoofdstuk 1: situering van psychologie als wetenschap en van functieleer als
basisdomein in de psychologie
1.2) hedendaagse definitie vanuit visie op complexiteit van de psychologie
Onderzoekers / naam: Doel / hypothese: Variabelen: Resultaten: Conclusie:
Hermann Rorsach Persoonlijkheid testen Inktvlekken geen bestaande Mensen zien dus wel degelijk Pareidolia = zien van betekenisvolle
Rorsach adhv inktvlekken dingen, maar ook niet dingen in deze inktvlekken voorwerpen in vormloze prikkels
inktvlekkentest vormloos
Hawthorne onderzoek Nagaan of de OV: werkomstandigheden Bij betere werkomstandigheden Hawthorne effect = als je weet dat je
verbetering in de werden systematisch steeg de productie, maar deze onderzocht, ga je je anders / ‘beter’
werkomstandigheden gevarieerd (bv. extra pauzes, daalde niet / steeg nog lichtjes gedragen
de arbeidstevredenheid beloningen, warm hapje, ...) wanneer de omstandigheden
& -prestatie bevordert AV: effect op productie werden teruggeschroefd
Fase 2 terugschroeven naar
originele omstandigheden
Betula studie Nagaan welke factoren Longitudinaal: sommige Complexe samenhang tussen
bepalen of mensen groepen werden op meerdere onafhankelijke & afhankelijke
succesvol ouder momenten onderzocht variabelen correlatie ≠
worden of juist niet Cross-sectioneel: op causatie
sommige momenten werden
meerdere groepen onderzocht
1
, Hoofdstuk 2: waarneming
2.2) basisnoties van het oog en het visuele brein
Onderzoekers / Doel / hypothese: Variabelen: Resultaten: Conclusie:
naam:
Hubel & Katten & apen laten Er werden verschillende dia’s Cel reageerde vnl op de rand in een Simple cells = cellen die heel gevoelig zijn
Wiesel reageren op aangeboden bepaalde oriëntatie (<-> hypothese – voor lijnstuk met bepaalde lijndikte &
specifieke + cel is gevoelig reageren op stip in het midden) oriëntatie op een welbepaalde plaats in het
prikkeleigenschappen ∆ cel niet gevoelig Center-surround-structuur receptief veld
= cellen die een cirkelvormige Complex cells = cellen die stabieler blijven
stimulus verkiezen (met reageren voor variaties van positie in hun
positief centrum & negatieve receptief veld
omgeving of omgekeerd Hypercomplex cells = cellen die reageren
zoals eerst gedacht) = on- als enkel de lijndikte overeenkomt met de
off-cellen (A & B) grootte van hun receptief veld
Reageren op langwerpige Tuning = bovenstaande cellen
stimulus (smal – C & D vs. vertonen specifiek responsprofiel i.f.v.
breed – F) specifieke stimuluseigenschappen
Reageren op een rand (G) Kenmerkdetectoren / feature
detectors = signaleren wat de basale
(fundamentele) kenmerken zijn van
een klein stukje van de stimulus in
hun receptief veld
2.3) perceptuele organisatie
Onderzoekers / Doel / hypothese: Variabelen: Resultaten: Conclusie:
naam:
Wertheimer Groepering obv:
Nabijheid (proximiteit), kleur,
Perceptuele grootte, oriëntate,
groepering gemeenschappelijk lot
2
,Kubovy & Groepering obv Stippenrasters (lattices) Relatieve keuze voor een antwoord Groeperingssterkte neemt
Wagemans nabijheid basisparallellogram met zijde a (kortste) neemt af als een exponentiële functie exponentieel af ifv groter wordende
(perceptuele en b (tweede kortste) onder een hoek y van de relatieve afstand in die richting afstand
groepering) OV: afstand stippen, verschillende hoek (attractiefunctie) log- = Pure Distance Law
AV: groepering transformeren = dalende rechte
Perceptuele
groepering
Polat & Sagi / Detectie van een Gabor patch Er treden interacties op tussen Collineaire facilitatie = detectie
= Gauss blob*sinusgolf naburige Gabor patches van een Gabor patch wordt
Perceptuele Hangt af van de alineëring vergemakkelijkt door buren op
groepering langere afstand
Laterale maskering = detectie van
een Gabor patch wordt bemoeilijkt
door buren op korte afstand
Field et al. Snake detection AV: kans op detectie & benodigde Kans op detectie & benodigde zoektijd
stukje kromme zoektijd hangt af van proximiteit, similariteit,
Perceptuele zoeken in een alineëring, aantal elementen &
groepering wirwar van Gabor complexiteit van de kromme
patches
Claessens & Het proximiteits- Gabor lattices (stip = Gabor patch Verschillen met vorige studie EFFECT VAN COLLINEARITEIT
Wagemans principe werd a-aligned = gealligneerd in IS TOEGEVOEGD OP HET
3
, (vervolg op gecombineerd met richting van de kortste vector van Wagemans: EFFECT VAN PROXIMITEIT
Kubovy & andere b-aligned = gealligneerd in Op x-as nu |b|/|a| ipv | Facilitatie van groepering
Wagemans) groeperingsprincipes richting van de tweede kortste v|/|a| indien nabijheid versterkt
(collineariteit, vector -1 zodat we beginnen werd door similariteit &
Perceptuele oriëntatie, ...) c-aligned = gealligneerd in alineëring
bij 0 (arbitrair niet zo
groepering richting van de derde kortste Inhibitie van groepering =
vector belangrijk) nabijheid wordt
Non-aligned = controlegroep Hoe hoger de grafiek, tegengewerkt door
hoe meer b antwoorden similariteit & alineëring
Hoe lager de grafiek,
hoe meer a antwoorden
Peterson & / / Familiarity (<-> klassieke /
Gibson Gestaltpsychologie) =
omtrekfiguren die
Figuur- overeenkomen met
achtergrond- herkenbare voorwerpen,
organisatie
hebben een grotere kans om
als figuur te worden gezien
Palmer & Extremal Edges & / Extremal Edges (EE) = Regio met EE wordt sneller als
Ghose Cut Edges aantonen randen waarvan de figuur gezien
waarnemer ziet dat het
4
Hoofdstuk 1: situering van psychologie als wetenschap en van functieleer als
basisdomein in de psychologie
1.2) hedendaagse definitie vanuit visie op complexiteit van de psychologie
Onderzoekers / naam: Doel / hypothese: Variabelen: Resultaten: Conclusie:
Hermann Rorsach Persoonlijkheid testen Inktvlekken geen bestaande Mensen zien dus wel degelijk Pareidolia = zien van betekenisvolle
Rorsach adhv inktvlekken dingen, maar ook niet dingen in deze inktvlekken voorwerpen in vormloze prikkels
inktvlekkentest vormloos
Hawthorne onderzoek Nagaan of de OV: werkomstandigheden Bij betere werkomstandigheden Hawthorne effect = als je weet dat je
verbetering in de werden systematisch steeg de productie, maar deze onderzocht, ga je je anders / ‘beter’
werkomstandigheden gevarieerd (bv. extra pauzes, daalde niet / steeg nog lichtjes gedragen
de arbeidstevredenheid beloningen, warm hapje, ...) wanneer de omstandigheden
& -prestatie bevordert AV: effect op productie werden teruggeschroefd
Fase 2 terugschroeven naar
originele omstandigheden
Betula studie Nagaan welke factoren Longitudinaal: sommige Complexe samenhang tussen
bepalen of mensen groepen werden op meerdere onafhankelijke & afhankelijke
succesvol ouder momenten onderzocht variabelen correlatie ≠
worden of juist niet Cross-sectioneel: op causatie
sommige momenten werden
meerdere groepen onderzocht
1
, Hoofdstuk 2: waarneming
2.2) basisnoties van het oog en het visuele brein
Onderzoekers / Doel / hypothese: Variabelen: Resultaten: Conclusie:
naam:
Hubel & Katten & apen laten Er werden verschillende dia’s Cel reageerde vnl op de rand in een Simple cells = cellen die heel gevoelig zijn
Wiesel reageren op aangeboden bepaalde oriëntatie (<-> hypothese – voor lijnstuk met bepaalde lijndikte &
specifieke + cel is gevoelig reageren op stip in het midden) oriëntatie op een welbepaalde plaats in het
prikkeleigenschappen ∆ cel niet gevoelig Center-surround-structuur receptief veld
= cellen die een cirkelvormige Complex cells = cellen die stabieler blijven
stimulus verkiezen (met reageren voor variaties van positie in hun
positief centrum & negatieve receptief veld
omgeving of omgekeerd Hypercomplex cells = cellen die reageren
zoals eerst gedacht) = on- als enkel de lijndikte overeenkomt met de
off-cellen (A & B) grootte van hun receptief veld
Reageren op langwerpige Tuning = bovenstaande cellen
stimulus (smal – C & D vs. vertonen specifiek responsprofiel i.f.v.
breed – F) specifieke stimuluseigenschappen
Reageren op een rand (G) Kenmerkdetectoren / feature
detectors = signaleren wat de basale
(fundamentele) kenmerken zijn van
een klein stukje van de stimulus in
hun receptief veld
2.3) perceptuele organisatie
Onderzoekers / Doel / hypothese: Variabelen: Resultaten: Conclusie:
naam:
Wertheimer Groepering obv:
Nabijheid (proximiteit), kleur,
Perceptuele grootte, oriëntate,
groepering gemeenschappelijk lot
2
,Kubovy & Groepering obv Stippenrasters (lattices) Relatieve keuze voor een antwoord Groeperingssterkte neemt
Wagemans nabijheid basisparallellogram met zijde a (kortste) neemt af als een exponentiële functie exponentieel af ifv groter wordende
(perceptuele en b (tweede kortste) onder een hoek y van de relatieve afstand in die richting afstand
groepering) OV: afstand stippen, verschillende hoek (attractiefunctie) log- = Pure Distance Law
AV: groepering transformeren = dalende rechte
Perceptuele
groepering
Polat & Sagi / Detectie van een Gabor patch Er treden interacties op tussen Collineaire facilitatie = detectie
= Gauss blob*sinusgolf naburige Gabor patches van een Gabor patch wordt
Perceptuele Hangt af van de alineëring vergemakkelijkt door buren op
groepering langere afstand
Laterale maskering = detectie van
een Gabor patch wordt bemoeilijkt
door buren op korte afstand
Field et al. Snake detection AV: kans op detectie & benodigde Kans op detectie & benodigde zoektijd
stukje kromme zoektijd hangt af van proximiteit, similariteit,
Perceptuele zoeken in een alineëring, aantal elementen &
groepering wirwar van Gabor complexiteit van de kromme
patches
Claessens & Het proximiteits- Gabor lattices (stip = Gabor patch Verschillen met vorige studie EFFECT VAN COLLINEARITEIT
Wagemans principe werd a-aligned = gealligneerd in IS TOEGEVOEGD OP HET
3
, (vervolg op gecombineerd met richting van de kortste vector van Wagemans: EFFECT VAN PROXIMITEIT
Kubovy & andere b-aligned = gealligneerd in Op x-as nu |b|/|a| ipv | Facilitatie van groepering
Wagemans) groeperingsprincipes richting van de tweede kortste v|/|a| indien nabijheid versterkt
(collineariteit, vector -1 zodat we beginnen werd door similariteit &
Perceptuele oriëntatie, ...) c-aligned = gealligneerd in alineëring
bij 0 (arbitrair niet zo
groepering richting van de derde kortste Inhibitie van groepering =
vector belangrijk) nabijheid wordt
Non-aligned = controlegroep Hoe hoger de grafiek, tegengewerkt door
hoe meer b antwoorden similariteit & alineëring
Hoe lager de grafiek,
hoe meer a antwoorden
Peterson & / / Familiarity (<-> klassieke /
Gibson Gestaltpsychologie) =
omtrekfiguren die
Figuur- overeenkomen met
achtergrond- herkenbare voorwerpen,
organisatie
hebben een grotere kans om
als figuur te worden gezien
Palmer & Extremal Edges & / Extremal Edges (EE) = Regio met EE wordt sneller als
Ghose Cut Edges aantonen randen waarvan de figuur gezien
waarnemer ziet dat het
4