Inhoud
Inleiding persoonlijkheidspsychologie.....................................................................................2
Klassieke theorieën van persoonlijkheid.............................................................................2
Hedendaags onderzoek naar de persoonlijkheid................................................................2
Dispositionele domein............................................................................................................ 4
Persoonlijkheidstrekken over de tijd: stabiliteit versus verandering.....................................4
Biologische domein.............................................................................................................. 14
Genen............................................................................................................................... 14
Fysiologische benaderingen van persoonlijkheid..............................................................26
Evolutionaire benadering van persoonlijkheid...................................................................40
Cognitieve/ervaringsdomein.................................................................................................53
Intelligentie........................................................................................................................ 53
Persoonlijkheid en emoties...............................................................................................72
Sociale en culturele domein..................................................................................................83
Persoonlijkheid en sociale interactie.................................................................................83
Geslacht, gender en persoonlijkheid.................................................................................92
Cultuur en persoonlijkheid...............................................................................................104
,Inleiding persoonlijkheidspsychologie
Klassieke theorieën van persoonlijkheid
- De meeste ‘grote’ klassieke theorieën vertrekken vanuit een universele benadering:
fundamentele psychologische processen en kenmerken die gelden voor alle mensen,
of hoe mensen in het algemeen kunnen beschreven worden
Hedendaags onderzoek naar de persoonlijkheid
Hedendaags onderzoek naar persoonlijkheid legt meestal de nadruk op individuele
verschillen en verschillen tussen groepen (bv mannen en vrouwen) (niet universeel)
- In tegenstelling tot klassieke theorieën
- Differentiële psychologie (verschillen)
Verschillen beschrijven: elke onderzoeker vertrekt vanuit eigen perspectief
- Onderzoekers vertrekken vanuit andere invalshoeken, maar willen andere kennis
en invalshoeken ook gebruiken
- Elke specialisatie beschrijft eigen kennis en expertise
- Men gaat expertises bundelen om dan tot globaal voorbeeld te komen
Er zijn 6 kennisdomeinen volgens Larsen & Buss.
- Een kennisdomein is een gespecialiseerd gebied binnen de wetenschap van de
psychologie van waaruit psychologen zich richten op het leren over specifieke en
beperkte aspecten van de menselijke natuur
- Er is een integratie nodig om een “volledig beeld” van persoonlijkheid te krijgen
1. Dispositionele domein
a. De aandacht wordt vooral gericht op manieren waarop individuen
verschillend zijn van elkaar. Dit domein doorkruist daardoor alle andere
domeinen
b. Het centrale doel is om fundamentele disposities te identificeren (meest
belangrijke manieren waarop individuen verschillend zijn)
c. Dit domein focust op stabiele persoonlijkheidstrekken (traits)
2. Biologische domein
a. Hier ligt de nadruk op de biologische oorzaken van persoonlijkheid.
b. Mensen zijn in de eerste plaats verzamelingen van biologische systemen
c. Die systemen zijn de bouwstenen voor gedrag, denken en emoties
d. Onderzoeksthema’s:
i. genetische invloeden (erfelijkheid)
ii. hersenstructuren en neurochemie
iii. fysiologie (hartslag, hormonen)
iv. evolutionaire psychologie
e. Doel: begrijpen hoe lichaam en brein persoonlijkheid beïnvloeden.
3. Intrapsychische domein
a. Gebaseerd op innerlijke mentale processen, vaak onbewust.
b. Onderwerpen
i. Freudiaanse theorie, driften, afweermechanismen
ii. Onbewuste motivatie
, iii. Interne conflicten
4. Cognitief en ervaringsdomein
a. Dit domein kijkt naar denken, interpreteren en subjectieve ervaringen.
i. Zoals bewuste gedachten, gevoelens, overtuigingen en verlangens
b. Onderwerpen
i. Zelf en zelfconcept
ii. Streefdoelen
iii. Emotionele ervaringen
iv. Intelligentie
5. Sociale en culturele domein
a. Hier draait het om invloeden van omgeving, maatschappij en cultuur op
persoonlijkheid
b. Onderzoek naar culturele verschillen tussen groepen
c. Individuele verschillen in culturen
i. Hoe komt persoonlijkheid tot uiting in een sociale context
d. Gaat in twee richtingen
i. Persoonlijkheid beïnvloed en wordt beïnvloed door cultuur en
sociale contexten
6. Domein van aanpassing
a. Dit domein bestudeert hoe goed mensen zich aanpassen aan uitdagingen
in het leven aan de hand van onze persoonlijkheid (sleutelrol)
b. Onderwerpen
i. Coping en stressmanagement
ii. Psychologische gezondheid en psychopathologie
iii. Persoonlijkheid en welzijn
iv. Zelfregulatie
c. Persoonlijkheidsstoornissen
, Dispositionele domein
Persoonlijkheidstrekken over de tijd: stabiliteit versus
verandering
Conceptuele begrippen
- Persoonlijkheidsontwikkeling
- De samenhang, consistentie en stabiliteit van eigenschappen van mensen
doorheen de tijd, EN de wijzen waarop mensen veranderen over de tijd
- Er zijn veel verschillende vormen van zowel stabiliteit als verandering
- Stabiliteit
- Rangorde stabiliteit
- De mate waarin de relatieve positie van mensen ten opzichte van
elkaar op een persoonlijkheidskenmerk dezelfde blijft door de tijd
heen. De relatieve positie ten opzichte van elkaar blijft dus hetzelfde.
- Stel je meet extraversie bij 100 studenten op leeftijd 20, en opnieuw
op 30.
- Als degene die toen het meest extravert was dat op 30 nog
steeds is,
- en degene die toen het minst extravert was dat op 30 nog
steeds is,
- dan is de rangorde stabiliteit hoog.
- Zelfs als iedereen gemiddeld wat introverter wordt met de
leeftijd, kan de rangorde ongeveer hetzelfde blijven.
- Als er geen rangorde stabiliteit is, dan is er een rangorde wijziging
- Gemiddelde niveau stabiliteit (mean-level stability)
- De mate waarin het gemiddelde niveau van een
persoonlijkheidskenmerk in een groep mensen gelijk blijft over de tijd.
- Het gaat dus niet om individuele verschillen of de rangorde
tussen mensen, maar om veranderingen in het
groepsgemiddelde.
- Je meet de gemiddelde extraversie bij 100 jongeren op leeftijd 16 en
opnieuw op leeftijd 26.
- Als het gemiddelde extraversieniveau ongeveer hetzelfde
blijft → hoge mean-level stability.
- Als mensen gemiddeld introverter worden → lage mean-level
stability, want het gemiddelde verschuift.
- Voorbeeld stabiliteit Mohandas (Karamchan) Gandhi
- Officieuze leider van geweldloze opstand van Indiase volk tegen
Britse koloniale heerschappij
- Eenvoudig, bescheiden, zelfontzeggend, verzoenend als kind en
jongvolwassene
- Was een van de grote wereldfiguren en een van de grondleggers van
de moderne Indiase staat