Krachtige leeromgeving
1. Inleiding
1.1 EDI
Deel 1: Didactische componenten
2 Component ‘doelen’
2.1 Wat verstaan we onder ‘doelen’?
Doelen zijn allesbepalend bij de lesuitwerking
Doelen bepalen:
- Welke leerinhouden je gaat aanbrengen
- Welke onderwijsleeractiviteiten je gaat voorzien
- Welke onderwijsleermiddelen je zal gebruiken
- Welke groeperingswijzen je zal hanteren
- Wat je gaat evalueren
Het scherpstellen van beoogde doelen biedt structuur, zowel voor lkr als voor lln
Voor de leerkracht:
1
, - Vormen doelen de ruggengraat van de les: wat moeten de lln kennen/ kunnen op het einde van de les,
rekening houdend met beginsituatie van de lln
- Fungeren de doelen als kompas tijdens lesgeven
- Geven doelen richting bij evaluatie
Voor de leerlingen:
- Belangrijk om inzicht te krijgen in de doelen
Helpt bij terugblikken op het doel (= zelfevaluatie): ‘Heb ik het doel bereikt?’
2.1.1 Concept, vaardigheid en context
- Elk doel bevat steeds concept en vaardigheid, soms ook context
- Doelen kunnen op verschillende manieren ingedeeld worden
Indeling naar hoofd – hart – handen
Indeling naar gesloten en open doelen
Indeling naar plaats in leerproces
Indeling naar niveau
2.2 Ontwikkeling van de hele persoon: hoofd, hart en handen
2.2.1 (Meta) cognitieve doelen (‘hoofd’)
- Kennis en intellectuele vaardigheden, kennis over eigen kennis
Cognitie
- Afkomstig van latijn cognoscre = leren kennen
- Heeft betrekking op kennis en vermogen om kennis te verwerven
Voorbeelden van cognitieve doelen
- Verkeersregels en aanwijzingen van gezag figuur begrijpen
- Inzien dat werkwoord verschillende vormen kan hebben en dat er regelmaat zit in werkwoordsvorming
Metacognitie
- Meta = over of in relatie tot
- Betekent = kennis over de eigen kennis, bewust zijn van wat men weet, hoe men leert en hoe men kennis
toepast
Voorbeelden van metacognitieve doelen
- Kunnen verwoorden hoe het eigen werk tot stand kwam (aanpak, organisatie, probleemoplossing
- Eigen leerwinst correct inschatten: wat men nieuw geleerd heeft, wat men over zichzelf leerde en wat nog
nodig is
2
, 2.2.2 Dynamisch-affectieve doelen (‘hart’)
Dynamisch – affectief
- Affectief: betrekking op iemands gevoelswereld
- Dynamisch: veranderlijk door wisselwerking met omgeving
- Vergelijkbaar met socio-emotioneel (kleine nuanceverschillen)
Wat omvat dynamisch-affectieve doelen?
- Zelfbeeld - Sociale vaardigheden
- Motivatie - Zelfregulering
- Kort: lln leren omgaan met eigen gevoelens, gevoelens van anderen en passende reacties in situaties
Voorbeelden van dynamisch – affectieve doelen
- Doorzettingsvermogen tonen om moeilijke opdracht toch af te maken
- Bij rolverdeling rekening houden met talenten van groepsleden
2.2.3 Psychomotorische doelen (‘handen’)
Motoriek
- Heeft betrekking op manieren van bewegen
- Sensomotoriek: bewegingen uitgelokt door zintuiglijke prikkels
- Psychomotoriek: doelgerichte bewegingen aangestuurd door hersenen
Grove vs fijne motoriek
- Grove/ grote motoriek: grotere bewegingen (springen, schoolslag, bewegen op muziek, …)
- Fijne/ kleine motoriek: kleine, precieze bewegingen (schrijven, veters knopen, sorteren, mond- en
tongbewegingen bij spreken)
Voorbeelden van psychomotorische doelen
- Goede schrijfhouding aannemen (rughouding, kijkafstand, pengreep)
- Bewegingen uitvoeren volgens opgelegd ritme in bewegingscontexten
2.3 Niveaus van doelen
2.3.1 Minimumdoelen
Minimumdoelen
- Door overheid afgebakende doelen voor basisvorming
3
, - Voorheen bekend als eindtermen
- Decretaal vastgelegd kwaliteitseisen voor onderwijs
- Gericht op populatieniveau: zoveel mogelijk lln moeten deze doelen bereiken
- Voor Nederlands en wiskunde: verplicht voor elke lln aan het einde van de lagere school
Rol in onderwijs
- Minimumdoelen bepalen niet volledig het onderwijsleerproces
- Laat ruimte voor school- en leerkrachtinvulling
Nieuwe minimumdoelen van 1 september 2025
- Van toepassing op:
o Einde kleuteronderwijs
o 4de jaar lager onderwijs
o Einde lager onderwijs
- Focus op Nederlandse en wiskunde in kennisrijk curriculum
- Doelen van kennisrijk curriculum:
o Systematische opbouw van kern
o Verbanden leren leggen
o Werken aan diepgaande kennis
o Aandacht voor STEM
2.3.2 Leerplannen
Leerplannen
- Bevatten leerplandoelen, uitgangspunt voor LVB
- Worden officieel opgemaakt door inrichtende macht/ schoolbestuur, meestal uitgevoerd door
onderwijskoepels
- Minimumdoelen van overheid moeten herkenbaar worden opgenomen
- Leerplannen worden door overheid goedgekeurd
- Typen leerplannen:
o Gesloten: doelen en leerinhouden zeer gedetailleerd
o Open: doelen en mogelijke leerinhouden, meer keuzevrijheid voor lkr
Leerlijnen
- Chronologische opbouw van doelen
- Verticale lijnen: opbouw doorheen leerjaren/ leeftijden
- Horizontale lijnen: opbouw binnen één jaar
- Leerlijnen kunnen door school zelf uitgewerkt worden, of via methodes van uitgeverijen
Bekende leerplannen in Vlaanderen
4
1. Inleiding
1.1 EDI
Deel 1: Didactische componenten
2 Component ‘doelen’
2.1 Wat verstaan we onder ‘doelen’?
Doelen zijn allesbepalend bij de lesuitwerking
Doelen bepalen:
- Welke leerinhouden je gaat aanbrengen
- Welke onderwijsleeractiviteiten je gaat voorzien
- Welke onderwijsleermiddelen je zal gebruiken
- Welke groeperingswijzen je zal hanteren
- Wat je gaat evalueren
Het scherpstellen van beoogde doelen biedt structuur, zowel voor lkr als voor lln
Voor de leerkracht:
1
, - Vormen doelen de ruggengraat van de les: wat moeten de lln kennen/ kunnen op het einde van de les,
rekening houdend met beginsituatie van de lln
- Fungeren de doelen als kompas tijdens lesgeven
- Geven doelen richting bij evaluatie
Voor de leerlingen:
- Belangrijk om inzicht te krijgen in de doelen
Helpt bij terugblikken op het doel (= zelfevaluatie): ‘Heb ik het doel bereikt?’
2.1.1 Concept, vaardigheid en context
- Elk doel bevat steeds concept en vaardigheid, soms ook context
- Doelen kunnen op verschillende manieren ingedeeld worden
Indeling naar hoofd – hart – handen
Indeling naar gesloten en open doelen
Indeling naar plaats in leerproces
Indeling naar niveau
2.2 Ontwikkeling van de hele persoon: hoofd, hart en handen
2.2.1 (Meta) cognitieve doelen (‘hoofd’)
- Kennis en intellectuele vaardigheden, kennis over eigen kennis
Cognitie
- Afkomstig van latijn cognoscre = leren kennen
- Heeft betrekking op kennis en vermogen om kennis te verwerven
Voorbeelden van cognitieve doelen
- Verkeersregels en aanwijzingen van gezag figuur begrijpen
- Inzien dat werkwoord verschillende vormen kan hebben en dat er regelmaat zit in werkwoordsvorming
Metacognitie
- Meta = over of in relatie tot
- Betekent = kennis over de eigen kennis, bewust zijn van wat men weet, hoe men leert en hoe men kennis
toepast
Voorbeelden van metacognitieve doelen
- Kunnen verwoorden hoe het eigen werk tot stand kwam (aanpak, organisatie, probleemoplossing
- Eigen leerwinst correct inschatten: wat men nieuw geleerd heeft, wat men over zichzelf leerde en wat nog
nodig is
2
, 2.2.2 Dynamisch-affectieve doelen (‘hart’)
Dynamisch – affectief
- Affectief: betrekking op iemands gevoelswereld
- Dynamisch: veranderlijk door wisselwerking met omgeving
- Vergelijkbaar met socio-emotioneel (kleine nuanceverschillen)
Wat omvat dynamisch-affectieve doelen?
- Zelfbeeld - Sociale vaardigheden
- Motivatie - Zelfregulering
- Kort: lln leren omgaan met eigen gevoelens, gevoelens van anderen en passende reacties in situaties
Voorbeelden van dynamisch – affectieve doelen
- Doorzettingsvermogen tonen om moeilijke opdracht toch af te maken
- Bij rolverdeling rekening houden met talenten van groepsleden
2.2.3 Psychomotorische doelen (‘handen’)
Motoriek
- Heeft betrekking op manieren van bewegen
- Sensomotoriek: bewegingen uitgelokt door zintuiglijke prikkels
- Psychomotoriek: doelgerichte bewegingen aangestuurd door hersenen
Grove vs fijne motoriek
- Grove/ grote motoriek: grotere bewegingen (springen, schoolslag, bewegen op muziek, …)
- Fijne/ kleine motoriek: kleine, precieze bewegingen (schrijven, veters knopen, sorteren, mond- en
tongbewegingen bij spreken)
Voorbeelden van psychomotorische doelen
- Goede schrijfhouding aannemen (rughouding, kijkafstand, pengreep)
- Bewegingen uitvoeren volgens opgelegd ritme in bewegingscontexten
2.3 Niveaus van doelen
2.3.1 Minimumdoelen
Minimumdoelen
- Door overheid afgebakende doelen voor basisvorming
3
, - Voorheen bekend als eindtermen
- Decretaal vastgelegd kwaliteitseisen voor onderwijs
- Gericht op populatieniveau: zoveel mogelijk lln moeten deze doelen bereiken
- Voor Nederlands en wiskunde: verplicht voor elke lln aan het einde van de lagere school
Rol in onderwijs
- Minimumdoelen bepalen niet volledig het onderwijsleerproces
- Laat ruimte voor school- en leerkrachtinvulling
Nieuwe minimumdoelen van 1 september 2025
- Van toepassing op:
o Einde kleuteronderwijs
o 4de jaar lager onderwijs
o Einde lager onderwijs
- Focus op Nederlandse en wiskunde in kennisrijk curriculum
- Doelen van kennisrijk curriculum:
o Systematische opbouw van kern
o Verbanden leren leggen
o Werken aan diepgaande kennis
o Aandacht voor STEM
2.3.2 Leerplannen
Leerplannen
- Bevatten leerplandoelen, uitgangspunt voor LVB
- Worden officieel opgemaakt door inrichtende macht/ schoolbestuur, meestal uitgevoerd door
onderwijskoepels
- Minimumdoelen van overheid moeten herkenbaar worden opgenomen
- Leerplannen worden door overheid goedgekeurd
- Typen leerplannen:
o Gesloten: doelen en leerinhouden zeer gedetailleerd
o Open: doelen en mogelijke leerinhouden, meer keuzevrijheid voor lkr
Leerlijnen
- Chronologische opbouw van doelen
- Verticale lijnen: opbouw doorheen leerjaren/ leeftijden
- Horizontale lijnen: opbouw binnen één jaar
- Leerlijnen kunnen door school zelf uitgewerkt worden, of via methodes van uitgeverijen
Bekende leerplannen in Vlaanderen
4