THEORIE STADSONTWERP – Klassieke oudheid 1
Examenvragen
Terugkerende thema’s (‼ komen terug als examenvragen)
• Spanning tussen ideeën en politiek
o stedenbouw als:
ideologisch project
politiek instrument
• Invloed van vertogen buiten de discipline
o schilderkunst
o literatuur
o wiskunde
o fysica
o ingenieurskunde
• Recuperatie / transformatie van bestaande ruimtelijke figuren
o hergebruik met veranderende betekenis:
grid
as
façade
perspectief
• Europese ‘archetypes’
o doorwerking in:
koloniale context
postkoloniale context
o verschil tussen:
ontwerpintentie
perceptie en ervaring van stedelijke ruimte
Examenfocus
• Vraag 1
o altijd:
vorm + maatschappelijke intentie verbinden
• Vraag 2: vergelijkingsvraag
o bv.:
Grieks grid ↔ 19de-eeuws plan
o opnieuw:
vorm + intentionaliteit
continuïteit / breuk benoemen
Examen: relatie tussen stedenbouwkundige vorm en sociaal maatschappelijke context en hoe deze in ruimte
worden gevormd en daarbij belangrijke figuren moet je kennen die invloed hebben gehad op de vormgeving van
de stad (data en naam van steden moet je niet kennen wel weten uit welke periode)
,INHOUD
les 1: introductie – antieke beeschaving ............................................................................................................................... 3
Antieke beschaving............................................................................................................................................................. 3
Grieken................................................................................................................................................................................ 4
romeinen............................................................................................................................................................................. 6
Antieke beschaving: Romeinen (Rome) ............................................................................................................................ 8
Antieke beschaving: Romeinen (stedelijkheid) ................................................................................................................. 9
Antieke beschaving: Romeinen (stedelijk netwerk) ......................................................................................................... 9
Antieke beschaving: Val van het West-Romeinse Rijk...................................................................................................... 9
Les 2: middeleeuwen........................................................................................................................................................... 10
Breuk met de antieke wereld.......................................................................................................................................... 10
Steden krijgen vorm......................................................................................................................................................... 11
Gestichte steden.............................................................................................................................................................. 12
Het middeleeuwse stadsmozaïek ................................................................................................................................... 13
Sociaal-politieke organisatie in relatie met ruimtelijke organisatie ......................................................................... 13
Stedelijkheid ................................................................................................................................................................ 14
Renaissance...................................................................................................................................................................... 15
vestingssteden ................................................................................................................................................................. 17
De versterkte stad en de koloniale steden......................................................................................................................... 18
De versterkte stad ........................................................................................................................................................... 18
Les 3: De versterkte en koloniale steden............................................................................................................................ 20
Barok: de aanpassing aan het perspectief ..................................................................................................................... 23
Classicisme: de aanpassing van het perspectief ............................................................................................................ 31
Les 4: romantiek: het afscheid van het perspectief ........................................................................................................... 37
De industriële stad en de veranderende conceptie van het territorium...................................................................... 39
Les 5: de kempen (vanaf nu man)....................................................................................................................................... 48
,INTRODUCTIE
• We vertrekken vanuit vorm om dan de reden te zien hoe het opgebouwd is
o Drie elementen: stad, stedelijk netwerk en stedelijkheid
• Stadstudies
o World urbanization prospects
o Kijken naar verstedelijking vanaf de eerste wereldoorlog
o Verstedelijking als een ei gezien
ANTIEKE BESCHAVING
• Grid toegepast in Griekse en Romeinse samenleving
o In elke periode zien we grid terugkomen (Soms meer dominant dan anders)
o Romeinen en Grieken gebruiken grid bijna op een tegenovergestelde manier
Grieken: grid vanuit ideeën van een samenleving en distributie van grond
Romeinen: grid vanuit gemakkelijke en snelle planning, efficiënte manier van grondgebied verstedelijken en
bewoners gemakkelijk kunnen controleren
• Zelfs nu nog toegepast: New York City en Masdar City
• Grieks en romeins
o Beiden grote open ruimtes
o Beiden pragmatisch grid
o Lijken vrij gelijkaardig (zijn ze niet)
Griekse: gestuurd vanuit politieke ambitie – samenleving opzetten dat min of meer democratisch is
Romeins: infrastructureel – bedoeling om te veroveren en te overheersen
Grieks grid Romeins grid
GRIEKEN
• Starten in Archaïsche periode omdat er nieuwe samenleving ontstaan en die samen nieuwe plek gaan
zoeken om een stad te stichten = polis als een nieuwe vorm van samenleven
o Idee dat burger en stad evenveel te zeggen hebben
o Stad niet gedefinieerd door aantal burgers
o Stad geeft het volk vorm en ondersteunt ze
,De Polis
= Gemeenschap die bestuurd wordt door vrije burgers
o Elke burger evenveel zeggenschap
o De stad is ingericht om discussie en consensusvorming mogelijk te maken
Hiervoor wordt bewust een ruimte voorzien voor overleg en ontmoeting
Dit is de agora: een groot publiek plein waar bestuur en overleg centraal staan
o Er is een duidelijke scheiding tussen religie en bestuur!
Verwevenheid van de twee vermeden!
Ex. Tempels en agora proberen ze uit elkaar te houden
o De agora
Centraal element binnen het sociale, economische en politieke netwerk van de polis
Speelt verbindende rol in bevorderen van sociale cohesie
groot plein ondersteund door zolen wat overdekt is
prominent aanwezig in stadshart
o Tempels zijn niet dominant aanwezig
religieuze gebouwen worden bewust op afstand geplaatst
o Rond de agora bevinden zich stoa (zuilengalerijen)
bieden beschutting tegen de zon
ruimte voor filosofisch debat en onderwijs
ook gebruikt voor handel en winkel
o In de nabijheid van de agora liggen belangrijke overheidsgebouwen
zoals senaatszalen en andere wetgevende gebouwen
o Belangrijke voetnoot
verschil tussen staatsvormen (vrouwen en slaven doen niet mee in deze gedachte)
groot verschil tussen polissen
• Verschil tussen polis in griekenland en kolonies in stadsstaat
o in bestuursvorm
o in ruimtelijke organisatie
o in mate van participatie en macht van burgers
o = beiden grid structuren maar werken volledig anders
• Denkers in Griekenland – over welk soort politiek systeem willen we en welke ruimte hoort daarbij
o = utopie
• Twee grote periodes in Griekse geschiedenis
o Periode 1: eerste steden
o Periode 2: geplande steden
• Eerste steden (zoals athene, sparta en syracuse)
o We zien religie en bestuur worden uit elkaar getrokken
o Er komt een groot verschil in investeren (in waar stad investeert)
Meer en meer investeren in plaatsen voor samenkomst
Agora
Woningen veel bescheidener (niet duurzaam dus niet het idee dat ze lang
blijven bestaan)
,Athene
o Vroege Griekse steden zoals Athene groeien organisch vanuit:
geografische condities
sociale en politieke dynamiek
religieuze en ceremoniële routes
o Athene lijkt ongepland, maar is dat niet:
de Panathenaïsche weg ordent stad en rituelen
zichtlijnen en perspectieven verbinden agora en acropolis
de ervaring van de stad is sequentieel en landschappelijk
o Acropolis (burcht)
Religie en bestuur samen verweven
Alles was erop geconcentreerd
o Naarmate stad evolueert
Plaats wordt uitgespaard in stad = agora
Intentie in want plek wordt gereserveerd
Zit langs de hoofdweg gesitueerd
o Agora
Start met stoa – ruimte afbakenen
Naarmate stad groeit, komen er nieuwe functies bijgeplaatst
Hoe groter de stad, hoe meer publieke functies worden voorzien
De stad overbevolkt geraakt en dat de agora ‘rommelig en druk’ wordt
Wat als een ongeordend geheel lijkt op plan, ontvouwt zich als een logische sequentie wanneer het
landschappelijk ervaren wordt
o STOA
Prominente grootschalige gebouwen met overdekte galerijen
Kleine ruimtes langs de zijkant (office space)
Vooral gebruikt door kooplieden
Flexibel in vorm en functie
Stoa gaf de publieke ruimte vorm en bood onderdak aan publiek leven
Ontwikkeling van rationale stedenbouw
o Vanaf de 5de eeuw v.C. wordt stedenbouw expliciet gekoppeld aan:
welzijn en gezondheid (Hippocrates – Wijsgerig en wetenschappelijk denken)
oriëntatie, wind, zon en ventilatie
politieke deelname en publieke toegang
o Nieuw uitgangspunt: milieu en ruimte beïnvloeden lichaam en geest
o Doel: algemeen welzijn van polis en burgers
o Stedenbouw wordt een ruimtelijke vertaling van het polis-idee.
Hippocrates
• Lucht, water, klimaat, oriëntatie → gezondheid & geest
• Stad = preventief gezondheidsinstrument
, Oribasius
• Raster als rationeel-hygiënisch model
• Evenwijdige straten (N–Z, O–W)
• Effect: zonlicht, ventilatie, afvoer rook & vervuiling
• Raster ≠ geometrie → functie gezondheid
Stad en polis
• Stad = sociaal + politiek leefkader
• Stedenbouw = ruimtelijke operationalisering van de polis
• Garandeert:
o politieke openbaarheid
o sociale ordening
o gezondheid
De ideale stad van Plato
• Bestuur:
o sterk gecentraliseerd op acropolis
o 3 bevolkingsgroepen die in stad leven (boeren/ambachtslieden, soldaten, regerende klasse)
• Schaal:
o ±20.000 huishoudens
o 5040 identieke kavels
• Ligging:
o vlakte (tabula rasa)
o klimaat bepalend
• Zonering:
o wonen, publiek, commercieel
• Stedenbouw = politieke orde + welzijn + gezondheid
De ideale stad van Aristoteles
• Stad = zelfstandige politieke gemeenschap, Meer naar democratische samenleving
• Burger:
o uitvoerende ambten
o rechtelijke ambten
• Ordening:
o bestuur & religie nabij acropolis
o gescheiden van markt, ambacht, wonen
• Gezondheid:
o oriëntatie op oostelijke & noordelijke winden
• Functionele zonering
Het Hippodamische systeem - Milete ontstaat het eerste expliciete stedenbouwkundig systeem.
Kenmerken:
o regelmatig raster (dambordpatroon)
o bouwblok als basiseenheid
o hiërarchie van straten – 50.000 mensen per stad
o functionele zonering (publiek – privaat – religieus)
De stad wordt opgevat als maakbare samenleving: ruimtelijke ordening weerspiegelt sociale ordening.
Belangrijk:
o geen vast centrum, maar flexibiliteit
o agora kan in het grid worden ingevoegd
o stadsmuur volgt geografie, raster is autonoom
o woningen zijn gelijkvormig en ondergeschikt aan het publieke domein
Voorbeelden: Priene, Milete, Rhodos.
Examenvragen
Terugkerende thema’s (‼ komen terug als examenvragen)
• Spanning tussen ideeën en politiek
o stedenbouw als:
ideologisch project
politiek instrument
• Invloed van vertogen buiten de discipline
o schilderkunst
o literatuur
o wiskunde
o fysica
o ingenieurskunde
• Recuperatie / transformatie van bestaande ruimtelijke figuren
o hergebruik met veranderende betekenis:
grid
as
façade
perspectief
• Europese ‘archetypes’
o doorwerking in:
koloniale context
postkoloniale context
o verschil tussen:
ontwerpintentie
perceptie en ervaring van stedelijke ruimte
Examenfocus
• Vraag 1
o altijd:
vorm + maatschappelijke intentie verbinden
• Vraag 2: vergelijkingsvraag
o bv.:
Grieks grid ↔ 19de-eeuws plan
o opnieuw:
vorm + intentionaliteit
continuïteit / breuk benoemen
Examen: relatie tussen stedenbouwkundige vorm en sociaal maatschappelijke context en hoe deze in ruimte
worden gevormd en daarbij belangrijke figuren moet je kennen die invloed hebben gehad op de vormgeving van
de stad (data en naam van steden moet je niet kennen wel weten uit welke periode)
,INHOUD
les 1: introductie – antieke beeschaving ............................................................................................................................... 3
Antieke beschaving............................................................................................................................................................. 3
Grieken................................................................................................................................................................................ 4
romeinen............................................................................................................................................................................. 6
Antieke beschaving: Romeinen (Rome) ............................................................................................................................ 8
Antieke beschaving: Romeinen (stedelijkheid) ................................................................................................................. 9
Antieke beschaving: Romeinen (stedelijk netwerk) ......................................................................................................... 9
Antieke beschaving: Val van het West-Romeinse Rijk...................................................................................................... 9
Les 2: middeleeuwen........................................................................................................................................................... 10
Breuk met de antieke wereld.......................................................................................................................................... 10
Steden krijgen vorm......................................................................................................................................................... 11
Gestichte steden.............................................................................................................................................................. 12
Het middeleeuwse stadsmozaïek ................................................................................................................................... 13
Sociaal-politieke organisatie in relatie met ruimtelijke organisatie ......................................................................... 13
Stedelijkheid ................................................................................................................................................................ 14
Renaissance...................................................................................................................................................................... 15
vestingssteden ................................................................................................................................................................. 17
De versterkte stad en de koloniale steden......................................................................................................................... 18
De versterkte stad ........................................................................................................................................................... 18
Les 3: De versterkte en koloniale steden............................................................................................................................ 20
Barok: de aanpassing aan het perspectief ..................................................................................................................... 23
Classicisme: de aanpassing van het perspectief ............................................................................................................ 31
Les 4: romantiek: het afscheid van het perspectief ........................................................................................................... 37
De industriële stad en de veranderende conceptie van het territorium...................................................................... 39
Les 5: de kempen (vanaf nu man)....................................................................................................................................... 48
,INTRODUCTIE
• We vertrekken vanuit vorm om dan de reden te zien hoe het opgebouwd is
o Drie elementen: stad, stedelijk netwerk en stedelijkheid
• Stadstudies
o World urbanization prospects
o Kijken naar verstedelijking vanaf de eerste wereldoorlog
o Verstedelijking als een ei gezien
ANTIEKE BESCHAVING
• Grid toegepast in Griekse en Romeinse samenleving
o In elke periode zien we grid terugkomen (Soms meer dominant dan anders)
o Romeinen en Grieken gebruiken grid bijna op een tegenovergestelde manier
Grieken: grid vanuit ideeën van een samenleving en distributie van grond
Romeinen: grid vanuit gemakkelijke en snelle planning, efficiënte manier van grondgebied verstedelijken en
bewoners gemakkelijk kunnen controleren
• Zelfs nu nog toegepast: New York City en Masdar City
• Grieks en romeins
o Beiden grote open ruimtes
o Beiden pragmatisch grid
o Lijken vrij gelijkaardig (zijn ze niet)
Griekse: gestuurd vanuit politieke ambitie – samenleving opzetten dat min of meer democratisch is
Romeins: infrastructureel – bedoeling om te veroveren en te overheersen
Grieks grid Romeins grid
GRIEKEN
• Starten in Archaïsche periode omdat er nieuwe samenleving ontstaan en die samen nieuwe plek gaan
zoeken om een stad te stichten = polis als een nieuwe vorm van samenleven
o Idee dat burger en stad evenveel te zeggen hebben
o Stad niet gedefinieerd door aantal burgers
o Stad geeft het volk vorm en ondersteunt ze
,De Polis
= Gemeenschap die bestuurd wordt door vrije burgers
o Elke burger evenveel zeggenschap
o De stad is ingericht om discussie en consensusvorming mogelijk te maken
Hiervoor wordt bewust een ruimte voorzien voor overleg en ontmoeting
Dit is de agora: een groot publiek plein waar bestuur en overleg centraal staan
o Er is een duidelijke scheiding tussen religie en bestuur!
Verwevenheid van de twee vermeden!
Ex. Tempels en agora proberen ze uit elkaar te houden
o De agora
Centraal element binnen het sociale, economische en politieke netwerk van de polis
Speelt verbindende rol in bevorderen van sociale cohesie
groot plein ondersteund door zolen wat overdekt is
prominent aanwezig in stadshart
o Tempels zijn niet dominant aanwezig
religieuze gebouwen worden bewust op afstand geplaatst
o Rond de agora bevinden zich stoa (zuilengalerijen)
bieden beschutting tegen de zon
ruimte voor filosofisch debat en onderwijs
ook gebruikt voor handel en winkel
o In de nabijheid van de agora liggen belangrijke overheidsgebouwen
zoals senaatszalen en andere wetgevende gebouwen
o Belangrijke voetnoot
verschil tussen staatsvormen (vrouwen en slaven doen niet mee in deze gedachte)
groot verschil tussen polissen
• Verschil tussen polis in griekenland en kolonies in stadsstaat
o in bestuursvorm
o in ruimtelijke organisatie
o in mate van participatie en macht van burgers
o = beiden grid structuren maar werken volledig anders
• Denkers in Griekenland – over welk soort politiek systeem willen we en welke ruimte hoort daarbij
o = utopie
• Twee grote periodes in Griekse geschiedenis
o Periode 1: eerste steden
o Periode 2: geplande steden
• Eerste steden (zoals athene, sparta en syracuse)
o We zien religie en bestuur worden uit elkaar getrokken
o Er komt een groot verschil in investeren (in waar stad investeert)
Meer en meer investeren in plaatsen voor samenkomst
Agora
Woningen veel bescheidener (niet duurzaam dus niet het idee dat ze lang
blijven bestaan)
,Athene
o Vroege Griekse steden zoals Athene groeien organisch vanuit:
geografische condities
sociale en politieke dynamiek
religieuze en ceremoniële routes
o Athene lijkt ongepland, maar is dat niet:
de Panathenaïsche weg ordent stad en rituelen
zichtlijnen en perspectieven verbinden agora en acropolis
de ervaring van de stad is sequentieel en landschappelijk
o Acropolis (burcht)
Religie en bestuur samen verweven
Alles was erop geconcentreerd
o Naarmate stad evolueert
Plaats wordt uitgespaard in stad = agora
Intentie in want plek wordt gereserveerd
Zit langs de hoofdweg gesitueerd
o Agora
Start met stoa – ruimte afbakenen
Naarmate stad groeit, komen er nieuwe functies bijgeplaatst
Hoe groter de stad, hoe meer publieke functies worden voorzien
De stad overbevolkt geraakt en dat de agora ‘rommelig en druk’ wordt
Wat als een ongeordend geheel lijkt op plan, ontvouwt zich als een logische sequentie wanneer het
landschappelijk ervaren wordt
o STOA
Prominente grootschalige gebouwen met overdekte galerijen
Kleine ruimtes langs de zijkant (office space)
Vooral gebruikt door kooplieden
Flexibel in vorm en functie
Stoa gaf de publieke ruimte vorm en bood onderdak aan publiek leven
Ontwikkeling van rationale stedenbouw
o Vanaf de 5de eeuw v.C. wordt stedenbouw expliciet gekoppeld aan:
welzijn en gezondheid (Hippocrates – Wijsgerig en wetenschappelijk denken)
oriëntatie, wind, zon en ventilatie
politieke deelname en publieke toegang
o Nieuw uitgangspunt: milieu en ruimte beïnvloeden lichaam en geest
o Doel: algemeen welzijn van polis en burgers
o Stedenbouw wordt een ruimtelijke vertaling van het polis-idee.
Hippocrates
• Lucht, water, klimaat, oriëntatie → gezondheid & geest
• Stad = preventief gezondheidsinstrument
, Oribasius
• Raster als rationeel-hygiënisch model
• Evenwijdige straten (N–Z, O–W)
• Effect: zonlicht, ventilatie, afvoer rook & vervuiling
• Raster ≠ geometrie → functie gezondheid
Stad en polis
• Stad = sociaal + politiek leefkader
• Stedenbouw = ruimtelijke operationalisering van de polis
• Garandeert:
o politieke openbaarheid
o sociale ordening
o gezondheid
De ideale stad van Plato
• Bestuur:
o sterk gecentraliseerd op acropolis
o 3 bevolkingsgroepen die in stad leven (boeren/ambachtslieden, soldaten, regerende klasse)
• Schaal:
o ±20.000 huishoudens
o 5040 identieke kavels
• Ligging:
o vlakte (tabula rasa)
o klimaat bepalend
• Zonering:
o wonen, publiek, commercieel
• Stedenbouw = politieke orde + welzijn + gezondheid
De ideale stad van Aristoteles
• Stad = zelfstandige politieke gemeenschap, Meer naar democratische samenleving
• Burger:
o uitvoerende ambten
o rechtelijke ambten
• Ordening:
o bestuur & religie nabij acropolis
o gescheiden van markt, ambacht, wonen
• Gezondheid:
o oriëntatie op oostelijke & noordelijke winden
• Functionele zonering
Het Hippodamische systeem - Milete ontstaat het eerste expliciete stedenbouwkundig systeem.
Kenmerken:
o regelmatig raster (dambordpatroon)
o bouwblok als basiseenheid
o hiërarchie van straten – 50.000 mensen per stad
o functionele zonering (publiek – privaat – religieus)
De stad wordt opgevat als maakbare samenleving: ruimtelijke ordening weerspiegelt sociale ordening.
Belangrijk:
o geen vast centrum, maar flexibiliteit
o agora kan in het grid worden ingevoegd
o stadsmuur volgt geografie, raster is autonoom
o woningen zijn gelijkvormig en ondergeschikt aan het publieke domein
Voorbeelden: Priene, Milete, Rhodos.