100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Sociologie Module 5 (B001824A)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
43
Geüpload op
21-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze samenvatting behandelt het vak sociologie module 5 uit het eerste bachelorjaar van de opleiding criminologie en is samengesteld op basis van de PowerPointpresentaties, het boek en mijn persoonlijke notities. Er kunnen mogelijk enkele schrijffouten in staan.

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
21 januari 2026
Aantal pagina's
43
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Cursus pg 130-135

5.1 sociale controle

Sommige spanningen doen zich voor tussen bepaalde individuen en de totale sociale
groepen.

2 ordes met elk hun eigen controlemechanismen, die de individualiteit moeten
overstijgen:

- Ethische orde
o Publieke opinie
o Persoonlijke idealen
o Religie
o Kunstvormen
o Homogene samenleving
o Geen grote statusverschillen
o Van iedere maatschappelijke groep wordt een identieke spanning
gevraagd
o Sociale gelijkheid
- Politieke orde
o Het recht
o Het leger
o De politie
o Ongelijkheid
o Overheersing, door exploitatierelaties tussen etnische groepen, geslacht
en/of sociale klassen
➔ Kenmerken van de maatschappelijke structuur bepalen welke soort controle
voorkomt.



5.1.1 De morele orde: het ontstaan en de internalisatie van normen en waarden

Hoe ontwikkelen zich normen?

Summer(1904) baseerde zijn theorie op de veronderstelling dat het eerste en
voornaamste doel van de mens erin bestaat te (over)leven. De mens is oorspronkelijk
begonnen met handelen en pas daarna met na te denken over die handelingen.



Het is waarschijnlijkheid dat er mettertijd, via een proces ‘trail and error’, uit een
verscheidenheid van handelwijzen, de beste en meest aangepaste handelingen werden
geselecteerd. Doordat ze werden toegepast telkens wanneer de situatie het vereiste,
zouden die handelwijzen zich dan ontwikkelen tot gebruiken of gewoonten, door

1

,Summer folkways genoemd. Folksways kunnen worden omschreven als collectieve
gewoonten, elementaire gezichtspunten of methodes die betrekking hebben op wat
juist, effectief en/of goed is. Folkways zijn dus niet het resultaat van bewuste reflectie
over het handelen. Sommige foksways zullen mettertijd hun waarde verliezen, omdat ze
niet langer beantwoorden aan behoeften.



Als nu, in een bepaalde bevolkingsgroep, die folkways zich ontwikkelen in doctrines, dan
heeft summer(1904) het niet langer over folkways, maar over mores(normen). De
transformatie naar mores grijpt meer bepaald plaats wanneer de mensen bewust
beginnen na te denken over de folkways. Mores kunnen dus eigenlijk worden beschouwd
als rationalisaties van gewoonten.



- Niet navolgen van folkways = geen sanctie door de gemeenschap
- Niet navolgen van mores = wel een sanctie door de gemeenschap
o Mores wordt, door de gemeenschap gezien als een essentiële voorwaarde
voor het algemeen welzijn en het adequate functioneren van de gegeven
bevolkingsgroep
o + Vormen de basis van de instellingen die zich binnen de maatschappij
ontwikkelen
➔ Niet mogelijk om een duidelijke lijn te trekken tussen folkways en mores
o Er is een soort continuüm, gaande van die gebruiken waarop geen enkele
vorm van sanctie of controle wordt uitgeoefend, naar die waarvan de
naleving strikt wordt vereist



Wetten zijn, volgens Sumner (1904) een weerspiegeling van de mores. Wetten moeten
congruent zijn aan de mores om doeltreffend te zijn. Is dit niet het geval, dan zouden ze
vaak worden overtreden of heel eenvoudig niet worden nageleefd.



Kritiek:

- De relatie tussen mores en wetten zijn te eenzijdig
o Wetten spruiten wel voort uit mores, maar op hun beurt kunnen nieuwe
wetten een invloed uitoefen op de mores
- Normatieve opvattingen en het sociaal normatieve klimaat worden met andere
woorden ook gedeeltelijk bepaald door de wetgeving
o Men kan bv stellen dat echtscheiding meer algemeen aanvaard wordt
omdat de wetgeving een echtbreuk niet langer beschouwt als een sanctie
op een overtreding van 1 of beide partners op de mores van het huwelijk,
2

, maar eerder als een remedie tegen een onmogelijk geworden
huwlijkssituatie.



Voorbeeld

Tussen 1920 en 1933 was de productie, de verspreiding, de verkoop en het gebruik van
alcoholische dranken illegaal. Wat in een aantal sociale kringen als verwerpelijk gedrag
werd beschouwd, werd tot een formele illegale praktijk verheven. Drinken werd van een
afgekeurde folkway een verbiedende mores. In 1933 werd de ‘prohibitie’ opgeheven. De
negatieve houding t.o.v. het verbruik, de distributie en de productie van alcohol werd van
een mores opnieuw een folkway. Hetzelfde geldt voor mirihuana,



Emile Durkheim (1858-1917): Morele regels hebben als fundamenteel kenmerk dat ze
niet alleen verplicht zijn, maar ook gewenst worden. Mensen zijn bereid een inspanning
te doen om morele regels te realiseren.

Hij stelt:

- Subjectieve moraliteit = elk individu het morele bewustzijn op haar/zijn eigen
specifieke wijze uitdrukt.
- De objectieve moraliteit = gemeenschappelijke en onpersoonlijke standaard die
we gebruiken om menselijk handelen te evalueren.



Hoe kan men morele regels herkennen?

Ligt volgens hem in het soort gevolg dat een overtreding van een morele regel heeft. Een
handeling kan 2 soorten gevolgen hebben, nl. een analytisch en een synthetisch gevolg.
Een analytisch gevolg volgt uit de handeling zelf, is dus een inherent gevolg van de
handeling.

Voorbeeld

Het niet navolgen van een hygiënische regel kan leiden tot een infectie. Infectie is het
directe gevolg van het niet naleven van die regel. Infectie is dus een analytisch gevolg.



Wanneer we een mens doden, dan is de sanctie hierop niet inherent verbonden aan
onze daad, maar wordt ze opgelegd. Vanddar dat de sanctionering van een moord niet
analyisch, maar synthetisch is. Een sanctie volgt dus niet ui de handeling zelf, maar uit
het gegeven dat de handeling een regel overtreedt. Handelingen worden verplichtend



3

, omdat er regels zijn die sancties opleggen bij niet-naleving. Dit is de essentie van een
morele regel.



Het naleven van regels heeft een positieve sanctionering inhoudt. Het volgen van de
regel spruit een gevoel van welbehandelingen. Dit gevoel van welbehagen bij handelen
conform aan de morele regels is het resultaat van het socialisatieproces. De theorieën
van Mead en Piaget geven aan hoe dit proces verloopt.



De socialisatietheorie van Mead beschrijft het proces waardoor de internalisering van
waarden en normen gebeurt. Hij gaat hierbij uit van het conceptuele onderscheid tussen
het I en het Me. Samen vormen het I en het Me een eenheid, een geheel. Het I is het
handelen van het individu in een bepaalde sociale situatie. Hoe een individu handelt in
een specifieke situatie, is niet op voorhand vastgelegd. Het individu onthoudt echter, op
basis van haar/zijn geheugencapaciteit, wat het deed. Hij/zij kan m.a.w. zijn/haar
uitgevoerde handeling even vasthouden, wat de mogelijkheid creëert om die handeling
te evalueren.



Deze evaluatie gebeurt door de mentaal vastgehouden handeling te vergelijken met het
geheel van geïnternaliseerde attitudes, het Me. Een ander deel van de evaluatie is het
resultaat van de reacties van significante anderen op de handeling. Die reacties gaan
deel uitmaken van het Me, ze vormen herinneringen die het toekomstig handelen mee
kunnen sturen/bepalen. Hierdoor groeit de geïnternaliseerde controle in het individu.
Het individu kan zich in toenemende mate een mentale voorstelling maken van hoe een
eventuele handeling door anderen gezien kan worden en hij/zij kan hier rekening mee
houden.



Piaget gaat uit van de vaststelling dat er een relatie bestaat tussen de sociale
verhoudingen en het rationele bewustzijn. Specifiek maakt hij een onderscheid tussen
cooperatieve, wederkerige relaties en relaties die op autoriteit of dwang gebaseerd zijn
en het individu een uiterlijk systeem van dwingende regels opleggen. Coöperatieve
relaties, in tegenstelling tot relaties die op autoriteit zijn gebaseerd, liggen aan de basis
van het bewustzijn van ideale en gewenste regels die men zonder dwang naleeft.



Volgens Piaget bestaat de maatschappelijke evolutie uit een proces van toenemende
differentiatie. Dit leidt echter niet naar een samenleving die steeds meer op dwang
berust, maar naar een samenleving gebasseerd op samenwerking. Van het individu

4
€4,06
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
UGentstudent5105

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Samenvattingen - alle modules sociologie
-
10 2026
€ 41,00 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
UGentstudent5105 UGent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
Nieuw op Stuvia
Lid sinds
17 uur
Aantal volgers
0
Documenten
11
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen