RECHTSSOCIOLOGIE
DIALOGEN TUSSEN RECHT EN SAMENLEVING
HOOFDSTUK 1. Wat is rechtssociologie?
1.1. Inleiding
Rechtssociologie ≠ juridische zienswijze:
1. Juridisch: intern en normatief
2. Rechtssociologie: extern en empirisch (law in action > law in the books)
Intern vs. extern
o Intern: juristen bewaken coherentie vh recht. Werken allemaal ae samenhangende
rechtsleer (doctrine) die op haar beurt richting geeft ah denken en handelen v die groepen.
Bv. Urgenda-zaak: heftige juridische reacties belang coherentie vd juridische
doctrine
o Extern: coherentie rechtssysteem boeit rechtssociologen niets
Opvatting recht is breder dan geldende, positieve recht. Ook sociale normen of
informele beslechtingsprocedures als onderwerp.
Tegenstrijdigheden en dysfuncties vh recht = autonome onderzoeksonderwerpen
Bv. feitelijke ongelijkheid partijen vergelijken met gelijkheidsbeginsel
Normatief vs. empirisch
o Normatief: hoe mensen zich zouden moeten gedragen
o Empirisch: hoe menselijk gedrag feitelijk is (recht in confrontatie met de sg)
Wanneer ontstaan?
Vanaf jaren 1950: rechtssociologie als autonome wetenschap (sociale wetenschap)
o Door:
Unieke benadering v juridische onderwerpen dmv empirisch sociaal-wet. onderzoek
Opmars v Regulation & Governance- onderzoek
1.2. Het belang van de sociologie voor de beoefening van het recht
TEKST: Koen Raes
A) De pleinvrees van juristen
Onthullingsjournalistiek onder vuur
- May they blow the whistle? Mogen ambtenaren enzo aan de alarmbel trekken? ....
- Luc Huyse en Hilde Sabbe: juristen moeten waakhondfunctie uitoefenen om te verhinderen dat
beginselen worden geschonden; ze hebben bepaalde verantwoordelijkheid (missie)
o Maar ze doen dit niet
o Het recht is verzameling rechtsregels die met succes concrete belangen kunnen vooruit
helpen.
B) Sire, il n’y a plus d’intellectuels
Niet alleen juristen maar ook wetenschappers en hoogleraren hebben deze verantwoordelijkheid
- ‘Het zijn vaak ondernemers geworden, die vragen naar verantwoordelijkheid vd wetenschappers
als alteuropaïsch vd hand wijzen’ ??
- Nood aan kritische stem die niet door groepsbelangen wordt gestuurd.
o Journalist heeft onafhankelijkheid opgegeven voor kijkcijfers
o Gerechtelijke instellingen zijn de mond gesnoerd
1
,DE juristen hebben geen ‘pleinvrees’, de meesten beschouwen zich gwn niet als intellectuelen id klassieke
zin, nl. als verdedigers v universele waarden zoals waarheid, rationaliteit en gerechtigheid.
- Meesten = laboranten geworden
- Ook universiteiten zijn amper onafhankelijk.
Zijn hypothese: opdat mensen zich met een beroep en object daarvan kunnen identificeren, moeten zij
daaraan intrinsieke waarde aan geven, ook als zij deze waarde niet verwezenlijkt achten. Men moet zich
dus minstens in de ‘idee v recht/gerechtigheid’ kunnen herkennen op aan recht een identiteit te geven die
men ook het zijne kan maken.
Recht wordt tegenwoordig instrumantalistisch bekeken waardoor zo’n intrinsieke waarde amper
wordt gezien
o Recht is gwn middel om doelen te bereiken geen principes achter te vinden
o Robert Bellah: utilitair individualistische ingesteldheid instellingen en regels zijn gwn
middel om eigen belangen maximaam vooruit te helpen of als weerstand daartegen
Geen verschil meer tss morele principes en technische regels
o Onderwijs heeft dit versterkt
Unief wordt geacht de common sense uit te drukken en het geeft eigenlijke een vrij
cynisch mensbeeld (“Hoe cynischer, hoe wetenschappelijker”)
Dit houdt verband met:
o Ingesteldheid v studenten rechten
o Rechtsonderwijs
o gebruik van het recht
o ontwikkelingen in het recht
C) Rechtenstudenten zijn niet allen studenten in het recht
Ralph Dahrendorf: karakteristieken rechtenstudenten (35j geleden)
Meer studenten uit hogere klassen dan in andere richtingen
Rechtsfaculteit is minst wetenschappelijk dus those who don’t know what they want will take up
law
Weinig vrouwelijke studenten
Beter gekleed, vaker eigen auto, eigen studenteclubs die elitaire status benadrukken
Meer geïnteresseerd in politiek en my dan in kunst en hard werken
Amper theoretisch-wetenschappelijke belangstelling voor recht
Meer geïntresseerd in wat maatschappelijk met hun diploma ‘kunnen’ doen, dan in de ‘kennis’
die dit diploma dekt
Hoewel 35j geleden toch nog veel van waar (vooral ivm weinig aandacht naar theoretisch-
wetenschappelijk: liever pleiten dan boek van Ronald Dworkin lezen)
D) De rechtenstudie als beroepsopleiding
De rechtenopleiding instrumentaliseert: curriculum wordt steeds meer georiënteerd naar
‘maatschappelijke noden’, zonder dat men er wetenschappelijke gegevens over heeft.
Iedere belangengroep geeft eigen invulling aan waar er behoefte aan is.
Het onderwijsgebeuren instrumentaliseert: het wordt herleid tot ‘voorbereiding op examen’, waarbij alles
dat geen examenleerstof is niet relevant is.
Les = training in ‘goede antwoorden’
Kwantitatief neemt leerstof alleen maar toe, maar dit is niet persé goed voor het kritisch inzicht
verantwoordelijkheid van de universiteiten?
2
,Juristen zijn steeds minder bereid om bemiddeling te aanvaarden juristen dragen zélf bij tot
verspreiding utilitair individualistische ingesteldheid
Koen: Jurist wordt te weinig met recht als ordeningsmechanisme geconfronteerd, met het recht als
systeem v regels en beginselen en dat een eigensoortig maatschappelijk ordeningsideaal incorporeert.
Geen inzicht in ‘de sociale werking v recht’
E) Juristen en sociologen
Opkomst sociologie na WOII als revolutie tegen liberale recht.
1.3. Over de sociologie
TEKST: Jean Van Houtte (afkomstig v 25j geleden)
Een empirische sociologie?
- Opinie: dit is goed
- Belangrijk is °wetenschappelijke (empirische) kennis die abstractie maakt v de veronderstellingen
vd kennisverwerver
- Referentiekader
o Oorsprong v elk sociologische onderzoek is iets sociaal problematisch
Situatie id menselijke betrekkingen die door een groep als misstand aangevoeld wordt en
waaraan men iets wil doen
Dus geen vragen ivm universele WH (bv fysica)
- Socioloog moet het met een zekere afstandelijkheid bestuderen => sociaal object objectiveren
o Dit gaat nooit perfect zijn, want hij heeft zelf waarden en beweegt zich voort in sg met
waarden.
Een waardevrije sociologie?
- Sociologische kennis waarden
o Beperkingen sociologische kennis => transformator inschakelen tss wetenschap en geweten
Feiten mogen de moraal niet bepalen
Het geweten kan ertoe aangezetten worden om tegen feiten in te gaan
Tss ‘wetenschap’ en ‘geweten’ zit de ethische reflectie
o “Wij zijn tegen geëngageerde sociologie” wilt niet zeggen dat socioloog zich niet meer
sociaal mag engageren
- Waardegebondenheid waarderingsvrijheid
o Waardegebondenheid
= socioloog laat zich leiden door waarden en ook zijn wetenschapsbeoefening wordt
hier door beïnvloed
Zo gaat hij bep. dingen negeren en andere in de spotlight zetten
Dit is onvoorkomelijk –> kennissciologisch feit
o Waarderingsvrijheid
= uitspraken over sociaal-culturele WH die niet vrij zijn v waarderende, op een
subjectieve aangehangen betekeniswereld en waardeschaal gebaseerde oordelen,
mogen en kunnen niet de pretentie hebben wetenschappelijk te zijn.
Waarderende oordelen: wetensch context wereldbeschouwelijk referentiekader
Zegt meer over betekeniswereld vd onderzoeker dan die vd onderzochte
Ethische eis:
Wetenschap heeft prestige en legitimatiekracht verkregen. Dus je kan niet
zomaar niet-waarderingsvrije interpretaties als wetenschap tonen
=> waarderingsvrijheid = fundament v intellectuele eerlijkheid
3
, Empirische sociologie een recent verschijnsel in België?
- Na WOII: empirische sociologie heeft doorbraak in EU
- In BE: werk v Quetelet (19e eeuw) = eerste aanzet tot sociologie
o Tot a WOI vertoon sociologie een dualistisch karakter:
Maatschappijgerichte (strijdvaardige) studies
Abstract-theoretische beschouwingen
o In periode tss de twee WO: sociologie als universitaire discipline in bna alle uniefen
Maar academische beoefenaars houden zich ook nog met andere dingen bezig
o Onder invloed v Amerikaanse sociologie verkrijgt het na WOII een empirisch karakter
Tot WOII was er in BE geen rechtssociologie (als deel v sociologie)
Over de rechtssociologie
- Het onderwijs in de rechtssociologie aan BE universiteiten (niet gezien in de les)
o Rechtssociologie in BE = academische aangelegenheid (was wettelijke verplichting om het in
de universiteiten aan te bieden)
o Cursus sociologie wordt opgevat als bijdrage tot vorming vd toekomstige juristen
- Onderzoek in de rechtssociologie in Nederlandstalig België (niet gezien in de les)
o UA; KUL, Brussel
- Waarom had (heeft) rechtssociologie het zo moeilijk?
o Rechtswetenschap en sociale wetenschap ontwikkelden zich apart v elkaar, zonder elkaar te
beïnvloeden
WM, RM en UM vindt je terug in dagelijks leven zonder dat sociale wetenschappen
zich hiermee bezighield.
Soc. wet. bestuderen sociale leven maar negeren vaak de wettelijke invloed op dat
leven
Juist om deze reden mag recht ook niet de soc. wet. negeren
o NU (tijd v deze tekst)
USA (Rosenberg)
Groeiende belangstelling vr empirische gegevens bij rechtszaken
Regeringsleiders en magistraten doen beroep op sociale wetenschappers voor
empirische ondersteuning
Wetgever wilt sociale problemen oplossen en gaat empirische info zoeken. En
hij kijkt naar de sociale opvolging van zijn wet
Europa
NL: grote bleoi v rechtssociologie
In BE is de situatie paradoxaal
o Status rechtssociologie niet betwist
o Belangstelling vh beleid vr rechtssociologie = vrij gering
(Zie verder: betrekken in beleid)
- Rechtssociologie, een instrument v beleid?
o Beleidsrelevantie, geen beleidsonderdanigheid
o Beleid is nooit aanwezig in de sociologiebeoefening
o Wat we onder recht verstaat = recht der juristen
Misverstanden
Omdat we recht der juristen als uitgangspunt nemen wilt dit niet zeggen dat we
het recht willen benaderen zoals juristen dit doen
o Zij zien het recht als systeem met eigen logica
o Sociologen: recht als product vd sg dat de sg zelf beïnvloed
Rechtssociologie dient niet (alleen) tvv wetgever en de staat
o Effectiviteitsprobleem: vraag of wetgever in realiteit zijn doel bereikt
Dit kan door sociale factoren
4
DIALOGEN TUSSEN RECHT EN SAMENLEVING
HOOFDSTUK 1. Wat is rechtssociologie?
1.1. Inleiding
Rechtssociologie ≠ juridische zienswijze:
1. Juridisch: intern en normatief
2. Rechtssociologie: extern en empirisch (law in action > law in the books)
Intern vs. extern
o Intern: juristen bewaken coherentie vh recht. Werken allemaal ae samenhangende
rechtsleer (doctrine) die op haar beurt richting geeft ah denken en handelen v die groepen.
Bv. Urgenda-zaak: heftige juridische reacties belang coherentie vd juridische
doctrine
o Extern: coherentie rechtssysteem boeit rechtssociologen niets
Opvatting recht is breder dan geldende, positieve recht. Ook sociale normen of
informele beslechtingsprocedures als onderwerp.
Tegenstrijdigheden en dysfuncties vh recht = autonome onderzoeksonderwerpen
Bv. feitelijke ongelijkheid partijen vergelijken met gelijkheidsbeginsel
Normatief vs. empirisch
o Normatief: hoe mensen zich zouden moeten gedragen
o Empirisch: hoe menselijk gedrag feitelijk is (recht in confrontatie met de sg)
Wanneer ontstaan?
Vanaf jaren 1950: rechtssociologie als autonome wetenschap (sociale wetenschap)
o Door:
Unieke benadering v juridische onderwerpen dmv empirisch sociaal-wet. onderzoek
Opmars v Regulation & Governance- onderzoek
1.2. Het belang van de sociologie voor de beoefening van het recht
TEKST: Koen Raes
A) De pleinvrees van juristen
Onthullingsjournalistiek onder vuur
- May they blow the whistle? Mogen ambtenaren enzo aan de alarmbel trekken? ....
- Luc Huyse en Hilde Sabbe: juristen moeten waakhondfunctie uitoefenen om te verhinderen dat
beginselen worden geschonden; ze hebben bepaalde verantwoordelijkheid (missie)
o Maar ze doen dit niet
o Het recht is verzameling rechtsregels die met succes concrete belangen kunnen vooruit
helpen.
B) Sire, il n’y a plus d’intellectuels
Niet alleen juristen maar ook wetenschappers en hoogleraren hebben deze verantwoordelijkheid
- ‘Het zijn vaak ondernemers geworden, die vragen naar verantwoordelijkheid vd wetenschappers
als alteuropaïsch vd hand wijzen’ ??
- Nood aan kritische stem die niet door groepsbelangen wordt gestuurd.
o Journalist heeft onafhankelijkheid opgegeven voor kijkcijfers
o Gerechtelijke instellingen zijn de mond gesnoerd
1
,DE juristen hebben geen ‘pleinvrees’, de meesten beschouwen zich gwn niet als intellectuelen id klassieke
zin, nl. als verdedigers v universele waarden zoals waarheid, rationaliteit en gerechtigheid.
- Meesten = laboranten geworden
- Ook universiteiten zijn amper onafhankelijk.
Zijn hypothese: opdat mensen zich met een beroep en object daarvan kunnen identificeren, moeten zij
daaraan intrinsieke waarde aan geven, ook als zij deze waarde niet verwezenlijkt achten. Men moet zich
dus minstens in de ‘idee v recht/gerechtigheid’ kunnen herkennen op aan recht een identiteit te geven die
men ook het zijne kan maken.
Recht wordt tegenwoordig instrumantalistisch bekeken waardoor zo’n intrinsieke waarde amper
wordt gezien
o Recht is gwn middel om doelen te bereiken geen principes achter te vinden
o Robert Bellah: utilitair individualistische ingesteldheid instellingen en regels zijn gwn
middel om eigen belangen maximaam vooruit te helpen of als weerstand daartegen
Geen verschil meer tss morele principes en technische regels
o Onderwijs heeft dit versterkt
Unief wordt geacht de common sense uit te drukken en het geeft eigenlijke een vrij
cynisch mensbeeld (“Hoe cynischer, hoe wetenschappelijker”)
Dit houdt verband met:
o Ingesteldheid v studenten rechten
o Rechtsonderwijs
o gebruik van het recht
o ontwikkelingen in het recht
C) Rechtenstudenten zijn niet allen studenten in het recht
Ralph Dahrendorf: karakteristieken rechtenstudenten (35j geleden)
Meer studenten uit hogere klassen dan in andere richtingen
Rechtsfaculteit is minst wetenschappelijk dus those who don’t know what they want will take up
law
Weinig vrouwelijke studenten
Beter gekleed, vaker eigen auto, eigen studenteclubs die elitaire status benadrukken
Meer geïnteresseerd in politiek en my dan in kunst en hard werken
Amper theoretisch-wetenschappelijke belangstelling voor recht
Meer geïntresseerd in wat maatschappelijk met hun diploma ‘kunnen’ doen, dan in de ‘kennis’
die dit diploma dekt
Hoewel 35j geleden toch nog veel van waar (vooral ivm weinig aandacht naar theoretisch-
wetenschappelijk: liever pleiten dan boek van Ronald Dworkin lezen)
D) De rechtenstudie als beroepsopleiding
De rechtenopleiding instrumentaliseert: curriculum wordt steeds meer georiënteerd naar
‘maatschappelijke noden’, zonder dat men er wetenschappelijke gegevens over heeft.
Iedere belangengroep geeft eigen invulling aan waar er behoefte aan is.
Het onderwijsgebeuren instrumentaliseert: het wordt herleid tot ‘voorbereiding op examen’, waarbij alles
dat geen examenleerstof is niet relevant is.
Les = training in ‘goede antwoorden’
Kwantitatief neemt leerstof alleen maar toe, maar dit is niet persé goed voor het kritisch inzicht
verantwoordelijkheid van de universiteiten?
2
,Juristen zijn steeds minder bereid om bemiddeling te aanvaarden juristen dragen zélf bij tot
verspreiding utilitair individualistische ingesteldheid
Koen: Jurist wordt te weinig met recht als ordeningsmechanisme geconfronteerd, met het recht als
systeem v regels en beginselen en dat een eigensoortig maatschappelijk ordeningsideaal incorporeert.
Geen inzicht in ‘de sociale werking v recht’
E) Juristen en sociologen
Opkomst sociologie na WOII als revolutie tegen liberale recht.
1.3. Over de sociologie
TEKST: Jean Van Houtte (afkomstig v 25j geleden)
Een empirische sociologie?
- Opinie: dit is goed
- Belangrijk is °wetenschappelijke (empirische) kennis die abstractie maakt v de veronderstellingen
vd kennisverwerver
- Referentiekader
o Oorsprong v elk sociologische onderzoek is iets sociaal problematisch
Situatie id menselijke betrekkingen die door een groep als misstand aangevoeld wordt en
waaraan men iets wil doen
Dus geen vragen ivm universele WH (bv fysica)
- Socioloog moet het met een zekere afstandelijkheid bestuderen => sociaal object objectiveren
o Dit gaat nooit perfect zijn, want hij heeft zelf waarden en beweegt zich voort in sg met
waarden.
Een waardevrije sociologie?
- Sociologische kennis waarden
o Beperkingen sociologische kennis => transformator inschakelen tss wetenschap en geweten
Feiten mogen de moraal niet bepalen
Het geweten kan ertoe aangezetten worden om tegen feiten in te gaan
Tss ‘wetenschap’ en ‘geweten’ zit de ethische reflectie
o “Wij zijn tegen geëngageerde sociologie” wilt niet zeggen dat socioloog zich niet meer
sociaal mag engageren
- Waardegebondenheid waarderingsvrijheid
o Waardegebondenheid
= socioloog laat zich leiden door waarden en ook zijn wetenschapsbeoefening wordt
hier door beïnvloed
Zo gaat hij bep. dingen negeren en andere in de spotlight zetten
Dit is onvoorkomelijk –> kennissciologisch feit
o Waarderingsvrijheid
= uitspraken over sociaal-culturele WH die niet vrij zijn v waarderende, op een
subjectieve aangehangen betekeniswereld en waardeschaal gebaseerde oordelen,
mogen en kunnen niet de pretentie hebben wetenschappelijk te zijn.
Waarderende oordelen: wetensch context wereldbeschouwelijk referentiekader
Zegt meer over betekeniswereld vd onderzoeker dan die vd onderzochte
Ethische eis:
Wetenschap heeft prestige en legitimatiekracht verkregen. Dus je kan niet
zomaar niet-waarderingsvrije interpretaties als wetenschap tonen
=> waarderingsvrijheid = fundament v intellectuele eerlijkheid
3
, Empirische sociologie een recent verschijnsel in België?
- Na WOII: empirische sociologie heeft doorbraak in EU
- In BE: werk v Quetelet (19e eeuw) = eerste aanzet tot sociologie
o Tot a WOI vertoon sociologie een dualistisch karakter:
Maatschappijgerichte (strijdvaardige) studies
Abstract-theoretische beschouwingen
o In periode tss de twee WO: sociologie als universitaire discipline in bna alle uniefen
Maar academische beoefenaars houden zich ook nog met andere dingen bezig
o Onder invloed v Amerikaanse sociologie verkrijgt het na WOII een empirisch karakter
Tot WOII was er in BE geen rechtssociologie (als deel v sociologie)
Over de rechtssociologie
- Het onderwijs in de rechtssociologie aan BE universiteiten (niet gezien in de les)
o Rechtssociologie in BE = academische aangelegenheid (was wettelijke verplichting om het in
de universiteiten aan te bieden)
o Cursus sociologie wordt opgevat als bijdrage tot vorming vd toekomstige juristen
- Onderzoek in de rechtssociologie in Nederlandstalig België (niet gezien in de les)
o UA; KUL, Brussel
- Waarom had (heeft) rechtssociologie het zo moeilijk?
o Rechtswetenschap en sociale wetenschap ontwikkelden zich apart v elkaar, zonder elkaar te
beïnvloeden
WM, RM en UM vindt je terug in dagelijks leven zonder dat sociale wetenschappen
zich hiermee bezighield.
Soc. wet. bestuderen sociale leven maar negeren vaak de wettelijke invloed op dat
leven
Juist om deze reden mag recht ook niet de soc. wet. negeren
o NU (tijd v deze tekst)
USA (Rosenberg)
Groeiende belangstelling vr empirische gegevens bij rechtszaken
Regeringsleiders en magistraten doen beroep op sociale wetenschappers voor
empirische ondersteuning
Wetgever wilt sociale problemen oplossen en gaat empirische info zoeken. En
hij kijkt naar de sociale opvolging van zijn wet
Europa
NL: grote bleoi v rechtssociologie
In BE is de situatie paradoxaal
o Status rechtssociologie niet betwist
o Belangstelling vh beleid vr rechtssociologie = vrij gering
(Zie verder: betrekken in beleid)
- Rechtssociologie, een instrument v beleid?
o Beleidsrelevantie, geen beleidsonderdanigheid
o Beleid is nooit aanwezig in de sociologiebeoefening
o Wat we onder recht verstaat = recht der juristen
Misverstanden
Omdat we recht der juristen als uitgangspunt nemen wilt dit niet zeggen dat we
het recht willen benaderen zoals juristen dit doen
o Zij zien het recht als systeem met eigen logica
o Sociologen: recht als product vd sg dat de sg zelf beïnvloed
Rechtssociologie dient niet (alleen) tvv wetgever en de staat
o Effectiviteitsprobleem: vraag of wetgever in realiteit zijn doel bereikt
Dit kan door sociale factoren
4