en vaardigheden
- Heelkunde –
1 Orthopedie en traumatologie
Leerdoelen
De belangrijkste gewrichtsprothesen kennen en kunnen uitleggen
De verschillende types van fracturen kunnen weergeven
De fractuurheling kennen
De complicaties van fractuurheling kennen en bespreken
De belangrijkste traumata kunnen beschrijven alsook de typische klachten
en behandeling
1
,1.1 Gewrichtsprothesen
1.1.1 Knieprothese
Knie bestaat uit twee botstukken elk bekleed met kraakbeen
Raakt dit kraakbeen van gewrichtsoppervlak beschadigd
sprake van slijtage (atrose)
Verschillende soorten artrose:
Patellofermorale artrose: artrose aan het kniegewricht alleen
o Beperkt tot het patellofemoraal compartiment is het gevolg van
knieschijfbreuk of aangeboren abnormaliteit van dit gewricht
(dysplasie)
Femorotibiale artrose: artrose van het gewricht tussen duibeen en
onderbeen
o Hierbij kan gewricht aangetast zijn of alleen één compartiment
Panartrosis of tricompartimentele artrose: alle 3 de compartimenten
van de knie zijn aangetast
Artrose aan binnenste deel van femorobitiaal
gewricht
o Door O-been (genu varum)
o Komt vaak voor
o Kan van veertigste levensjaar klachten
veroorzaken
afhankelijk van belasting van kniegewricht,
professioneel en sportbeoefening
Artrose van buitenste femorotibiaal compartiment
o Ten gevolge van X-been (genu valgum)
o Komt minder voor
Wanneer overwogen voor knieprothese:
Kraakbeenschade te groot
Als kraakbeenschade te groot is geworden knieprothese overwogen als:
Beschadiging gepaard gaat met erge pijn die niet reageert op een niet-
operatieve behandeling
2
, Verschillende soorten knieprothesen:
Unicompartimentele (unicondylaire) prothese
o In geval dat artrose beperkt is tot één compartiment van het
femorotibiaal gewricht
Femoropatellaire prothese
o In geval van een geïsoleerde artrose van dit gewricht
Totale knieprothese
o Wanneer kniegewricht in alle 3 compartimenten is aangetast door
artrose
Fixatie van prothesemateriaal (metaal en polyethyleen):
Kan via biologische fixatie (botingroei in de prothese)
Of via beencement
Behouden ligamenten:
Alle ligamenten blijven behouden, behalve de voorste kruisband
Meest voorkomende complicaties na knieprothese (TKP):
Infectie
Extra botvorming rond de prothese kan leiden tot gewrichtsstijfheid
Ontwrichting van de prothese
Op lange termijn: loslating van de prothese Nieuwe prothese plaatsen
Zeldzaam: zenuw- en bloedvatletsels , bv. uitval van n. peroneus
dropvoet
Diepe veneuze trombose (DVT), zoals bij elke orthopedische ingreep
Mobilisatie na TKP
Patiënt mag vrij snel na de ingreep stappen met een hulpmiddel
1.1.2 Heupprothese
Coxartrose (heupartrose)
Kraakbeen thv de heup die het gewrichtsoppervlak beschermd en soepel
maakt slijt
langzaam af
Meestal idiopathisch (onbekende oorzaak)
Komt vaker voor bij vrouwen
Patiënten presenteren zich meestal na middelbare leeftijd
Mogelijke oorzaken:
3