College 2 - Hoofdstuk 3.1
De diachrone benadering onderzoekt de historische ontwikkeling van taal het focust zich op
woordenschat, uitspraak en grammatica
De synchrone benadering onderzoekt taal op een bepaald moment in de tijd focust zich op
dialecten(op lokaal vlak: dorp/stad), regiolecten(provincie), sociolecten(typerend voor bep. groep)
Standaardtaal
Standaardtaal = wat algemeen bruikbaar is in het publieke domein geen vaststaande norm maar
onbewust maatschappelijk & bewust politiek gestuurd binnen standaardtaal bestaat
differentiatie (iedereen spreekt het anders)
Standaardtaal:
- Uniform: weinig variatie
- Gecodificeerd in grammatica’s & woordenboeken
- Prestigieus: wordt geassocieerd met hoogopgeleide mensen
binnen standaardtaal is er geografische/stilistische variatie
Standaardtaal als een ui
Standaardtaal kan gezien worden als een ui: het midden is de standaardtaal die niet in twijfel wordt
genomen, daarrond bevinden zich de grensgevallen (frigobox), daarrond bevinden zich de dialecten,
regiolecten, jongerentaal, …
Wie bepaalt wat standaardtaal is?
Standaardtaal = geen geconstrueerde taal maar een levende taalvariëteit die tot stand komt door de
spraakmakende gemeente (mensen met een zekere prestige in de samenleving) wordt als norm
geaccepteerd en krijgt status van standaardtaal
Soorten taalnormen die bepalen wat standaardtaal is
historische norm: omdat het altijd al zo geweest is
autoriteitsnorm: omdat die het heeft gebruikt/gezegd
logische norm: logica van taal
statistische norm: omdat de meerderheid het doet
zuiverheidsnorm: omdat het afgeleid is van een andere taal
effectnorm: omdat je verstaanbaar bent
esthetische norm: omdat het mooi klinkt
1
, 3 componenten die bepalen welke taal we spreken
Taalgedrag verwijst naar de taal die mensen in de praktijk gebruiken
- Vanaf de 20e eeuw is er in het Nederlandse taalgebied een duidelijke verschuiving van
dialect naar de Nederlandse standaardtaal.
- Die verschuiving betekent niet dat iedereen nu exact dezelfde taal spreekt:
o Er blijven variaties in uitspraak, woordenschat en zinsbouw bestaan.
- Het grootste verschil tussen Vlaanderen en Nederland zit in de spreektaal:
o In Vlaanderen spreekt de meerderheid van de bevolking Vlaamse tussentaal:
Dit is een informele omgangstaal die kenmerken van dialect en
standaardtaal combineert.
Deze tussentaal staat vaak vrij ver van de officiële standaardtaal.
o In Nederland ligt de spreektaal veel dichter bij de standaardtaal:
Dialecten zijn minder dominant in het dagelijkse taalgebruik.
Informele gesprekken wijken minder sterk af van de standaardtaal.
Taalattitude gaat over de meningen, gevoelens en waarderingen die mensen hebben ten opzichte
van bepaalde talen of taalvarianten.
- In Vlaanderen heeft de tussentaal een grote waardering:
o Ze wordt ervaren als natuurlijk, gezellig, authentiek en herkenbaar.
o Veel mensen voelen zich er comfortabeler bij dan bij de standaardtaal.
- Toch bestaat er een spanningsveld:
o Volgens het taalbeleid (zie hieronder) is de standaardisering in Vlaanderen nog
onvoltooid.
o Daarom wordt vaak gesteld dat het gebruik van de standaardtaal sterker moet
worden aangemoedigd, vooral in onderwijs en media.
Taalbeleid omvat de officiële regels, aanbevelingen en beslissingen van overheden en
taalinstellingen over taalgebruik.
Tot het einde van de 20e eeuw lag de nadruk sterk op:
o Het bevorderen van de standaardtaal
o Het terugdringen van dialect en tussentaal, vooral in publieke contexten
Vanaf het einde van de 20e eeuw ontstond er een accentverschuiving:
o De tussentaal wordt iets meer aanvaard, vooral als informele spreektaal.
o Er is meer aandacht voor taalvariatie en realistisch taalgebruik.
De Nederlandse Taalunie erkent tegenwoordig expliciet:
o Dat er meerdere taalvarianten bestaan binnen het Nederlands
o Dat deze varianten een legitieme plaats hebben, afhankelijk van context en functie
2
, Evolutie in taalbeleid?
De Schryver: laat gewone taalgebruiker bepalen wat goed Nederlands is want voorvechters voor ABN
uit jaren 60 en 70 hebben er eigenlijk voor gezorgd taalonzekerheid
<-> Istendael: er is zo hard gevochten voor die standaardtaal, waarom zouden we die dan
wegsmijten? standaardtaal is nodig en moeten we gewoon leren
Evolutie in taalbeleid
Ook met de VRT-Taalcharter gebeurt niet veel meer mee sinds 2012: verfijnder en gevarieerder
taalbeleid en tongval is aanvaardbaar, dialect niet
Kenmerken van tussentaal
Slordige uitspraak, slotmedeklinker ontbreekt, verkeerd lidwoord, …
College 3 & 4 - Hoofdstuk 3.2 & 3.3
Barbarismen en purismen
Barbarisme = leenwoord dat niet aanvaard wordt als algemeen Nederlands evolueert volgens
oordeel spraakmakende gemeente
Purisme = niet-aanvaard taalelement van eigen taal die wordt gebruikt ter vervanging van aanvaarde
leenwoorden meestal verouderd
Gallicismen
een rubriek ventileren een rubriek opsplitsen
de weerhouden argumenten de aanvaarde argumenten
punctuele opmerkingen specifieke opmerkingen
afstappen ter plaatse een plaatsopneming doen
ten uitzonderlijken titel uitzonderlijk
een zaak klasseren zonder gevolg seponeren
een zaak verzenden naar een andere rechtbank verwijzen
parlementair parlementslid
Belgicismen
terug beginnen opnieuw beginnen
een vergunning bekomen een vergunning verkrijgen
een vergadering inrichten een vergadering organiseren
3
De diachrone benadering onderzoekt de historische ontwikkeling van taal het focust zich op
woordenschat, uitspraak en grammatica
De synchrone benadering onderzoekt taal op een bepaald moment in de tijd focust zich op
dialecten(op lokaal vlak: dorp/stad), regiolecten(provincie), sociolecten(typerend voor bep. groep)
Standaardtaal
Standaardtaal = wat algemeen bruikbaar is in het publieke domein geen vaststaande norm maar
onbewust maatschappelijk & bewust politiek gestuurd binnen standaardtaal bestaat
differentiatie (iedereen spreekt het anders)
Standaardtaal:
- Uniform: weinig variatie
- Gecodificeerd in grammatica’s & woordenboeken
- Prestigieus: wordt geassocieerd met hoogopgeleide mensen
binnen standaardtaal is er geografische/stilistische variatie
Standaardtaal als een ui
Standaardtaal kan gezien worden als een ui: het midden is de standaardtaal die niet in twijfel wordt
genomen, daarrond bevinden zich de grensgevallen (frigobox), daarrond bevinden zich de dialecten,
regiolecten, jongerentaal, …
Wie bepaalt wat standaardtaal is?
Standaardtaal = geen geconstrueerde taal maar een levende taalvariëteit die tot stand komt door de
spraakmakende gemeente (mensen met een zekere prestige in de samenleving) wordt als norm
geaccepteerd en krijgt status van standaardtaal
Soorten taalnormen die bepalen wat standaardtaal is
historische norm: omdat het altijd al zo geweest is
autoriteitsnorm: omdat die het heeft gebruikt/gezegd
logische norm: logica van taal
statistische norm: omdat de meerderheid het doet
zuiverheidsnorm: omdat het afgeleid is van een andere taal
effectnorm: omdat je verstaanbaar bent
esthetische norm: omdat het mooi klinkt
1
, 3 componenten die bepalen welke taal we spreken
Taalgedrag verwijst naar de taal die mensen in de praktijk gebruiken
- Vanaf de 20e eeuw is er in het Nederlandse taalgebied een duidelijke verschuiving van
dialect naar de Nederlandse standaardtaal.
- Die verschuiving betekent niet dat iedereen nu exact dezelfde taal spreekt:
o Er blijven variaties in uitspraak, woordenschat en zinsbouw bestaan.
- Het grootste verschil tussen Vlaanderen en Nederland zit in de spreektaal:
o In Vlaanderen spreekt de meerderheid van de bevolking Vlaamse tussentaal:
Dit is een informele omgangstaal die kenmerken van dialect en
standaardtaal combineert.
Deze tussentaal staat vaak vrij ver van de officiële standaardtaal.
o In Nederland ligt de spreektaal veel dichter bij de standaardtaal:
Dialecten zijn minder dominant in het dagelijkse taalgebruik.
Informele gesprekken wijken minder sterk af van de standaardtaal.
Taalattitude gaat over de meningen, gevoelens en waarderingen die mensen hebben ten opzichte
van bepaalde talen of taalvarianten.
- In Vlaanderen heeft de tussentaal een grote waardering:
o Ze wordt ervaren als natuurlijk, gezellig, authentiek en herkenbaar.
o Veel mensen voelen zich er comfortabeler bij dan bij de standaardtaal.
- Toch bestaat er een spanningsveld:
o Volgens het taalbeleid (zie hieronder) is de standaardisering in Vlaanderen nog
onvoltooid.
o Daarom wordt vaak gesteld dat het gebruik van de standaardtaal sterker moet
worden aangemoedigd, vooral in onderwijs en media.
Taalbeleid omvat de officiële regels, aanbevelingen en beslissingen van overheden en
taalinstellingen over taalgebruik.
Tot het einde van de 20e eeuw lag de nadruk sterk op:
o Het bevorderen van de standaardtaal
o Het terugdringen van dialect en tussentaal, vooral in publieke contexten
Vanaf het einde van de 20e eeuw ontstond er een accentverschuiving:
o De tussentaal wordt iets meer aanvaard, vooral als informele spreektaal.
o Er is meer aandacht voor taalvariatie en realistisch taalgebruik.
De Nederlandse Taalunie erkent tegenwoordig expliciet:
o Dat er meerdere taalvarianten bestaan binnen het Nederlands
o Dat deze varianten een legitieme plaats hebben, afhankelijk van context en functie
2
, Evolutie in taalbeleid?
De Schryver: laat gewone taalgebruiker bepalen wat goed Nederlands is want voorvechters voor ABN
uit jaren 60 en 70 hebben er eigenlijk voor gezorgd taalonzekerheid
<-> Istendael: er is zo hard gevochten voor die standaardtaal, waarom zouden we die dan
wegsmijten? standaardtaal is nodig en moeten we gewoon leren
Evolutie in taalbeleid
Ook met de VRT-Taalcharter gebeurt niet veel meer mee sinds 2012: verfijnder en gevarieerder
taalbeleid en tongval is aanvaardbaar, dialect niet
Kenmerken van tussentaal
Slordige uitspraak, slotmedeklinker ontbreekt, verkeerd lidwoord, …
College 3 & 4 - Hoofdstuk 3.2 & 3.3
Barbarismen en purismen
Barbarisme = leenwoord dat niet aanvaard wordt als algemeen Nederlands evolueert volgens
oordeel spraakmakende gemeente
Purisme = niet-aanvaard taalelement van eigen taal die wordt gebruikt ter vervanging van aanvaarde
leenwoorden meestal verouderd
Gallicismen
een rubriek ventileren een rubriek opsplitsen
de weerhouden argumenten de aanvaarde argumenten
punctuele opmerkingen specifieke opmerkingen
afstappen ter plaatse een plaatsopneming doen
ten uitzonderlijken titel uitzonderlijk
een zaak klasseren zonder gevolg seponeren
een zaak verzenden naar een andere rechtbank verwijzen
parlementair parlementslid
Belgicismen
terug beginnen opnieuw beginnen
een vergunning bekomen een vergunning verkrijgen
een vergadering inrichten een vergadering organiseren
3