Zwangerschap 1
Docent: Valerie Bosmans
Anatomie en Fysiologie: Ademhalingsstelsel
Definities (in functie van de mens)
Anatomie = De studie van de structuren van het menselijke lichaam.
Zoals de vorm, positie,.. van organen, cellen, weefsels
‐ Histologie = Studie van weefsel
‐ Cytologie = Studie van cellen
Fysiologie = de studie van de functie/ werking van de
lichaamsstructuren en hun interactie.
Basisbegrippen A & F (voorkennis)
Fysiologische aanpassingen tijdens de zwangerschap
Fysiologische verandering is GEEN pathologie
à De veranderingen hebben een biologisch nut!
à DOEL: ondersteuning en basale stofwisseling foetus
groei van het kind
Zwangerschapscontroles maken onderscheid tussen normaal of risico
Adviezen en informatie door vroedvrouw zijn cruciaal!
Anatomie referenties omtrent richting
Onthoud ook:
‘proximaal’ = dichtbij gelegen
‘ distaal ‘ = verder van het
centrum
- Superior/inferior (“boven” / “onder”)
, - Ventraal/dorsaal (“buikzijde”/ “rugzijde”)
- Anterior/posterior (“voor”/”achter”)
- Craniaal/caudaal ( “het hoofd, cranium”/ “de stuit, os
coccygis”)
- Proximaal/distaal (dicht bij het aanhechtingspunt/ weg van het
aanhechtingspunt)
- Lateraal/mediaal (weg van de lengteas/ richting de lengteas)
- Dexter/Sinister (rechts/links)
Voorbeelden:
- De hiel ligt bij de voet dorsaal, de tenen ventraal.
- Femoralis anterior = de voorzijde van het dijbeen, tegenover de
Femoralis posterior = achterzijde van het dijbeen.
- Vena cava inferior – vena cava superior
Anatomische vlakken van doorsnede
- Frontaal : naar voren toe of met
betrekking tot de voorkant
- Transversaal: horizontale doorsnede
door een lichaam of lichaamsdeel die
het in een bovenste en onderste deel
verdeelt
- Sagittaal : verticaal vlak dat het
lichaam in een linnker – en
rechterdeel verdeelt
Verloskundige relevantie
, Basis skelet:
Latijnse benamingen
1. Cranium
2. Maxilla
3. Mandibula
4. Cervicale vertebrae
5. Clavicula
6. Sternum
7. Scapula
8. Humerus
9. Costae
10. Thoracale vertebrae
11. Lumbale vertebrae
12. Os Coxae / pelvis
13. Os Sacrum
14. Os coccygis / coccyx
15. Ischium
16. Os Pubis
17. Radius
18. Ulna
19. Carpalen, metacarpalen en
phalanges
20. Femur
21. Patella
22. Fibula
23. Tibia
24. Tarsalen, metatarsalen, Phalanges
Schedel
Os
ethmoidale = zeefbeen (Rode)
Os sphenoidale = wiggebeen (roze)
Os zygomaticum = jukbeen (wit)
Os lacrimale = traanbeen (beige)
Docent: Valerie Bosmans
Anatomie en Fysiologie: Ademhalingsstelsel
Definities (in functie van de mens)
Anatomie = De studie van de structuren van het menselijke lichaam.
Zoals de vorm, positie,.. van organen, cellen, weefsels
‐ Histologie = Studie van weefsel
‐ Cytologie = Studie van cellen
Fysiologie = de studie van de functie/ werking van de
lichaamsstructuren en hun interactie.
Basisbegrippen A & F (voorkennis)
Fysiologische aanpassingen tijdens de zwangerschap
Fysiologische verandering is GEEN pathologie
à De veranderingen hebben een biologisch nut!
à DOEL: ondersteuning en basale stofwisseling foetus
groei van het kind
Zwangerschapscontroles maken onderscheid tussen normaal of risico
Adviezen en informatie door vroedvrouw zijn cruciaal!
Anatomie referenties omtrent richting
Onthoud ook:
‘proximaal’ = dichtbij gelegen
‘ distaal ‘ = verder van het
centrum
- Superior/inferior (“boven” / “onder”)
, - Ventraal/dorsaal (“buikzijde”/ “rugzijde”)
- Anterior/posterior (“voor”/”achter”)
- Craniaal/caudaal ( “het hoofd, cranium”/ “de stuit, os
coccygis”)
- Proximaal/distaal (dicht bij het aanhechtingspunt/ weg van het
aanhechtingspunt)
- Lateraal/mediaal (weg van de lengteas/ richting de lengteas)
- Dexter/Sinister (rechts/links)
Voorbeelden:
- De hiel ligt bij de voet dorsaal, de tenen ventraal.
- Femoralis anterior = de voorzijde van het dijbeen, tegenover de
Femoralis posterior = achterzijde van het dijbeen.
- Vena cava inferior – vena cava superior
Anatomische vlakken van doorsnede
- Frontaal : naar voren toe of met
betrekking tot de voorkant
- Transversaal: horizontale doorsnede
door een lichaam of lichaamsdeel die
het in een bovenste en onderste deel
verdeelt
- Sagittaal : verticaal vlak dat het
lichaam in een linnker – en
rechterdeel verdeelt
Verloskundige relevantie
, Basis skelet:
Latijnse benamingen
1. Cranium
2. Maxilla
3. Mandibula
4. Cervicale vertebrae
5. Clavicula
6. Sternum
7. Scapula
8. Humerus
9. Costae
10. Thoracale vertebrae
11. Lumbale vertebrae
12. Os Coxae / pelvis
13. Os Sacrum
14. Os coccygis / coccyx
15. Ischium
16. Os Pubis
17. Radius
18. Ulna
19. Carpalen, metacarpalen en
phalanges
20. Femur
21. Patella
22. Fibula
23. Tibia
24. Tarsalen, metatarsalen, Phalanges
Schedel
Os
ethmoidale = zeefbeen (Rode)
Os sphenoidale = wiggebeen (roze)
Os zygomaticum = jukbeen (wit)
Os lacrimale = traanbeen (beige)