Besluitvorming (Organisatieadvies, 2020). Het BOB-model wordt in het ziekenhuis gebruikt voor een
moreel dilemma. Alle aspecten die van belang zijn komen zo aan bod.
Beeldvorming
De patiënt was op de afdeling Cardiologie opgenomen met eindstadium COPD en zou komen te
overlijden. De patiënt had veel last van benauwdheidsklachten, behandelen had niet veel zin meer
gezien haar eindstadium van COPD. Normaliter wordt dan besloten om het zorgpad stervensfase in
te gaan. Dit betekent dat de verpleegkundige volgens protocol start met morfine, alleen was de
patiënt daar allergisch voor. Daarom is er gekozen om midazolam toe te dienen, de patiënt
reageerde hier niet goed op en bleef ondanks de midazoam wakker. Aangezien er veel
mogelijkheden weg vallen was het lastig om te bekijken wat voor de patiënt zou werken zodat die
alsnog comfortabel is. De patiënt was duidelijk “ik wil euthanasie”. De artsen kwamen tot de
conclusie dat dit ook de enige mogelijkheid nog was voor de patiënt. Daarom zijn de artsen en de
verpleegkundige het euthanasietraject ingegaan. Om dit traject in de gaan moet er een
onafhankelijke arts komen, ook wel een SCEN-arts genoemd.
Elke patiënt heeft recht op goede zorg, ook al ben je stervende. Als een patiënt stervende is mag
hij/zij nog eten en drinken zolang daar behoefte aan is. Alleen was de familie het daar niet mee eens,
dochter wilde dat de voedingsassistenten en verpleegkundigen mevrouw geen eten en drinken meer
gaf, zoals dochter zei: “mijn moeder komt toch te overlijden, ze heeft er niks meer aan”.
Mijn moreel dilemma is:
“Moet een verpleegkundige een palliatieve patiënt eten en drinken ontzien als de familie daarop
staat?”
Oordeelsvorming
Het doel is om aan palliatieve patiënten de juiste zorg te bieden, helemaal in dit stadium van het
leven is het erg belangrijk dat de patiënt comfortabel is en de juiste zorg krijgt die de patiënt nodig
heeft. Palliatieve zorg is gericht op comfort.
Het laatste stukje van het leven hoort mooi, vredig en liefdevol te zijn naar de wensen van de patiënt
(Boddaert et al., 2020).
Dat is het streven van de verpleegkundigen op de afdeling. De patiënt zo goed mogelijk begeleiden
en verzorgen. Daarom had het team het moeilijk met deze situatie en hebben de verpleegkundigen
het onderling besproken. De verpleegkundige heeft met 4 collega’s het moreel dilemma besproken.
In het ziekenhuis wordt er gebruik gemaakt van de vergadermethodiek, als verpleegkundigen zijn ze
de discussie aan gegaan, doorvragen naar elkaars oordeel/ mening en hoe deze tot stand is
gekomen.
Tijdens dit moreel dilemma is het belangrijk dat de verpleegkundigen zich aan de beroepscode
houden en ook handelen binnen de normen en waarden van de verpleegkundige. Zoals in de
beroepscode staat ‘Als verpleegkundige handel ik bij de uitoefening van mijn beroep naar de
normen, richtlijnen, protocollen, gedragsregels en eisen van zorgvuldigheid die invulling geven aan
goed hulpverlenerschap (CGMV-Vakorganisaties voor christenen et al., 2015).
Als verpleegkundige moet je in deze situatie erg transparant zijn en niet meteen een oordeel hebben.
Durven door te vragen en naar elkaar luisteren.
Dat de familie deze opmerking maakt heeft vaak een achterliggende gedachte, is het uit angst of uit
liefde met de beste bedoeldingen?
De verpleegkundigen hebben de gezamenlijke belangen op een rij gezet en daarbij kwam naar voren
dat de verpleegkundige altijd blijft handelen in het belang van de patiënt en communiceren met de
patiënt zolang dit mogelijk is.
15
moreel dilemma. Alle aspecten die van belang zijn komen zo aan bod.
Beeldvorming
De patiënt was op de afdeling Cardiologie opgenomen met eindstadium COPD en zou komen te
overlijden. De patiënt had veel last van benauwdheidsklachten, behandelen had niet veel zin meer
gezien haar eindstadium van COPD. Normaliter wordt dan besloten om het zorgpad stervensfase in
te gaan. Dit betekent dat de verpleegkundige volgens protocol start met morfine, alleen was de
patiënt daar allergisch voor. Daarom is er gekozen om midazolam toe te dienen, de patiënt
reageerde hier niet goed op en bleef ondanks de midazoam wakker. Aangezien er veel
mogelijkheden weg vallen was het lastig om te bekijken wat voor de patiënt zou werken zodat die
alsnog comfortabel is. De patiënt was duidelijk “ik wil euthanasie”. De artsen kwamen tot de
conclusie dat dit ook de enige mogelijkheid nog was voor de patiënt. Daarom zijn de artsen en de
verpleegkundige het euthanasietraject ingegaan. Om dit traject in de gaan moet er een
onafhankelijke arts komen, ook wel een SCEN-arts genoemd.
Elke patiënt heeft recht op goede zorg, ook al ben je stervende. Als een patiënt stervende is mag
hij/zij nog eten en drinken zolang daar behoefte aan is. Alleen was de familie het daar niet mee eens,
dochter wilde dat de voedingsassistenten en verpleegkundigen mevrouw geen eten en drinken meer
gaf, zoals dochter zei: “mijn moeder komt toch te overlijden, ze heeft er niks meer aan”.
Mijn moreel dilemma is:
“Moet een verpleegkundige een palliatieve patiënt eten en drinken ontzien als de familie daarop
staat?”
Oordeelsvorming
Het doel is om aan palliatieve patiënten de juiste zorg te bieden, helemaal in dit stadium van het
leven is het erg belangrijk dat de patiënt comfortabel is en de juiste zorg krijgt die de patiënt nodig
heeft. Palliatieve zorg is gericht op comfort.
Het laatste stukje van het leven hoort mooi, vredig en liefdevol te zijn naar de wensen van de patiënt
(Boddaert et al., 2020).
Dat is het streven van de verpleegkundigen op de afdeling. De patiënt zo goed mogelijk begeleiden
en verzorgen. Daarom had het team het moeilijk met deze situatie en hebben de verpleegkundigen
het onderling besproken. De verpleegkundige heeft met 4 collega’s het moreel dilemma besproken.
In het ziekenhuis wordt er gebruik gemaakt van de vergadermethodiek, als verpleegkundigen zijn ze
de discussie aan gegaan, doorvragen naar elkaars oordeel/ mening en hoe deze tot stand is
gekomen.
Tijdens dit moreel dilemma is het belangrijk dat de verpleegkundigen zich aan de beroepscode
houden en ook handelen binnen de normen en waarden van de verpleegkundige. Zoals in de
beroepscode staat ‘Als verpleegkundige handel ik bij de uitoefening van mijn beroep naar de
normen, richtlijnen, protocollen, gedragsregels en eisen van zorgvuldigheid die invulling geven aan
goed hulpverlenerschap (CGMV-Vakorganisaties voor christenen et al., 2015).
Als verpleegkundige moet je in deze situatie erg transparant zijn en niet meteen een oordeel hebben.
Durven door te vragen en naar elkaar luisteren.
Dat de familie deze opmerking maakt heeft vaak een achterliggende gedachte, is het uit angst of uit
liefde met de beste bedoeldingen?
De verpleegkundigen hebben de gezamenlijke belangen op een rij gezet en daarbij kwam naar voren
dat de verpleegkundige altijd blijft handelen in het belang van de patiënt en communiceren met de
patiënt zolang dit mogelijk is.
15