4 VAN GEN TOT VOORWAARDELIJKE SAMENWERKING?
1. INLEIDING
Kwalitatieve variatie
- Fenotypische variatie die wordt gekenmerkt als behorend tot
discrete, waarneembare categorieën.
Kwantitatieve variatie
- Fenotypische variatie die wordt gekenmerkt door de verdeling van
continue variatie binnen een populatie
- Tweelingstudies, adoptiestudies
- GWAS, polygenetic risk scores en epigenetics
2. POLYGENEN EN KWANTITATIEVE VARIATIE
Polygenentheorie (R. Fisher)
- De belangrijkste individuele eigenschappen zijn polygenetisch (en in
complexe wisselwerking tot elkaar en de omgeving)
- Voorbeeld: impulsiviteit, vermogen tot empathie,….
- Al deze eigenschappen zijn ‘Quantitative traits’
Polygene kenmerken
- Expressie hangt af van de actie van meerdere genen. Zo begrijpen
we grondstof van menselijke evolutie
o Voorbeelden:
o Gestalte, vorm van schedel, beenderen, bekken (kortom: het
menselijke ‘bouwplan’)
o Timing van de puberteit (van juveniel naar volwassen)
o Huidskleur (pigmentatie: minstens 6 genen)
o Brein en diens functioneren
, Hoe meer genenparen, hoe groter de proportie
verborgen variabiliteit!!! (verborgen = genotypisch
is de variatie er, maar je ziet ze fenotypisch niet!)
• Vandaar: ‘het ijsberg-effect’
72. POLYGENEN EN KWANTITATIEVE VARIATIE
83. POLYGENISCHE KENMERKEN, HET FENOTYPE EN DE OMGEVING
̶ Naast SNIPS, 3 belangrijke types van genetische
polymorfismen:
93. POLYGENISCHE KENMERKEN, HET FENOTYPE EN DE OMGEVING
̶ Fundamentele benadering: uitwerking van de nature/nurture kwestie
̶ Kwantificeren/operationaliseren van nature en nurture
̶ Methoden in de gedragsgenetica (‘behavioral genetics’)
2
2
2
=
+
P
G
E
103. POLYGENISCHE KENMERKEN, HET FENOTYPE EN DE OMGEVING
̶ Heritabiliteit (statistische maat)
̶ Het aandeel van de totale fenotypische variabiliteit
1. INLEIDING
Kwalitatieve variatie
- Fenotypische variatie die wordt gekenmerkt als behorend tot
discrete, waarneembare categorieën.
Kwantitatieve variatie
- Fenotypische variatie die wordt gekenmerkt door de verdeling van
continue variatie binnen een populatie
- Tweelingstudies, adoptiestudies
- GWAS, polygenetic risk scores en epigenetics
2. POLYGENEN EN KWANTITATIEVE VARIATIE
Polygenentheorie (R. Fisher)
- De belangrijkste individuele eigenschappen zijn polygenetisch (en in
complexe wisselwerking tot elkaar en de omgeving)
- Voorbeeld: impulsiviteit, vermogen tot empathie,….
- Al deze eigenschappen zijn ‘Quantitative traits’
Polygene kenmerken
- Expressie hangt af van de actie van meerdere genen. Zo begrijpen
we grondstof van menselijke evolutie
o Voorbeelden:
o Gestalte, vorm van schedel, beenderen, bekken (kortom: het
menselijke ‘bouwplan’)
o Timing van de puberteit (van juveniel naar volwassen)
o Huidskleur (pigmentatie: minstens 6 genen)
o Brein en diens functioneren
, Hoe meer genenparen, hoe groter de proportie
verborgen variabiliteit!!! (verborgen = genotypisch
is de variatie er, maar je ziet ze fenotypisch niet!)
• Vandaar: ‘het ijsberg-effect’
72. POLYGENEN EN KWANTITATIEVE VARIATIE
83. POLYGENISCHE KENMERKEN, HET FENOTYPE EN DE OMGEVING
̶ Naast SNIPS, 3 belangrijke types van genetische
polymorfismen:
93. POLYGENISCHE KENMERKEN, HET FENOTYPE EN DE OMGEVING
̶ Fundamentele benadering: uitwerking van de nature/nurture kwestie
̶ Kwantificeren/operationaliseren van nature en nurture
̶ Methoden in de gedragsgenetica (‘behavioral genetics’)
2
2
2
=
+
P
G
E
103. POLYGENISCHE KENMERKEN, HET FENOTYPE EN DE OMGEVING
̶ Heritabiliteit (statistische maat)
̶ Het aandeel van de totale fenotypische variabiliteit