HET ZENUWSTELSEL EN ANTISOCIAAL GEDRAG I: hoofdstuk 4 SV
1. Inleiding
De studie van het zenuwstelsel en de relatie met antisociaal gedrag is een
interdisciplinair onderzoeksgebied dat neurowetenschappen en
criminologie combineert.
Belangrijke basisprincipes:
Neurowetenschappers bestuderen de structuur en functie van het brein.
Neurowethnschappen bestudeert het menselijke zenuwstelsel, inclusief
het brein
Er is een belangrijk onderscheid tussen structuur en functie
Structuur: de fysieke anatomie van de hersenen
Functie: hoe hersengebieden samenwerken om gedrag te
genereren
Context is essentieel! De interactie tussen genetica en omgeving
bepaalt gedragsontwikkeling.
Het zenuwstelsel bestaat uit twee delen:
1) Het Centrale Zenuwstelsel (CZS)
Hersenen en ruggenmerg.
Controleert de meeste lichaamsfuncties en verwerkt informatie.
2) Het Perifere Zenuwstelsel (PZS)
Verbindt het CZS met de rest van het lichaam.
Bevat:
Somatisch zenuwstelsel: stuurt bewuste bewegingen aan.
Autonoom zenuwstelsel: regelt onbewuste processen zoals
hartslag en ademhaling.
o Sympathisch zenuwstelsel: activeert het lichaam in
stressvolle situaties (‘fight or flight’).
o Parasympathisch zenuwstelsel: herstelt het lichaam
naar een ontspannen toestand (‘rest and digest’).
, 2. Hersenen als onderdeel van het
zenuwstelsel
De hersenen sturen gedrag en cognitieve functies aan.
Belangrijke onderdelen van de hersenen:
Hersenschors (cortex): verantwoordelijk voor bewuste processen
zoals denken en plannen.
Limbisch systeem: reguleert emoties en motivatie.
relevant bij agressie en antisociaal gedrag
Hersenstam: controleert basale functies zoals ademhaling en
hartslag
Frontale kwab : het regeluren van emoties, plannen en
organiseren, porblemen oplossen
Motor cortex : beweging
1. Inleiding
De studie van het zenuwstelsel en de relatie met antisociaal gedrag is een
interdisciplinair onderzoeksgebied dat neurowetenschappen en
criminologie combineert.
Belangrijke basisprincipes:
Neurowetenschappers bestuderen de structuur en functie van het brein.
Neurowethnschappen bestudeert het menselijke zenuwstelsel, inclusief
het brein
Er is een belangrijk onderscheid tussen structuur en functie
Structuur: de fysieke anatomie van de hersenen
Functie: hoe hersengebieden samenwerken om gedrag te
genereren
Context is essentieel! De interactie tussen genetica en omgeving
bepaalt gedragsontwikkeling.
Het zenuwstelsel bestaat uit twee delen:
1) Het Centrale Zenuwstelsel (CZS)
Hersenen en ruggenmerg.
Controleert de meeste lichaamsfuncties en verwerkt informatie.
2) Het Perifere Zenuwstelsel (PZS)
Verbindt het CZS met de rest van het lichaam.
Bevat:
Somatisch zenuwstelsel: stuurt bewuste bewegingen aan.
Autonoom zenuwstelsel: regelt onbewuste processen zoals
hartslag en ademhaling.
o Sympathisch zenuwstelsel: activeert het lichaam in
stressvolle situaties (‘fight or flight’).
o Parasympathisch zenuwstelsel: herstelt het lichaam
naar een ontspannen toestand (‘rest and digest’).
, 2. Hersenen als onderdeel van het
zenuwstelsel
De hersenen sturen gedrag en cognitieve functies aan.
Belangrijke onderdelen van de hersenen:
Hersenschors (cortex): verantwoordelijk voor bewuste processen
zoals denken en plannen.
Limbisch systeem: reguleert emoties en motivatie.
relevant bij agressie en antisociaal gedrag
Hersenstam: controleert basale functies zoals ademhaling en
hartslag
Frontale kwab : het regeluren van emoties, plannen en
organiseren, porblemen oplossen
Motor cortex : beweging