PROEFEXAMEN ECONOMIE 2018
1) De evolutie van de atmosferische CO2-concentratie na 1800…
a) toont een exponentiële toename als gevolg van het gebruik van steenkool
b) verloopt net zoals de evolutie van de ‘well-being-index in industriële landen
c) bleef even vlak als de evolutie van het inkomen per hoofd (logaritmische
schaal)
d) verloopt net zoals de evolutie van het BBP per hoofd in industriële landen
zoals België of de VS Met opmerkingen [1]: De productie van economische
welvaart is zeer energie-intensief en we gebruiken
e) steeg sterk omdat CO2 nu eenmaal honderd jaar in de atmosfeer blijft voornamelijk fossiele brandstoffen. Bij de verbranding of
het gebruik van fossiele brandstoffen komt CO2 vrij.
Economische rijkdom is dus CO2-intensief en dat zal
nog enkele decennia zo blijven.
2) Uit het World Competitiveness Report van WEF blijkt dat…
a) België behoort tot de meest competitieve economieën ter wereld (dwz top 5)
b) België kampt met een matig systeem van gezondheidszorg en een lage
kwaliteit van het basisonderwijs
c) kleine landen internationaal minder competitief zijn grote landen zoals de
Verenigde Staten of Duitsland
d) België net zoals Nederland systematisch plaatsen verliest in de internationale
rangschikking
e) België kampt met een problematische macro-economische omgeving door de
zwakke begrotingsdiscipline en de hoge publieke schuld
, PROEFEXAMEN ECONOMIE 2018
3) De aanbodrechte in een markt…
a) rangschikt de individuele bereidheid tot betalen van hoog naar laag
b) rangschikt de marginale productiekost per éénheid product van laag naar
hoog
c) rangschikt het individuele producentensurplus van hoog naar laag
d) rangschikt de individuele aanbieders op basis van hun gemiddelde
productiekost (van laag naar hoog)
e) rangschikt het individuele producentensurplus van laag naar hoog
4) Maximale welvaart uit een markt impliceert maximale efficiëntie. Dit betekent
dat…
a) de evenwichtsproductie gerealiseerd wordt bij de meest efficiënte
producenten en aangekocht wordt door de consumenten met de hoogste
bereidheid tot betalen
b) de evenwichtsproductie gerealiseerd wordt door de producent met de laagste
productiekost
c) alleen productie met een hoog producentensurplus gerealiseerd wordt
d) het consumentensurplus maximaal is
e) de overheid niet intervenieert in de vrije marktwerking
5) Chronische aandoeningen of lifestyle diseases
a) kosten 2% van de totale gezondheidszorguitgaven
b) kosten minimaal 20% van de totale gezondheidszorguitgaven
c) ontstaan door een gebrek aan effectieve gezondheidspreventiemaatregelen
d) zijn goed voor 10% van de overlijdens in de VS
e) kunnen met de helft verminderd worden bij het opteren voor een gezonde
levensstijl
1) De evolutie van de atmosferische CO2-concentratie na 1800…
a) toont een exponentiële toename als gevolg van het gebruik van steenkool
b) verloopt net zoals de evolutie van de ‘well-being-index in industriële landen
c) bleef even vlak als de evolutie van het inkomen per hoofd (logaritmische
schaal)
d) verloopt net zoals de evolutie van het BBP per hoofd in industriële landen
zoals België of de VS Met opmerkingen [1]: De productie van economische
welvaart is zeer energie-intensief en we gebruiken
e) steeg sterk omdat CO2 nu eenmaal honderd jaar in de atmosfeer blijft voornamelijk fossiele brandstoffen. Bij de verbranding of
het gebruik van fossiele brandstoffen komt CO2 vrij.
Economische rijkdom is dus CO2-intensief en dat zal
nog enkele decennia zo blijven.
2) Uit het World Competitiveness Report van WEF blijkt dat…
a) België behoort tot de meest competitieve economieën ter wereld (dwz top 5)
b) België kampt met een matig systeem van gezondheidszorg en een lage
kwaliteit van het basisonderwijs
c) kleine landen internationaal minder competitief zijn grote landen zoals de
Verenigde Staten of Duitsland
d) België net zoals Nederland systematisch plaatsen verliest in de internationale
rangschikking
e) België kampt met een problematische macro-economische omgeving door de
zwakke begrotingsdiscipline en de hoge publieke schuld
, PROEFEXAMEN ECONOMIE 2018
3) De aanbodrechte in een markt…
a) rangschikt de individuele bereidheid tot betalen van hoog naar laag
b) rangschikt de marginale productiekost per éénheid product van laag naar
hoog
c) rangschikt het individuele producentensurplus van hoog naar laag
d) rangschikt de individuele aanbieders op basis van hun gemiddelde
productiekost (van laag naar hoog)
e) rangschikt het individuele producentensurplus van laag naar hoog
4) Maximale welvaart uit een markt impliceert maximale efficiëntie. Dit betekent
dat…
a) de evenwichtsproductie gerealiseerd wordt bij de meest efficiënte
producenten en aangekocht wordt door de consumenten met de hoogste
bereidheid tot betalen
b) de evenwichtsproductie gerealiseerd wordt door de producent met de laagste
productiekost
c) alleen productie met een hoog producentensurplus gerealiseerd wordt
d) het consumentensurplus maximaal is
e) de overheid niet intervenieert in de vrije marktwerking
5) Chronische aandoeningen of lifestyle diseases
a) kosten 2% van de totale gezondheidszorguitgaven
b) kosten minimaal 20% van de totale gezondheidszorguitgaven
c) ontstaan door een gebrek aan effectieve gezondheidspreventiemaatregelen
d) zijn goed voor 10% van de overlijdens in de VS
e) kunnen met de helft verminderd worden bij het opteren voor een gezonde
levensstijl