Systeemdenken, een inleiding
Systeemdenken
Focust op samenhang tussen verschillende elementen binnen geheel
Niet alleen kijken naar individuele cliënt, maar ook naar bredere context (geheel is meer dan som der delen)
Systeem = interactie & samenhang tussen elementen (gedachten, emoties, sociale relaties, omgevingsfactoren)
= Cruciaal voor begrijpen van systeem
VB. ruzies: enkel gevoel blijft achter (interactie) & oorzaak wordt vergeten (element)
Samenhang als essentieel kenmerk
Samenhang = cruciaal voor vormen van systeem
Hoe samenhang tussen elementen ervaring van cliënt beïnvloedt
Focussen op netwerken van relaties & context van systeem, i.p.v. symptomen van cliënt alleen
Interacties & relaties tussen verschillende elementen hebben diepere impact dan individuele element zelf
Context van systeem
= "Nabije" elementen systeem die directe invloed uit oefenen in individu (staan in interactie met cliënt)
Dynamieken in gezin, sociale kring & bredere culturele context
Universum van systeem
= Elementen systeem die minder direct verband houden, maar toch rol spelen (systemen uitzoomen tot universum)
Culturele normen, maatschappelijke verwachtingen & historische invloeden
Cfr. kinderen vaak angst van dit universum (oorlogen, ziekten, klimaatverandering, …)
Meenemen in therapie; meer inzicht & effectievere behandeling
Elementen als systeem
Elk element binnen systeem = ook systeem op zich
Cfr. personen binnen systeem zitten zelf ook in individueel systeem & in andere systemen
Gezin als systeem
Gezin = dynamisch systeem; leden staan met elkaar in verbinding & beïnvloeden elkaar
Individu kan niet in isolatie worden gebracht altijd in context van gezinsrelaties
Elke lid heeft specifieke rol & functies (hier kan therapie op inspelen; analyseren)
Ieder met eigen gedachten, emoties, gedragingen, context & geschiedenis die samen complex geheel vormen
Complex = veelheid van interacties (≠ moeilijk)
Wanneer we in therapie werken met gezin, kijken naar…
Hoe deze individuele systemen met elkaar interageren
Hoe ze gezamenlijk bijdragen aan dynamiek van gezin als geheel
Wat op zich gebeurt = verwaarloosbaar (beetje verder kijken)
Vele systemen: voorbeelden van systemen
Private groepspraktijk als systeem
Centrum voor geestelijke gezondheidszorg als systeem
Eerste masterjaar in opleiding psychologie aan universiteit als systeem
Voltooien van masterproef aan universiteit als systemisch gebeuren
Speelplaats van kleuterschool
1
, Deel 1: De algemene systeemtheorie en de cybernetica
Griekse "systēma" : "samen-stelling" = verzameling elementen die samen een functioneel geheel vormen
1. Ludwig von Bertalanffy – Algemene Systeemtheorie
2. Norbert Wiener – Cybernetica
3. Gregory Bateson – Ecologie van systemen
Ludwig von Bertalanffy (1901-1972)
= Grondlegger van Algemene Systeemtheorie
Brede culturele basis: vader ingenieur & moeder kunstenares
Nieuwsgierige & open geest
Interesse in veel onderwerpen: psychologie, sociologie, kunst, filosofie & wetenschap
Nauwe samenwerking met andere wetenschappers & intellectuelen
Universiteit van Wenen (Oostenrijk) + Universiteit van Alberta (Canada)
De Algemene Systeemtheorie (’40-’50)
= Benadrukt Interconnectiviteit in dynamieken van systemen (holistische benadering)
Aanzienlijke invloed op verdere ontwikkeling van cybernetica
1. Interconnectiviteit
Alle onderdelen van systeem zijn met elkaar verbonden
Verandering in 1 deel van systeem beïnvloedt andere delen systeem = dynamisch & interactief proces !
2. Open systemen
Meeste systemen zijn open + staan in wisselwerking met hun omgeving
Ze wisselen energie, informatie & materie uit met hun externe omgeving
Dit beïnvloedt hun functioneren
3. Feedbackmechanismen
Systemen bevatten vaak feedbackloops helpen bij reguleren van gedrag
Positieve feedback versterkt veranderingen
Negatieve feedback bevordert stabiliteit (‘no change’)
4. Dynamische processen
Systemen zijn niet statisch voortdurend in ontwikkeling: evolueren & veranderen doorheen tijd
Beïnvloedt door interne & externe factoren
5. Holisme
Systemen zijn meer dan som van hun onderdelen
Interacties tussen delen creëren emergente eigenschappen: kunnen niet begrepen worden door alleen naar
individuele elementen te kijken eigenschappen op hogere organisatieniveau
Emergentie = proces waarbij nieuwe eigenschappen ontstaan door interactie tussen kleine entiteiten die die
eigenschappen niet bezitten
Norbert Wiener (1894-1964)
= Grondlegger van Cybernetica
Cybernetica (’40-’50)
= Theoretisch kader voor bestuderen systemen & hun gedragingen; focus op communicatie, feedback & aanpassing
Basis ligt in studie van communicatie & regelprocessen binnen complexe systemen
1. Interdisciplinair karakter
Combineert inzichten uit +’s disciplines: wiskunde, engineering, biologie, psychologie & sociale wetenschap
Zorgt voor breder begrip van functioneren van complexe systemen
2. Zelfregulatie & controle
Bestudeert hoe systemen zichzelf reguleren & aanpassen aan veranderingen in omgeving
Omvat feedback = info over systeem-output terugkoppelt naar input systeem kan leren & zich aanpassen
VB: tantrum van kleuter (hier juist gebrek aan zelfregulatie)
2
, 3. Communicatie
Communicatie tussen delen van systeem = cruciaal
Bestudeert hoe informatie wordt verzonden, ontvangen & verwerkt binnen systemen
Essentieel voor functioneren & aanpassing van die systemen
4. Complexiteit & adaptatie
Richt zich op dynamiek van complexe systemen
Hoe deze complexe systemen zich kunnen aanpassen aan interne & externe veranderingen
VB: AI, families, intieme relaties, bedrijf, team, verwarmingssystemen, …
Gregory Bateson (1904-1980)
= Antropoloog, sociaal wetenschapper, linguïst & visueel antropoloog
Verdere ontwikkeling systeemgeörienteerde therapie (Ecologie van Systemen)
‘Steps to an Ecology of Mind’
1. Vermogen zich aan te passen aan veranderende omstandigheden
Vermogen van systeem te overleven & coherent te blijven, ondanks veranderende omstandigheden
o Interne omstandigheden (‘ik heb griep’, ‘mijn kind gaat zelfstandig wonen’, …)
o Externe omstandigheden (‘we hebben nieuwe buren’, ‘ik krijg nieuwe functie binnen bedrijf’, …)
Adaptability / aanpasbaarheid naar nieuwe balans = blijvend proces van veranderende relaties
Mate waarin gezin zich weet aan te passen bepaalt mate van (dys)functionaliteit
2. Regelmechanismen van positieve & negatieve feedback-loops
Negatieve feedback ‘morfostase’/ ‘morphostasis’
= Systeem behoudt haar status quo
Positieve feedback ‘morfogenese’/’morphogenesis’
= Nieuwe structuren ontstaan in systeem leidt tot verandering
Gezond gezinssysteem = voldoende balans houden
o Genoeg verandering (teveel zou leiden tot chaotische gezinsstructuur)
o Genoeg stabiliteit (teveel zou leiden tot rigide gezinsstructuur)
DUS om verandering & ontwikkeling mogelijk te maken beide nodig (flexibiliteit & stabiliteit)
3. Streven naar evenwicht
Dynamisch evenwicht = orde met vaste complementaire posities die zorgen voor natuurlijk evenwicht
Nodig voor voortbestaan van soort
Perspectief: mensen moeten niet meer opgenomen/buitengesloten worden
Bij voorkeur in hun eigen leefomgeving samen met gezin behandeld worden
Actualiteit: beleidskeuze Jeugdhulpverlening in Vlaanderen, naar principe van ‘één gezin, één plan’
3
Systeemdenken
Focust op samenhang tussen verschillende elementen binnen geheel
Niet alleen kijken naar individuele cliënt, maar ook naar bredere context (geheel is meer dan som der delen)
Systeem = interactie & samenhang tussen elementen (gedachten, emoties, sociale relaties, omgevingsfactoren)
= Cruciaal voor begrijpen van systeem
VB. ruzies: enkel gevoel blijft achter (interactie) & oorzaak wordt vergeten (element)
Samenhang als essentieel kenmerk
Samenhang = cruciaal voor vormen van systeem
Hoe samenhang tussen elementen ervaring van cliënt beïnvloedt
Focussen op netwerken van relaties & context van systeem, i.p.v. symptomen van cliënt alleen
Interacties & relaties tussen verschillende elementen hebben diepere impact dan individuele element zelf
Context van systeem
= "Nabije" elementen systeem die directe invloed uit oefenen in individu (staan in interactie met cliënt)
Dynamieken in gezin, sociale kring & bredere culturele context
Universum van systeem
= Elementen systeem die minder direct verband houden, maar toch rol spelen (systemen uitzoomen tot universum)
Culturele normen, maatschappelijke verwachtingen & historische invloeden
Cfr. kinderen vaak angst van dit universum (oorlogen, ziekten, klimaatverandering, …)
Meenemen in therapie; meer inzicht & effectievere behandeling
Elementen als systeem
Elk element binnen systeem = ook systeem op zich
Cfr. personen binnen systeem zitten zelf ook in individueel systeem & in andere systemen
Gezin als systeem
Gezin = dynamisch systeem; leden staan met elkaar in verbinding & beïnvloeden elkaar
Individu kan niet in isolatie worden gebracht altijd in context van gezinsrelaties
Elke lid heeft specifieke rol & functies (hier kan therapie op inspelen; analyseren)
Ieder met eigen gedachten, emoties, gedragingen, context & geschiedenis die samen complex geheel vormen
Complex = veelheid van interacties (≠ moeilijk)
Wanneer we in therapie werken met gezin, kijken naar…
Hoe deze individuele systemen met elkaar interageren
Hoe ze gezamenlijk bijdragen aan dynamiek van gezin als geheel
Wat op zich gebeurt = verwaarloosbaar (beetje verder kijken)
Vele systemen: voorbeelden van systemen
Private groepspraktijk als systeem
Centrum voor geestelijke gezondheidszorg als systeem
Eerste masterjaar in opleiding psychologie aan universiteit als systeem
Voltooien van masterproef aan universiteit als systemisch gebeuren
Speelplaats van kleuterschool
1
, Deel 1: De algemene systeemtheorie en de cybernetica
Griekse "systēma" : "samen-stelling" = verzameling elementen die samen een functioneel geheel vormen
1. Ludwig von Bertalanffy – Algemene Systeemtheorie
2. Norbert Wiener – Cybernetica
3. Gregory Bateson – Ecologie van systemen
Ludwig von Bertalanffy (1901-1972)
= Grondlegger van Algemene Systeemtheorie
Brede culturele basis: vader ingenieur & moeder kunstenares
Nieuwsgierige & open geest
Interesse in veel onderwerpen: psychologie, sociologie, kunst, filosofie & wetenschap
Nauwe samenwerking met andere wetenschappers & intellectuelen
Universiteit van Wenen (Oostenrijk) + Universiteit van Alberta (Canada)
De Algemene Systeemtheorie (’40-’50)
= Benadrukt Interconnectiviteit in dynamieken van systemen (holistische benadering)
Aanzienlijke invloed op verdere ontwikkeling van cybernetica
1. Interconnectiviteit
Alle onderdelen van systeem zijn met elkaar verbonden
Verandering in 1 deel van systeem beïnvloedt andere delen systeem = dynamisch & interactief proces !
2. Open systemen
Meeste systemen zijn open + staan in wisselwerking met hun omgeving
Ze wisselen energie, informatie & materie uit met hun externe omgeving
Dit beïnvloedt hun functioneren
3. Feedbackmechanismen
Systemen bevatten vaak feedbackloops helpen bij reguleren van gedrag
Positieve feedback versterkt veranderingen
Negatieve feedback bevordert stabiliteit (‘no change’)
4. Dynamische processen
Systemen zijn niet statisch voortdurend in ontwikkeling: evolueren & veranderen doorheen tijd
Beïnvloedt door interne & externe factoren
5. Holisme
Systemen zijn meer dan som van hun onderdelen
Interacties tussen delen creëren emergente eigenschappen: kunnen niet begrepen worden door alleen naar
individuele elementen te kijken eigenschappen op hogere organisatieniveau
Emergentie = proces waarbij nieuwe eigenschappen ontstaan door interactie tussen kleine entiteiten die die
eigenschappen niet bezitten
Norbert Wiener (1894-1964)
= Grondlegger van Cybernetica
Cybernetica (’40-’50)
= Theoretisch kader voor bestuderen systemen & hun gedragingen; focus op communicatie, feedback & aanpassing
Basis ligt in studie van communicatie & regelprocessen binnen complexe systemen
1. Interdisciplinair karakter
Combineert inzichten uit +’s disciplines: wiskunde, engineering, biologie, psychologie & sociale wetenschap
Zorgt voor breder begrip van functioneren van complexe systemen
2. Zelfregulatie & controle
Bestudeert hoe systemen zichzelf reguleren & aanpassen aan veranderingen in omgeving
Omvat feedback = info over systeem-output terugkoppelt naar input systeem kan leren & zich aanpassen
VB: tantrum van kleuter (hier juist gebrek aan zelfregulatie)
2
, 3. Communicatie
Communicatie tussen delen van systeem = cruciaal
Bestudeert hoe informatie wordt verzonden, ontvangen & verwerkt binnen systemen
Essentieel voor functioneren & aanpassing van die systemen
4. Complexiteit & adaptatie
Richt zich op dynamiek van complexe systemen
Hoe deze complexe systemen zich kunnen aanpassen aan interne & externe veranderingen
VB: AI, families, intieme relaties, bedrijf, team, verwarmingssystemen, …
Gregory Bateson (1904-1980)
= Antropoloog, sociaal wetenschapper, linguïst & visueel antropoloog
Verdere ontwikkeling systeemgeörienteerde therapie (Ecologie van Systemen)
‘Steps to an Ecology of Mind’
1. Vermogen zich aan te passen aan veranderende omstandigheden
Vermogen van systeem te overleven & coherent te blijven, ondanks veranderende omstandigheden
o Interne omstandigheden (‘ik heb griep’, ‘mijn kind gaat zelfstandig wonen’, …)
o Externe omstandigheden (‘we hebben nieuwe buren’, ‘ik krijg nieuwe functie binnen bedrijf’, …)
Adaptability / aanpasbaarheid naar nieuwe balans = blijvend proces van veranderende relaties
Mate waarin gezin zich weet aan te passen bepaalt mate van (dys)functionaliteit
2. Regelmechanismen van positieve & negatieve feedback-loops
Negatieve feedback ‘morfostase’/ ‘morphostasis’
= Systeem behoudt haar status quo
Positieve feedback ‘morfogenese’/’morphogenesis’
= Nieuwe structuren ontstaan in systeem leidt tot verandering
Gezond gezinssysteem = voldoende balans houden
o Genoeg verandering (teveel zou leiden tot chaotische gezinsstructuur)
o Genoeg stabiliteit (teveel zou leiden tot rigide gezinsstructuur)
DUS om verandering & ontwikkeling mogelijk te maken beide nodig (flexibiliteit & stabiliteit)
3. Streven naar evenwicht
Dynamisch evenwicht = orde met vaste complementaire posities die zorgen voor natuurlijk evenwicht
Nodig voor voortbestaan van soort
Perspectief: mensen moeten niet meer opgenomen/buitengesloten worden
Bij voorkeur in hun eigen leefomgeving samen met gezin behandeld worden
Actualiteit: beleidskeuze Jeugdhulpverlening in Vlaanderen, naar principe van ‘één gezin, één plan’
3