Wat zijn ontwikkelingsstoornissen
1.1 Het ICF-model: een visie op het functioneren met een
ontwikkelingsstoornis
Een ontwikkelingsstoornis is een neurobiologische stoornis die in de (vroege) ontwikkelingsperiode tot uiting komt,
die gekenmerkt wordt door ontwikkelingsachterstanden op een of meerdere functiedomeinen en die levenslang
beperkingen veroorzaakt in het persoonlijke, sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren.
Bv: dyslexie
Primair -> als het dit niet heeft is het niet de stoornis
Secundair -> gevolgen van die kenmerken
Belangrijk voor meer begrip en empathie, verwachtingen van client correct bijsturen (waar kan je minder aan
doen en aan wat meer.
Vb dia 38
- ICF = international classification of functioning/internationale classificatie
van het menselijk functioneren
- Het model bestaat uit verschillende componenten die gelijkwaardig zijn en
in onderlingen wisselwerking staan
⇨ Transactioneel model
1. Gezondheidstoestand
2. Menselijke functioneren
2.1 lichaam:
functies/anatomische
eigenschappen
2.2 doen: activiteiten
2.3 samen: participatie
3. beïnvloedende factoren
3.1 externe factoren: De fysieke
omgeving of de sociale en de maatschappelijke omgeving
3.2 persoonlijke factoren: leeftijd, geslacht, ervaringen, sociale status,…
- dit schema kan ook in een andere versie gegoten worden:
0pdracht: wie ben jij?
, Prikkelverwerking
Niet omdat je gevoelig bent voor prikkels dat je automatisch een
stoornis hebt
Gemeenschappelijke kenmerken:
Emotie regulatie
Prikkelverwerking
Excecutieve functies
Neurodiversiteit
Hypersensitief -> prikkel komt heel sterk binnen
Hyposensitief -> prikkels komen niet binnen omdat ze te goed worden
gefilterd
Overprikkeling en ook bij hypo arousel -> niet meer goed functioneren
Te weinig slaap, hoofdpijn…
Executieve functies
Hersenontwikkeling en emotieregulatie
Belangrijk om in te zien of het tijdelijk is dat er problemen is met de emotie regulatie of niet. Je
hebt bijvoorbeeld minder bedwang over je emoties in een moment van stress.
Executieve functies -> Cognitieve processen die men nodig heeft om gedrag te sturen.’
Werkgeheugens -> hoe lang je iets kan onthouden
Metacognitite -> overzicht over eigen
gedrag
Responsinhivitie -> iemand anders heeft
de bal dus je kan er niet mee spelen ->
prikkels kunnen negeren
Taakinitiatie -> kan je beginnen met een
taak
Extra informatie over de executieve
functies dia 20,21
Neurodiversiteit
Verschillen in de hersenen
• Neurotypisch
Iemand wiens brein als
standaard of meerderheid word
gezien in de samenleving
• Neurodivergent
Als je brein anders werk dan standaard bv autisme
,Werkcollege 4
Intakegesprekken
• Constructieve samenwerking starten
• Vragen verhelderen en afstemmen
• Systematische informatie verzamelen
Stappen
• Voorbereiding
• Overzicht krijgen
• Probleem analyseren en uitzonderingen
• Breder functioneren
• Attributies
• Ondernomen activiteiten en effect
-wat hebbe we al gedaan, hoelang en wat was het effect
• Voorgeschiedenis
-levengebeurtenissen…
• Hulpvraag bepalen
• Afstemmen
• Flexibel: niet puntje per puntje overlopen
Basisprincipe
• Snorkelen: breed bevragen
• Waar nodig duiken: in de diepte en concreet maken
Dia 38-42 intakegesprek (denk voor taak maar kan ook leerstof zijn)
44 oefening
HGD, het handelen opsich, niet het labelen
1. diagnostiek en begeleiding bij ontwikkelingsstoornissen
2.1HGW en HGD en faire diagnostiek
- HGW = handelingsgericht werken
⇨ De 7 uitgangspunten van handelingsgericht werken
1. Onderwijs- en opvoedingsbehoeften centraal
2. Afstemming / wisselwerking
3. Leerkracht en ouder doen er toe
4. Positieve aspecten
5. Constructieve samenwerking
6. Doelgericht
7. Systematisch – transparant
⇨ Zorgcontinuüm met 4 fases
• Fase 0: brede basiszorg -> gaat breed over de hele school
• Fase 1: verhoogde zorg -> enkele leerlingen
krijgen ondersteuning van leerkrachten
• Fase 2: uitbreiding van zorg -> externe
instanties worden ingelast
• Fase 3: IAC
-
- HGD = handelingsgerichte diagnostiek
1. Intakefase = info verzamelen rond
de hulpvraag
2. Stategiefase = reflectie rond hulpvraag
1
3. Onderzoeksfase = gerichte info vergaren
4. Integratie- en aanbevelingsfase
5. Adviesfase
6. Interventie en evaluatie
- Handelingsplanning
⇨ In het buitengewoon onderwijs is zo een handelingsplan verplicht, maar de draai die elke
school eraan geeft is verschillende
• Beeldvorming: hoe vaak is deze leerling afwezig, wanneer is die
, afwezig, gesprekken voeren met ouders en andere om
een goed zicht te krijgen
• Doelen selecteren
• voorbereidingsfase: er worden afspraken
gemaakt met kinderen en met ouders
• uitvoeringsfase: plan uitvoeren dat is gemaakt in de
voorbereidingsfase
• evaluatiefase
- faire diagnostiek
⇨ zorgzame en kwaliteitsvolle diagnostiek bij anderstalige en/of kansarme kinderen
2. Agressie
2.1 Wat is agressie
- Agressie is gedrag waarbij de ander schade wordt toegebracht, er is onderscheid tussen 2
soorten:
⇨ Fysieke agressie: slaan, schoppen,…
⇨ Psychische agressie: bedreigen, pesten, schelden,…
- Bij agressie gaat het meestal ook over het overtreden van bepaalde regels, dit kan zowel
formeel als informeel
⇨ Formeel: bezittingen niet stukmaken, niet mishandelen
⇨ Informeel: respect hebben, rekening houden met elkaar
• Iemands gedrag kan agressief zijn ook al had de persoon niet de intentie om
leed toe te brengen aan de ander
2.2 Soorten agressie
2.2.1 reactieve agressie
- er gaat iets gebeuren en dat gaat ervoor zorgen dat de kinderen gaan ontploffen
⇨ ze gaan ontploffen zonder dat de omgeving eigenlijk weet waarom ze zo reageren
• ze gaan zich snel aangevallen voelen en onmiddellijk reageren
- het zijn kinderen die heel impulsief zijn en gaan geen rekening houden met de
consequenties van hun gedrag voor zichzelf en voor andere
⇨ naarmate ze ouder worden gaat dat impulsief zijn afnemen
⇨ het is heel belangrijk om samen met deze kinderen een middenweg te vinden en rustig te
blijven
2.2.2 proactieve agressie
- het gaat over agressie die gericht is om een doel te bereiken -> het is meer gericht op
ik wil iets bereiken en hoe ga ik dat doen
⇨ zij zijn niet reactief
- het gaat vaak over koelbloedige kinderen die weinig angst hebben
Bv: kind dat wegloopt om ouders angst te bezorgen en zijn zin te krijgen.
2.2.3 relationele agressie/sociale agressie
- deze vorm komt veel vaker voor dan fysieke agressie
- manipulatie is de motor van deze agressie dit in de vorm van:
• roddels verspreiden
• niet uitnodigen voor verjaardagen
• leugens verspreiden/iemand kwaad praten
• andere onderdruk zetten
⇨ deze vorm van agressie is niet altijd zichtbaar
- jongens en meisjes vertonen dit gedrag evenveel maar bij meisjes wordt het meestal
negatief bestempeld -> “queen Bee”
⇨ Begin van de lagere school beginnen meisjes die manipulatie meer in te zetten maar later
keert
het evenwicht tussen jongens en meisjes terug
⇨ Bij jongens is er echter meer sprake van fysieke en verbale agressie dan bij meisjes
- Bij deze vorm is er een risico om bagatellisering
= het minimaliseren van het probleem
⇨ Het is allemaal niet zo erg, het zal wel overgaan,….
2.2.4 Agressie en verschillende stoornissen
- ADHD
⇨ moeite met emotieregulatie -> worden sneller agresief
⇨ Verhoogde kans op ontwikkeling van gedagsproblemen/stoornissen
⇨ Mogelijke triggers: